Gangs of New York

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gangs of New York
(Filmposter op en.wikipedia.org)
Tagline America Was Born In The Streets.
Regie Martin Scorsese
Producent Alberto Grimaldi
Harvey Weinstein
Scenario Jay Cocks
Steven Zaillian
Kenneth Lonergan
Hoofdrollen Leonardo DiCaprio
Daniel Day-Lewis
Cameron Diaz
John C. Reilly
Jim Broadbent
Liam Neeson
Muziek Howard Shore
Montage Thelma Schoonmaker
Cinematografie Michael Ballhaus
Production design Dante Ferretti
Distributie Miramax Films
Première Vlag van Verenigde Staten 20 december 2002
Vlag van België 8 januari 2003
Vlag van Nederland 23 januari 2003
Genre Drama / Misdaad / Historisch
Speelduur 167 minuten
Taal Engels
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Budget $ 97–100 miljoen[1][2]
Opbrengst $ 193,8 miljoen[3]
Gewonnen prijzen 42
Overige nominaties 99
(en) IMDb-profiel
MovieMeter-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Gangs of New York is een Amerikaanse misdaadfilm uit 2002 die geregisseerd werd door Martin Scorsese. Het verhaal speelt zich af in het 19e-eeuwse New York. De hoofdrollen worden vertolkt door Leonardo DiCaprio, Daniel Day-Lewis en Cameron Diaz. Het ambitieuze filmproject werd gedurende meer dan dertig jaar ontwikkeld en sleepte onder meer tien Oscarnominaties in de wacht, waarvan er geen enkele verzilverd werd. Day-Lewis won voor zijn vertolking wel een BAFTA Award, terwijl Scorsese en de Ierse band U2 (voor het nummer "The Hands That Built America") beloond werden met een Golden Globe.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Op 6 februari 1846 vindt er op Paradise Square in de Five Points een territoriale strijd plaats tussen de in de Verenigde Staten geboren Natives, die onder leiding staan van Bill "The Butcher" Cutting, en de Dead Rabbits, een bende bestaande uit Iers-katholieke immigranten onder leiding van Priest Vallon. De jonge Amsterdam Vallon ziet hoe het gevecht eindigt wanneer zijn vader wordt neergestoken door Cutting. Na het gevecht worden de Dead Rabbits door Cutting verboden. Amsterdam grijpt het mes waarmee zijn vader gedood werd en vlucht weg. Hij begraaft het mes samen met een medaille van zijn vader. Nadien belandt hij in het opvoedingsgesticht Hellgate op Blackwell's Island.

Eind 1862 keert de inmiddels volwassen Amsterdam Vallon terug naar de Five Points, waar hij verenigd wordt met zijn jeugdvriend Johnny Sirocco. De twee botsen tijdens hun gesprek op Jenny Everdeane, een succesvolle dievegge en zakkenrolster. Johnny heeft duidelijk gevoelens voor haar. Wat later steelt ze de medaille van Amsterdam, waarna die haar volgt en op heterdaad betrapt. Hij ontwikkelt eveneens gevoelens voor haar, maar ontdekt dan dat ze goed bevriend is met Cutting.

Johnny stelt Amsterdam ook voor aan Cutting zonder zijn familienaam te vermelden. Amsterdam ontdekt dat verscheidene gewezen leden van de Dead Rabbits nu voor Cutting werken. Zowel Jack Mulraney, die nu een corrupte politieagent is, als de racistische McGloin is overgelopen. Amsterdam zelf wordt ook een vertrouweling van Cutting en ontdekt dat de dood van zijn vader jaarlijks gevierd wordt met een ceremonie. Na verloop van tijd raakt Amsterdam ook betrokken bij Tammany Hall en het corrupte politieke rijk van "Boss" Tweed, die gemanipuleerd wordt door Cutting.

Tijdens de theatervoorstelling Uncle Tom's Cabin probeert een man uit het publiek Cutting dood te schieten. Amsterdam waarschuwt Cutting, waardoor die aan de dood ontsnapt. Na het incident trekken ze zich terug in een bordeel, waar Cutting zijn schotwonde laat verzorgen door Jenny. Vervolgens maken Amsterdam en Jenny ruzie, waarna de twee samen de liefde bedrijven. Diezelfde nacht wordt Amsterdam wakker en ontdekt hij dat Cutting, die een Amerikaanse vlag over zijn schouders draagt, naast zijn bed zit. Hij mijmert over hoe Priest Vallon zijn laatste eervolle tegenstander was en dat Vallon hem ooit verslagen had, maar toen besloot om hem niet te doden zodat hij met de schaamte van een nederlaag zou moeten leven. Daarnaast noemt hij Amsterdam de zoon die hij nooit gehad heeft.

