Gelede Tram Lang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf GTL8)
Ga naar: navigatie, zoeken
GTL8
GTL 3121, Dillenburgsingel.
GTL 3121, Dillenburgsingel.
Product Gelede Tram Lang
Type Serie 1 & 2
Aantal 100 + 47
Serie 3001 t/m 3100
3101 t/m 3147
Fabrikant BN (mechanisch deel)
ACEC (tractiemotoren)
HOLEC (elektrisch deel)
Vervoerder HTM Logo HTM.svg
Bouwjaar 1981 - 1984
1990 - 1991
In dienst 1981: 3001 t/m 3027
1982: 3028 t/m 3060
1983: 3061 t/m 3083
1984: 3084 t/m 3100
1992: 3101 t/m 3110
1993: 3111 t/m 3147
Uit dienst 2011: 3003, 3007 en 3051
2013: 3005, 3018, 3020, 2023, 3027, 2029, 3030, 3031, 3034, 3035 (Restauranttram), 3036, 3039, 3040, 3041 en 3096
Bak (trein) 3-delig
Assen 8
Spoorwijdte 1.435 mm
Massa Serie 1: 37 ton
Serie 2: 38 ton
Lengte over buffers Serie 1: 28,6 m
Serie 2: 29,0 m
Breedte 2,35 m
Hoogte 3,19 m
Maximumsnelheid 70 km/h
Dienstsnelheid 50 km/h
Vloerhoogte 860 mm
Deuren 5 deuren
Aantal zitplaatsen Serie 1: 71
Serie 2: 76
Aantal staanplaatsen Serie 1: 118
Serie 2: 112
Techniek
Stroomsysteem Bovenleiding
Vermogen 8 x 45 = 360 kW
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Verkeer & Vervoer
GTL 3093 uit de eerste serie in de oorspronkelijke uitvoering. Ternoot, Den Haag; 21 januari 2006.
GTL 3145 uit de tweede serie met de oorspronkelijke lijn- en richtingfilms. Rijnstraat, Den Haag; 15 augustus 2007.
GTL 3119 en 3111 aan het eindpunt van lijn 9 in Scheveningen.
GTL 3093 en 3068 na diverse wijzigingen bij MCH Antoniushove in Leidschendam.

De achtassige Gelede Tram Lang (GTL8) is een trammodel van het Haagse stadsvervoerbedrijf HTM.

GTL8[bewerken]

De "8" in de benaming GTL8 staat voor de 8 aangedreven assen, met 8 motoren van elk 45 kW. De elektromotoren werden geleverd door ACEC (nu: Alstom) uit Charleroi. De elektrische installatie was van HOLEC - Smit, Ridderkerk (nu eveneens Alstom). De GTL (3000-serie) is 28,6 meter lang en was daarmee in de jaren '80 de langste tram in Nederland. De gemiddelde draaistelafstand is ca. 7,2 meter, in plaats van de gebruikelijke hart-op-hart afstand van rond de 6 meter.

De GTL8-I[bewerken]

In de jaren 1981-1984 bouwde La Brugeoise et Nivelles (BN - nu: Bombardier) in Brugge een serie van 100 gelede trams (type GTL8) voor de HTM.

Oorspronkelijk lag het in de bedoeling om 65 GTL's aan te schaffen (serie 3001-3065). Zij waren bestemd ter vervanging van de PCC-cars 1003-1024 uit 1952 en ter uitbreiding van het wagenpark (lijn 2 naar Kraayenstein zou in 1983 geopend worden). Voorts waren er plannen om de PCC's 1301-1340 en 2101-2130 te verbouwen tot 35 gelede trams.

Uiteindelijk wilde de HTM nog 35 GTL's bestellen in plaats van de relatief dure verbouwing van de 1300/2100-serie tot gelede trams. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat gaf hiervoor geen toestemming. Daarom opperde de HTM het plan de B3-draaistellen en elektromotoren van de PCC's uit de 1300/2100-serie te gebruiken bij de bouw van de GTL's 3066-3100. De 1300/2100-serie zou dan oudere B3-draaistellen krijgen van de te slopen PCC's 1201-1240 uit 1963 en BN-draaistellen van 30 te slopen 1100'en uit 1957/1958. Uiteindelijk gaf het ministerie hiervoor groen licht.

