Frans Verstraten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans Verstraten (Langenboom, 1963) is een Nederlandse waarnemingspsycholoog en hoogleraar Psychologische Functieleer aan de Universiteit Utrecht. Hij heeft vooral naam gemaakt op het gebied van adaptatieve processen in het brein.

Levensloop[bewerken]

Verstraten studeerde Psychologische Functieleer aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen en promoveerde Cum Laude aan de Universiteit Utrecht. Voor zijn proefschrift ontving hij in 1995 de eerste dissertatieprijs van de Nederlandse Vereniging voor Psychonomie. Tussen 1994 tot 2000 verbleef hij voornamelijk in Canada (McGill University en University of Toronto), de Verenigde Staten (Harvard University) en Japan (Advanced Telecommuniciations Research Institute ATR). In 2000 volgde de benoeming tot hoogleraar Psychologische Functieleer aan de Universiteit Utrecht op de leerstoel die tot 1998 door Piet Vroon werd bezet. In 2002 ontving hij een Pionierbeurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Vanaf 2012 bezet hij de McCaughey Chair of Experimental Psychology aan Sydney University.

Verstraten staat ook bekend om zijn lezingen en colleges. Van 2003 tot 2009 was hij onder andere met Robbert Dijkgraaf lid van het wetenschappelijke panel voor het televisieprogramma Hoe?Zo!. Hij schreef als columnist voor de Volkskrant en Mind Magazine. Zijn geboortedorp is hij niet vergeten en hij verzorgt nog steeds maandelijks enkele rubrieken in het Langenbooms nieuwsblad Rondom 't Torentje.[bron?]

Bibliografie[bewerken]

  • Frans Verstraten (2011). De wereld van onze psyche. (luisterboek 4 CD). Den Haag: Home Academy.
  • Frank Wijnen & Frans Verstraten [redactie] (2009). Het brein te kijk: een verkenning van de cognitieve neurowetenschappen. Londen: Pearson.
  • Frans Verstraten (2006). Psychologie in een Notendop. Amsterdam: Prometeus.
  • George Mather, Frans Verstraten & Stuart Anstis [redactie] (1998). The Motion Aftereffect: A modern perspective. Cambridge: MIT-press.

Externe link[bewerken]