Frank Arnesen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frank Arnesen
24-7-1978. Frank Arnesen tijdens de perspresentatie van Ajax in het seizoen 1978/1979.
24-7-1978. Frank Arnesen tijdens de perspresentatie van Ajax in het seizoen 1978/1979.
Persoonlijke informatie
Volledige naam Frank Arnesen
Geboortedatum 30 september 1956
Geboorteplaats Kopenhagen, Denemarken
Lengte 181 cm
Positie Aanvallende middenvelder (rechts, centrum)
Clubinformatie
Spelend bij Gestopt in juni 1988
Senioren
Seizoen Club w 0(g)
1974–1975
1975–1981
1981–1983
1983–1985
1985–1988
Fremad Amager
Ajax
Valencia CF
Anderlecht
PSV
00 (19)
159 (51)
32 (10)
50 (15)
55 (11)
Interlands
1977–1987 Vlag van Denemarken Denemarken 52 (14)
Getrainde clubs
1991–1993
1994–2004
2004–2005
2005–2010
2010–2013
2014-2014
2015-2018
PSV (assistent)
PSV (manager)
Tottenham Hotspur (manager)
Chelsea FC (manager)
Hamburger SV (manager)
Metallist Kharkiv (manager)
PAOK Saloniki (manager)
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Frank Arnesen (Deense uitspraak: aa(r)-ne-sen) (Kopenhagen, 30 september 1956) is een voormalige Deense voetballer.

Clubcarrière[bewerken]

Na 1 jaar gymnasium, ging Arnesen direct werken. Als jonge, onbekende voetballer van de Deense club Fremad Amager werd hij op 20 november 1975 door Ajax gekocht, samen met Søren Lerby. De in 1975 nog frêle Frank Arnesen (178 cm, 62 kg eind 1975, met ± 72 kg in 1978/1979 fysiek wat sterker) debuteerde onder trainer Rinus Michels op 7 maart 1976 uit tegen FC Utrecht (1-1). Ook zijn laatste wedstrijd voor Ajax was tegen Utrecht, ditmaal thuis in Amsterdam en onder interim-trainer Aad de Mos. Op 6 juni 1981 werd met 1-0 gewonnen. In de zes seizoenen Ajax speelde Arnesen 209 wedstrijden waarin hij 75 keer scoorde. Hij werd landskampioen in 1977, 1979 en 1980 en won de KNVB beker in mei 1979 (FC Twente werd met 1-1 en 3-0 verslagen in de 2 finales). In de mei-maanden van 1978, 1980 en 1981 werd de bekerfinale verloren van respectievelijk AZ '67 (0-1), Feyenoord (3-1) en opnieuw AZ '67 (1-3). In de lente van 1980 haalde Arnesen met Ajax, na onder meer het Franse RC Strasbourg uitgeschakeld te hebben (0-0, 4-0), de halve finale van de Europa Cup I, waarin Ajax door het Britse Nottingham Forest nipt werd uitgeschakeld (uit 2-0 verlies, thuis 1-0 zege). Ajax haalde in dit EuropaCup I-toernooi 1979-1980 een historisch doelsaldo van +23 (31-8). In de Ballon d'Or verkiezingen van het kalenderjaar 1980, verkiezingen tot Europees voetballer van het jaar, georganiseerd door het Franse tijdschrift France Football, behaalde Arnesen de 22ste plaats (2de competitiehelft 1979/1980, 1ste competitiehelft 1980/1981).