De 100 GTL's werden per spoor in Den Haag afgeleverd. In 1982 liep het afleveringstransport een keer volledig mis. GTL 3022 werd op het Hobbemaplein gegrepen door de trein die GTL 3046 kwam afleveren. De A-bak van de 3022 raakte bij deze aanrijding zeer zwaar beschadigd. Uiteindelijk zou BN een nieuwe A-bak voor de 3022 bouwen.

Met de indienststelling van de 3001-3100 werd het OV-geel verlaten. De nieuwe GTL's waren overwegend rood en hadden beige banen. Deze kleurstelling paste bij die van de standaardbussen (type DAF/Hainje CSA-II) die de HTM in de jaren 1984-1988 in dienst stelde.

De GTL8-II[bewerken]

Aan het begin van de jaren '90 waren de nog overgebleven PCC's uit de 1300/2100-serie aan een grote revisie toe. De HTM besloot deze revisie niet uit te voeren. Het werd goedkoper geacht deze PCC's samen met de nog overgebleven (en inmiddels afgeschreven) PCC's uit de 1100-serie (en de gemoderniseerde maar stokoude 1001 en 1002) te vervangen door nieuwe GTL's. Een van de redenen waarom de HTM van alle PCC's af wilde, was dat het rijden met koppelstellen in treinschakeling niet meer verantwoord werd geacht. In de aangekoppelde PCC's vond namelijk veel vandalisme plaats.

Een deel van de nieuw te bouwen GTL's zou voorzien worden van de draaistellen van de PCC's uit de 1300/2100-serie (uitsluitend de PCC's die in de jaren '80 de B3-draaistellen van de 1200-serie hebben gekregen). Ook zou de C-bak een lage vloer hebben, maar dat is niet doorgegaan. In 1990 werd besloten 34 nieuwe trams aan te schaffen. In verband met de op handen zijnde invoering van de OV-studentenkaart werd dit aantal omhoog gebracht naar 37. In 1991 werd besloten nog eens tien GTL's te bestellen. Dit bracht het aantal op 47 nieuwe trams. De nieuwe GTL's werden uiteindelijk in 1992/'93 in Den Haag per vrachtwagen afgeleverd.

In vergelijking met de GTL's uit de 3000-serie waren de 3100'en een fractie langer. Ook beschikten zij over een ander type deuren (geen vouwdeuren, maar zwaai/zwenkdeuren), hadden ze een extra filmkast (voor de eindbestemming) in de C-bak en hadden ze een ander interieur (blauwe stoffen bekleding op de bankjes in plaats van donkerbruin skai uit de 3000-serie). Voorts kreeg de GTL8-II een automatische halteafroep en werden statische - in plaats van roterende - omvormers toegepast. Het grootste uiterlijke verschil was de kleurstelling van de nieuwe GTL's. Het rood met beige banen had plaats gemaakt voor donkerblauw met wit en gele deuren.

Technische beschrijving van de GTL's[bewerken]

De GTL's hebben net als hun voorgangers, de Haagse PCC's, voetbediening en PCC-draaistellen. De GTL8 is de eerste grote materieelserie in Nederland (ook in Europa na de TW6000-serie van üstra) met een thyristorchopper-tractieschakeling, voorzien van geavanceerde 'pulssturing' met RCT-serieresonante stroomcommutatie naar HTM-ontwerp. Deze tractieschakeling is later, door HOLEC, overgenomen in de uitrusting van het ICM-choppermaterieel van NS.

In tegenstelling tot genoemd Intercitymaterieel is met de GTL8-trams ook terugwinning van remstroom mogelijk. Door deze recuperatie wordt een totale energiebesparing van 30 tot 35% verkregen. Dat is ongeveer het dubbele van het TW6000-trams, waarvan de HTM een aantal exemplaren in dienst heeft gehad.

Vanaf 1987 zijn anders geveerde pantografen gemonteerd. Deze zijn voorzien van een elastisch (kool)-sleepstuk met een zogenaamd fictief draaipunt boven de rijdraad. Het doel hiervan is vermindering van de slijtage wegens het soepeler volgen van oneffenheden in de bovenleiding.

