Naar inhoud springen

Friedrich Went

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Friedrich Went
Friedrich Went door Hendrik Haverman, 1921
Friedrich Went door Hendrik Haverman, 1921
Persoonlijke gegevens
Titelatuur/graad doctoraatBewerken op Wikidata
Volledige naam Friedrich August Ferdinand Christian Went
Geboortedatum 18 juni 1863Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats AmsterdamBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 24 juli 1935Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats WassenaarBewerken op Wikidata
Beroep botanicus, academisch docent[1][2][3]Bewerken op Wikidata
Lid van Royal Society, Duitse Academie der Wetenschappen Leopoldina, Pruisische Academie van Wetenschappen, Koninklijke Nederlandse Akademie van WetenschappenBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Amsterdam
Proefschrift "De jongste toestanden der vacuolen"
Standaardafkorting Went
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) plantkunde, plantenmorfologie, plantenfysiologieBewerken op Wikidata
Universiteit Universiteit Utrecht
Prijzen en erkenningen Buitenlands lid van de Royal Society (25 mei 1933)[4]Bewerken op Wikidata
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Friedrich (Frits) August Ferdinand Christian Went (Amsterdam, 18 juni 1863Wassenaar, 24 juli 1935) was een Nederlands botanicus en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

De in Amsterdam geboren Frits Went was de oudste zoon van Johannes Went, makelaar in effecten, en Johanna Emilie Rosalie Adolfine Susewind. In zijn geboortestad volgde hij lager en middelbaar onderwijs. In 1880 ging hij na het behalen van het staatsexamen biologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam, onder andere bij Hugo de Vries. In 1886 promoveerde hij cum laude op het proefschrift "De jongste toestanden der vacuolen".

Daarna ondernam hij plantkundige studiereizen naar Bonn, Parijs en het zoölogisch station te Napels. Van 1888 tot 1891 was hij leraar in achtereenvolgens Dordrecht en Den Haag. Net zoals zoveel Nederlandse plantkundigen bracht Went een aantal jaar door in Nederlands-Indië. De eerste maanden op 's Lands Plantentuin te Buitenzorg, later als directeur van het landbouwkundig proefstation voor de suikerindustrie West-Java te Kagok bij Tegal. Zijn chemisch-fysiologisch onderzoek naar ziektes van suikerriet leidde tot een standaard werk, geschreven samen met J.H. Wakker, "De ziekten van suikerriet op Java" (1898).

In 1896, op 33-jarige leeftijd, werd Went benoemd tot hoogleraar botanie en farmacologie aan de Rijksuniversiteit van Utrecht als opvolger van Nicolas Rauwenhoff. In deze functie blies hij het botanisch laboratorium aan de Lange Nieuwstraat nieuw leven in, een school voor plantenfysiologisch onderzoek die ook internationaal de aandacht trok. Zijn ambtsbekleding werd gekenmerkt door een enorme groei van het aantal studenten botantie; tussen 1896 en 1934 begeleidde hij 65 dissertaties. Naast zijn drukke werkzaamheden als hoogleraar voerde hij in 1901/1902 in opdracht van de Nederlandse regering onderzoek uit naar de krullotenziekte van cacao in Suriname. Later, in 1923, keerde hij terug naar Suriname voor een botanisch expeditie.

Went trouwde op 16 juli 1902 met Catharina Jacomina Tonckens, de oudste dochter van Warmolt Tonckens, Nederlands gouverneur van Suriname. Uit dit huwelijk werden drie zonen en twee dochters geboren. Hun oudste zoon, Frits Warmolt (1903-1990), volgde in de voetsporen van zijn vader en zou later in de Verenigde Staten bekendheid verwerven als bioloog. Dochter Johanna Catharina (1905–2000) studeerde af als fytopatholoog bij Johanna Westerdijk en verwierf bekendheid door haar onderzoek naar iepen die resistent waren tegen de iepenziekte.

In 1898 werd Went benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW); van 1921 tot 1931 was hij voorzitter van de afdeling natuurkunde en daarmee om het jaar algemeen voorzitter van de Akademie. Verder was hij voorzitter of lid van tal van commissies. Onder zijn leiding kwam uiteindelijk de TNO-wet tot stand (30 oktober 1930), waarin de oprichting (1 mei 1932) van de organisatie voor Toegepast-natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) werd geregeld, met een bestuur waarvan Went de eerste voorzitter werd.

Na zijn pensionering is 1934 werd hem het bijzonder hoogleraarschap in de botanie aangeboden door de Universiteit van Leiden, maar ziekte weerhield hem ervan om college te geven. Hij overleed een jaar later in Wassenaar.

Utrechtse Biologen Vereniging

[bewerken | brontekst bewerken]
Het in 2015 gesloopte Wentgebouw in Utrecht

In 1924 werd door de Utrechtse botanicus Prof. dr F.A.F.C. Went en zijn assistente dr A.M. Hartsema het initiatief genomen een steunfonds op te richten om botanici uit Midden-Europa naar Nederland te halen om wetenschappelijke voordrachten te laten geven. Kort daarop traden ook enkele zoölogen toe en op 19 februari 1924 was de Utrechtse Biologen Vereniging (UBV) een feit. Went zat toen der tijd in het eerste bestuur van deze vereniging samen met A.M. Hartsema, M. Hille Ris Lambers, V.J. Koningsberger en H. Uittien. In de eerste jaren van de vereniging hielp Went vooral bij het organiseren van lezingen over de biologie. In 1972 werd het F.A.F.C. Wentgebouw gebouwd op de Uithof van de universiteit Utrecht. In de eerste jaren was hier de faculteit tandheelkunde gevestigd, maar toen deze faculteit werd opgeheven kwam biologie in het gebouw te zitten, waarbij de verenigingskamer ook verplaatst werd naar dit gebouw. Toen het gebouw in 2015 werd gesloopt gaf de gebouwbeheerder van toen der tijd Arie Mink het bord boven het gebouw, waar de naam van het gebouw opstond, ter herinnering aan de UBV. Dit bord staat dan ook nog steeds in de kamer van de UBV. In 1986 werd binnen de vereniging het professor doctor F.A.F.C. Wentcollege opgericht dat het verenigingsbestuur van advies voorziet. Tot op de dag van vandaag wordt F.A.F.C. Went gezien als een erg belangrijk persoon binnen de vereniging en worden de tradities die hij heeft geïntroduceerd nog steeds uitgevoerd. Bijvoorbeeld, de verenigingsdrank is Weduwe Joustra-berenburg, wat de favoriete drank van Went was.