Fred Trump

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Frederick Christ Trump (New York, 11 oktober 1905 – aldaar, 25 juni 1999[1]), meestal Fred Trump genoemd, was een Amerikaanse vastgoedontwikkelaar en filantroop. Hij is de vader van federaal rechter Maryanne Trump Barry en vastgoedmagnaat Donald Trump, sinds 20 januari 2017 de 45ste president van de Verenigde Staten.

Biografie[bewerken]

Familiefoto van de Trumps genomen omstreeks 1915, met helemaal links Fred Trump op ca. 10-jarige leeftijd

Fred Trump was de middelste van drie kinderen van Frederick en Elizabeth Christ Trump, twee Duitse immigranten. Zijn vader Friedrich was op 14 maart 1869 geboren in het Duitse Kallstadt en emigreerde in 1885 naar de VS.

Fred Trump werkte eerst als timmerman, maar begon reeds op 15-jarige leeftijd aan een carrière in het zakenleven en legde zich toe op vastgoedontwikkeling. In 1923 richtte hij samen met zijn moeder het familiebedrijf Elizabeth Trump & Son op, dat tot op heden bestaat (tegenwoordig als The Trump Organization). Zijn moeder schonk hem een lening van 800 dollar waarmee hij in Woodshaven een eigen huis bouwde, dat hij vervolgens met grote winst verkocht. Eind jaren twintig bouwde Fred Trump eengezinswoningen in Queens, die hij vervolgens verkocht. Midden jaren dertig (ten tijde van de Grote Depressie) richtte hij in Woodhaven een eigen supermarkt op, Trump Market, dat vervolgens werd opgekocht door King Kullen.

In 1927 werd Fred Trump tijdens Memorial Day samen met zes andere personen aangehouden toen er gevechten uitbraken tussen sympathisanten van het Italiaanse fascisme en de Ku Klux Klan, waarvan Trump deel uitmaakte. Er vielen onder de Italianen die hierbij waren betrokken twee doden.[2]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij bouwprojecten voor de United States Navy bij scheepswerven op diverse plaatsen langs de oostelijke kust, onder meer in Pennsylvania en Virginia. Na de oorlog bouwde hij woningen voor oorlogsveteranen met een gemiddeld inkomen, onder meer in de New Yorkse buurt Bensonhurst (Brooklyn).

In 1954 begon de Amerikaanse Senaatscommissie een gerechtelijk onderzoek naar Fred Trump. De aanleiding was dat hij bij de bouw van een veteranenappartement bekend als "Beach Haven" voor miljoenen dollars onrechtmatige winst zou hebben gemaakt. In september 1954 spanden 2500 huurders een proces aan tegen Trump en de Federal Housing Administration wegens het maken van woekerwinsten. Zanger en oorlogsveteraan Woody Guthrie was ook een van de huurders van het appartement, en van hem zijn songteksten teruggevonden waarin hij Trump beschuldigt van racisme.[3]

Gedurende de laatste zes jaar van zijn leven leed Fred Trump aan de ziekte van Alzheimer. In juni 1999 liep hij een longontsteking op. Hij overleed korte tijd later op 93-jarige leeftijd in het Long Island Jewish Medical Center in New Hyde Park, New York.

Privé[bewerken]

Trump was getrouwd met Mary MacLeod, een Schotse migrante afkomstig van het eiland Lewis.[4] Uit censusgegevens blijkt dat het echtpaar in april 1935 op 175/24 Devonshire Road in New York woonde.[5] Ze kregen in totaal vijf kinderen: Maryanne (1937), Frederick jr. (1938-1981), Elizabeth (1942), Donald (1946) en Robert (1948).