Gaffeltandmos-jeneverbesstruweel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gaffeltandmos-jeneverbesstruweel
Gaffeltandmos-jeneverbesstruweel met jeneverbes
Gaffeltandmos-jeneverbesstruweel met jeneverbes
Syntaxonomische indeling
Klasse: Vaccinio-Piceetea (Klasse van de naaldbossen)
Orde: Vaccinio-Piceetalia
Verbond: Dicrano-Pinion (Verbond van de naaldbossen)
Associatie
Dicrano-Juniperetum
Barkm., 1985

Het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel (Dicrano-Juniperetum), kortaf jeneverbesstruweel, is een voor België en Nederland zeldzame associatie uit de klasse van de naaldbossen, een bosplantengemeenschap die voorkomt op droge, voedselarme en kalkarme zandbodems en die gekenmerkt wordt door de frequente aanwezigheid van jeneverbesstruiken.

Naamgeving, etymologie en codering[bewerken]

  • Synoniemen: Dicrano-Juniperetum communis Barkm. 1968 in Westh. et den Held 1969
  • Frans: Fourrés à Juniperus communis sur landes
  • Duits: Wacholder-Gebüsch
  • Engels: Dicranium moss and juniper scrub
  • Syntaxoncode (Nederland): 41Aa1
  • Natura 2000-code: 5130 - Juniperus communis-formaties in heidevelden of op kalkgrasland

De naam Dicrano-Juniperetum is afgeleid van de wetenschappelijke namen van de belangrijkste kensoorten van dit verbond, het gerimpeld gaffeltandmos (Dicranum polysetum) en de jeneverbes (Juniperus communis).

Kenmerken[bewerken]

Het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel is een voor Nederland vrij zeldzaam en voor Vlaanderen zeer zeldzaam en bedreigd bostype, dat voorkomt op droge, kalkarme en voedselarme zandbodems zoals op stuifzand, op droge heide en in kalkarme duinen.

Deze vegetatie ontstaat door gebrek aan beheer uit associaties van de droge heide en zal na verloop van lange tijd verder evolueren naar het kussentjesmos-dennenbos.

Structuur[bewerken]

Het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel is een weinig gelaagde, laagblijvend vegetatie, herkenbaar als een kleinschalige mozaïek van struwelen, dwergstruiken, kruidige vegetaties en open plaatsen met mossen en korstmossen. De boom- en de struiklaag worden maximaal 6 m hoog en bestaan praktisch volledig uit jeneverbesstruiken in verschillende groeivormen, en weinig ontwikkelde zomereiken. De kruidlaag bestaat uit dwergstruiken zoals struikhei en schrale grassen als bochtige smele.

De moslaag is zeer goed ontwikkeld en bestaat uit zowel bladmossen, levermossen als korstmossen.

Onderverdeling[bewerken]

In gaffeltandmos-jeneverbesstruwelen worden in België en Nederland twee sub-associaties onderscheiden die te maken hebben met de leeftijd en de ontwikkeling van het humusprofiel.

Sub-associatie cladonietosum[bewerken]

Een sub-associatie die wijst op een jong stadium van de associatie met een hogere abundantie van rendiermossen (Cladonia sp.) en verder veel soorten van de klasse van de droge heiden en van stuifzanden. Syntaxoncode voor Nederland is 41Aa1a.

Sub-associatie deschampsietosum[bewerken]

Een ouder stadium van de associatie met meer grassen, vooral bochtige smele (Deschampsia flexuosa), en dwergstruiken zoals struikhei en kraaihei. Syntaxoncode voor Nederland is 41Aa1b.

Soortensamenstelling[bewerken]

Zomereik
Jeneverbes
Struikhei
Bochtige smele
Wilgenroosje
Smalle stekelvaren
Gerimpeld gaffeltandmos
Gewoon gaffeltandmos
Bronsmos
Heidefranjemos
Open rendiermos

De associatie is zeer soortenrijk. Ze heeft geen specifieke kensoorten, maar wordt gekenmerkt door de zeer frequente aanwezigheid van jeneverbes, en verder een groot aantal soorten die de associatie differentiëren van de andere associaties in het verbond. De grove den, kenmerkend voor het verbond, komt in deze associatie slechts af te toe voor.

Verder bevat deze gemeenschap vooral planten van soorten van de klasse van de droge heiden en de klasse van de heischrale graslanden, zoals struikhei, bochtige smele en schapenzuring, naast soorten van stikstofrijkere standplaatsen zoals wilgenroosje en smalle stekelvaren.

