Anatolische mythologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Frygische mythologie)
Ga naar: navigatie, zoeken
Reconstructie van een "tempelruimte" in het Anatolisch Museum (Ankara)
Ruïnes van Hattusa (Leeuwenpoort) bij Boğazköy, Turkije

Met Anatolische mythologie worden de mythologieën bedoeld van diverse volkeren die in Anatolië leefden van de prehistorie tot de klassieke oudheid. Anatolië werd bevolkt door verschillende etnische groepen, waaronder Indo-Europeanen zoals Grieken enerzijds en Anatoliërs als Hettieten en Luwiërs anderzijds, maar ook niet-Indo-Europeanen zoals de Hattiërs en Hurrieten. Daarnaast stond het gebied onder culturele invloed van noordelijke Semitische volkeren, zoals Akkadiërs (Assyriërs, Babyloniërs), Oegarieten en Kanaänieten. Door al die groepen en invloeden hebben mythologieën soms een eclectisch karakter. Dit geldt in het bijzonder voor de Indo-Europese culturen, die duidelijk een superstraatcultuur vormden die in hun religie en taal sterk door substraatwerking werden beïnvloed. Zo kent de Hettitische mythologie een duidelijke Hattische en Hurritische invloed.

De Midden-Oosterse religie in de late prehistorie laat vooral twee figuren zien, namelijk een moedergodin en een stier. Uit opgravingen in Çatal Hüyük op een site daterend van ca. 7500 v.Chr. kan men bijvoorbeeld afleiden dat er aanvankelijk een moedergodincultus gold. De Anatolische mythologie van de sedentaire landbouwcultuur van het Neolithicum, noord van de vruchtbare sikkel, is wat dat betreft heel vergelijkbaar met de Mesopotamische mythologie, de oude Kanaänitische mythologie en met de pre-dynastische Egyptische mythologie.

Vanaf 3000 v.Chr. duiken de eerste aanwijzingen op van het volk der Hattiërs. Het is onbekend of zij ook de bouwers en bewoners van het neolithische Çatal Hüyük waren, maar daar is veel kans voor. Hun latere hoofdstad was Hattusa. De oude rituelen van de Hattiërs en de namen van een aantal van hun goden zijn bewaard gebleven dankzij de Hettieten die duizend jaar later kwamen. Die zetten de taal om in spijkerschrift en vertaalden de teksten in hun eigen taal om ze beter te kunnen verstaan. Er is sprake van een ritueel van de "van de hemel gevallen maan". Maar er zijn te veel lacunes in de tekst en het religieuze vocabulaire blijft ontoegankelijk.

De Zonnegodin werd godin van de onderwereld, die overeenkwam met de Hattische godin Wurushemu. Haar gemaal, de Zonnegod, is Eshtan. De dondergod die algemeen met het element water wordt vereenzelvigd en met vruchtbaarheid heet Taru (mogelijk verwant met het Hettitisch Tarhunta). Deze god heeft twee belangrijke tempelheiligdommen in Hatti: een in Nerik en een in Zippalanda. Oorspronkelijke godinnennamen uit de Hattische religie zijn in de Hettitische overgenomen als HannaHanna, Hepat, Kupapa en de grote Zonnegodin van Arinna. In diverse teksten werd de godin eenvoudig als "De Troon" aangeduid. Dit is een titel die overeenkomt met vroege verwijzingen naar Isis in het Oude Egypte. De Hettitische landbouwgod Telebinu, zoon van Wurushemu en Eshtan, is ongetwijfeld van oorsprong ook Hattisch.
Andere belangrijke goden zijn Wurunkatte, god van de oorlog, Inara, het genie van Hattussa, Halmasuit, de troongodin en Kunzanisu, maangodin.

Vanaf 1200 v.Chr. duiken in het midwesten van Anatolië de Frygiërs op. Ook hun mythologie is nog sterk geaxeerd op de originele Anatolische en Mesopotamische moedergodincultus. Maar tegelijk zijn tegen die tijd heel wat mannelijke goden en mythische figuren in het pantheon opgedoken.