Fries-Hollands (rund)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Fries-Hollandse koe.

Gebruik[bewerken | brontekst bewerken]

De Fries-Hollandse koe is een dubbeldoel koe waarbij de nadruk meer op de melkproductie ligt dan op de vleesproductie.

Het zijn sobere sterke koeien met krachtige benen en goede klauwen. Ze hebben een goed uier met een goede speenplaatsing en de bespiering is voldoende. Wat betreft de voeding deze koeien kunnen veel ruwvoer verwerken.

De melkproductie bedraagt gemiddeld per lactatie 7300 kg melk met 4,50 % vet en 3,66 % eiwit.

Uiterlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Fries-Hollandse koeien zijn zwartbont met scherp begrensde zwarte platen. De poten zijn bijna altijd wit en aan de kop kunnen aftekeningen zoals kol, sneb of bles voorkomen. Aan de poten mogen geen zwarte vlekjes zitten.

Van volwassen koeien is de kruishoogte van 130 - 140 cm en het gewicht is 500 – 550 kg.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Het Fries-Hollandse ras (FH) was tot ongeveer 1980 het belangrijkste runderras in Nederland. Ongeveer 75% van de koeien was van het FH-ras. Daarna werd dit ras verdrongen door de Holstein-Friesian uit de USA en Canada.

Het Fries-Hollandse ras heeft aan de basis gestaan van alle zwartbontpopulaties in de wereld inclusief de Holstein-Friesian en een aantal nieuwe rassen.

In de 18e eeuw waren de koeien in Nederland voornamelijk roodbont echter door de veepest gingen veel koeien dood en vervanging werd uit Sleeswijk-Holstein en Jutland gehaald. Dit waren zwartbonte runderen. De lokale roodbonten werden gekruist met deze zwartbonten en doordat zwartbont dominant is verdwenen op ten duur de roodbonten. Af en toe wordt≥ een roodbont kalf uit twee zwartbonten geboren.

In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen Amerikanen hier zwartbonte runderen kopen. In Amerika werden deze runderen Holstein-Friesian genoemd. De beste melkkoeien van dit ras werden naar Amerika geëxporteerd en daar verder gefokt tot het melktypische Holstein-Friesian ras. De Holstein koeien hebben in korte tijd het Fries-Hollandse vee verdreven. Melkveehouders die nog zuiver Fries-Hollands vee melken zijn aangesloten bij de Vereniging voor het behoud van het Fries-Hollands dubbeldoelras (FH-vereniging). Ook in andere landen treft men verwante rassen van het zwartbonte ras aan.

Het gevolg van deze aankopen was dat in Nederland eerst het Nederlands Rundvee Stamboek (NRS) en daarna het Fries Rundvee Stamboek (FRS) werden opgericht. In Duitsland is vergelijkbaar het Deutsche schwarzbunte Niederungsrind (DSN) en in Groot-Brittannië zijn dit de British-Friesians. In Ierland worden ook veel British-Friesians en FH-koeien gemolken.

In Nederland werden de zwartbonte koeien steeds kleiner gefokt en de melkproductie bleef achter. In de zeventiger jaren werd in Polen de zgn. “Polenproef” gehouden. De lokale Poolse zwartbonten werden bevrucht met sperma van zwartbonte stieren uit verschillende landen. De melkproductie van deze dochters van de verschillende kruisingen werden vergeleken en de Nederlandse FH eindigde als voorlaatste.

Zeldzaamheid[bewerken | brontekst bewerken]

Het gevolg was dat de Nederlandse veehouders massaal overstapte op Holstein-stieren en het Fries-Hollandse ras werd steeds zeldzamer. In 2020 waren er nog 2182 volwassen vrouwelijke dieren (≥ 2 jaar). De inteelttoename per generatie is 0,50 – 1,00%.

Volgens de normen van de FAO is het ras bedreigd maar wel stabiel.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

De Koe, Bert Theunissen, 2010

Rundvee, Marleen Felius

CRV jaarstatistieken 2019

https://www.frieshollands.nl/

http://www.cgn.wur.nl/

http://www.szh.nl/


Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]