Flitspaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een bioscoopjournaalfilm uit 1966 legt het principe achter de flitspaal uit.
Close-up van een flitspaal.
Een mobiele flitser langs de A37.
Een digitale flitspaal bij een verkeerslicht in Arnhem.

De termen flitspaal, flitskast en flitser worden in de volksmond gebruikt voor het aanduiden van apparaten die snelheidsovertredingen in het verkeer of het door een rood verkeerslicht rijden vaststellen.

De eerste automatische snelheidsmeter werd ontwikkeld door de Nederlandse rallyrijder Maus Gatsonides (1911-1998). Het apparaat maakte gebruik van twee rubber slangetjes die dwars over de weg lagen. Raakten de voorwielen van een voertuig het eerste slangetje, dan startte een chronometer. Deze stopte wanneer de voorwielen het tweede slangetje raakten. Uit het tijdsverloop werd de snelheid van het voertuig berekend.[1] Latere uitvoeringen werken met behulp van radargolven, en zijn voorzien van fotoapparatuur waarmee de snelheidsovertreding wordt vastgelegd.

Gatsonides richtte in 1958 te Haarlem het bedrijf Gatsometer op om de apparaten te produceren. In Engeland wordt de flitspaal daarom vaak Gatso of 'Gatso Camera' genoemd; "to be gatsoed" betekent: geflitst zijn, hoewel de meest gangbare term traffic enforcement camera is. In België gebruikt men ook vaak de benaming "onbemande camera".

Flitspalen en flitskasten[bewerken]

Flitspalen en flitskasten verschillen alleen maar in de wijze waarop ze zijn opgesteld: een flitspaal staat langs de kant van de weg, terwijl een flitskast boven een portaal (meestal achter een verkeersbord) hangt. Een flitscontainer is een mobiele snelheidsmeter die verstopt is in een vuilcontainer.

Flitspalen en flitskasten bevatten een mechanisme om een snelheidsmeting uit te voeren, zoals een Doppler-radar en een camera waarmee een foto wordt gemaakt van het kenteken van ieder voertuig dat sneller rijdt dan de snelheid waarop de flitspaal is ingesteld. Een flitspaal moet periodiek worden geijkt.

De volgende soorten flitspalen kunnen worden onderscheiden:

  • Roodlichtcamera
  • Snelheidscamera
  • Gecombineerd

Roodlichtcamera[bewerken]

Deze camera registreert de overschrijding van de maximaal toegestane snelheid én het door het rode licht rijden van de voertuigen. Ze worden geplaatst ter hoogte van door verkeerslichten geregelde kruispunten. De eerste roodlichtcamera werd in 1966 te Haarlem geplaatst.[1]

De roodlichtcamera's werken via twee lussen per rijstrook, die zijn aangebracht in het wegdek. De lussen bevinden zich meestal ter hoogte van de stopstreep. Voor het roodrijden wordt het ogenblik dat het voertuig over de lus rijdt vergeleken met de signaalstand van het verkeerslicht (al dan niet rood). Voor het vaststellen van overdreven snelheid wordt de tijdspanne gemeten waarbij het voertuig over de twee opeenvolgende lussen rijdt. De snelheid wordt vervolgens berekend. Bij elke overtreding maakt de roodlichtcamera twee foto's. De eerste foto registreert de overtreding. De tweede foto registreert of het voertuig nog stopt of doorrijdt en vermeldt de snelheid ervan.

Snelheidscamera[bewerken]

Deze camera controleert alleen de snelheid en wordt geplaatst langs de wegen.

De snelheidscamera's werken op basis van het dopplereffect (radar). Een voertuig dat zich in de straling beweegt, weerkaatst de radargolf en wijzigt de frequentie van deze straling. De grootte van deze frequentiewijziging is afhankelijk van de snelheid van het voorwerp, hieruit kan de snelheid worden berekend.

Trivia[bewerken]

  • Nederland telde per 1 januari 2010 1400 flitspalen.
  • In België liet men de eerste flitspaal in 1994 installeren. Er zijn ongeveer 2000 flitspalen (2011) in België.

Zie ook[bewerken]