Frans Hals Museum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Frans Hals Museum
Toegangspoort van het Oudemannenhuis waar het Frans Hals Museum sinds 1913 is gevestigd.
Toegangspoort van het Oudemannenhuis waar het Frans Hals Museum sinds 1913 is gevestigd.
Locatie Groot Heiligland 62, Haarlem
Coördinaten 52° 23′ NB, 4° 38′ OL
Opgericht 1862
Personen
Directeur Ann Demeester
Medewerkers 45
Huisvesting
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 19195
Architect Oudemannenhuis: mogelijk Pieter van Campen (1607-1611)
Museum: L.C. Dumont (1913)
Aantal bezoekers 195.000 (2013)[1]
150.802 (2017) (115.340 Hal, 35.462 Hof)[2]
Detailkaart
Frans Hals Museum (Haarlem-centrum)
Frans Hals Museum
Website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Frans Hals Museum en de binnentuin

Het Frans Hals Museum (Frans Halsmuseum, vroeger Stedelijk Museum van Haarlem) is een museum in de Noord-Hollandse stad Haarlem, opgericht in 1862, dat bekendstaat als "museum van de Gouden Eeuw". De collectie is gebaseerd op de rijke verzameling van de stad zelf, die vanaf de 16e eeuw is opgebouwd. Het museum bezit honderden schilderijen, waaronder meer dan een dozijn van Frans Hals, aan wie het museum zijn naam dankt. De collectie van de Gouden Eeuw bevindt zich in de locatie Hof aan het Groot Heiligland, met als kern het voormalige Oudemannenhuis uit de 17e eeuw. De moderne collectie is te vinden aan de Grote Markt in de locatie Hal, die is samengesteld uit de naast elkaar gelegen 17e-eeuwse Vleeshal en 19e-eeuwse Verweyhal.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het begin van de collectie van de stad Haarlem werd gevormd in 1581, vlak na de Reformatie, toen Haarlem van de Staten van Holland alle goederen van de katholieke kloosters en andere katholieke instellingen in Haarlem kreeg.

In 1590 schilderde Cornelis Cornelisz van Haarlem in opdracht van het stadsbestuur vier grote schilderijen voor het Prinsenhof, een onderdeel van het Stadhuis van Haarlem. Drie van de vier hangen in het Frans Hals Museum. Toen in 1625 de laatste broeder van het belangrijke Sint-Jansklooster overleed, kwam een deel van de kunstwerken van het klooster in handen van de stad, waaronder Jan van Scorels De doop van Christus in de Jordaan.

In 1797 werden de schutterijen opgeheven. Negen grote schuttersstukken uit de verenigingsgebouwen werden in het stadhuis in veiligheid gebracht. Vier van de negen waren geschilderd door Frans Hals, de overige door Pieter de Grebber en anderen.

In 1862 opende het Stedelijk Museum van Schilderijen en Oudheden zijn deuren. Het werd gevestigd in het stadhuis, dat hiervoor werd uitgebreid met een aantal museumzalen aan het Prinsenhof. Er werden 123 schilderijen getoond. De verzameling werd gestaag uitgebreid met schenkingen en een groot bruikleen van het Sint Elisabeth Gasthuis. In die tijd kende het museum beroemde bezoekers: Claude Monet, Max Liebermann, James McNeill Whistler en anderen bezochten het museum om de werken van Frans Hals te bestuderen.

De collectie werd flink uitgebreid door de in 1875 opgerichte Vereeniging tot uitbreiding der Verzameling van Kunst en Oudheden, dusdanig dat de collectie te groot werd en een eigen gebouw verdiende. In 1913 verhuisde het museum naar het voormalige Oudemannenhuis aan het Groot Heiligland, nu bekend als hof. Het werd genoemd naar Haarlems beroemdste kunstenaar: Frans Hals. Sindsdien is de collectie uitgebreid door legaten, schenkingen en aankopen, de laatste mede dankzij de steun van de Vereniging van Vrienden van het Frans Hals Museum en andere instellingen.

Verzelfstandiging

In 2009 werd het museum verzelfstandigd in de Stichting Frans Hals Museum De Hallen, waarbij de collectie en de gebouwen in eigendom bleven van de gemeente Haarlem en andere bruikleengevers. Vanaf 2015 was er een structureel geldtekort, doordat de gemeentelijke bijdrage relatief laag was en gesprekken daarover op niets waren uitgelopen. Uitgevoerde kostenbesparingen leverden te weinig op, waarna in 2019 acuut gevaar voor een faillissement ontstond. Aan het eind van dat jaar verscheen een extern rapport dat analyseerde dat de gemeentelijke bijdrage ver achterbleef bij wat vergelijkbare musea in andere Nederlandse gemeenten ontvingen.[3] De gemeente besloot met een eenmalige extra subsidie het museum tegemoet te komen en verder in gesprek te gaan over een structurele oplossing.[4]

Huisvesting[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Hal (Frans Hals Museum) en Hof (Frans Hals Museum)

Het museum is verspreid over twee locaties. Het Oudemannenhuis werd in 1913 stevig onder handen genomen en uitgebreid. De vleugels van het regelmatig aangepaste gebouw werden gesloopt en in vroeg-17e-eeuwse stijl weer opgebouwd naar een ontwerp van stadsarchitect L.C. Dumont. De oorspronkelijke plattegrond, de toegangspoort en het hoofdgebouw bleven gehandhaafd. Op 14 mei 1913 werd het museum geopend.