De 3001-3065 werden afgeleverd met nieuwe PCC-draaistellen van het type BN, een verbeterde versie van het draaistel dat onder de serie 1100 was geplaatst. Alle overige GTL's kregen B3-draaistellen, waarvan de meeste hergebruikt zijn, afkomstig van de series 1200, 1300 en 2100. Er zijn in 1992/'93 echter ook nieuwe B3-draaistellen gebouwd voor 27 rijtuigen GTL8-II.

Bij alle GTL's worden acht PCC-gelijkstroommotoren toegepast van het type 1432 van Westinghouse resp. de Europese licentiehouder ACEC. Het vermogen per motor is 41 kW, bij de nieuwste exemplaren 45 kW; dit laatste dankzij een verbeterde isolatie. Veel van deze motoren zijn afkomstig van de HTM-series 1000, 1100, 1200, 1300 en 2100. Een aantal is zelfs tweedehands overgenomen van de MIVB en de San Francisco Muni.

De Amsterdamse BN-trams 11G en 12G (series 817-841 en 901-920) zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de Haagse GTL's, nadat de Haagse GTL 3069 in 1987 enige tijd in Amsterdam had proefgereden. De Amsterdamse versie heeft echter andere afmetingen (op grond van het ruimteprofiel dat beperkter is dan in Den Haag) en maakt gebruik van draaistroommotoren in plaats van gelijkstroommotoren zoals de GTL.

De tram heeft een remsysteem met een elektrische motorrem en een hydraulische veertrommelrem, alsmede een magnetische railrem met een remvermogen van 60 kN (kiloNewton). De versnelling van de tram is maximaal 1,3 m/s² en de vertraging is maximaal 1,5 m/s². De noodremming van de tram is ongeveer 4,2 m/s². Zowel de elektrische aandrijving als de remsystemen van de twee gescheiden tractie-installaties, worden aangestuurd door een (voor die tijd) geavanceerde thyristor-chopper. Er zijn dus 2 aparte choppers, met in totaal 2 x (4 x 45 kW) = 2 x 180 kW gemiddeld vermogen, het aanzet-/remvermogen bedraagt ca. 300 kW per chopper, nl. 500 A bij 600 V nominaal.

De wieldiameter van de wielen bedraagt 25" ofwel 635 mm.

Aanpassingen in de loop der jaren[bewerken]

