Friso

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Friso is een jongensnaam, afgeleid van Fries, de volksnaam van de Friezen. Omgekeerd was in de middeleeuwse historiografie het verhaal gangbaar dat Friesland genoemd was naar een legendarisch stichter, genaamd Friso.[1]

De naam won in Nederland sterk in populariteit toen in 1968 de pasgeboren prins Friso deze naam meekreeg.

de Mythe[bewerken]

De mythische Friso was de zoon van de Indiase koning Adel, een afstammeling van Sem, de zoon van Noach. Wegens overbevolking leidden Friso en zijn broers Saxo en Bruno een deel van het volk met schepen naar het Macedonië van Philippus, de vader van Alexander de Grote. Friso deelde in de overwinningen van laatstgenoemde, maar reisde toen met broers en volk verder via de Straat van Gibraltar naar het tegenwoordige Nederland. Ze bouwden een tempel voor hun god Stavo en Stavoren werd Friso's residentie. Hij werd rond 320 v. Chr. gekroond en was Frieslands eerste koning. Hij regeerde 68 jaar. Zijn broer Saxo trok oostwaarts en werd de stamvader van de Saksen, terwijl Bruno stichter werd van Brunswijk. Friso's kleinzoon Gruno werd de stichter van Groningen.

Deze typisch Renaissancistische oorsprongsmythe werd in 1590 door Suffridus Petrus (1527-1597) gepubliceerd. Hij was hoogleraar van de Keulse universiteit. Zijn versie is de oudst bekende van de mythe. Na hem nam Pierius Winsemius (1586-1644) het verhaal over in zijn Chronique ofte historische geschiedenis van Vrieslant. De oudst bekende koning van Friesland die in bronnen voorkomt is koning Finn Folcwada, mogelijk uit de 5e eeuw.