Arnesen ontpopte zich bij Ajax uiteindelijk als zwervende, multipositionele aanvallende middenvelder (vooral op rechts en centraal). In constructief en offensief opzicht was Arnesen een complete voetballer, met een surplus aan techniek, spelinzicht, loopvermogen en ijver, en met een groot scorend vermogen voor een middenvelder. Hij had een goed oog voor de vrije ruimte, en omspeelde tegenstanders met diverse slimme, subtiele trucs op esthetisch fraaie wijze, zowel over de grond (niet alleen middels 1-2's en dribbels), als met lobs / boogballen. Hij was de Rob Rensenbrink van het middenveld, de man met een fluwelen techniek zoals men die zelden meer ziet. Arnesen was samen met Tscheu La Ling, Simon Tahamata, Frank Rijkaard en Gerald Vanenburg, één van de grootste smaakmakers bij Ajax in de periode 1975/76-1980/81. Arnesen speelde eerst ook samen met Piet Schrijvers, Sjaak Storm, Pim van Dord, Jan Everse, René Notten, Dick Schoenaker, loopwonder Hans Erkens, topscorer Ruud Geels, Ray Clarke en Geert Meijer; vanaf 1979 en 1980 speelde Arnesen ook samen met Hans Galjé, Jan Weggelaar, Keje Molenaar, Edo Ophof, Peter Boeve, Henning Jensen, Martin van Geel, Wim Kieft en Martin Wiggemansen. Frank Arnesen en Søren Lerby voelden en vulden elkaars acties perfect aan. In de zomer van 1980, bij de start van zijn laatste seizoen bij Ajax (1980/81), volgde Frank Arnesen de naar Vancouver Whitecaps vertrokken Ruud Krol op als aanvoerder. Eind november 1980 werd Johan Cruijff technisch adviseur, toen Ajax 8ste stond in de competitie. Cruijff trainde ook mee met de selectie, en nam libero Wim Jansen mee van de Washington Diplomats als vervanger voor Ruud Krol. Cruijff vertrok eind februari 1981 naar het Spaanse Levante, nadat hij Ajax weer op de rails gezet had. Met interim-trainer Aad de Mos (8-3-1981 - 30-6-1981) als opvolger van Leo Beenhakker, finishte Ajax verrassend nog als 2de in de competitie. Ook in het KNVB beker-toernooi schopte Ajax het nog tot een 2de positie, eveneens achter AZ'67.

In de zomer van 1981 werd Arnesen door Valencia CF gekocht. Daar had hij wegens blessureleed geen bijzonder succesvolle periode. Twee jaar later verhuisde hij naar RSC Anderlecht, dat in de Belgische competitie in 1983-1984 als 3e finishte en in 1984-1985 zeer overtuigend landskampioen werd.

Eind november 1985 werd Arnesen door PSV gekocht, dat Ajax te snel af was. In Eindhoven kende Arnesen drie uiterst succesvolle seizoenen bij PSV. Zowel in 1986, 1987 en 1988 werd het landskampioenschap behaald. In 1988 won hij ook de KNVB beker en maakte hij deel uit van het team dat de Europa Cup I veroverde.

Interlandcarrière[bewerken]

Arnesen speelde 52 keer voor het Deense nationale elftal en maakte veertien doelpunten. Hij nam deel aan het Europees kampioenschap in 1984 in Frankrijk en het Wereldkampioenschap in 1986 in Mexico. Hij maakte zijn debuut voor de nationale ploeg op 5 oktober 1977 in de vriendschappelijke uitwedstrijd tegen Zweden (1-0).

Managerscarrière[bewerken]

Na zijn actieve carrière werd Arnesen eerst assistent-trainer bij PSV (1991-1993). In 1993 werd hij op non-actief gezet na een vernietigend interview over hoofdtrainer Hans Westerhof. In 1994 kreeg hij de functie van technisch manager aangeboden. Een functie die hij tien jaar, tot 2004, bekleedde. In deze periode ontdekte hij spelers als Ronaldo, Jaap Stam, Ruud van Nistelrooij en Arjen Robben.

In 2004 maakte hij de overstap naar Tottenham Hotspur, waar hij ook manager werd. Sinds 1 september 2005 bekleedt hij die functie bij Chelsea. In 2010 maakte Arnesen bekend dat hij zijn contract bij de club niet zou verlengen. Daarop besloot Hamburger SV toe te slaan en de Deen een contract aan te bieden. Hier ging Arnesen op in, waarna hij overeenstemming bereikte voor een samenwerking tot 2014. Bij de Duitse club werd hij de opvolger van Bastian Reinhardt.[1] Half 2013 vertrok Arnesen. Per 1 februari 2014 werd hij manager bij het Oekraïense Metallist Kharkiv. Wegens de gevaarlijke politieke situatie aldaar, was Arnesen genoodzaakt na een maand zijn contract te beëindigen. Halverwege 2015, bij de start van het seizoen 2015-2016, werd Arnesen manager bij het Griekse PAOK Saloniki, waar hij een contract kreeg tot medio 2018, het eind van het seizoen 2017-2018.

Zie ook[bewerken]