Galerie van schoonheden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een deel van de galerie van schoonheden in Slot Nymphenburg

De galerie van schoonheden (Duits Schönheitengalerie) is een verzameling van 36 portretten[1] "schone" Beierse dames. De portretten werden tussen 1827 tot 1863 geschilderd in opdracht van koning Lodewijk I van Beieren. Ze bevinden zich nog steeds in diens Slot Nymphenburg te München. De meeste werken werden gemaakt door Joseph Karl Stieler, die van 1825 tot aan zijn dood in 1855 Lodewijks hofschilder was. Twee additionele portretten werden later nog gemaakt door Friedrich Dürck.

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

Lodewijk I bezoekt Stieler, die Helene Sedlmayr portretteert. Tekening Joseph Flüggen.

Het idee om een serie van portretten van schone vrouwen bij elkaar te brengen was geen nieuw bedenksel van Lodewijk I, maar kende al eerdere voorbeelden in de kunsthistorie. Zo maakten Peter Lely en Godfrey Kneller reeds in de zeventiende eeuw portretreeksen van mooie dames aan het Engelse hof en ook Italië kende vergelijkbare voorbeelden, onder andere binnen het Huis Gonzaga. De grootste inspiratie vond Lodewijk echter in een verzameling van veertig vrouwenportretten die de Beierse keurvorstin Henriëtte Adelheid van Savoye tussen 1650 en 1675 van haar hofdames liet aanleggen, deels nog steeds te zien in het Münchense Cuvilliés-Theater.

Een meer concrete aanleiding om te starten met een verzameling vrouwportretten was gelegen in een klein privéschandaal dat ontstond toen Lodewijk in 1817 een portret van zijn maîtresse gravin Rambaldi had laten maken. Het was voor hem reden om te starten met een meer anonieme serie. De eerste ideeën voor zo'n reeks ontstonden, getuige zijn correspondentie, reeds in 1821. Pas in 1826 echter zou hij er opdracht toe geven aan zijn kersverse hofschilder Joseph Karl Stieler. In 1829 werden de eerste tien portretten tentoongesteld[2], later schilderde hij er nog 24. In 1860, toen Stieler inmiddels overleden was zou Lodewijk nog opdracht tot twee portretten geven aan Stielers leerling Friedrich Dürck (1809-1884). Onder de 36 geportretteerde vrouwen bevonden zich meerdere van Lodewijks maîtresses, waaronder de Ierse zangeres Lola Montez, de Engelse Jane Digby en de Italiaanse markiezin Marianna Florenzi. Opvallend voor die tijd is de variëteit aan nationaliteiten. Ook qua sociale status zijn er aanzienlijke verschillen, uiteenlopend van leden van de koninklijke familie zelf tot de schoenmakersdochter Helene Sedlmeier, die wel gold als de mooiste vrouw uit toenmalig München.

De portretten waren lange tijd te zien in de grote feestzaal van Schloss Nymphenburg, maar nadat deze ruimte tijdens Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd werd, werden ze overgebracht naar de kleine eetzaal in de zuidelijke vleugel, waar ze nog steeds te zien zijn en toegankelijk voor publiek.

De portretten[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Konstantin Prinz von Bayern: Des Königs schönste Damen. Aus der Schönheitengalerie Ludwigs I. Verlag Süddeutsche Zeitung, ISBN 3799160876
  • Gerhard Hojer: Die Schönheitsgalerie König Ludwigs I., Regensburg, Schnell und Steiner, 1997.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Noten[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Een 37e portret, van Luise von Neubeck (1816-1872), is in 1936 verdwenen.
  2. Stieler schilderde aanvankelijk tweemaal het portret van Auguste Strobl omdat Lodwijk I over een eerste versie niet tevreden was. Deze eerste versie werd niet opgenomen in de uiteindelijke galerie.