Ten slotte vinden we in deze associatie talrijke bladmossen als het gerimpeld en gewoon gaffeltandmos, levermossen als het heidefranjemos en korstmossen als het open rendiermos en fijn bekermos terug. Deze rijkdom aan mossen onderscheid de associatie met de andere associatie met jeneverbes, de veel graziger associatie van hondsroos en jeneverbes.

De voor België en Nederland belangrijkste soorten zijn:

Boomlaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kV >30% Grove den Pinus sylvestris
>60% Zomereik Quercus robur
>40% Zachte berk Betula pubescens
Struiklaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
100% Jeneverbes Juniperus communis
>50% Wilde lijsterbes Sorbus aucuparia
>40% Sporkehout Rhamnus frangula
>40% Amerikaanse vogelkers Prunus serotina
Kruidlaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
dA >90% Struikhei Calluna vulgaris t.o.v. kussentjesmos-dennenbos
>70% Bochtige smele Deschampsia flexuosa
dA >60% Schapenzuring Rumex acetosella t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA >50% Zandstruisgras Agrostis vinealis t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA >40% Gewone eikvaren Polypodium vulgare t.o.v. kussentjesmos-dennenbos
dA >40% Pilzegge Carex pilulifera t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA >40% Wilgenroosje Chamerion angustifolium t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA >40% Fijn schapengras Festuca filiformis t.o.v. kussentjesmos-dennenbos
>30% Liggend walstro Galium saxatile
>30% Smalle stekelvaren Dryopteris carthusiana
>20% Kraaihei Empetrum nigrum
>20% Gewone dophei Erica tetralix
dA Grasklokje Campanula rotundifolia t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA Hondsviooltje Viola canina t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA Vogelmuur Stellaria media t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
Moslaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kV >30% Gerimpeld gaffeltandmos Dicranum polysetum
kK >10% Gestekeld tandmos Barbilophozia hatcheri
>90% Gewoon gaffeltandmos Dicranum scoparium
>90% Bronsmos Pleurozium schreberi
>80% Heideklauwtjesmos Hypnum jutlandicum
dA >70% Gewoon peermos Pohlia nutans t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
>60% Heidefranjemos Hypnum cupressiforme
dA >60% Open rendiermos Cladonia portentosa t.o.v. kussentjesmos-dennenbos
dA >60% Breekblaadje Campylopus pyriformis t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA >50% Gewoon pluisjesmos Dicranella heteromalla t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA >40% Gewoon dikkopmos Brachythecium rutabulum t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
dA >40% Fijn bekermos Cladonia chlorophaea t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
>40% Glanzend tandmos Barbilophozia barbata
dA >40% Gewoon kantmos Lophocolea bidentata t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
>40% Fraai haarmos Polytrichum formosum
>40% Bruin heidestaartje Cladonia glauca
dA >30% Gewoon draadmos Cephaloziella divaricata t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos
>30% Groot laddermos Pseudoscleropodium purum
>20% Boskronkelsteeltje Campylopus flexuosus
dA >20% Ruig haarmos Polytrichum piliferum t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

Het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel is typisch voor laaglanden en heeft in Europa een areaal dat zich buiten België en Nederland uitstrekt tot Noord-Duitsland, Denemarken en Zuid-Zweden.

In Nederland is het vrij zeldzaam en komt enkel voor in de zandgronden in het oosten, voornamelijk in Drenthe, Overijssel, de Veluwe, de Achterhoek, het oosten van Noord-Brabant en Midden-Limburg.

In Vlaanderen komt het voor op verspreide locatie in de Kempen, met als belangrijkste het Heiderbos in As met 14 ha jeneverbesstruweel.

Bedreiging en bescherming[bewerken]

Net als de meeste voedselarme bossen worden gaffeltandmos-jeneverbesstruwelen bedreigd door verruiging, en dat vooral door hoge stikstofdeposities vanuit de atmosfeer, en door omzetting van heide naar landbouwgebied.

Andere bedreigingen zijn het versnellen van de verbossing met vliegdennen uit nabijgelegen dennenbossen. Jeneverbesstruwelen zijn gevoelig voor beschaduwing en verdwijnen onder hogere bomen.

In Vlaanderen en Nederland is sinds halfweg de 20e eeuw geen spontane verjonging meer waargenomen in jeneverbesstruwelen, een verschijnsel met onbekende oorzaak. De laatste jaren worden op verschillend plaatsen in Nederland echter terug kiemplanten aangetroffen.