  • In het begin van de jaren '90 werd de donkerbruine skai-bekleding op de bankjes van de GTL's uit de 3000-serie vervangen door rode skai-bekleding.
  • In diezelfde tijd kregen de GTL's uit de 3000-serie het HTM-logo op het front.
  • Rond 1996 werd de blauwe stoffen bekleding op de bankjes van de GTL's uit de 3100-serie vervangen door blauwe skai-bekleding.
  • Bij de grote revisie van de GTL's uit de 3000-serie werden de losse rem/sluitlichten, knipperlichten en achteruitrijlichten vervangen door één achterlichtunit.
  • Vanaf 2001 kreeg de 3100-serie de roodbeige kleurstelling die de 3000-serie al sinds de aflevering heeft, zodat alle GTL's nu dezelfde herkenbare kleur hebben, afgezien van incidentele reclame-uitmonsteringen.
  • Vanaf 2004 kregen de GTL's van de 3000-serie moderne zwenk-schuifdeuren in plaats van vouwdeuren. Aanleiding hiervoor was de openstelling van de tramtunnel: omdat de vouwdeuren eenvoudig met de hand open te duwen waren, werd dit te gevaarlijk geacht in de tunnel.
  • Ook zijn er vanaf 2004 veel GTL's voorzien van een airconditioningsunit op het dak boven de bestuurderscabine, om de werkomstandigheden van de trambestuurder tijdens zomerse dagen aangenamer te maken.
  • In 2004 zijn de trams die worden ingezet op tramtunnel-lijnen voorzien van ARI (Automatische Rem-Ingreep), een soort treinbeïnvloeding.
  • In december 2006 is de eerste GTL (nr. 3116) van digitale lijnfilms en bestemmingsdisplays voorzien, ter vervanging van de koersrollen. Vanaf begin 2007 zijn meer trams uitgerust met digitale displays.
  • In april 2007 is dezelfde GTL 3116 - gedurende enkele dagen - voorzien van een nieuwe neus, die veiliger zou zijn bij een aanrijding met voetgangers en heeft een wit-rode kleurstelling gekregen, die vergelijkbaar is met de trams van RandstadRail. In eind september/begin oktober 2012 is een eind gekomen aan dit kleurenschema.
  • In 2007 zijn veel GTL's voorzien van het zogenaamde Visiotainment-systeem. Visiotainment is een nieuw halteafroepsysteem in de tram aan de hand van displays.
  • In 2009 en 2010 werden alle GTL's het VECOM-systeem vervangen door een EBS-systeem. Dit is bedoeld voor de trambestuurders en regelt het verkeer en de routes. Ook werden de halteafroepsysteem vervangen door een nieuwe halteafroepsysteem. De displays van het Visiotainment-systeem werden deels aangepast. De 3001-3044, 3046, 3047, 3055 en 3096 kregen in plaats van de displays een nieuwe lichtkrant.
De GTL 3080 met botsneus tijdens de mediapresentatie.
  • 2 GTL's (3047 en 3048) zijn (in 2011) voorzien van een type pantograaf dat ook bij de Haagse RegioCitadis (RandstadRail) voertuigen is toegepast. Ook in 2013 werd de 3131 voorzien van ander pantograaf.
  • Op 7 juni 2011 werd de GTL 3080 als eerste tram met een botsvriendelijker neus en een gewijzigd kleurenschema aan de media gepresenteerd.
  • In 2011 en 2012 hebben 50 GTL's een Levensduur Verlengend Onderhoud (LVO) gekregen: 3045, 3048, 3050, 3052 t/m 3054, 3056 t/m 3095 en 3097 t/m 3100. Deze trams kregen nieuwe LED-lampen in de tram en een nieuwe botsvriendelijker neus.
  • 36 GTL's kregen een nieuwe kleurenschema (zonder smalle banden): 3045, 3048, 3053, 3057 t/m 3063, 3065 t/m 3068, 3072, 3074, 3077 t/m 3082, 3084, 3086, 3087, 3088, 3090 t/m 3095, 3097 t/m 3100.
  • Op 31 oktober 2012 werd de eerste gereviseerde GTL-II midlifetram (GTL 3129) gepresenteerd. Deze heeft een nieuwe, botsvriendelijker neus. Ook zijn de schortplaten, de deuren en het nieuwe kleurenschema opnieuw gespoten. Verder heeft de tram nieuwe ruiten, nieuwe LED-lampen in de tram, een nieuwe vloer en de blauwe skaibekleding van de stoelen is vervangen door een rode skaibekleding.
  • 47 GTL's (3101 t/m 3147) krijgen aan de binnenkant nieuwe LED-lampen. De GTL 3112 en 3140 hebben dit nog niet.
  • 47 GTL's (3101 t/m 3147) krijgen een nieuwe botsvriendelijker neus. De GTL 3112, 3132, 3140, 3144 en 3146 hebben dit nog niet.
  • 47 GTL's (3101 t/m 3147) krijgen sinds mei/juni 2012 een grote revisie van zowel buiten- als binnenkant. Alle trams werden het oude kleurenschema en alle ruiten helemaal verwijderd. Er werden nieuwe ruiten, het nieuwe kleurenschema en nieuwe LED-lampen aangebracht. Verder krijgt de tram een nieuwe vloer en de techniek wordt verbeterd. Na het grote onderhoud krijgen de stoelen een rode skaibekleding en worden de schortplaten opnieuw gespoten. Ook worden de deuren en het mechaniek vervangen en de rechterbuitenspiegel wordt vervangen door twee camera's aan de buitenzijde. Tijdens de revisie krijgen de trams een nieuwe botsvriendelijker neus, die van ander materieel is gemaakt.[1] Naar verwachting duurt dit werk t/m 2014.
    • De volgende 22 trams zijn nu helemaal behandeld: 3101, 3103, 3104, 3106, 3108, 3109, 3113, 3116, 3117, 3118, 3120 t/m 3127, 3129, 3134, 3137 en 3145. De GTL 3112, 3128, 3138, 3140 en 3144 zijn in behandeling.
  • In 2011 en 2012 heeft de HTM alle trams van de tweede Pantograaf, die op de B-Bak is gemonteerd, verwijderd. Dit in verband met bezuinigingen op de onderhoudskosten.

