Frank Ankersmit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Franklin Rudolf (Frank) Ankersmit (Diepenveen, 20 maart 1945) is een Nederlands historicus en filosoof.[1]

Ankersmit, telg van de textielfabrikanten-familie Ankersmit, studeerde aanvankelijk wiskunde en natuurkunde in Leiden. Na drie jaar stopte hij hiermee, waarna hij in militaire dienst moest. Vervolgens studeerde hij geschiedenis en filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1981 promoveerde hij daar op het proefschrift Narrative logic: a semantic analysis of the historian's language, een geschiedfilosofische studie over het narratieve element in de geschiedschrijving. In 1986 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij is oprichter en was tot voor kort hoofdredacteur van het tijdschrift Journal of the Philosophy of History, dat een strikt filosofische benadering van de reflectie op de geschiedschrijving bevordert.

In 1992 volgde zijn benoeming tot hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tot zijn voornaamste interessegebieden horen, naast de geschiedfilosofie de politieke filosofie, de esthetica en de historische sensatie. Het begrip representatie staat centraal in zijn werk dat zich concentreert op de historische, de politieke en de esthetische representatie. Hij schreef vijftien boeken die veelal vertaald werden in verschillende talen (in het Engels, Duits, Spaans, Portugees, Indonesisch, Hongaars, Pools, Tsjechisch, Russisch en Chinees). Daarnaast schreef hij meer dan tweehonderdvijftig wetenschappelijke artikelen en is hij lid van de editorial board van verschillende internationale tijdschriften op zijn vakgebied. Met zijn boek over de historische ervaring won hij de Socrates-wisselbeker 2008. In april 2009 gaf hij zijn laatste hoorcolleges aan de Rijksuniversiteit Groningen en werd hij in datzelfde jaar benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. In 2011 werd hem het eredoctoraat in de Letteren van de Universiteit Gent aangeboden en in datzelfde jaar werd hij benoemd tot lid van de Academia Europaea.

In de jaren tachtig ontwikkelde hij een narrativistische geschiedfilosofie. Daarin worden samenhang en orde in het verleden het resultaat van het 'verhaal' van de historicus genoemd. In de jaren negentig werkte hij deze gedachte uit tot een filosofie van de historische representatie. De historicus 'vertaalt' volgens deze filosofie geen in het verleden zelf gelegen betekenis, maar schept betekenis in een voorstelling die gezien kan worden als vervanging van een per definitie afwezige, voorbije, werkelijkheid. Omdat het woord ‘verhaal’ ongewenste associaties oproept met de roman, verving Ankersmit dat woord al snel door het veel adequatere woord ‘representatie’. Hij analyseerde het begrip representatie met een beroep op Leibniz’s logica en metafysica. Bij geen van de grootste filosofen uit de geschiedenis van het Westerse denken staat het begrip representatie zo centraal als bij Leibniz. In zijn latere werk concentreert Ankersmit zich vooral op de historische rationaliteit: d.w.z. de vraag op wat voor rationele gronden historici de ene representatie van het verleden prefereren boven anderen. Ook hier is Leibniz zijn gids.

Politiek[bewerken]

Ankersmit was lid van de VVD en hij was een van de auteurs van het liberaal manifest dat deze partij in 2004 presenteerde. Ankersmit is geregeld deelnemer aan het publieke debat over de democratie, het liberalisme en het conservatisme. Begin 2009 zegde hij zijn lidmaatschap van de VVD op. Zijns inziens zou die partij eerder neoliberaal dan liberaal zijn. Het neoliberalisme ziet hij als een terugkeer naar het feodalisme: beiden willen publieke bevoegdheden en verantwoordelijkheden in (semi-)private handen leggen. Het liberalisme werd aan het einde van de 18e en begin van de 19e eeuw juist geboren uit de verwerping van het feodalisme. Hij was lid van de Nationale Conventie, een door minister Pechtold in 2006 ingestelde commissie om te adviseren over de versterking van de democratie. In later jaren wees hij er op dat de representatieve democratie in feite een electieve aristocratie is en dat die gebaseerd is op de Middeleeuwse standenvertegenwoordiging en het soevereiniteitsbegrip van de absolute monarchie.

Werken[bewerken]

  • Narrative logic. A semantic analysis of the historian's language, Den Haag, Nijhoff, 1983 (proefschrift Groningen)
  • Denken over geschiedenis. Een overzicht van moderne geschiedfilosofische opvattingen, Groningen (Wolters/Noordhoff), 1983, 1986
  • De navel van de geschiedenis. Over interpretatie, representatie en historische realiteit, Groningen, Historische Uitgeverij Groningen, 1990
  • De historische ervaring, Groningen, Historische Uitgeverij Groningen, 1993
  • History and tropology. The rise and fall of metaphor, Berkeley, Univ. of California Press, 1994
  • De spiegel van het verleden. Exploraties deel I: Geschiedtheorie, Kampen, Kok Agora, 1996
  • De macht van representatie. Exploraties deel II: cultuurfilosofie en esthetica, Kampen, Kok Agora, 1996
  • Macht door representatie. Exploraties deel III: politieke filosofie, Kampen, Kok Agora 1997)
  • Aesthetic politics. Political philosophy beyond fact and value, Stanford, Stanford/Cambridge UP, 1997
  • The reality effect in the writing of history: the dynamics of historiographical topology, Amsterdam, Noordhollandsche, 1990
  • Historical Representation, Stanford, Stanford/Cambridge 2001
  • Political Representation, Stanford, Stanford/Cambridge 2001
  • 'Leibniz en het netwerk. Fragmentatie, eenheid en politieke ideologie'. In: Krisis Tijdschrift voor actuele filosofie, 2002, issue 2 link
  • Sublime Historical experience, Stanford/Cambridge 2005
  • De sublieme historische ervaring, Groningen, Historische Uitgeverij 2007
  • De representatieve democratie is een electieve aristocratie, Groningen 2010 (afscheidscollege Rijksuniversiteit Groningen, 12 april 2010)
  • Meaning, Truth and Reference in Historical Representation, Ithaca/Londen, Cornell UP 2012
  • Vom Mittelalter zur Demokratie und wieder zurück, P. Diehl, F. Steilen Hrsgb., 'Politische Repräsentation und das Symbolische', Wiesbaden, Springer 2016