Fred Spijkers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fred Spijkers
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Volledige naam Jacob Joseph Spijkers
Geboren 17 juni 1946
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Beroep maatschappelijk werker

Fred Spijkers (17 juni 1946) is een Nederlands maatschappelijk werker en klokkenluider.

Spijkers werkte vanaf juli 1984 als bedrijfsmaatschappelijk werker voor de afdeling personeelszaken van de Koninklijke Marine van het ministerie van Defensie. Omdat hij als klokkenluider optrad over een affaire om ondeugdelijke landmijnen kwam hij in een juridisch conflict met zijn werkgever dat tot 2010 heeft geduurd.[1]

Aanleiding: Landmijnenaffaire[bewerken]

Op 14 september 1984 kwam tijdens een oefening mijnexpert Rob Ovaa om het leven bij een ongeluk met een mijn. Spijkers, net in functie, kreeg de opdracht de vrouw van Ovaa te vertellen dat haar man door eigen nalatigheid was omgekomen. Tijdens het gesprek met de weduwe op 14 september 1984 maakte Spijkers duidelijk dat hij was gestuurd maar niet achter zijn boodschap stond. Spijkers had het vermoeden dat mijnen van het desbetreffende type AP-23 van het voormalige Nederlandse staatsbedrijf Eurometaal ondeugdelijk waren; een jaar eerder had ook een dodelijk ongeluk plaatsgevonden. Hierbij waren zes dienstplichtigen omgekomen. Spijkers begon een onderzoek en ontdekte dat de ondeugdelijkheid van dit type mijnen al sinds 1970 intern bekend was.[2]

Klokkenluiderszaak Spijkers[bewerken]

In 1987 werd Spijkers psychiatrisch onderzocht. Hij werd als paranoïde en schizofreen omschreven, en kwam dat jaar in de WAO terecht. Later stelde het Haags Gerechtshof vast dat het psychiatrisch onderzoek waarop deze maatregel gebaseerd was vervalst door Defensie.[3] In 1987 werd hij van zijn functie ontheven en in 1997 ontslagen.[4]

Intimidatie[bewerken]

In oktober 2005 bracht een reconstructie van Alexander Nijeboer in weekblad Nieuwe Revu het nieuws dat de klokkenluider door staatssecretaris van Defensie Henk van Hoof met de dood was bedreigd. Spijkers zelf bevestigde in het programma Nova dat hij enkele jaren eerder door toenmalig staatssecretaris van Defensie was bedreigd met "een dodelijk wapen" als hij de stukken waarover hij beschikte naar buiten zou brengen.[5]

Erkenning[bewerken]

Na jarenlange strijd volgde bemiddeling door de Nationale Ombudsman en een onderzoek door KPMG. In een zogeheten vaststellingsovereenkomst erkende het ministerie van Defensie op 29 november 2002 dat het Spijkers, de Tweede Kamer, de media en de samenleving achttien jaar lang systematisch had misleid.[6]

Spijkers werd in deze overeenkomst een schadevergoeding toegezegd en daarnaast een vergoeding van juridische en medische kosten; hij zou worden gerehabiliteerd en zijn dossiers zouden worden geschoond van kwalificaties als "politiek crimineel" en "politiek psychiatrisch geval". Ook Marjolein Ovaa en haar twee kinderen kregen een schadevergoeding. Spijkers en Ovaa zouden beiden koninklijk worden onderscheiden. Ook zou Spijkers wachtgeld ontvangen over de periode 1993 - 2011.

Uitvoering compensatieregeling[bewerken]

Spijkers ontving in 2003 een onbelaste schadevergoeding van 1,6 miljoen euro. Op 29 augustus 2005 meldde staatssecretaris van Defensie Van der Knaap dat hij de juridische en medische kosten van Spijkers niet zou vergoeden. In september 2005 kreeg Spijkers in strijd met de gemaakte afspraken toch een belastingaanslag van 900 duizend euro opgelegd over de toegekende schadevergoeding. Van der Knaap zegde in een commissievergadering van de Tweede Kamer toe deze belastingaanslag te zullen betalen.[7]

Geheim archief[bewerken]

De stukken liggen opgeslagen in een speciale ruimte van het Nationaal Archief, uitsluitend toegankelijk met een combinatie van twee unieke elektronische pasjes waarvan een in bewaring bij een notaris. Dit archief is tot minimaal 2026 uitsluitend door de minister of staatssecretaris in te zien.[8]

De geheimhouding rond het archief biedt voeding voor verschillende speculaties. Zo zouden zich in het archief stukken bevinden over de val van Srebrenica[9] en zouden er bewijzen zijn dat de mijnen tot ontploffing gekomen zijn bij de vuurwerkramp in Enschede.[10]

Een Man Tegen De Staat[bewerken]

Over de klokkenluiderszaak van Fred Spijkers schreef journalist Alexander Nijeboer in 2006 de omstreden non-fictie roman Een man tegen de staat.