In 1961 werd de Vishal als tentoonstellingsruimte aan het Frans Hals Museum toegevoegd, in 1967 volgde de Vleeshal. In 1993 is de Vishal verzelfstandigd als expositieruimte[5] en werd de Verweyhal aangekocht, die sindsdien samen met de aangrenzende Vleeshal de museumlocatie voor moderne kunst De Hallen vormt. Deze kreeg in 2018 de benaming Hal.

Collectie[bewerken | brontekst bewerken]

De collectie van het museum heeft een omvang van 17.000 objecten, waarvan ongeveer de helft moderne kunst. Het museum beheert ongeveer 800 schilderijen uit de Nederlandse Gouden Eeuw. De collectie omvat verder zilver- en glaswerk en meubelen. Het depot, evenals het restauratieatelier, bevindt zich op de zolders. Tot voor een asbestsanering in 2011 waren de klimatologische omstandigheden zo slecht dat het museum overwoog twee schilderijen te verkopen om een extern depot te kunnen financieren.[6] Dit leidde onder meer bij de staatssecretaris van Cultuur tot negatieve reacties en ook de erven bleken niet op de hoogte.[7]

Haarlemse schilderkunst[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg zie ook Schilderkunst in Haarlem

De schilderijen van Frans Hals, van zijn voorgangers, zijn leerlingen, zijn collega's én zijn concurrenten bieden een overzicht van de Haarlemse schilderkunst in de Gouden Eeuw. In de aanloop naar de Gouden Eeuw waren er enkele schilders in Haarlem, Jan van Scorel en Maarten van Heemskerck en later Cornelis Cornelisz van Haarlem, Hendrick Goltzius en Karel van Mander, die de schilderkunst in Haarlem op hoog niveau brachten.

Van al die nieuwe genres zijn in het Frans Hals Museum voorbeelden te vinden: portretten van Frans Hals, landschappen van Jacob van Ruisdael, huishoudens van Jan Steen, “ontbijtjes” van Floris van Dijck – stuk voor stuk hoogtepunten van de Gouden Eeuw. Tot de kunstschilders, vooral uit de barok van wie werk permanent te zien is in het Frans Hals Museum, behoren:

Moderne kunst[bewerken | brontekst bewerken]

De moderne kunstcollectie omvat meer dan 10.000 werken. Daaronder bevindt zich werk van Haarlemse schilders als Jacobus van Looy, Henri Boot en Kees Verwey en Nederlandse modernisten als Jan Toorop en Piet Mondriaan. Ook Herman Kruyder, die een tijd lang in Haarlem woonde, is in de collectie te vinden. In de collectie naoorlogse kunst bevindt zich werk van onder anderen CoBrA en kunstenaars uit de Nieuwe Figuratie. Naast schilder- en beeldhouwkunst werd in het laatste kwart van de twintigste eeuw ook eigentijds keramiek aan de collectie toegevoegd.

Na 2001 heeft het verzamelbeleid onder leiding van directeur Karel Schampers een meer internationaal karakter gekregen. Fotografie en bewegend beeld (film en video) werden toegevoegd. De fotografiecollectie bevat werk van onder meer Nan Goldin, Boris Mikhailov, Dana Lixenberg, Sarah Lucas en Bertien van Manen. De collectie bewegend beeld bevat werken van onder anderen Paul McCarthy, Andrea Fraser, Michel Auder, Erik van Lieshout, Joost Conijn, Guido van der Werve en Renzo Martens.

Interieur[bewerken | brontekst bewerken]

Tentoonstellingen (selectie)[bewerken | brontekst bewerken]

Jubileumtentoonstelling 100 jaar Frans Halsmuseum in 1961
  • De Gouden Eeuw begint in Haarlem, Afscheidstentoonstelling van conservator Pieter Biesboer, 11 oktober 2008 t/m 1 februari 2009
  • Rembrandt, een jongensdroom, De collectie Kremer, 14 februari t/m 21 juni 2009
  • Judith Leyster, 19 december 2009 t/m 9 mei 2010
  • De Gouden Eeuw viert feest, 11 november 2011 t/m 6 mei 2012
  • De Hollandse Michelangelo. Cornelis van Haarlem, 29 september 2012 t/m 20 januari 2013
  • Frans Hals. Oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan, 23 maart t/m 28 juli 2013
  • Emoties - Geschilderde gevoelens in de Gouden Eeuw, 11 oktober 2014 t/m 15 februari 2015
  • Jan van Scorel. Een hemelse ontdekking, 14 november 2015 t/m 13 maart 2016
  • Barbaren & Wijsgeren, 25 maart t/m 20 augustus 2017

Directeuren[bewerken | brontekst bewerken]

Directeur Derk Snoep met prinses Margriet in 1990

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen en referenties[bewerken | brontekst bewerken]