Gaspard de la nuit (Ravel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gaspard de la nuit
Trois poèmes pour piano d'apres Aloysius Bertrand
Componist Maurice Ravel
Gecomponeerd voor piano solo
Compositiedatum 1908
Première 9 januari 1909
Duur 23 minuten
Oeuvre Oeuvre van Maurice Ravel
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Gaspard de la nuit: Drie gedichten voor piano naar Aloysius Bertrand is een drieluik voor solo piano van Maurice Ravel uit 1908. Het stuk staat algemeen bekend als moeilijk speelbaar. Ravel was onder de indruk van Islamej van Mili Balakirev en wilde een compositie schrijven die moeilijker was dan het werk van de Rus. Samen met werken van Charles-Valentin Alkan en Kaikhosru Shapurji Sorabji ziet men het als een van de qua techniek moeilijkere stukken voor pianosolo die gecomponeerd zijn, maar tegenwoordig zijn er composities die als nog moeilijker beschouwd kunnen worden, zoals werken van Iannis Xenakis, Michael Finnissy, Leopold Godowsky en Frederic Rzewski.

De componist zei volgens pianist Vlado Perlemuter over dit werk: "Ik wilde een karikatuur maken van de Romantiek. Misschien ben ik daar te ver in gegaan." [1]

Het manuscript bevindt zich momenteel in het Harry Ransom Humanities Research Center van de Universiteit van Texas in Austin, Texas

Compositie[bewerken | bron bewerken]

Het werk bestaat uit drie delen, gebaseerd op gedichten van Aloysius Bertrand:

  1. Ondine (opgedragen aan Harold Bauer)
  2. Le Gibet (opgedragen aan Jean Marnold)
  3. Scarbo (opgedragen aan Rudolph Ganz).

Ondine[bewerken | bron bewerken]

Ondine is een verhaal over een waterfee, die zingt om de voorbijganger te verleiden en die mee te nemen naar haar rijk, diep op de bodem van de zee, in een driehoek van water, vuur en aarde. Het stuk bevat technische uitdagingen voor de rechterhand, zoals wilde cadenzen, filigrain passagewerk, snelle akkoordwisselingen, glissando's, koraalachtige motieven en veel chromatiek. Het is een van de meest geraffineerde pianostukken uit de gehele literatuur, volkomen aangepast aan het instrument waarvoor het geschreven is; het is pianomuziek die op geen enkel ander instrument ook maar enigszins tot zijn recht zou komen.[2]

Le Gibet[bewerken | bron bewerken]

Le Gibet (='de galg') is een angstaanjagend werk, waarin de luisteraar met verbazing aanschouwt waar hij getuige van is. "Er weerklinkt een klok tegen de muren van een stad met aan de horizon het karkas van een gehangene, roodgekleurd door de ondergaande zon". Het zijn reeksen verticale akkoorden achter elkaar geplaatst, waarbij zich van het begin tot het slot een ostinato bes laat horen (‘C’est la cloche qui tinte aux murs d’une ville, sous l’horizon, et la carcasse d’un pendu que rougit le soleil couchant’, aldus Aloysius Bertrand in Gaspard de la Nuit).[2] Ravel heeft dit deel opgedragen aan zijn vriend Jean Marnold omdat dit stuk het gemakkelijkste is van de drie, maar eigenlijk is het de plaats voor de critici (“c’est l’emplacement réservé à MM. les critiques....”).[3]

Scarbo[bewerken | bron bewerken]

Scarbo is een klein vijandig wezen — half trol, half geest — een duivelse dwerg, die pirouettes maakt, plots verschijnt en weer verdwijnt, je bang maakt in je eigen huis. Een nachtmerrie-achtige scène. Scarbo zou "scarabée" (mestkever) kunnen betekenen. In tegenstelling tot het statische 'Le Gibet' is 'Scarbo' een wild en beweeglijk stuk. De technische moeilijkheden van het stuk zijn wilde arpeggio’s, zich snel herhalende noten en moeilijke handbewegingen, sprongen en verbindingen van wijd uiteengelegen akkoorden.

Gedichten[bewerken | bron bewerken]

Ondine, het gedicht van Bertrand dat in de partituur staat in de originele eerste uitgave uit 1908
Gibet, het gedicht van Bertrand dat in de partituur staat in de originele eerste uitgave uit 1908
Scarbo, het gedicht van Bertrand dat in de partituur staat in de originele eerste uitgave uit 1908

Aanvullende info[bewerken | bron bewerken]

Volgens Siglind Bruhn, in Images and Ideas in French Piano Music (Pendragon Press, 1997) zou de oorsprong van de naam Gaspard teruggaan tot het oude Perzië, waar het de betekenis de koninklijke schatbewaarder heeft.

In 2004 verscheen een Nederlandse vertaling van Hans van Pinxteren: Aloysius Bertrand, Gaspard de la Nuit, Fantasieën in de trant van Rembrandt en Callot. Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam. ISBN 90 253 0314 5

Gaspard de la nuit ging in première op 9 januari 1909 in Parijs; het werd uitgevoerd door een vriend van Ravel: Ricardo Viñes, die meerdere premieres gaf van diens pianowerken. Het werk inspireerde later Olivier Messiaen.