Naar inhoud springen

Fusillade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De fusillade van Maximiliaan van Mexico, in 1867, geschilderd door Édouard Manet

Een fusillade is het voltrekken van de doodstraf waarbij de uitvoering geschiedt met een vuurwapen.[1] De methode is vooral bekend uit oorlogstijden, onder meer als straf voor spionnen.

Fusillade met een vuurpeloton geldt over het algemeen als een vrij eervolle manier om de doodstraf te voltrekken, met name wanneer de geëxecuteerde een blinddoek weigerde en het hem toegestaan werd zelf het bevel tot vuren te geven. Minder eervolle manieren om iemand te fusilleren was een fusillade in de rug, een nekschot, een kopschot, of een machinegeweer.

Een vuurpeloton is een groep mensen (meestal aangewezen soldaten) die tegelijkertijd op commando op een ter dood veroordeelde schieten om die te doden.

Soms wordt een van de geweren met een patroon zonder kogel geladen.[bron?] Dit heeft zowel een juridische als een psychologische reden. Juridisch is het moeilijk een lid van een vuurpeloton te vervolgen omdat dit lid zich kan verweren met het feit dat misschien juist hij met de losse flodder heeft geschoten. Een psychologische reden is dat het zo gemakkelijker zou zijn voor een lid van het vuurpeloton om naderhand te geloven dat hij niet het dodelijk schot heeft afgevuurd.

Een ervaren schutter kan het verschil voelen tussen de terugslag van een echte kogel en een oefenpatroon, maar in de praktijk blijkt dat er een sterke psychologische druk is om geen aandacht te besteden aan de terugslag. Veel leden van een vuurpeloton blijken bovendien naderhand de terugslag als niet krachtig te hebben ervaren.[bron?]

Fusillade in verschillende landen

[bewerken | brontekst bewerken]
De fusillade van Freule van Dorth door Bataafse troepen op het Jodenkerkhof te Winterswijk op 22 november 1799

Ten tijde van de Bataafse Republiek was er sprake van minstens een bevestigde fusillade van een orangist. Gedurende de Den Helderexpeditie van 1799 braken in het oosten van het land allerlei opstanden uit. Deze opstanden onder leiding baron August Robbert van Heeckeren hadden het doel om een grotere, landelijke opstand te ontketenen, de Republiek te bevrijden van het Bataafse bewind en het stadhouderschap in ere te herstellen. Hij werd geholpen door de baron Jan Elias Nicolaas van Lynden van Hoevelaken (die de leiding had van Twente en de Veluwe), baron Maximiliaan Louis van Hangest d'Yvoy (die de leiding had over het Sticht) en generaal-majoor Johannes Gerhardus van Spengler. De opstand ontstond nadat er nauwelijks Bataafse troepen waren achtergebleven in deze regio's in verband met de recente overgave van de Bataafse vloot bij de Vlieter. Tussen 2 en 5 september 1799 werden onder andere Winterswijk (een gebeurtenis die uiteindelijk bekend kwam te staan als gele donderdag), Dinxperlo, Westervoort, Aalten, Groenlo, Borculo, Enschede, Oldenzaal, Almelo en Zutphen in te nemen. Ook in de Bommelerwaard ontstond een opstand waar zich tevens boeren bij de groep voegden. Toch mislukte de opstand nadat de stedelijke bewoners zich niet aansloten bij de opstand en de Nationale Garde de opstandelingen, versterkt met vrijwilligers uit Utrecht en Amsterdam en een aantal troepen uit Frankrijk, weer terug over de Pruisische grens wist te dringen vanaf 6 september. Rond half september was de opstand volledig mislukt. in deze korte periode werd de barones Freule van Dorth opgepakt door het Bataafse bewind op 18 september in de havezate Harreveld, nadat de Fransen al op 15 september een onderzoek hadden gestart in verband met de ongeregeldheden in Groenlo. Zij had gehoord dat de patriot Frederik Reesink was doodgestoken in een herberg in Lichtenvoorde, waarna ze riep "Broer, daar is er nog maar één capot, daar moeten er meer aan, het is maar één patriot!". Toen een patriot reageerde door "Vive de republiek!" te roepen, reageerde Van Dorth door "Wagt manneken, wij zullen u wel krijgen!" terug te roepen. Op 19 september werd ze naar een overvolle gevangenis te Arnhem gebracht en opgesloten, later werd ze naar Winterswijk gebracht en in een leegstaande woning gevangen gezet die door Bataafse soldaten werd bewaakt. Er werd een militaire rechtbank opgesteld die haar niet alleen betichtte van oproerstokerij, maar ook dat zij onderdak geboden zou hebben aan de moordenaar van Reesink. Ze werd lange tijd verhoord, maar uiteindelijk beschuldigd van hoogverraad. Op 21 november werd het doodvonnis over haar uitgesproken ("dat zij op weinig voeten affstands, door zes van de twaalf hiertoe gecommandeerde manschappen, met het doodlijk lood getroffen zijnde, levenloos neerviel, en als zoodanig opgenomen en in de kist gelegd") en op 22 november werd ze 's ochtends door een zeskoppig vuurpeloton van Bataafse soldaten gefusilleerd. Vervolgens zou ze, al liggend in de doodskist waar ze met zes schotwonden was getroffen en bloed dat uit haar lichaam gutste, haar hand weer omhoog hebben gestoken als teken van leven. Een laatste schot uit medelijden van een Bataafse soldaat zou vervolgens een definitief einde aan haar leven hebben gemaakt. Haar zijden kleed vloog kort in brand, maar kon spoedig worden geblust, waarna haar lichaam naar het familiegraf werd overgebracht in de havezate Harreveld. Op 24 november werd het lichaam echter in de Johanneskerk te Lichtenvoorde begraven en werden haar resten bij een restauratie van de kerk in 1936 ontdekt.[2][3][4] Dit is de enige veroordeling die ook daadwerkelijk tot een fusillade heeft geleid in de tijd van de Bataafse Republiek. Een tweede zaak, waarbij een vonnis werd uitgesproken over de 35 jarige smid Jan Berend Klein Hesselink uit Dinxperloo, had tevens voltrokken moeten worden. Zijn vonnis luidde "dat hij gebracht zou worden ter plaatse, daartoe door den plaatselijken commandant het geschikst geoordeeld wordende, om aldaar, anderen ten exempel, gefusilleerd te worden". Daartoe kwam het echter nooit; hij wist uit de gevangenis te ontsnappen voordat de fusillade kon worden uitgevoerd. Het gerucht ging dat hij naar Pruisen was gevlucht, maar nadat de Bataafse soldaten de smid nabij Dinxperlo vonden, schoten ze hem uiteindelijk dood nadat hij op de vlucht sloeg.[5]