Johnny is jaloers op de relatie tussen Amsterdam en Jenny. Daarop besluit hij om Amsterdam te verraden. Hij rent naar Cutting en onthult de ware identiteit van zijn jeugdvriend. Tijdens de jaarlijkse ceremonie om Priest Vallons dood te vieren, kruipt Cutting op het podium en daagt hij Jenny uit om zoals vroeger een act waarin met messen geworpen wordt op te voeren. Tijdens de act verwondt hij Jenny, waardoor hij Amsterdam verleidt tot het plegen van een moordaanslag. Wanneer Amsterdam hem met een mes probeert aan te vallen, grijpt Cutting in en verwondt hij Amsterdam door een mes in zijn buik te werpen. Nadien verbrandt hij het gelaat van Amsterdam, zodat die voortaan als een "freak" door het leven moet.

Jenny en Amsterdam verbergen zich. Terwijl hij herstelt van zijn verwondingen, stelt zij aan hem voor om New York te verlaten voor Californië. Amsterdam krijgt tijdens zijn revalidatie ook bezoek van Walter "Monk" McGinn, een huurling die in het verleden aan de zijde van zijn vader vocht. Monk overtuigt hem om de moed niet op te geven. Na zijn revalidatie plaatst Amsterdam een dood konijn op Paradise Square. Cutting merkt het dreigement op en adviseert Jack Mulraney om Amsterdam op te sporen. Amsterdam overmeestert de corrupte agent, waarna diens lichaam op Paradise Square wordt opgehangen. Als wedervergelding wordt Amsterdams jeugdvriend Johnny op hetzelfde plein opgehangen aan een hek. Amsterdam verlost hem uit zijn lijden en maakt hem af.

"Boss" Tweed is niet tevreden met Cuttings manier van werken en benadert Amsterdam met een plan om samen de macht te grijpen. Amsterdam zorgt ervoor dat de Ierse gemeenschap achter Tweed staat en in ruil wordt "Monk" McGinn verkozen als sheriff. Zowel Amsterdam als Cutting pleegt verkiezingsfraude en gebruikt geweld om de uitslag van de verkiezing te manipuleren. Monk wint de verkiezing overtuigend, waarna hij door Cutting in koelen bloede vermoord wordt. Tijdens Monks uitvaartplechtigheid daagt Amsterdam zijn rivaal Cutting uit voor een traditioneel gevecht. Jenny vreest dat Amsterdam de strijd niet zal overleven en besluit naar Californië te reizen.

Ondertussen breken de dienstplichtrellen in New York uit. Zowel de rijken uit de hogere klasse van de samenleving als Afrikaanse Amerikanen worden door de relschoppers aangevallen. Soldaten die tot de Unie van Noordelijke Staten behoren, worden ingeschakeld om de relschoppers in New York tegen te houden. Tijdens het gevecht tussen de bendes van Cutting en Amsterdam wordt de stad getroffen door kanonskogels van de schepen uit de haven. Heel wat bendeleden komen om het leven en de straten raken gevuld met rook en stof. Wanneer de rook verdwijnt, ontdekt Cutting dat hij geraakt is door een stuk shrapnel en zegt: "Godzijdank, ik sterf als een ware Amerikaan." Vervolgens steekt Amsterdam hem dood en houden de twee elkaars hand vast.

Cutting wordt in Brooklyn begraven naast het graf van Priest Vallon, dat door Amsterdam en Jenny bezocht wordt alvorens ze samen vertrekken. Amsterdam vertelt vervolgens dat New York zal herbouwd worden, maar dat zij niet langer herinnerd zullen worden, alsof ze er nooit waren. Op de achtergrond verandert de skyline van de stad in het moderne New York. De Brooklyn Bridge, de Empire State Building en het World Trade Center verschijnen in beeld, terwijl op de voorgrond de graven van Cutting en Vallon overgroeid worden.

