Frisdrank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frisdranken in een supermarkt

Frisdrank is het in 1956 door reclamemaker Dick Schiferli[1][2] bedachte woord voor koolzuurhoudende limonade. Het wordt ook wel priklimonade genoemd. In ruimere zin worden, volgens de Nederlandse Warenwet, ook niet-koolzuurhoudende limonades, sportdranken en energiedranken tot de frisdranken gerekend.

Een typische frisdrank bestaat uit koolzuurhoudend water, waaraan suiker, aroma's (of echte vruchtenextracten) en eventueel andere hulpstoffen zijn toegevoegd.

Geschiedenis[bewerken]

Limonade[bewerken]

In de zeventiende eeuw werden in Italië al gesuikerde vruchtendrankjes, 'limoenades', genuttigd. Oorspronkelijk werden de drankjes genoemd naar de vrucht waarvan zij waren afgeleid: naast de limoenade bestond er orangeade (van sinaasappelen, in het Frans oranges) en grenadine (van granaatappelen, in het Frans grenades). Langzamerhand werd limonade de overkoepelende naam. In 1676, verkreeg de Compagnie de Limonadiers in Parijs het alleenrecht op limonadeverkoop.

Koolzuur[bewerken]

Koolzuur in cola

De Schotse chemicus Joseph Black ontdekte koolzuurgas in het begin van de jaren 1750.

De Engelse scheikundige Joseph Priestley bedacht rond 1770 een methode koolzuurgas aan water toe te voegen. De Zweed Tobern Bergman probeerde rond diezelfde tijd de vermeende genezende werking van natuurlijk bronwater te imiteren door behalve koolzuur mineralen aan water toe te voegen.

De in Zwitserland wonende Duitse juwelier (horlogemaker) Jacob Schweppe patenteerde in 1783 een eigen methode om water van koolzuur te voorzien. Samen met de Nederlander Henri Albert Gosse, Jacques Paul en diens zoon Nicolas begon Schweppe in 1790 in Zwitserland een mineraalwaterfabriek. Nicholas Paul ontwierp voor het water een rond flesje dat niet rechtop kon staan. Hierdoor droogde de kurk niet uit. Omdat het water vooral in Engeland populair bleek, begon Schweppe in 1798 onder de naam Schweppes & Co een eigen mineraalwaterfabriek in dat land. Het product werd soda water genoemd. In het jaar 1834 werd het bedrijf overgenomen door John Kemp-Welch en William Evill. Deze twee zorgden voor een uitbreiding van het productassortiment door koolzuurgas aan water met limonadesmaak toe te voegen. Een kleine twee jaar later werden ze benoemd tot hofleverancier van koningin Victoria. In het jaar 1870 produceerden zij ook de dranken tonic en ginger ale.

Het drankje tonic bevatte kinine, dat werkzaam was tegen malaria. Daarom was het drankje vooral bij de Britten die in India verbleven populair. In moderne frisdrank zijn de hoeveelheden kinine in de tonic te gering om enig geneeskundig effect te hebben, maar het wordt nog toegevoegd vanwege de smaak.

Soda-rage in de VS[bewerken]

In 1807 maakte Townsend Speakman in de Verenigde Staten het eerste koolzuurdrankje met vruchtensmaak: Neophyte Julep. Het werd door een bevriende huisarts als medicijn aan zijn patiënten voorgeschreven. Het gebruik van dergelijke medicinale tonics groeide uit tot een rage. In apotheken ontstonden barretjes waar bezoekers een drankje konden nuttigen. In 1819 patenteerde Samuel Fahnestock voor dergelijke uitspanningen een mineraalwatertap: de soda fountain. Smaakstoffen worden ter plekke aan het zogenoemde sodawater toegevoegd. Aan de drankjes wordt een heilzame werking toegeschreven, maar ze danken hun populariteit vooral aan het feit dat mensen ze lekker vinden. Omstreeks 1842 werd ook de verkoop van sodawater in flesjes populair in de VS.

Soda pop[bewerken]

In 1851 is het in Ierland verzonnen drankje ginger ale de eerste frisdrank die onder een eigen soortnaam bekend wordt. Vanaf 1861 werd dergelijk soda-water-met-een-smaakje soda pop genoemd. Diverse soda pops werden in de loop der jaren in de Verenigde Staten geïntroduceerd:

In 1892 leverde William Painter een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis van de frisdrank door de kroonkurk uit te vinden.

Soda Stream[bewerken]

In 1903 vindt Guy Gilbey van London Gin Distillers de Soda Stream uit. Dit is een apparaat waarmee men thuis koolzuur kan toevoegen aan leidingwater. Het apparaat werd voornamelijk gebruikt door butlers in de landhuizen van Britse aristocraten. In de jaren 1920 werden smaken geïntroduceerd die konden worden toegevoegd.

Europa[bewerken]

De massaconsumptie van frisdrank kwam pas na de Tweede Wereldoorlog vanuit Noord-Amerika naar Europa en de rest van de wereld overwaaien. In 1952 was Kirsch-ale de eerste light-frisdrank in de VS. Frisdrank kwam in andere verpakkingen dan glas beschikbaar na de introductie van het aluminium blikje in 1957 en de petfles in 1973.

Een Nederlander dronk in 2006 gemiddeld 98 liter frisdrank. Dat is 1 procent meer dan in 2000.[3]

Portiegrootte[bewerken]

In 2013 is in de stad New York een verordening voorgesteld die het doel had te verbieden in de horeca grotere porties gesuikerde frisdrank te verkopen dan 454 ml en meer dan 200 kcal. De bedoeling was het beschermen van het publiek tegen het tot zich nemen van te veel calorieën. De rechter heeft deze verordening echter ongeldig verklaard.