Friese adelaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Friese Halve Adelaar.svg

De zwarte adelaar, die de rechterhelft van het schild vult, komt in de heraldiek van Friesland veel als wapendier voor. Deze figuur wordt daarom wel de Friese adelaar of, in een pleonasme, de "Friese halve adelaar" genoemd. Het wapenschild van Friesland vertoont daarentegen twee gouden leeuwen.

Over de Friese adelaar werd vroeger vaak vermeld dat deze zou verwijzen naar een in de middeleeuwen uitgeoefende functie als rechter of grietman. De adelaar zou de Keizerlijke Adelaar van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie zijn en proclameren dat de Friese edelman geen andere heer dan de keizer erkende. Voor deze stelling, die nog door Gonggrijp maar niet door Pama werd aangehangen, zijn geen bewijzen te vinden en zij vindt in de Fryske Rie foar Heraldyk geen steun meer.

Zeker is wel dat de figuur langs de hele Noordzeekust, van Alkmaar tot Denemarken voorkomt.

De correcte heraldische beschrijving is:
Gedeeld: I in goud een zwarte Friese adelaar komende uit de deellijn (hierna volgt de beschrijving van de andere velden van het wapenschild)

Geschiedenis van de Friese adelaar[bewerken]

De Friese adelaar is als wapendier niet erg oud; de oudste bekende wapens in Friesland met deze figuur stammen uit de tweede helft van de 15e eeuw toen delen van het middeleeuwse Friese gebied, van de Zuiderzee/Vlie in Nederland tot aan de Wezer in Duitsland, aan het gezag van de Stad Groningen (Ommelanden) en de Oost-Friese graven (Ostfriesland) was onderworpen. Na het eerste kwart van de 16e eeuw namen de Habsburgers de Nederlandse provincie Friesland (Friesland tussen Vlie en Lauwers) op in hun Nederlandse gebiedsdelen.

De Friese adelaar werd al in de 15e eeuw gevoerd door geestelijken en hoofdelingen. Dat er van het in de 18e en 19e eeuw geopperde verband met het "Karelsprivilege" sprake zou zijn, is geenszins aantoonbaar.

In de 17e eeuw voerden ook Friese boerenfamilies en advocatengeslachten de Friese adelaar. Bij de adel van Friesland is in deze tijd de behoefte zichtbaar om het wapen weer, als brisure, van de Friese adelaar te ontdoen. In de 18e eeuw is het gebruik van de Friese adelaar zo algemeen dat men van een gezonken cultuurgoed spreekt.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • G.F.E. Gonggrijp, Friesche eigenerfdenwapens, Naarden 1943, blz. 60-67
  • C. Pama, Heraldiek, Kaapstad 1958
  • R.P. Prummel, De Roordawapens, Groningen 2001