Frederik Maurits de La Tour d'Auvergne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Frederik Maurits de La Tour d'Auvergne.
Duc de Bouillon, sculptuur van Pierre Le Gros

Frederik Maurits (Frans: Frédéric Maurice) de La Tour d'Auvergne (Sedan, 1605 - Pontoise, 1652) was een kleinzoon van Willem van Oranje. Als erfgenaam van het huis la Tour d'Auvergne was hij de laatste soevereine vorst van Sedan en was hij hertog van Bouillon. Hij was ook generaal in het Franse leger.

Levensloop[bewerken]

Familie[bewerken]

Hij was de zoon van Elisabeth van Nassau en Hendrik van Bouillon en werd streng calvinistisch opgevoed. Zijn ouders bestuurden zowel het prinsdom Sedan als het hertogdom Bouillon. In 1621 vertrekt hij naar de Nederlanden om zich bij zijn ooms Maurits en Frederik Hendrik militair te laten scholen. In 1623 erft hij de vorstendommen Sedan en Bouillon.

Staats militair[bewerken]

Hij nam deel aan het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 en kreeg als compensatie het medebestuur over de tweeherige stad Maastricht, waarvan hij na de Staatse verovering in 1632 gouverneur werd met opeisen van de voorgaande rechten van de hertog van Brabant. Op 22 november 1632 beloofde de Staatse gouverneur ook trouw aan de andere heer, aan de prins-bisschop van Luik.

Tegen de wens van zijn familie trouwde hij in 1634 met de katholieke Eleonora van den Bergh, dochter van Frederik van den Bergh, heer van Boxmeer, Sambeek, Haps en Meer. In 1637 nam hij als commandant voor het Staatse leger deel aan het beleg van Breda.[1] In hetzelfde jaar bekeerde de streng gereformeerde vorst zich tot de Rooms-Katholieke Kerk. Hierna werd hij onterfd door de familie Nassau.

Frans militair[bewerken]

Sedan aan de Maas, in de 17e eeuw
kasteel van Pierre-Scize in Lyon, gevangenis voor Frederik Maurits (1642-1644)

Hij trad in militaire dienst van koning Lodewijk XIII van Frankrijk, met name in de cavalerie van het Régiment de Flandres. Zijn vorstendom was een thuishaven van Hugenoten en, zelfs met hem als katholieke vorst, bleeft dit bestaan; bovendien verzamelden er zich andere malcontenten rondom Frederik Maurits, zij die niets wilden weten van de dictaten van kardinaal de Richelieu. Zo troepten graaf Lodewijk van Bourbon-Soissons en hertog Hendrik II van Guise samen met Frederik Maurits. Zij riepen zich uit tot Princes de la Paix, wat betekende actie tegen kardinaal Richelieu maar pro Lodewijk XIII. Richelieu's analyse was dat heel Sedan een ernstige bedreiging geworden was van zijn regime. In 1641 stuurde Richelieu troepen naar Sedan, onder leiding van maarschalk Gaspard III de Coligny. Frederik Maurits won de slag bij La Marfée (nabij Sedan). Hij had hiervoor hulptroepen gekregen uit de Spaanse Nederlanden[2] en geld bekomen van zijn vriend keizer Ferdinand III[3]. De overwinning leidde naar niets: in Parijs werd Richelieu niet vermoord (dat was een deel van het plan van de opstandige prinsen) en de troepen van Richelieu bestormden vervolgens de stad Sedan[4]. Frederik Maurits kon zijn vel redden door trouw te zweren aan de Franse koning en, in zijn dienst, te vechten in Italië (1641).

Agenten van kardinaal Richelieu arresteerden Frederik Maurits in Casale Monferrato, in Piëmonte (1642). Hij werd ervan beschuldigd samen te zweren tegen de kardinaal, binnen de groep van Gaston van Orléans, de Thou en de markies van Cinq-Mars. Frederik Maurits werd opgesloten in de gevangenis van Pierre-Scize in Lyon. Het schavot stond klaar voor Frederik Maurits. Door bemiddeling van zijn echtgenote Eleonora spaarde Richelieu het leven van Frederik Maurits; in ruil schonk het koppel het vorstendom Sedan aan Frankrijk. Zij behielden het hertogdom Bouillon. In 1644 kwam Frederik Maurits vrij uit de gevangenis. De koning en de kardinaal waren in Frankrijk gestorven en opgevolgd: het waren thans de Zonnekoning en kardinaal Mazarin.

Pauselijk militair[bewerken]

Frederik Maurits trok na zijn vrijlating naar Rome (1644). Paus Innocentius X benoemde hem tot condottiero of bevelhebber van de pauselijke troepen.

La Fronde[bewerken]

Vanaf 1648 verbleven Eleonora en haar man in hun residentie in Parijs. Ze leden er een politiek actief leven als opstandelingen tegen de nieuwe machthebbers in Parijs: regentes Anna, de minderjarige Lodewijk XIV en de machtige kardinaal Mazarin. Ze sloten zich aan bij de edelen in de opstand La Fronde. Vooral Eleonara was erg actief in de Parijse salons. Kardinaal Mazarin liet haar arresteren op een moment dat haar man in Zuid-Frankrijk reisde (1650). Eleonora werd in de gevangenis van de Bastille gesmeten, waar zij gevangen was in de jaren 1650-1651. De hofdame Anna Gonzaga, echtgenote van Eduard van de Palts, regelde een verzoening tussen de Franse Kroon en het koppel uit Bouillon. Eleonora kon de Bastille verlaten. Het koppel verliet hiermee La Fronde en ondertekende een akte waarbij het prinsdom Sedan formeel werd overgedragen aan de Franse Kroon (1651)[5]. Frederik Maurits kreeg de adellijke titels van hertog van Albret en Chateau-Thierry, graaf van Auvergne en Evreux en baron van La Tour[6]. Hij werd bovendien Pair van Frankrijk.

Hij stierf in 1652 in Pontoise.

Huwelijk[bewerken]

Met Eleonora kreeg hij tien kinderen:

  • Elisabeth (1635-1680) gehuwd op 20/05/1656, met Karel III d'Elbeuf.
  • Louise-Charlotte "Madame de Bouillon" (1638-1683)
  • Amélie, geboren in 1640, in het klooster getreden.
  • Godfried Maurits de la Tour d'Auvergne, opvolger als hertog van Bouillon
  • Frederik Maurits de La Tour d'Auvergne, constabel d'Auvergne, gehuwd in 1662, met Henriette-Françoise markiezin van Bergen op Zoom.
  • Emmanuel-Théodosius de La Tour d'Auvergne, kardinaal van Bouillon (1644-1715).
  • Hippolyte geb. op 11 februari 1645, in het klooster getreden.
  • Konstantijn-Ignace "Chevalier de Bouillon", ridder bij de Maltezer orde (1646-1670)
  • Hendrik Ignace "Chevalier de Bouillon", ridder bij de Maltezer orde (1650-1675)
  • Mauricette Fébronie (1652-1706), gehuwd in 1668: met Maximilien landgraaf van Leuchtenberg.

Bronnen[bewerken]

Zijn memoires werden in Amsterdam gepubliceerd.

  • Saumiere, Jacques de Langlade : Memoires de la vie de Frédéric-Maurice de la Tour d’Auvergne, Duc de Bouillon, Souverain de Sedan. - Amsterdam : Braekmann, 1693
  • Marcel Leroy, de geschiedenis van Bouillon.
Voorganger:
Willem Bette van Lede
Gouverneur van Maastricht
1632 - 1641
Opvolger:
Johan Albert van Solms