Fries roodbont

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Roodbonte Friese koeien

Fries roodbont is een Nederlands rundveeras, met als oorsprong de provincie Friesland.

Het roodbonte Friese vee is een dubbeldoelras. Dit betekent dat een koe zowel melk als vlees levert. De vet- en eiwitgehaltes in de melk zijn hoog in vergelijking met de Holstein-Friesian. Het vlees is van een goede kwaliteit. De koeien hebben een goede vruchtbaarheid en sterke klauwen en benen. De melkproductie bedraagt gemiddeld per lactatie 5400 kg melk met 4,65 % vet en 3,54 % eiwit.

Uiterlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Zoals de naam al zegt is de roodbonte Fries een roodbonte koe met rode vlekken die scherp begrensd zijn. De roodbonte kleur erft recessief over. Dit betekent dat als je een roodbonte stier met een roodbonte koe kruist, dit altijd een roodbont kalf voortbrengt. Koeien moeten een wit hartje (kol) voor op de kop hebben. Een bles is niet gewenst. Koeien hebben een kruishoogte van 130 – 140 cm en wegen gemiddeld 600 kg.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

In de Middeleeuwen kwamen in Nederland vooral roodbonte koeien voor. Halverwege de 18e eeuw brak in Nederland de veepest uit. Hierdoor stierven veel koeien en om de veestapel aan te vullen werden er zwartbonte runderen uit Sleeswijk-Holstein en Jutland ingevoerd. Deze runderen werden gekruist met de roodbonte koeien. Doordat zwartbont dominant is over de roodbonte kleur verdween al naar 1 generatie de roodbonte kleur. Echter een aantal fokkers bleef fokken met de roodbonte Friese runderen en af en toe werd uit een zwartbonte koe een roodbontkalf geboren. Deze kalveren waren niet gewenst en verdwenen via de achterdeur. Een voorbeeld hiervan is de in 1914 geboren eerste roodbonte stamboekstier “De Vondeling 1”. In 1904 stopte het Nederlands Rundvee Stamboek (NRS) met de registratie van de roodbonte dieren. Het Fries Rundvee Stamboek (FRS) bleef deze dieren wel registreren.

Zeldzaamheid[bewerken | brontekst bewerken]

In 2020 waren er 594 volwassen vrouwelijke dieren (≥ 2 jaar) die stonden ingeschreven in het stamboek. Door gebruik te maken van een DNA-test is in 2019 het aantal ingeschreven stamboekdieren bijna verdubbeld. De inteelttoename per generatie is 0,25 – 0,50%. Volgens de normen van de FAO is het ras bedreigd maar wel stabiel.