Frans van Schaik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Frans van Schaik
Frans van Schaik (1969)
Frans van Schaik (1969)
Algemene informatie
Volledige naam Gerrit Frans van Schaik
Geboren Amsterdam
Overleden Amsterdam
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Beroep bedrijfsleider in een fabriek van knippatronen
Verwante artiesten Cor Steyn
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Gerrit Frans van Schaik (ook weleens geschreven als van Schaick) (Amsterdam, 8 december 1907 - Amsterdam, 4 januari 1990) was een Nederlands zanger.

Hij was oorspronkelijk bedrijfsleider van een fabriek in knippatronen. In de jaren dertig begon hij een zangcarrière onder de artiestennaam Ted Jenkins. Aanvankelijk zong hij vooral Franse chansons en cowboyliederen.

In 1940 nam hij de zang voor zijn rekening in het muzikale hoorspel Vrouw aan boord van Anton Beuving en Jan Vogel. Eén van de liederen daarin was Ketelbinkie, wat zijn grootste succes zou worden. Drie jaar later zette hij het voor het eerst op de plaat, op het orgel begeleid door Cor Steyn.

Door het succes van Ketelbinkie concentreerde Van Schaik zich vooral op zeemansliederen. Zijn artiestennaam was de zingende zwerver. Andere populaire liederen van hem waren Het zwerverslied (1946), Geef mij maar een schip (1947), En altijd komen er schepen (1948) en Droomland (1950). Hij was ook tweemaal in een Nederlandse film te zien: in 1949 in Een koninkrijk voor een huis en in 1955 in Ciske de rat. Ook trad hij regelmatig op in revues en operettes. Maar het is het lied over de straatjongen van Rotterdam waardoor de Amsterdammer Van Schaik nog steeds voortleeft.