Problemen sinds 2007[bewerken]

In het voorjaar van 2007 ontstonden problemen met de draaistellen van veel GTL8-rijtuigen door een combinatie van factoren:

  • de ouderdom van een groot aantal draaistellen (op dat moment 33 à 44 jaar);
  • kwalitatieve tekortkomingen van de laatst geleverde draaistellen uit 1992/'93;
  • de moeizame verkrijgbaarheid van onderdelen (de HTM nam zelfs de PCC-cars van de Tram van Marseille over om essentiële onderdelen te kunnen hergebruiken);
  • extreme slijtage aan de wielflenzen door een nieuw gekozen railprofiel;
  • het medegebruik (sinds 2006) van sporen door de RegioCitadis van RandstadRail, waarvan de draaistellen een geheel andere rijkarakteristiek vertonen.

Na enkele ontsporingen en veel uitval van materieel werd een noodprogramma opgesteld. Hierbij werden zowel de trambaan als alle draaistellen gecontroleerd en waar nodig gerepareerd. De inzet van de GTL8-rijtuigen werd uitdrukkelijk toegewezen aan bepaalde trajecten, waarbij sommige lijnen tijdelijk moesten worden opgeheven of in tweeën geknipt.

Sinds de herfst van 2007 leken de problemen opgelost, maar na nieuwe ontsporingen in de zomer van 2008 maakte de officiële woordvoerder van de HTM bekend "dat een deel van het probleem ligt bij de verouderde onderstellen van trams".

Sinds half december 2011 zijn er veel klachten uit Delft over geluidsoverlast veroorzaakt door de GTL8-trams van de HTM. Toen werd het nieuwe tracé van de lijnen 1 en 19 door de Delftse spoorzone geopend, een tijdelijk tracé rondom de tramhalte Delft Station, aangelegd in verband met de bouw van de spoortunnel. Klachten komen van omwonenden van het spoorzonegebied en verder tot aan het eindpunt Tanthof. Metingen hebben tot 95 dB aangetoond. Op dit tracé rijden 380 trams per etmaal. Ook uit Nootdorp zijn er klachten over geluidsoverlast, de GTL8-trams van lijn 15 zijn niet geschikt voor de bochten in de keerlus van lijn 15. Ook in Den Haag wordt geluidsoverlast geconstateerd. HTM onderkent de problemen over geluidsoverlast, hiervoor zijn in Scheveningen op het eindpunt van lijn 11 en in Wateringseveld op het eindpunt van de lijnen 16 en 17 sproei-installaties aangelegd die de geluidsoverlast voorkomen. HTM laat sinds eind juli 2013 permanent geluidsmetingen uitvoeren in de Delftse spoorzone door de firma Sensornet. Resultaten zijn online afleesbaar. In 2012 werden veel trams voorzien van een zgn. botsneus. Twijfel aan de kwaliteit van de trams ligt hier aan ten grondslag.

Verbouwing tot pekelwagen[bewerken]

De 3005, 3027, 3031 en 3034 zijn verbouwd tot pekelwagens. De wagens zijn hierdoor niet meer beschikbaar voor de normale dienst, maar kunnen nog wel als instructiewagen worden gebruikt. In december 2011 waren alle pekeltrams gereed. Op 30 januari en 3 februari 2012 werden alle pekeltrams voor het eerst preventief ingezet.

Begin juli 2013 heeft de HTM besloten om vier nieuwe pekeltrams te laten bouwen uit de eerste serie van de GTL. De vier oude pekeltrams zijn versleten en er kan niet meer mee gereden worden. De vier nieuwe pekeltrams worden voorzien van de pekeltanks van de vier oude pekeltrams, maar ze krijgen een verbeterde technologie om te voorkomen dat er storingen optreden in een voertuig. Verder hebben de pekeltrams aan de binnenkant nieuwe LED-lampen, worden ze voorzien van een botsvriendelijke neus en wordt er een sneeuwschuiver aangebracht. Verder wordt de tweede pantograaf op de B-bak weer teruggeplaatst, worden ze voorzien van een donkere folie op de ramen, behalve bij de voor- en achterruit en er komt een nieuwe kleurenschema. Ze worden voorzien van een gele kleur als basis en een grijze kleur tussen de ruiten, op de deuren en op de schortplaten. De 3009, 3011, 3024 en 3044 zijn al uit dienst gehaald en er mag niet meer mee gereden worden in de normale (= passagiers) dienst. Deze trams zijn al omgebouwd tot pekeltrams en worden op dit moment afgewerkt. De vier oude pekeltrams werden eind september 2013 afgevoerd.

