Francisco Sánches de Scepticus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Standbeeld van Francisco Sanches, door Salvador Barata Feyo in Braga.

Francisco Sánches (Tui, 1550 - Toulouse, 16 november 1623) was een Portugese[1] sceptische filosoof en arts van Sefardisch-Joodse afkomst.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel hij werd geboren in Tui, in Galicië (Spanje), werd Sanches gedoopt in Braga (Portugal) op 25 juli 1551, en bracht zijn jeugd daar door.[1] Zijn ouders waren António Sánches, ook een arts, en Filipa de Sousa.[2] Ook al was hij tot het katholicisme bekeerd, hij werd vanwege zijn Joodse afkomst gezien als een Nieuwe Christen.

Hij ging naar school in Braga tot hij 12 jaar was, waarna hij, om te ontkomen aan de Portugese Inquisitie, met zijn ouders naar Bordeaux verhuisde. Daar hervatte hij zijn opleiding aan het College de Guyenne. Hij ging geneeskunde studeren in 1569 in Rome, en, terug in Frankrijk, in Montpellier en Toulouse. Hij werd uiteindelijk, na 1575, professor in de filosofie en de geneeskunde aan de Universiteit van Toulouse.

Belangrijkste werk en ideeën[bewerken | brontekst bewerken]

In zijn Quod nihil scitur (Er is niets dat bekend is), geschreven in 1576 en gepubliceerd in 1581, gebruikte hij de klassieke sceptische argumenten om te laten zien dat het Aristotelische idee van noodzakelijke oorzaken die nodig zijn voor het gedrag van de natuur, niet kan worden bereikt: het zoeken naar oorzaken daalt snel af in een oneindige regressie en kan dus geen zekerheid geven. Hij viel ook vertogen in de vorm van syllogismen aan, met het argument dat het bepaalde (de conclusie) nodig is om een voorstelling van het algemene (de aanname) te hebben en dus dat syllogismen cirkelredeneringen waren en niets toevoegden aan kennis.[3]

Perfecte kennis, indien haalbaar, is het intuïtieve begrip van elk afzonderlijk geval. Maar, betoogde hij vervolgens, zelfs zijn eigen idee van wetenschap - perfecte kennis van afzonderlijk dingen - ligt buiten het menselijke bevattingsvermogen vanwege de aard van de objecten en de aard van de mens. De verwevenheid van objecten, hun onbeperkte aantal, en hun steeds veranderende hoedanigheid voorkomt de kennis ervan. De grenzen en de variabiliteit van de menselijke zintuigen beperken de mens tot de kennis van hoedanigheid, nooit van de echte essentie. Bij het vormen van dit laatste argument maakte hij gebruik van zijn ervaring met de geneeskunde om te laten zien hoe onbetrouwbaar onze zintuiglijke ervaring is.[3]

Sanches' eerste conclusie was de gebruikelijke fideïstische van die tijd, dat waarheid kan worden verkregen door geloof. Zijn tweede conclusie zou een belangrijke rol gaan spelen in latere ideeën: maar omdat niets in ultieme zin gekend kan worden, moeten we niet alle pogingen om kennis te verkrijgen achter ons laten, maar moeten we proberen om elke kennis te verkrijgen die ons mogelijk is, d.w.z. beperkte, gebrekkige kennis van die dingen die we leren kennen door middel van observatie, ervaring en oordeel. Het deed beseffen dat nihil scitur ( "niets is bekend") op die manier een aantal opbouwende resultaten kan opleveren. Deze vroege formulering van de "opbouwende" of "gematigde" scepsis zou worden ontwikkeld tot een belangrijke verklaring van de nieuwe wetenschap van Marin Mersenne, Pierre Gassendi, en de leiders van de Royal Society.

Reproductie van Francisco Sanches' handtekening zoals gevonden in zijn diploma aan de Universiteit van Montpellier: Franciscus Sanches Bracharensis (Franciscus Sanches van Braga)

Werk[bewerken | brontekst bewerken]

  • Carmen de Cometa, 1577.
  • Quod nihil scitur, 1581.
  • De divinatione per somnum, ad Aristotelem, 1585.
  • Opera Medica, 1636, dat bestaat uit:
    • De Longitudine et Brevitate vitae, liber
    • In lib. Aristotelis Physiognomicon, Commentarius
    • De Divinatione per Somnum
    • Quod Nihil Scitur, liber
  • Tractatus Philosophici 1649.
Zie de categorie Francisco Sanches van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.