Leeswaarschuwing: Eindigt hier.

Rolverdeling[bewerken]

Acteur Personage
DiCaprio, Leonardo Leonardo DiCaprio Amsterdam Vallon
Day-Lewis, Daniel Daniel Day-Lewis William "Bill The Butcher" Cutting
Diaz, Cameron Cameron Diaz Jenny Everdeane
Broadbent, Jim Jim Broadbent "Boss" Tweed
Reilly, John C. John C. Reilly "Happy" Jack Mulraney
Thomas, Henry Henry Thomas Johnny Sirocco
Neeson, Liam Liam Neeson "Priest" Vallon
Gleeson, Brendan Brendan Gleeson Walter "Monk" McGinn
Lewis, Gary Gary Lewis McGloin
Graham, Stephen Stephen Graham Shang
Gilliard jr., Lawrence Lawrence Gilliard jr. Jimmy Spoils
Marsan, Eddie Eddie Marsan Killoran
McCowen, Alec Alec McCowen Reverend Raleigh
Hemmings, David David Hemmings John F. Schermerhorn
Seymour, Cara Cara Seymour Hell-Cat Maggie
Ashton-Griffiths, Roger Roger Ashton-Griffiths P.T. Barnum
Bouchet, Barbara Barbara Bouchet Mrs. Schermerhorn
Byrne, Michael Michael Byrne Horace Greeley
Sessions, John John Sessions Harry Watkins
Graham, Richard Richard Graham Harvey-Card Player
Lombardo Radice, Giovanni Giovanni Lombardo Radice Mr. Legree

Productie[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Regisseur Martin Scorsese groeide in de jaren 1950 op in de buurt Little Italy in New York City en merkte in die periode op dat bepaalde delen van de stad – waaronder grafzerken uit de jaren 1810 op het kerkhof van St. Patrick's Old Cathedral, zeer kleine kelderruimtes en straten die nog met kasseien belegd waren – uit de toon vielen omdat ze zo oud waren.[4] Hij vroeg zich af welke mensen de Italo-Amerikanen waren voorafgegaan in Little Italy en ontwikkelde een interesse in de ontstaansgeschiedenis van de stad.[4]

In januari 1970 stootte Scorsese in het huis van een vriend op het boek The Gangs of New York: An Informal History of the Underworld (1927) van journalist en misdaadauteur Herbert Asbury.[4][5] De regisseur bracht zijn vriend, filmcriticus Jay Cocks, op de hoogte van zijn vondst en kwam te weten dat die hetzelfde boek in zijn bezit had.[6][7] Scorsese wilde het boek meteen verfilmen en stelde het project aan Cocks voor als een "western in de ruimte".[8] Doordat de feiten die Asbury in zijn boek beschreef zich in het 19e-eeuwse New York afspeelden, beseften de twee dat een verfilming erg moeilijk zou worden. Desondanks vormde Cocks het boek in de jaren 1970 om tot een filmscenario. Een eerste versie, die in 1977 werd afgerond, was sterk beïnvloed door The Wild Bunch (1969) en bevatte verschillende quotes van zanger Bruce Springsteen, maar dan geschreven in de spreektaal van de 19e eeuw.[6] In deze versie hadden Scorsese en Cocks bovendien Malcolm McDowell, die in 1971 was doorgebroken in A Clockwork Orange, voor ogen als hoofdrolspeler.[6][9] Het project werd in 1977 door de Italiaanse producent Alberto Grimaldi aangekondigd in Variety, maar kwam er uiteindelijk niet.[10][11]

Toen de 27-jarige Scorsese in 1970 het boek van Asbury ontdekte, was hij nog een onbekende filmmaker. Pas in 1979, na het regisseren van onder meer de succesvolle misdaadfilms Mean Streets (1973) en Taxi Driver (1976), verwierf hij de rechten op Asbury's boek.[12][13] In diezelfde periode waren er plannen voor een verfilming met acteurs John Belushi en Dan Aykroyd als respectievelijk Bill The Butcher en Amsterdam Vallon.[14][15] Beide komieken waren in die dagen vooral bekend van hun vele rollen in het sketchprogramma Saturday Night Live. Scorsese richtte zijn aandacht echter eerst op de opnames van Raging Bull (1980). Nadien draaide de ambitieuze western Heaven's Gate (1980) uit op een financiële flop, waardoor geen enkele studio in een grootschalig kostuumdrama als Gangs of New York durfde investeren en het project opnieuw werd uitgesteld.[9]

Door de casting van Leonardo DiCaprio kwam de productie op gang.