Afvoer[bewerken]

Eind oktober 2011 werden de 3003, 3007 en 3051, als eerste trams van deze serie, dertig jaar na aflevering, afgevoerd naar de sloper. Begin januari 2012 werden zij gesloopt. In juli 2013 werden de 3018, 3020, 3023, 3029, 3030, 3036, 3039, 3040, 3041 en 3096 afgevoerd en tijdelijk opslagen in een opslag op een bedrijventerrein in de regio. Eind september 2013 werden ook de 3005, 3027, 3031 en 3034 afgevoerd. Deze trams zullen uiteindelijk gesloopt worden. Of men de draaistellen nog zal gebruiken voor de 3066-3100 (welke oude draaistellen van de PCC's serie 1300 en 2100 hebben) is niet duidelijk. Er zijn nu nog 79 van de 100 GTL's uit de eerste serie in dienst.

Beoordeling[bewerken]

De GTL8 is een geslaagd tramtype dat jarenlang zonder problemen heeft gefunctioneerd. Vergeleken met andere tramtypen uit dezelfde periode biedt de GTL8 een groter aantal zitplaatsen en meer comfort. De elektronica was in de jaren '80 en '90 - dankzij de chopper-sturing - zeer modern. Door de combinatie met beproefde PCC-technologie kwamen kinderziekten nauwelijks voor en konden de nog in goede staat verkerende componenten (draaistellen en elektromotoren) hergebruikt worden. Nu zij op leeftijd komen is dat laatste tevens de achilleshiel van deze trams gebleken.

Daarnaast voldoen zij door het ontbreken van een lagevloergedeelte niet meer aan de eisen van deze tijd. Bij de nabestelling van de 47 rijtuigen GTL8-II heeft men niet gekozen voor een verlaagde middenbak, zoals dat in die periode wel gebeurde bij de vergelijkbare Amsterdamse 11G/12G-trams.

Toekomst en vervanging[bewerken]

HTM stelt dat het oudste materieel dat nu nog in gebruik is, de geplande technische levensduur inmiddels bereikt heeft, relatief storingsgevoelig is en steeds meer onderhoud vergt. Het betreft de GTL-I serie 3001-3100. Deze zouden nu vervangen moeten worden maar om verschillende redenen is deze vervanging uitgesteld en blijft een deel van deze trams nog tot circa 2017 in dienst. Dit is mogelijk door het uitvoeren van levensduurverlengend onderhoud. Met dit onderhoud is in 2010 gestart en het is afgerond in 2012. Tijdens dit onderhoud werd niet alleen de techniek van de trams onder handen genomen maar kregen deze ook een nieuw front dat de kans op letsel bij aanrijdingen verkleint.

De tweede serie, GTL-II serie 3101-3147, uit 1993, heeft de helft van de geplande levensduur bereikt. Voor deze trams is een omvangrijk onderhoudsprogramma voorbereid. De start van de uitvoering hiervan is gepland na afronding van het levensduurverlengend onderhoud van de eerste serie.

  • Op 18 november 2011 werd bekendgemaakt dat vanaf 2014 er 40 trams uit de serie 3000 door Siemens Avenio worden vervangen.[2] Zij zijn dan 30 jaar oud, hun draaistellen en elektromotoren voor een deel (bij de 3066-3100) nog veel ouder. De serie 3100 wordt mogelijk rond 2022 vervangen.

Galerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • HTM Light Rail Vehicle GTL8; D.A. Borgdorff, H.D. Ploeger, HTV, Den Haag - 2000; ISBN 90-9013935-4 / Incl. bijlagen: Bibliotheken van HGA en TUDelft
  • Dossier GTL-8 per Haagstramnieuws.org
  • Het energieverbruik van het tramrijtuig GTL-8 van de Haagsche Tramweg Maatschappij; P.P.A. Frielink, doctoraal nr. EMV 85-13, TUEindhoven - 1985
  • Compilatie choppertheorie en tractieberekeningen 1972-1978; D.A. Borgdorff, Archiefnr: 1189, Haags Gemeentearchief - (HGA - 2003)
  • Jaarverslag HTM http://www.htm.net/Documenten/jaarverslag_2010.pdf