Fusilladeplaats Rozenoord

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De fusilladeplaats
Fusilladeplaats Rozenoord 02.jpg
Tekst op gedenksteen Rozenoord Amsterdam.JPG

Rozenoord was een fusilladeplaats bij theehuis Rozenoord aan de Amsteldijk in Amsterdam. Op acht verschillende dagen tussen 18 januari en 14 april 1945 werden hier in totaal vermoedelijk honderdveertig Nederlanders gefusilleerd.[1] Van hen zijn er honderd met naam bekend.[2] Jaarlijks worden op 4 mei de slachtoffers herdacht bij het monument op de plaats des onheils.

Fusillades[bewerken]

18 januari 1945[bewerken]

De eerste fusillade op Rozenoord vond plaats nadat de Amsterdamse Knokploeg, de Raad van Verzet en de Ordedienst samen hadden geprotesteerd tegen de registratie van arbeidskrachten in het kader van de Arbeitseinsatz. Ze hadden negen werkwilligen belaagd (zes van hen overleden) en de school waar de registratie plaatsvond, in brand gestoken. De eerste reactie van de Duitsers was het neerschieten van vijf mannen uit het Huis van Bewaring voor die school. Daarna werden nog elf mannen op Rozenoord gefusilleerd. Allen werden op de Erebegraafplaats Bloemendaal begraven.

30 januari 1945[bewerken]

Vijf slachtoffers werden neergeschoten vermoedelijk als represaille voor sabotagedaden van de Amsterdamse Knokploeg. Ze werden eveneens op de Erebegraafplaats Bloemendaal begraven.

31 januari 1945[bewerken]

Zes mannen hadden een Duits uniform aangetrokken en enkele overvallen gepleegd. Ze werden op 22 december 1944 gearresteerd door twee Amsterdamse rechercheurs en naar bureau Elandsgracht gebracht, en vandaar naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans. Twee van hen, Gerrit Jonkhart (1914) en Antonius G.H. Siem (1912), werden op Ereveld Loenen begraven.

7 februari 1945[bewerken]

Nadat er op vrijdag 2 februari 1945 een aanslag was gepleegd op NSB'er Jan Feitsma, procureur-generaal bij het Amsterdamse Gerechtshof, werden vijf bekende Amsterdammers op Rozenoord doodgeschoten. Ze werden op de Erebegraafplaats Bloemendaal begraven.

27 februari 1945[bewerken]

Bij het verhoor van inwoners van Oostwoud over de verblijfplaats van vliegenier K. Belton had Willy Fischer deze mensen zwaar mishandeld. Op 17 februari werd er bij Midwoud een aanslag op Fischer gepleegd. Als represaille werden vijf mannen op Rozenoord doodgeschoten. Drie van hen, Zeger Besterveld, Leonardus Bosch en Jacobus Roman, werden op de Erebegraafplaats Bloemendaal begraven.

8 maart 1945[bewerken]

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 werd bij herberg De Woeste Hoeve (tussen Apeldoorn en Arnhem) een (mislukte en onbedoelde) aanslag op SS-generaal Hanns Albin Rauter gepleegd. Als represaillemaatregelen vonden in het gehele land executies plaats. Op 8 maart 1945 werden 53 gevangenen uit Amsterdam op Rozenoord standrechtelijk geëxecuteerd. Onder hen bevonden zich:

Edward Voûte, de burgemeester van Amsterdam, werd door Willy Lages in een brief van de dood van de 53 Amsterdammers op de hoogte gesteld.

31 maart 1945[bewerken]

De Duitsers hadden een aantal jongens opgepakt die stiekem bomen aan het omzagen waren. Een paar leden van Knokploeg Ursem zetten hun fiets bij de boerderij van boer Koning, die als plaatselijk hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten diende. Dit had de Sicherheitspolizei (Sipo) gezien. Toen de knokploegleden probeerde de zagers te bevrijden, raakte een Duitser gewond. Nadat bij huiszoeking op de boerderij belastende materialen waren gevonden, stak de Sipo de boerderij in brand. Piet Koning, de zoon van de boer, werd in Limmen gefusilleerd, vijf anderen werden uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans gehaald en op Rozenoord gefusilleerd. Drie van hen werden op de Erebegraafplaats Bloemendaal begraven. De jongste, Jan Swenger, werd in Duitsland tewerkgesteld. Hij ontsnapte maar werd later weer opgepakt. Hij ligt begraven op Ereveld Loenen.

14 april 1945[bewerken]

Tien mannen werden in de ochtenduren in een vrachtauto van het Huis van Bewaring aan de Weteringschans naar Rozenoord gebracht en rond 9 uur neergeschoten. Acht van hen werden op de Erebegraafplaats Bloemendaal begraven. Het was de laatste fusillade op Rozenoord. Er waren in totaal ruim honderd slachtoffers te betreuren.

Monument[bewerken]

Een monument op de hoek van het Rozenoordpad en de Amsteldijk (ter hoogte van de Rozenoordbrug / A10) herinnert aan de executies. Het monument bestond eerst uit een vlaggenmast, totdat er in 1973 een natuurstenen monument kwam waarop slechts Voorjaar 1945 stond vermeld. Toen de Rozenoordbrug in 1981 werd aangelegd, moest het iets verplaatst worden en kreeg het een plaquette met de tekst:

Op deze plaats werden in de
laatste maanden van de
Tweede Wereldoorlog meer dan
100 Nederlanders door de Duitse
bezetter gefusilleerd

In 2014 heeft Ram Katzir een nieuw monument ontworpen, waarin ook de veertig onbekende naamlozen een plaats hebben, bestaand uit een landschap van lege stoelen. Wegens de verbreding van de A10 staat dit monument in het Amstelpark.