In de jaren 1980 probeerde Scorsese meermaals om het filmproject opnieuw te lanceren. Omdat de regisseur tijdens de opnames van Raging Bull veelvuldig naar de muziek van The Clash had geluisterd, speelde hij met het idee om de punkband te casten in Gangs of New York.[16] Ook Robert De Niro, Mel Gibson en Willem Dafoe werden overwogen voor een hoofdrol.[14] In 1991 overtuigde producent Grimaldi Universal Studios om 30 miljoen dollar te investeren, maar tot een verfilming kwam het uiteindelijk niet, hoewel Robert De Niro bereid was om het hoofdpersonage Bill The Butcher te vertolken.[10] In 1997 verkocht Universal de rechten op het project door aan Walt Disney Studios.[10]

Pas in 1998 kwam het project van de grond. De toen 23-jarige Leonardo DiCaprio, die net aan de opnames van The Beach begonnen was, had de invloedrijke agent Michael Ovitz op pad gestuurd om hem aan te bevelen bij Scorsese.[17] Dankzij de medewerking van DiCaprio, die net de hoofdrol had vertolkt in de kaskraker Titanic (1997), kreeg de regisseur ditmaal wel een groot budget bij elkaar. Joe Roth, toenmalig voorzitter van Disney, was bereid om meer dan 80 miljoen dollar vrij te maken voor de film.[18][19] Desondanks doken er nog verschillende problemen op. Zo was Scorsese contractueel verplicht om voor Warner Bros. de film Dino, een biopic over Dean Martin en The Rat Pack, te regisseren. Bovendien wilde Disney-baas Michael Eisner in 1999, na de dodelijke schietpartij in Columbine High School, niet langer investeren in een gewelddadige film waarin de hoofdrol door een jongeman vertolkt wordt.[19][20] Het project werd vervolgens aangeboden aan MGM, Paramount Pictures, Warner Bros. en 20th Century Fox, maar alle studio's weigerden het aanbod.[19][10] Uiteindelijk was het Harvey Weinstein, hoofd en oprichter van Disney's dochteronderneming Miramax, die erin slaagde om het filmproject te redden. Met de financiële steun van Weinstein en producent Graham King, die de buitenlandse distributierechten kocht, kon de productie alsnog van start gaan.

Eind 1999 spande Grimaldi een rechtszaak aan tegen onder meer Disney en Universal omdat hij uit het project was gewerkt en zijn filmcredit als producent moest delen met Scorsese.[21] De Italiaan wilde niet dat de film gemaakt werd en eiste een schadevergoeding van tien miljoen dollar. In april 2000 werd de zaak geregeld en kreeg hij een bedrag van meer dan drie miljoen dollar. Grimaldi bleef ook officieel producent van het project en kreeg recht op een deel van de winst die de film zou maken.[22]

Scenario[bewerken]

Het scenario van Jay Cocks, waarvan de eerste versie al van 1977 dateerde, werd te lang en gewelddadig bevonden door Disney, dat eind jaren 1990 eiste dat er een liefdesverhaal aan werd toegevoegd.[10] Toen Weinstein de productie in handen kreeg, wilde hij andere scenaristen aan het script laten werken, waarop Cocks ontslagen werd.[6][23] Weinstein riep vervolgens de hulp in van de Iraans-Britse scenarist Hossein Amini, die in het verleden al aan verscheidene producties van Miramax had meegewerkt.[24] Gedurende een jaar werd het script door Scorsese, Weinstein en Amini herschreven.[24] Desondanks kreeg de scenarist later geen officiële vermelding in de filmcredits.[25] In een later stadium werd ook scenarist Steven Zaillian ingehuurd. Hij werkte zes maanden aan het project en was verantwoordelijk voor de structuur van het script.[26] Tot slot werd ook toneelschrijver Kenneth Lonergan ingeschakeld, die de personages verder ontwikkelde en de dialogen verbeterde.[27] Daarnaast kreeg Lonergan van Weinstein ook de opdracht om tien pagina's uit het script te schrappen.[28] Weinstein vergeleek de vele scenaristen die aan het script schreven met de manier van werken ten tijde van het oude studiosysteem in Hollywood.[24]

