Francisco de Paula Santander

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Francisco de Paula Santander

Francisco José de Paula Santander y Omaña (2 april 1792 - 6 mei 1840) was een Zuid-Amerikaans militair en politieke figuur, en is een nationale held van Colombia. Hij was een van de leiders van de patriottische strijdkrachten in de Spaans-Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlogen en vanaf 1819 opperbevelhebber van het patriottische leger.

Biografie[bewerken]

Francisco Santander werd in 1792 geboren in Villa del Rosaria, (Onderkoninkrijk Nieuw-Granada); zijn ouders waren Juan Augustin Santander y Colmenares en Manuela Antonina de Omaña y Rodriguez. In 1805 verhuisde hij naar Santa Fe de Bogota om rechten te studeren.

Tijdens de revolutionaire gebeurtenissen van 1810 trad hij toe tot het leger, tijdens de oorlog tussen de centralisten en de federalisten onder leiding van Antonio Baraya vocht hij tegen Antonio Nariño, in 1812 werd hij bevorderd tot kolonel. Toen Nieuw-Granada door de Spanjaarden werd heroverd, vluchtte Santander naar de Venezolaanse grens en sloot zich aan bij Simon Bolivar.

In 1819 leidde Santander de voorhoede van de Bolivar-troepen in Nieuw-Granada. In 1821, tijdens het congres in Cucuta, werd hij gekozen tot vicepresident van Groot-Colombia en werd hij de feitelijke leider van het land toen Bolivar terugkeerde naar Venezuela. Als staatshoofd volgde Santander een centralistisch beleid, terwijl hij moest omgaan met haarden van van royalistisch sentiment in de Colombiaanse samenleving.

Toen een opstand in Venezuela onder leiding van José Antonio Páez in 1826 plaatsvond, waren Santander en Bolivar het oneens over zijn onderdrukking: terwijl Santander geloofde dat de rebellen moesten worden gestraft, keerde Bolivar terug uit Peru en kondigde amnestie aan en maakte Paez de opperbevelhebber in Venezuela.

In 1828, op het Constitutionele congres in Ocaña, was er een openlijke splitsing tussen aanhangers van Bolivar en Santander over de toekomstige structuur van het land. Daarna verklaarde Bolivar zichzelf een dictator en schafte hij de post van vice-president af.

Op 25 september 1828 werd een poging gedaan om Bolivar te doden. Santander werd gearresteerd, beschuldigd van het organiseren van deze aanslag, en ter dood veroordeeld, maar hem werd vervolgens amnestie verleend door Bolivar en uit het land verdreven. Santander bracht veel tijd door in Europa waar hij de Verlichting bestudeerde.

Na de dood van Bolivar en de ineenstorting van Groot-Colombia keerde Santander in 1832 terug naar zijn vaderland en werd president van Republiek Nieuw-Granada.

Na zijn ambtstermijn bleef hij tot aan zijn dood een belangrijke en invloedrijke politieke figuur. Zijn ideologie wordt beschouwd als de basis voor de Colombiaanse Liberale Partij die acht jaar na zijn dood werd opgericht.

Hij werd in Bogota begraven.