Gashouder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Gasometer in Wien-Simmering
Architectenbureau in voormalige gashouder in Naaldwijk

Een gashouder is een grote voorraadtank voor (licht)gas dat in een gasfabriek uit steenkool werd gewonnen en voor industrieel of huishoudelijk gebruik tijdelijk werd opgeslagen.

In de eerste helft van de twintigste eeuw was het een gangbaar bouwwerk. Gashouders waren doorgaans cilindervormig en waren gemaakt van ijzer. In Nederland waren grote gashouders te vinden bij Amsterdam (Westergasfabriek; nog aanwezig) en Hoogovens te IJmuiden. Sommige gashouders bestonden uit een aantal delen die telescopisch konden bewegen, waardoor het volume van de gashouder aangepast kon worden. De meeste gashouders zijn gesloopt na de introductie van aardgas. De enige nog complete gashouder in Nederland staat in Dedemsvaart. Deze gashouder is een rijksmonument. In 2010 is de gashouder in Dedemsvaart omgebouwd tot een klein theater, waar regelmatig culturele evenementen gehouden worden.

Soms krijgen gashouders een nieuwe functie. Zo is in Naaldwijk sinds 2008 een architectenbureau gevestigd in een voormalige gashouder. De gashouder in Amsterdam wordt veel gebruikt door Awakenings_(feesten) en haar techno feesten. De bakermat van Awakenings ligt in de gashouder.

Techniek[bewerken | brontekst bewerken]

Natte gashouder


Gashouders hebben meestal een volume dat kan worden aangepast aan de hoeveelheid gas die er op een zeker moment in moet worden opgeslagen. Daarvoor zijn verschillende oplossingen bedacht. De eenvoudigste is een zgn. natte gashouder: een "klok" die drijft op een kuip met water. Op de afbeelding hiernaast is een constructie zichtbaar die voorkomt dat het volume in de klok tot nul wordt gereduceerd. De druk in de gashouder wordt onder andere bepaald door het gewicht van de klok en de oppervlakte van de kuip waarop deze drijft. Om de bewegende gashouder te geleiden is er een ijzeren of stalen frame omheen gebouwd. De in- en uitlaat zijn niet op de tekening weergegeven maar bevinden zich een stukje boven het wateroppervlak. Het water in de kuip voorkomt gaslekkage.

De Maastrichtse gashouder is een zogenaamde "natte schroefgashouder". Dit type gashouder bestaat uit een "klok" die met het open einde in een kuip met water staat. De hoogte van de kuip bepaalde aanvankelijk hoever de klok omhoog kon bewegen, maar later kon deze door middel van in elkaar schuifbare cilinders als een telescoop verder omhoog geschoven worden. Op de binnencilinders zijn rails aangebracht onder een hoek van 45°, waarlangs de cilinders met een schroefbeweging omhoog of omlaag konden bewegen.[1] De afdichting tussen de verschillende delen moet uiteraard gasdicht zijn. Vaak werd hiervoor een natte afdichting gebruikt. Een met water gevulde goot voorkwam het lekken van gas.

Andere gashouders hebben een dak dat op en neer kan bewegen binnen een vaste cilinder.

Bakenfunctie[bewerken | brontekst bewerken]

Omdat gashouders vanuit de lucht gemakkelijk waar te nemen herkenningspunten waren en de luchtvaart in het begin van de 20e eeuw nog in de kinderschoenen stond, werd in het eerste en tweede decennium van de 20e eeuw een door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) ontwikkeld systeem van tweeletterige plaatscoderingen langs Nederlandse luchtroutes op de daken van de gashouders aangebracht. Hierbij werd ook met de ANWB samengewerkt omdat men dacht aan nationaal en internationaal particulier luchtvaarttoerisme. Iedere gashouder kreeg een code en een pijl die naar het noorden wees. De eerste proef vond plaats in februari 1914 te Deventer[2]. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in hetzelfde jaar moesten deze markeringen op last van de opperbevelhebber van het leger worden verwijderd zodra Nederland in de oorlog betrokken zou raken. Uit voorzorg werden de markeringen daarna overgeschilderd. Na 1918 keerden ze op diverse plaatsen terug en tot in de jaren '30 waren sommige gashouders nog van markeringen voorzien. Vanwege de ontwikkeling van betere navigatiemiddelen en de dreiging van een nieuwe oorlog zijn ze in de dertiger jaren weer verwijderd. Voor zover bekend is Nederland het enige land waar gashouders als luchtvaartbakens zijn gebruikt.

Lijst van luchtvaartcodes op Nederlandse gashouders[bewerken | brontekst bewerken]

AO: Almelo (ook:ALMELO)
AR: Amerongen
AM: Amsterdam
AH: Arnhem
BN: Baarn
BZ: Bergen op Zoom
BV: Beverwijk
BT: Het Bildt
BE: Breda
CB: Culemborg

DB: Doesburg
DT: Doetinchem
DV: Deventer
EM: Edam
EH: Eindhoven
EB: Elburg
EK: Enkhuizen
GS: Goes
GI: Goirle
GD: 's-Gravendeel
HR: Haarlem

HK: Harderwijk
HD: Den Helder
HO: Hengelo
HB: 's-Hertogenbosch
HU: Hulst
KP: Kampen
LC: Lochem
MG: Middelburg
NK: Nijkerk
OI: Oisterwijk

OH: Oosterhout
PR: Purmerend
RM: Roermond
SA: Schagen
SH: Schoonhoven
SN: Sneek
TI: Tiel
TB: Tilburg
UT: Utrecht
VD: Veenendaal

VG: Vlaardingen
VL: Vlissingen
WX: Waddinxveen
WT: West-Terschelling
WO: Woerden
YS: IJsselstein
ZB: Zaltbommel
ZT: Zeist
ZW: Zwolle

In 1919 werden Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Boskoop, Huizen (N-H) en Hoorn aan de lijst toegevoegd.

In 1939 verschijnt in het tijdschrift "Het Gas" een artikel waarin juist de camouflage van gashouders wordt beschreven. Deze waren wit vanwege het uitzetten en krimpen onder invloed van zonlicht, maar werden in camouflagekleuren geschilderd om niet op te vallen. Het bleek dat zelfs tijdens maanloze nachten de witte gashouders vanuit de lucht duidelijk zichtbaar waren. Men experimenteerde in Eindhoven met verschillende soorten verf.[3]

Bekende voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Gashouder van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.