Friesche Veen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Friese Veen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Friesche Veen
Friesche Veen
Friesche Veen
Situering
Stroomgebiedslanden Nederland
Coördinaten 53° 9′ NB, 6° 34′ OL
Basisgegevens
Oppervlakte 0,78 km²
Foto's
Het Friesche Veen gezien van uit een roeiboot
Het Friesche Veen gezien van uit een roeiboot
Portaal  Portaalicoon   Geografie

Het Friesche Veen (soms: Friese Veen of Friescheveen) is het Drentse deel van het Neerwold, waarvan het Groningse deel het Paterswoldsemeer is. Het gebied heeft een oppervlakte van 78 hectare en ligt 1 kilometer ten noorden van Paterswolde. Het gebied ligt tegen het landgoed Vennebroek aan, dat net als het Friesche Veen beheerd wordt door Natuurmonumenten.

Het is een laagveengebied met moerasbos, riet en open water, ontstaan in het begin van de 19e eeuw door veenafgraving. Daar waar het werd afgegraven ontstond water met daartussen de legakkers waar het veen werd gedroogd. Door erosie zijn de meeste legakkers, op een aantal in het noordelijke gedeelte na, inmiddels verdwenen.

Huize Weltevreden[bewerken]

Aan het begin van de twintigste eeuw werd het meertje met het omliggende terrein aangekocht door Pieter Arnold Camphuis, die later ook Vennebroek verwierf. Tussen 1909 en 1910 liet hij aan de westzijde een huis bouwen naar ontwerp van architect Gerrit Nijhuis, dat Huize Weltevreden werd genoemd (Frieselaan 4), maar later ook wel bekend was als het Zusterhuis (omdat er verpleegsters gehuisvest werden) en als het huis Friese Veen. Het huis maakt deel uit van het complex Vennebroek, dat in 1993 werd aangewezen als rijksmonument. Vanaf het huis loopt een betonnen steiger het meer in, zodat zwemmers niet over de modderige oever hoeven te lopen.

Het Blik[bewerken]

Langs het zuiden en het oosten van het meer ligt een dijk die het meer scheidt van het Oosterland, een polder die voorheen werd drooggehouden, aanvankelijk door een windmolen, later door een elektrisch gemaal. Natuurmonumenten heeft het Oosterland aan de natuur teruggegeven. De fundamenten van de molen en het gemaal zijn nog op de dijk te vinden.

Tussen 1900 en 1917 werd de oostoever van het meer gebruikt als vuilstort van Groningen. Dit werd gedaan omdat de legakkers hier begroeid raakten met bomen, die er veel te zwaar voor waren en daarom omvielen. Daarop kreeg de wind vrij spel en werd de dijk bedreigd. Met het storten van stadsvuil werd de dijk hiertegen beschermd. De schepen met stadsvuil voeren via het Noord-Willemskanaal en de Schipsloot ten zuiden van de Meerweg, die daarvoor was gebruikt voor de afvoer van turf. Tussen 1918 en 1930 werd de stort voortgezet, zij het in mindere mate. Daarna is hieraan een einde gekomen toen men ging inzien dat het gebied uniek is. In het gebied zijn onder andere cokesslakken, huis- en tuinafval gestort. Het gebied is nu dicht begroeid. Het tuinafval bevatte zaden van verschillende planten, waardoor er hier nu onder andere kruisbes, framboos, wijnruit wingerd, seringen en zoete kers groeien.[1] Door de dichte begroeiing is het meer vanaf de dijk nauwelijks zichtbaar. In een klein gedeelte komt het historische afval door de werking van de grond naar boven. Dit gedeelte wordt Het Blik genoemd. Het pad over de dijk geeft de wandelaar een goede indruk van het gebied. Vanaf het pad kan men via een brug op een eilandje komen, waarop vroeger een houten zomerhuisje van de familie Camphuis stond, en thans een vogelkijkhut, omdat het gebied bijzonder rijk aan vogels is. Men ziet op het water de kuifeend, smient en slobeend.

Het riet wordt regelmatig gesneden om dichtgroei van het water tegen te gaan.

Recreatie[bewerken]

Het Friesche Veen is afgezien van het onverhard pad aan oost- en zuidzijde niet ingericht voor recreatie. In 1907 begon boer, klompenmaker en cafébaas Thomas Visser vanuit café Frieseveen aan de Meerweg met de verhuur van roeiboten, waarmee men door het Friesche Veen kan varen. Tegenwoordig worden er ook kano's verhuurd. Het café is nog steeds eigendom van de nazaten van Visser. Zeil- en motorboten zijn niet toegestaan op het meer.