Gandhara

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boeddhabeeld uit Gandhara, eerste eeuw
Antiek India

Gandhara was een koninkrijk in Oost-Afghanistan en Noordwest-Pakistan van de 6e eeuw v.Chr. tot de 11e eeuw AD.

Gandhara onder de Maurya's[bewerken]

Volgens de overlevering leefde Chandragupta Maurya, de stichter van de Mauryadynastie in Taxila toen Alexander de Grote de stad innam. Hier zou hij ook zijn belangrijkste raadgever Kautilya ontmoet hebben. Chandragupta Maurya veroverde Gandhara in 305 v.Chr na een overwinning op Seleucus, een diadoch (opvolger van Alexander).

De Maurya erfden en incorporeerden verscheidene Achaemenidische tradities die de basis werden voor de Arthaśāstra, een boek over staatkunde dat aan Kautiliya wordt toegeschreven.

Ashoka, de kleinzoon van Chandragupta Maurya, heerste over één van de grootste rijken in India ooit. Net als zijn grootvader begon hij zijn loopbaan vanuit Gandhara. Van nog groter belang is de door Ashoka bevorderde zendingsactiviteit van het boeddhisme. Ceylon werd in deze periode tot het boeddhisme bekeerd. Ashoka is bekend voor zijn in steen gekerfde edicten. Onder Ashoka's opvolgers raakt zijn rijk echter in verval. In Magadha volgen de dynastieën van de Shunga's en Kanva's, in het noordwesten heersten Indo-Griekse koningen, in het zuiden (in Centraal-India) de Shatavahana's en Andhra's.

Gandhara onder de Kushana[bewerken]

Gandhara bereikte zijn hoogtepunt van de eerste tot de vijfde eeuw onder de boeddhistische Kushana koningen. Wima-Kadphises brengt de Koeshana, Centraal Aziatisch herdersvolk (verwant aan de Yuezhi) tot een groot rijk dat zich onder Kanishka van Afghanistan tot het Gangesbekken uitstrekt. In deze periode bereikt de Indische kunst een eerste hoogtepunt met de school van Mathura die tegelijk met de school van Gandhara de eerste boeddhabeelden voortbrengt. Na de verovering door Mahmud van Ghazni in 1021 na Chr. verdween de naam Gandhara. Gedurende de islamitische periode werd het gebied bestuurt vanuit Lahore of Kabul. Gedurende de Mogolperiode was het gebied een deel van de provincie Kabul.