Friedrich Bertram Sixt von Armin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Friedrich Bertram Sixt von Armin
General Friedrich Bertram Sixt von Armin
General Friedrich Bertram Sixt von Armin
Geboren 27 november 1851
Wetzlar, Hessen, Pruisen, Duitse Keizerrijk
Overleden 30 september 1936
Maagdenburg, Saksen-Anhalt, nazi-Duitsland
Land/partij Flag of Prussia (1892-1918).svg Koninkrijk Pruisen
Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Onderdeel War Ensign of Germany (1903-1918).svg Deutsches Heer
Rang General der Infanterie
Leiding over 4. Armee (Deutsches Kaiserreich)
(25 februari 1917 -
28 januari 1919)
Slagen/oorlogen Frans-Duitse Oorlog

Eerste Wereldoorlog

Onderscheidingen Zie decoraties

Friedrich Bertram Sixt von Armin (27 november 1851 - 30 september 1936) was een Duits generaal tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Loopbaan tot 1914[bewerken]

Sixt von Armin werd geboren in Wetzlar in het Rijnland. In 1870 werd hij cadet in het IVe Garderegiment, in de Frans-Duitse oorlog raakte de jongeman ernstig gewond in de Slag bij Gravelotte. Hij werd met het IJzeren Kruis IIe Klasse onderscheiden en tot luitenant bevorderd. Als luitenant was hij adjudant van zijn regiment en vervulde hij staffuncties.

In 1900 was Friedrich Bertram Sixt von Armin opgeklommen tot kolonel en kreeg hij het commando over het 55e Regiment Infanterie. Al na een jaar werd hij opgenomen in de Generale Staf en werd hij Chef-Staf van de Koninklijke Garde met in 1903 de rang van Generaal-Majoor. In 1906 werd hij Luitenant-Generaal.

In 1908 werd het commando over de XIIIe Divisie in Münster aan Friedrich Bertram Sixt von Armin gegeven. In 1911 volgde hij Generaal Paul von Hindenburg op als bevelhebber van het Legerkorps in Maagdenburg. In 1913 werd Sixt von Armin gepromoveerd tot generaal.

De Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Sixt von Armin

In 1914 trok Generaal Sixt von Armin met zijn Ie Leger ten strijde tegen Frankrijk. In 1916 kreeg hij voor zijn leiding in de loopgravenoorlog bij Arras en de Somme de Orde Pour le Mérite. In 1917 werd hij bevelhebber van het IVe Leger aan het front in Vlaanderen en leidde hij de Derde Slag bij Ieper. In deze gevechten stond Sixt von Armin tegenover het Britse Expeditieleger en eenheden van het Belgische leger. De Keizer onderscheidde hem met de Hoge Orde van de Zwarte Adelaar waardoor hij ook Grootkruis in de Orde van de Rode Adelaar werd. Friedrich Bertram Sixt von Armin kreeg eikenbladeren bij zijn Pour le Mérite.

In Amerika verscheen in de New York Times het - valse- bericht dat Belgische boeren Generaal Sixt von Arnim zouden hebben "doodgeslagen"[1]. Zijn naam wordt vaak ten onrechte als "Von Arnim" geschreven.

Toen de Duitse linies in de herfst van 1918 voor het laatst aanvielen was Generaal Sixt von Armin nog steeds commandant van het IVe Leger. Hij veroverde de Kemmelberg maar werd gedwongen om zich op de beter te verdedigen lijn Antwerpen-Maas terug te trekken.

Toen op 11 november 1918 een wapenstilstand werd getekend trok Generaal Sixt von Armin zich met wat nu "Legergroep A" werd genoemd op ordelijke wijze terug naar Duitsland. Na de demobilisatie van zijn troepen nam Generaal Friedrich Bertram Sixt von Armin ontslag.

Familie[bewerken]

Hij en zijn vrouw Klara von Voigts-Rhetz kregen vijf kinderen waaronder de latere ridderkruisdrager en oorlogsmisdadiger aan het Oostfront Luitenant-generaal Hans-Heinrich Sixt von Armin[2].

Het interbellum[bewerken]

De gepensioneerde generaal woonde in Maagdenburg waar hij politiek actief was. Hij was een gevierd spreker en werd na zijn dood met militaire eer begraven door wat inmiddels Hitlers Wehrmacht was. In Maagdenburg werden een straat en een kazerne naar hem genoemd, maar beiden hebben sindsdien een andere naam gekregen. In Wetzlar is nog wel een "Sixt von Armin-Straße".

Militaire loopbaan[bewerken]

Decoraties[bewerken]

Externe link[bewerken]

  • Portret op "Photos of The Great War"op [1]

Literatuur[bewerken]

  • Jörn Winkelvoß, Magdeburger Biographisches Lexikon, Magdeburg 2002, ISBN 3-933046-49-1
  • Jan Vancoillie, Friedrich Bertram Sixt von Armin (1851-1936), Shrapnel jg. 29 (2017), Nr. 3, 75-78