Casting[bewerken]

Oorspronkelijk zou Leonardo DiCaprio in de huid kruipen van Amsterdam, terwijl Robert De Niro zijn rivaal Bill The Butcher zou spelen. De Niro haakte echter in november 1999 om persoonlijke redenen af,[29] waarna de rol aan Tom Hanks werd aangeboden. Hanks sloeg het aanbod af omdat het salaris niet hoog genoeg was.[30] Ook Willem Dafoe werd overwogen, maar weigerde de rol van Bill The Butcher.[31][32] Uiteindelijk werd besloten om Daniel Day-Lewis, met wie Scorsese aan The Age of Innocence (1993) had samengewerkt, te casten. Day-Lewis had echter al sinds 1997 niet meer geacteerd in een film. Om de acteur uit pensioen te halen, werd DiCaprio op pad gestuurd. De twee spraken meermaals af en pas na lang aandringen, aanvaardde Day-Lewis de rol.[33]

Om zich voor te bereiden op zijn rol leerde DiCaprio van de Belgische stuntcoördinator Dominique Vandenberg verscheidene vechtstijlen, waaronder mesvechten.[34] Day-Lewis leerde voor de film een 19e-eeuws accent uit New York door naar opnames te luisteren van poëet Walt Whitman en gedurende acht maanden zowel op als naast de set in dit accent te praten.[35] Hij werkte ook een tijdje in een slagerij ter voorbereiding op zijn rol.[35][36][37] Daarnaast leerden enkele circusartiesten hem messenwerpen.[35]

Voor het personage Jenny Everdeane werd "elke belangrijke, jonge actrice" overwogen.[32] Onder meer Anna Friel, Claire Forlani, Heather Graham, Monica Potter en Mena Suvari kwamen in aanmerking voor de rol.[38] Uiteindelijk werd Cameron Diaz in mei 2000 gecast als het personage.[39]

Setontwerp en mise-en-scène[bewerken]

De set van Gangs of New York in de Cinecittà Studios in Rome.

Voor de opnames werden de Five Points, een beruchte buurt uit het 19e-eeuwse New York, en delen van Lower Broadway, Upper Manhattan en de haven van New York nagebouwd op de terreinen van de Cinecittà Studios in Rome.[40] De Italiaanse production designer Dante Ferretti ontwierp de reusachtige set en baseerde zich daarbij op historische tekeningen, schilderijen en foto's. Voor de Five Points gebruikte hij een gelijknamig schilderij van George Catlin als inspiratiebron.[4] Verder bevatte de set ook de steeg "Bandit's Roost" zoals die te zien is op de gelijknamige foto uit 1888 van fotograaf Jacob Riis.[41] De Duitse director of photography Michael Ballhaus leidde het camerawerk. Om te illustreren hoe de "duistere, warme uitstraling" van de film er moest uitzien, gaf Scorsese een boek met schilderijen van de Nederlandse kunstschilder Rembrandt aan Ballhaus.[42]

Opnames[bewerken]

De opnames van Gangs of New York gingen op 30 augustus 2000 van start in Rome en eindigden in april 2001.[43][44] Gedurende de opnames waren er regelmatig conflicten, geldproblemen en technische moeilijkheden.[45] Een scène waarin een olifant in beeld zou lopen, kon niet gefilmd worden omdat het dier niet geleverd werd. Uiteindelijk werd de hulp ingeroepen van George Lucas om de olifant in post-productie digitaal te animeren.[46] Door de vele moeilijkheden en ambitieuze ideeën van Scorsese kostte de productie 25 procent meer dan oorspronkelijk voorzien was en liep het budget op tot 100 miljoen dollar.[2] Tijdens de opnames kwam het dan ook vaak tot een conflict tussen regisseur Scorsese, die zijn persoonlijke en ambitieuze visie op het witte doek wilde zien, en producent Weinstein, die een meer gestroomlijnde en commerciële versie van Gangs of New York voor ogen had.[4][2] De twee hadden regelmatig hevige discussies over de tijdsduur van zowel de opnames als de film.[47][48]

