Futurum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het futurum simplex (ook vaak alleen futurum genaamd) is een aparte tijd die in het Latijn en in Romaanse talen de toekomst aanduidt. Deze moet dan ook in het Nederlands vertaald worden met het hulpwerkwoord "zullen" (zie ook: toekomende tijd (Nederlands)). Uiteraard kan men in een vrijere vertaling kiezen voor "gaan", wanneer het nabije toekomst betreft. Wat opvalt aan deze vervoeging is dat de a- en e-stam heel anders gaan dan de i-stam en de medeklinkerstam. Ook moet opgemerkt worden dat deze tijd geen coniunctivus kent.

Actief[bewerken]

a-stam = 1ste vervoeging e-stam = 2de vervoeging i-stam = 4de, 5de vervoeging medeklinkerstam = 3de vervoeging
ama bo vide bo audi a m reg a m
ama bi s vide bi s audi e s reg e s
ama bi t vide bi t audi e t reg e t
ama bi mus vide bi mus audi e mus reg e mus
ama bi tis vide bi tis audi e tis reg e tis
ama bu nt vide bu nt audi e nt reg e nt

Opmerking: bij de medeklinkerstam is de eerste persoon enkelvoud van het indicativus futurum gelijk aan die van de coniunctivus praesens!


Ik zal houden van, ik zal zien, ik zal luisteren, ik zal regeren.

Passief[bewerken]

a-stam e-stam i-stam medeklinkerstam
ama b or vide b or audi a r reg a r
ama be ris vide be ris audi e ris reg e ris
ama bi tur vide bi tur audi e tur reg e tur
ama bi mur vide bi mur audi e mur reg e mur
ama bi mini vide bi mini audi e mini reg e mini
ama bu ntur vide bu ntur audi e ntur reg e ntur

Ik zal bemind worden, ik zal gezien worden, ik zal gehoord worden, ik zal geregeerd worden. -i voor een r wordt -e (=amaberis)

Participia[bewerken]

a-stam e-stam i-stam medeklinkerstam
mannelijk ama t urus vis urus audi t urus rec t urus
vrouwelijk ama t ura vis ura audi t ura rec t ura
onzijdig ama t urum vis urum audi t urum rec t urum

beminnen zullende, zullende zien, zullende luisteren, zullende regeren (deze vormen klinken niet, maar ze komen in A.c.I. constructies voor, waarin ze wel klinken).

Men neemt het PPP, en haalt daar -us vanaf, plakt er -urus,-a,-um aan vast, en men heeft het participium futuri.

Infinitivus[bewerken]

Voor een actieve infinitivus futuri gebruikt men een vorm van het participium futuri met het werkwoord esse. Voor het passief een vorm van het participium futuri met het werkwoord iri.

Onregelmatige werkwoorden[bewerken]

esse posse
ero potero
eris poteris
erit poterit
erimus poterimus
eritis poteritis
erunt poterunt

Het participium futuri van esse is futurus, futura, futurum (de perfectumstam van esse is fui, wellicht een ezelsbruggetje).

Velle (willen), nolle (niet willen) en malle (liever willen) gaan als de medeklinkerstam:

  • volam, voles, volet...
  • nolam, noles, nolet...
  • malam, males, malet...

Ire gaat als de a-stam:

  • ibo, ibis, ibit, ibimus, ibitis, ibunt

Zie ook[bewerken]