Flow (mentale toestand)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het geconcentreerd beschilderen van een modelschip.

Flow refereert aan een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden. Flow wordt gekenmerkt door op de betreffende acties gerichte energie en activiteit, volledige betrokkenheid daarbij, alsmede het feit dat men de activiteiten succesvol uitvoert. Verder kunnen mensen in de staat van 'flow' boven hun eigen kunnen uitstijgen en sneller leren en nieuwe inzichten verkrijgen. De belangrijkste theoreticus achter dit concept is de Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi.

Flow is een belangrijk concept in de zogenoemde positieve psychologie, waarvan Csikszentmihalyi (naast Martin Seligman) de belangrijkste proponent is. Flow wordt zo genoemd omdat enkele personen die door Csikszentmihalyi werden geïnterviewd voor zijn in 1975 verschenen boek over flow het bij wijze van metafoor hadden over een "stroom die hen meevoerde". In die zin is de term "flow" niet gerelateerd aan de uitdrukking "go with the flow", die betekent dat men zich conformeert aan hetgeen anderen doen.

Kenmerken van Flow[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens Csikszentmihalyi kan het gevoel van flow gekenmerkt worden door ten minste een aantal van de volgende acht kenmerken:

  1. Men heeft een duidelijk doel;
  2. Concentratie en doelgerichtheid;
  3. Verlies van zelfbewustzijn: men gaat volledig op in de activiteit en vergeet zichzelf;
  4. Verlies van tijdsbesef: de tijd vliegt voorbij;
  5. Directe feedback: succes en falen ten aanzien van de activiteit zijn onmiddellijk duidelijk, zodat men daarop het eigen handelen direct kan aanpassen;
  6. Evenwicht tussen de eigen vaardigheid en de uit te voeren activiteit: de bezigheden zijn heel uitdagend echter nét niet te moeilijk om met succes uit te voeren;
  7. Een gevoel van persoonlijke controle over de situatie of activiteit;
  8. De activiteit is intrinsiek belonend, bijvoorbeeld erg leuk.

Met flow vergelijkbare concepten en ervaringen zijn terug te vinden in oosterse spirituele tradities zoals het Boeddhisme en het Taoïsme. Voorts kennen veel sporters flow uit eigen ervaring, bijvoorbeeld als ze een partij tennis spelen met een tegenstander die het uiterste van hem vergt.

Het streven naar flow[bewerken | brontekst bewerken]

De verschillende mentale staten waarin men kan verkeren, volgens het Ervaringsfluctuatiemodel (Experience Fluctuation Model) van o.a. Mihaly Csikszentmihalyi. Op de horizontale as staat de mate van bekwaamheid en op de verticale as de moeilijkheid. Het is belangrijk om naar de zone rechtsboven te streven (dus hoge bekwaamheid en hoge moeilijkheidsgraad). De zone linksonder dient men te vermijden.

Een staat van 'flow' wordt geassocieerd met het streven om een bepaald doel te bereiken, zoals het schilderen van een schilderij, het bespelen van een instrument of uitoefenen van sport. Ook een uitdagende taak op het werk of werken aan een scriptie, masterthesis of proefschrift kunnen tot een staat van flow leiden. Deze toestand wordt gerealiseerd als er sprake is van:

  • een duidelijk doel met een manier om dit doel te bereiken en intrinsieke motivatie.
  • een optimale balans tussen de moeilijkheid van een taak en de specifieke vaardigheden van de persoon in kwestie die zich ervan bewust de taak succesvol te kunnen volbrengen.
  • bij het uitvoeren de persoon direct feedback krijgt van de prestatie zodat deze de manier waarop deze wordt uitgevoerd direct kan aanpassen.
  • de persoon zich volledig op de taak richt en alle aandacht, gedachten, intenties en gevoelens hierbij betrekt.

Om de flow vast te houden zal de persoon het zichzelf steeds een stukje moeilijker moeten maken omdat anders toch de verveling weer intreed. Wanneer iemand bijvoorbeeld leert schaken speelt deze eerst tegen een tegenstander die weliswaar beter is maar met een niet al te groot niveauverschil. Wanneer hij/zij deze tegenspeler leert verslaan wordt een tegenstander uitgekozen die weer een hoger niveau heeft.

In 2013 publiceerde Owen Schaffer een definitie van een taak die iemand in een flow kan krijgen. Een persoon kan in een flow als deze weet:[1]

  • Weet elke taak uitgevoerd moet worden
  • Weet hoe deze uitgevoerd moet worden
  • Constant merkt wat goed en niet goed gaat en meteen ziet hoe te verbeteren
  • Weet waar deze heen moet (in het geval navigatie nodig is)
  • De taak als moeilijk ziet
  • Zichzelf als bekwaam ziet om de taak uit te voeren
  • Vrij is van afleiding

Het tegenovergestelde van flow is apathie of verveling dat tot piekeren en uiteindelijk zelfs depressie en verslaving kan leiden. Niks doen is daarmee het slechtste dat men kan doen. Ook moet men zich ervan bewust zijn dat het te veel richten op plezier en genot een doodlopende weg is aangezien dit slechts tijdelijk werkt. Dat is dus de verkeerde afleiding.

Persoonlijkheid[bewerken | brontekst bewerken]

Het begrip 'flow' is sterk gerelateerd aan de persoonlijke ontwikkeling en het karakter. Een taak die op een bepaald moment uitdagend is en 'flow' teweeg kan brengen, zal naarmate de kennis en ervaring toenemen meer en meer routinewerk worden. Wellicht zal de taak de persoon na een aantal keer of na enkele jaren niet meer kunnen boeien.

Sommige personen nemen dit voor lief en zijn tevreden met werk dat weinig uitdaging biedt. Anderen zoeken zelf constant naar uitdaging en hiermee naar een nieuwe taak die 'flow' teweeg kan brengen. Dit is een kenmerk van de zogenaamde 'autotelische persoonlijkheid' (van het Griekse αὐτός autos, 'zelf' and τέλος telos, 'doel'). Iemand die autotelisch is zoekt dus constant zelf naar nieuwe doelen of uitdagingen. Wanneer een doel is bereikt of een taak niet langer als uitdagend wordt beschouwd, zal een autotelisch persoon (zelf) op zoek gaan naar een nieuwe uitdaging.

Autotelische personen kunnen een aanwinst zijn voor een bedrijf omdat ze zelf constant nieuwe uitdagingen zoeken en geneigd zijn in uitdagende taken goed te presteren omdat ze 'flow' bereiken. Hier zit echter ook een keerzijde aan, daar ze de neiging kunnen vertonen de minder uitdagende taken te verwaarlozen. Bovendien zullen ze, wanneer de werkgever geen verdere uitdagingen meer kan of wil bieden, gedemotiveerd raken en geneigd zijn van baan te wisselen.

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  • Csikszentmihalyi, M. (1975) Beyond Boredom and Anxiety. San Francisco: Jossy-Bass.
  • Csikszentmihalyi, M. (1990). Flow: The psychology of optimal experience. New York: Harper & Row.
  • Csikszentmihalyi, M. (1998). Creativiteit: over 'flow', schepping en ontdekking. Amsterdam: Boom. ISBN 9053523731
  • Edzes, M. (2006). A target a day keeps the doctor away. Over flow in Nederland. ISBN 90-902079-7-X, www.edzes.com
  • Sherry, J. L. (2004). Flow and media enjoyment. Communication Theory, 14, 328–347.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

  • Video van de toespraak van Csikszentmihalyi over flow op TED 2010