Hoewel Cameron Diaz slechts zes weken opnames voor de boeg had, bleef ze uiteindelijk zes maanden op de set van Rome.[49][50] Haar rol werd nog tijdens de opnames herschreven en uitgebreid.[50] De actrice had volgens Weinstein op de set een goede invloed op de sfeer, die soms grimmig kon worden door "de grote ego's van DiCaprio, Day-Lewis, Scorsese en Weinstein".[46] Toen haar acteeropdracht was afgelopen, wilde Scorsese haar niet laten vertrekken, hoewel ze contractueel verplicht was om aan de opnames van Charlie's Angels: Full Throttle (2003) te beginnen. Op aandringen van Columbia Pictures liet hij de actrice uiteindelijk toch vertrekken.[50]

Post-productie en release[bewerken]

Van links naar rechts: Leonardo DiCaprio, Martin Scorsese en Cameron Diaz op het filmfestival van Cannes in 2002.

In post-productie bleef Weinstein eisen dat de film zou ingekort worden. De eerste versie van Scorsese duurde zo'n vier uur.[51] De montage werd geleid door Thelma Schoonmaker, die in het verleden al regelmatig had samengewerkt met Scorsese. Uiteindelijk werd de film herleid tot 168 minuten.[52] Daardoor bestaat de opvatting dat de final cut van de film niet overeenstemt met de versie die Scorsese voor ogen had. De regisseur gaf in 2002 in een interview met filmcriticus Roger Ebert toe dat de versie van 168 minuten de juiste lengte had en daarom dus beschouwd kon worden als de director's cut.[48] Desondanks liet hij aan vrienden en familieleden een onafgewerkte versie zien van meer dan drie uur. Met deze versie zou Scorsese het "gelukkigst" geweest zijn.[53]

De soundtrack van de film zou oorspronkelijk gecomponeerd worden door Elmer Bernstein, met wie Scorsese eerder al had samengewerkt aan Cape Fear (1991), The Age of Innocence (1993) en Bringing Out the Dead (1999). De door Bernstein gecomponeerde muziek werd uiteindelijk geweigerd en vervangen door een soundtrack van Howard Shore en hedendaagse nummers van U2 en Peter Gabriel.[54] De nummers die door Bernstein gecomponeerd werden voor Gangs of New York werden in 2008 samen met de ongebruikte soundtracks van The Journey of Natty Gann (1985) en The Scarlet Letter (1995) uitgebracht op een compilatiealbum.

De release van de film werd meermaals uitgesteld. De film zou oorspronkelijk in december 2001 in première gaan, maar dat werd uitgesteld omwille van de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Omdat het verhaal zich in New York afspeelt, gewelddadig is en onder meer politieagenten aan bod laat komen, werd gevreesd dat de film door het publiek als ongepast zou beschouwd worden.[55] Aan het einde van de film komen de Twin Towers van het World Trade Center, dat vernield werd tijdens de aanslagen, nadrukkelijk in beeld. Deze officiële verklaring wordt echter tegengesproken door berichten waaruit blijkt dat een première in 2001 sowieso niet gehaald kon worden omdat de makers zelfs in 2002 nog volop aan de film aan het sleutelen waren.[47] In mei 2002 werden er zelfs nog enkele kleine filmopnames, zogenoemde pick-ups, georganiseerd om de prent te vervolledigen.[56]

In 2002 bezochten Scorsese, DiCaprio, Diaz en Weinstein het filmfestival van Cannes, waar in het Palais des Festivals et des Congrès een 20 minuten durende preview van de film getoond werd.[56] Vervolgens wilde Weinstein de film op 25 december 2002 uitbrengen, maar omdat er op dat ogenblik met Catch Me If You Can (2002) al een andere film van DiCaprio in de bioscoop te zien zou zijn, werd besloten om de film vroeger uit te brengen. Bovendien was het gewelddadige karakter van de film niet geschikt voor een release op Kerstmis.[47] Uiteindelijk ging de film vijf dagen eerder, op 20 december 2002, in première. Sindsdien werd de film ook uitgebracht op dvd en blu-ray.