De zaak Chris Meijer was in Nederland een geval waarin een persoon voor het vuurpeloton belandde met als aanklacht desertie. Nederland legde na de Tweede Wereldoorlog 154 personen een doodstraf op. Hiervan werden 39 straffen daadwerkelijk voltrokken, de laatste in 1952. Sinds 1983 kan in Nederland geen doodstraf meer worden opgelegd; in de Grondwet werd dat toen bepaald.[6]

Monument in Zwolle ter nagedachtenis aan gefusilleerde verzetsmensen

In de Tweede Wereldoorlog fusilleerde de Duitse bezettingsmacht in Nederland mensen van het verzet, onder andere op de Waalsdorpervlakte, 's-Gravenhage, in Kamp Amersfoort te Leusden, Snipperling (Twentol-drama) in Deventer, het Witterveld bij Assen, Overveen, Fusilladeplaats Vught en op het Weteringplantsoen in Amsterdam.
Een groot aantal vooraanstaande burgers werd gevangengenomen als Todeskandidat, en waarvan de eerste executie als represaille voor een door een verzetsgroep gepleegde verzetsdaad op een groep van 5 personen plaatsvond op 15 augustus 1942 in de bossen te Gorp en Rovert, Goirle. Ook werden talloze willekeurige burgers op straat opgepakt en gefusilleerd als represaille voor door anderen (meestal verzetsgroepen) gepleegde verzetsdaden. Er zijn toen vermoedelijk meer dan 3000 Nederlanders gefusilleerd.

Na de Tweede Wereldoorlog werden in Nederlands-Indië door Nederlandse militairen zoals Westerling en Vermeulen duizenden standrechtelijke executies uitgevoerd op terreur zaaiende bendes, guerrillastrijders en de burgerbevolking. Het optreden in de later zogenoemde Zuid-Celebes-affaire is daarvan het bekendste.

Verenigde Staten

[bewerken | brontekst bewerken]

In de Amerikaanse staten Oklahoma, Utah en South Carolina maakt men nog gebruik van het vuurpeloton. In Utah kan de keuze bewust gemaakt worden, in Oklahoma is dat echter alleen een optie als andere executiemiddelen niet blijken te werken. De eerste executie na de opschorting van de doodstraf tussen 1967 en 1976 vond plaats in Utah. Op 17 januari 1977 beschoten vijf mensen de terdoodveroordeelde Gary Gilmore terwijl deze op zes meter afstand zat vastgebonden op een stoel. Sinds deze executie is het vuurpeloton in Utah nog tweemaal ingezet. De ter dood veroordeelde Ronnie Lee Gardner heeft in 2010 zelf de keuze gemaakt om gedood te worden door een vuurpeloton.

Andere landen

[bewerken | brontekst bewerken]

Ook in andere landen wordt of werd het fusilleren van veroordeelden regelmatig toegepast. In sommige landen (vooral in Zuidoost-Azië) wordt een veroordeelde doodgeschoten met een machinegeweer. In China worden veel doodvonnissen voltrokken door een enkel schot in het achterhoofd.

Enkele personen die zijn gefusilleerd

[bewerken | brontekst bewerken]

Verzetsstrijders tijdens de Duitse bezetting

[bewerken | brontekst bewerken]

Todeskandidaten

[bewerken | brontekst bewerken]

Eerste executie:

Oorlogsmisdadigers na de bezetting

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Firing squad van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.