Galapagosreuzenschildpad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Galapagosreuzenschildpad
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (1996)
Harriet (Geochelone nigra darwini), een zeer oud exemplaar.
Harriet (Geochelone nigra darwini), een zeer oud exemplaar.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Testudines (Schildpadden)
Onderorde: Cryptodira (Halsbergers)
Familie: Testudinidae (Landschildpadden)
Geslacht: Chelonoidis
Soort
Chelonoidis nigra
(Quoy & Gaimard, 1824)
Afbeeldingen Galapagosreuzenschildpad op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Galapagosreuzenschildpad op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie
Chelonoidis nigra

De galapagosreuzenschildpad[2] of galapagosschildpad (Chelonoidis nigra synoniem Chelonoidis elephantopus ) is een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).

De schildpad komt endemisch voor op de Galapagoseilanden en is een van de bekendste soorten schildpadden ter wereld. Niet alleen inspireerde de galapagosreuzenschildpad Charles Darwin mede tot zijn selectietheorie, ook zijn enkele vertegenwoordigers van deze schildpad erg bekend geworden. Een exemplaar van de voormalige ondersoort Chelonoidis nigra abingdonii die bekendstond als 'eenzame George' was lange tijd de laatste vertegenwoordiger van zijn soort, totdat het dier op 24 juni 2012 stierf.[3] Een exemplaar genaamd Harriet wist een leeftijd te bereiken van meer dan 142 jaar. De IUCN beschouwt de reuzenschildpadden als een waaier van ondersoorten van de soort Chelonoidis nigra.[1] Sinds de eeuwwisseling wordt veel moleculair-genetisch onderzoek verricht en worden deze ondersoorten als aparte soorten opgevat.[4] Ook het Integrated Taxonomic Information System (ITIS) gaat uit van verschillende soorten op de diverse eilanden.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De galapagosreuzenschildpad is een grote soort die ook erg zwaar kan worden. De schildpad heeft een groene tot grijze kleur, en relatief lange nek en dito poten. De galapagosreuzenschildpad kan een schildlengte bereiken tot één meter, maar inclusief de nek en staart kan de schildpad ruim anderhalve meter lang worden.

De kop is vrij klein en heeft een stompe voorzijde, de schildpad heeft een duidelijk snavelachtige bek. Voor de ogen zijn de gepaarde prefrontale schubben gelegen. Het rugschild of carapax is groen van kleur en heeft een zadelachtige vorm. Oudere exemplaren krijgen een sterk koepelvormig schild. De poten en de kop kunnen bij oudere exemplaren niet in het schild worden teruggetrokken. De kleur van de poten en staart is net als de kop grijs tot zwart. De ledematen en de staart dragen vergrote schubben.

De mannetjes worden groter dan de vrouwtjes en hebben een langere en dikkere staart. Mannetjes hebben daarnaast een hol buikschild en een gele kleur aan de wangen en keel.

Verspreiding en habitat[bewerken]

Deze soort komt alleen voor op de Galapagoseilanden en leeft in allerlei biotopen: van met bomen of met cactussen begroeide plaatsen tot meer open landschappen. Er zijn ongeveer tien in het wild levende ondersoorten (of aparte soorten) die onderling iets verschillen. De schildpad is overdag op het land te vinden, al etend en zonnebadend, maar zoekt 's nachts een modderpoel op waar hij in overnacht. In de modder blijft de schildpad warm, waarschijnlijk speelt dit ook voor de digestie een rol. Ook overdag wordt wel eens in de modder gebaad, waarschijnlijk om van parasieten af te komen.

Voedsel[bewerken]

Zeer jonge exemplaren eten waarschijnlijk wel eens insecten en aas, maar na een paar jaar worden ze volledig vegetarisch. Allerlei planten zoals kool- en loofsoorten worden gegeten, evenals bloemen, bessen en vruchten. Ook staan deze schildpadden erom bekend een enorme hoeveelheid water op te kunnen slaan waardoor ze het lange en droge zomerseizoen kunnen doorstaan. Lange tijd zijn deze schildpadden bejaagd door zeelieden en ontdekkingsreizigers vanwege de schilden, de olie en met name het vlees; ze kunnen wel een jaar zonder water en voedsel, en werden meegenomen op zeereizen als langdurige voedselbron. Van de oorspronkelijke 250.000 bleven er maar enkele duizenden over, maar omdat de soort beschermd is, en de eilanden streng bewaakt worden ziet de toekomst van deze soort er over het algemeen goed uit.