Historische accuraatheid[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Gangs of New York werd gebaseerd op het gelijknamige boek uit 1927 van schrijver Herbert Asbury. Het filmpersonage William "Bill the Butcher" Cutting zou geïnspireerd zijn door William Poole. In het boek van Asbury wordt hij omschreven als een lid van de Bowery Boys, iemand die bokste met zijn blote vuisten en als de leider van de Native American Party. Bovendien had hij ook een slagerij. In tegenstelling tot Cutting stierf Poole bijna een decennium voor het uitbreken van de dienstplichtrellen in New York (1863).[57][58]

Ook de beruchte vechtster Hell-Cat Maggie kwam in het boek van Asbury voor. In de film wordt ze vertolkt door Cara Seymour.

De manier waarop de Five Points in de film worden afgebeeld, kon volgens professor Tyler Anbinder van de George Washington-universiteit, "niet beter gedaan zijn".[59]

Leeswaarschuwing: Eindigt hier.

Soundtrack[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Gangs of New York: Music from the Miramax Motion Picture voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Prijzen en nominaties[bewerken]

Een overzicht van de belangrijkste prijzen en nominaties:

Jaar Prijs Categorie Genomineerde(n) Uitslag
2002 National Board of Review Top 10 films van het jaar Gewonnen
2003 Academy Awards Beste film Alberto Grimaldi, Harvey Weinstein Genomineerd
Beste regisseur Martin Scorsese Genomineerd
Beste acteur in een hoofdrol Daniel Day-Lewis Genomineerd
Beste origineel scenario Jay Cocks, Steven Zaillian, Kenneth Lonergan Genomineerd
Beste camerawerk Michael Ballhaus Genomineerd
Beste montage Thelma Schoonmaker Genomineerd
Beste art direction / set decoration Dante Ferretti, Francesca Lo Schiavo Genomineerd
Beste kostuumontwerp Sandy Powell Genomineerd
Beste geluid Tom Fleischman, Eugene Gearty, Ivan Sharrock Genomineerd
Beste origineel nummer U2 ("The Hands That Built America") Genomineerd
Golden Globes Beste film (drama) Genomineerd
Beste regisseur Martin Scorsese Gewonnen
Beste acteur in een hoofdrol (drama) Daniel Day-Lewis Genomineerd
Beste actrice in een bijrol (drama) Cameron Diaz Genomineerd
Beste origineel nummer U2 ("The Hands That Built America") Gewonnen
BAFTA Award Beste film Alberto Grimaldi, Harvey Weinstein Genomineerd
Beste regisseur Martin Scorsese Genomineerd
Beste acteur in een hoofdrol Daniel Day-Lewis Gewonnen
Beste origineel scenario Jay Cocks, Steven Zaillian, Kenneth Lonergan Genomineerd
Beste camerawerk Michael Ballhaus Genomineerd
Beste montage Thelma Schoonmaker Genomineerd
Beste muziek Howard Shore Genomineerd
Beste production design Dante Ferretti Genomineerd
Beste kostuumontwerp Sandy Powell Genomineerd
Beste geluid Tom Fleischman, Eugene Gearty, Ivan Sharrock, Philip Stockton Genomineerd
Beste visuele effecten R. Bruce Steinheimer, Michael Owens, Edward Hirsh, Jon Alexander Genomineerd
Beste grime en haarstijl Manlio Rocchetti, Aldo Signoretti Genomineerd
Screen Actors Guild Award Beste acteur in een hoofdrol Daniel Day-Lewis Gewonnen
AFI Award Film van het jaar Gewonnen
Directors Guild of America Award Beste regisseur Martin Scorsese Genomineerd
Producers Guild of America Award Beste producent Alberto Grimaldi, Harvey Weinstein Genomineerd
Writers Guild of America Award Beste origineel scenario Jay Cocks, Steven Zaillian, Kenneth Lonergan Genomineerd
Satellite Awards Beste acteur in een hoofdrol Daniel Day-Lewis Gewonnen
Beste camerawerk Michael Ballhaus Genomineerd
Beste montage Thelma Schoonmaker Gewonnen
Beste art direction Dante Ferretti Gewonnen
Beste kostuumontwerpt Sandy Powell Genomineerd
Beste geluid Philip Stockton Genomineerd
Beste visuele effecten R. Bruce Steinheimer, Michael Owens, Edward Hirsh, Jon Alexander Genomineerd
2004 César Beste buitenlandse film Martin Scorsese Genomineerd
Grammy Award Beste compilatiesoundtrack Genomineerd
Beste origineel nummer U2 ("The Hands That Built America") Genomineerd

Externe link[bewerken]