Voor dit boek deed hij drie jaar journalistiek onderzoek. In Een man tegen de staat staan forse beschuldigingen aan het adres van diverse politici en topambtenaren van de ministerie van Defensie en het ministerie van Binnenlandse Zaken beschreven. Zo beschuldigde hij onder meer defensiestaatssecretaris Cees van der Knaap ervan dat hij 23 maal de Tweede Kamer verkeerd inlichtte dan wel voorloog over deze grootste klokkenluiderszaak uit de Nederlandse geschiedenis. Ook zouden ambtenaren in dienst van Defensie en Binnenlandse Zaken meerdere processen-verbaal en medische rapporten hebben vervalst, onder meer om Spijkers als 'psychiatrisch patiënt' af te schilderen. Het eerste exemplaar van Een man tegen de staat werd op 28 oktober 2006 in ontvangst genomen door FNV-voorzitter Agnes Jongerius. Zij gaf aan te zijn geschrokken van de onderzoeksresultaten van Nijeboer. Op 7 maart 2008 publiceerde het vakblad Openbaar bestuur een wetenschappelijk onderzoek naar aanleiding van de publicatie van Een man tegen de staat. Elf academici van de Universiteit van Amsterdam deden onder leiding van prof. dr. J. van der Vliet ruim een jaar lang onderzoek naar de zaak-Spijkers. De academici bevestigden in grote lijnen wat Nijeboer in zijn boek al concludeerde en oordeelden dat de overheid decennialang het leven van Spijkers onmogelijk maakte. Zij beoordeelden het overheidsoptreden op sommige aspecten als 'kwaadaardig'.

Een man tegen de staat is een van de meest bestreden boeken uit de Nederlandse non-fictie. Het boek leverde Nijeboer vijf rechtsgangen op. Oud-minister Job de Ruiter probeerde publicatie van het boek nog voor verschijning via de rechter tegen te houden wegens grievende passages aan het adres van de oud-bewindsman. Dit geschil werd nog voor publicatie geschikt. Ook oud-topmilitair Diederik Fabius probeerde het boek uit de handel te krijgen. Hij eiste onder meer tienduizend euro schadevergoeding en rectificaties in landelijke dagbladen, eveneens omdat het boek grievende passages zou bevatten. Fabius zou onderzoeksrapporten hebben gemanipuleerd, zo schreef Nijeboer. De voorzieningenrechter vond in kort geding dat de beschuldigingen werden gedragen door het ten tijde van publicatie beschikbare feitenmateriaal. Na het verloren kort geding spande Fabius een bodemprocedure aan tegen de auteur. De rechter stelde Nijeboer op nagenoeg alle punten in het gelijk, twee opinies van Nijeboer over de handelwijze van Fabius vond de rechter te ver gaan.

Defensiestaatssecretaris Cees van der Knaap spande via de landsadvocaat eveneens een bodemprocedure aan tegen de auteur vanwege diens beschuldiging dat de bewindsman 20-maal de Tweede Kamer voorloog en hierbij mogelijk documenten zou hebben geantedateerd (valsheid in geschrifte). Nijeboer en Van der Knaap schikten deze zaak, waarbij Nijeboer bij zijn belangrijkste beschuldiging blijft: dat Van der Knaap 23 maal de Tweede Kamer voorloog. Nijeboer kreeg bij zijn juridische strijd steun van de vakbonden FNV en NVJ.

Een man tegen de staat wordt in 2008 aangehaald in de rap Kamervragen van rapduo Lange Frans en Baas B. Zij lieten zich door het boek inspireren. Ook stond het boek aan de basis van het hernieuwde maatschappelijke debat over de positie van klokkenluiders zoals dat in het voorjaar van 2008 plaatsvond en worden passages uit het boek Een man tegen de staat en gebeurtenissen uit de zaak-Spijkers regelmatig door media aangehaald als het gaat om grove misdragingen van de overheid tegenover klokkenluiders.

Onderscheidingen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]