Bescherming[bewerken]

De reden dat het niet goed ging met de schildpad is de invloed van de mens. Er werden namelijk geiten uitgezet op de Galapagoseilanden, die de meeste planten opaten, waarna er voor de schildpadden te weinig overbleef. Ook brachten de schepen onbedoeld zwarte ratten mee, die de eieren en de jonge schildpadjes opvraten. De geiten zijn op de meeste eilanden uitgeroeid; de ratten laten zich veel moeilijker vangen en vormen nog steeds een probleem. Het Charles Darwin Research Station op Santa Cruz, Galapagos, Ecuador doet zowel onderzoek naar effectieve manieren om ratten uit te roeien, als onderzoek naar het behoud van de reuzenschildpad. Er worden schildpadeieren uitgebroed en de jonge schildpadjes worden gedurende vijf jaar verzorgd. Na die tijd zijn ze groot genoeg om de ratten te weerstaan. Ze worden weer uitgezet op hun eiland van oorsprong. Ook wordt er onderzoek gedaan naar de verspreiding en de voedselpatronen van de schildpadden.

Naamgeving en taxonomie[bewerken]

De wetenschappelijke naam van de galapagosreuzenschildpad werd voor het eerst gepubliceerd in 1824 door Jean René Constant Quoy en Joseph Paul Gaimard. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Testudo nigra gebruikt, wat letterlijk 'zwarte schildpad' betekent. Later werd de geslachtsnaam veranderd in Geochelone, en weer later werd de huidige geslachtsnaam Chelonoidis toegewezen. In de literatuur worden hierdoor verscheidene geslachtsnamen gebruikt. Om het nog ingewikkelder te maken werd ook de oorspronkelijke wetenschappelijke soortnaam regelmatig veranderd en de bekendste daarvan die in de literatuur wordt gebruikt is C. elephantopus.

Onderstaande tabel toont voor de volledigheid alle soorten uit het geslacht Chelonoidis die hier als aparte soorten worden gezien.

Taxon Voorkomen Aantal (in 2010)[5]
C. becki Wolf (Vulkaan) op Isabel 1139
C. chathamensis San Cristóbal 1824
C. darwini San Salvador/Santiago 1165
C. ephippium (duncanensis) Pinzon 532
C. guntheri Sierra-Negra (vulkaan) op Isabela 694
C. hoodensis Española 860
C. microphyes Darwin (vulkaan) op Isabela 818
C. porteri Santa Cruz 3391
C. vandenburghi Alcedo (vulkaan) op Isabela 6320
C. vicina Cerro Azul (vulkaan) op Isabela 2574
C. abingdoni Pinta uitgestorven
C. elephantopus (nigra) † Floreana uitgestorven in 1846
C. phantastica Fernandina uitgestorven in 1906
C. wallacei Rabida uitgestorven ca. 1906
niet beschreven † Santa Fe uitgestorven ca. 1890
Galapagos tortoise distribution map.svg

Over de indeling in soorten loopt nog steeds DNA-onderzoek en er is geen consensus over de taxonomie, van daar kleine verschillen tussen de tabel en de kaart. Benavides et al. (2011) noemen de soort op vulkaan Darwin Chelonoidis microphyes en de soort op de vulkaan Alcedo C. vandenburghi. Verder wordt de soort C. ephippium ook op Santa Cruz vermeld en gebruikt men voor de uitgestorven soort van Floreana de naam C. elephantopus.[6]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (en) Galapagosreuzenschildpad op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 118, 121 ISBN 90 274 8626 3.
  3. Lonesome George, last-of-his-kind Galapagos tortoise, dies, chicagotribune.com, Geraadpleegd op 25 juni 2012
  4. (en) Benavides,E. et al., 2011. Lineage Identification and Genealogical Relationships Among Captive Galàpagos Tortoises. Published online 14 June 2011 in Wiley Online Library full text
  5. (en) Reproduction, breeding, repatriation, and monitoring of tortoises. Charles Darwin Foundation (CDF) Geraadpleegd op 27 april 2015
  6. (en) Benavides,E. et al., 2011. Lineage Identification and Genealogical Relationships Among Captive Galàpagos Tortoises. Published online 14 June 2011 in Wiley Online Library full text
Bron
  • (nl) Bernhard Grzimek - Het leven der dieren deel VI: Reptielen - Pagina 118, 121 - Kindler Verlag AG - 1971 - ISBN 90 274 8626 3