Geïnduceerde pluripotente stamcel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een cultuur met geïnduceerde pluripotente stamcellen voor onderzoek

Geïnduceerde pluripotente stamcellen (afgekort als iPSC) zijn stamcellen die rechtstreeks uit lichaamscellen worden gemaakt.[1] De iPSC-technologie werd ontwikkeld in 2006, toen de Japanse onderzoeker Shinya Yamanaka ontdekte dat gewone lichaamscellen, zoals fibroblasten, met behulp van vier transcriptiefactoren (Myc, Oct3/4, Sox2 and Klf4) geherprogrammeerd kunnen worden tot pluripotente stamcellen.[2] Voor zijn ontdekking ontving hij in 2014 de Nobelprijs voor de geneeskunde.

Geïnduceerde pluripotente stamcellen hebben het vermogen om zich te differentiëren (specialiseren) tot bijna ieder gewenst celtype van het menselijk lichaam, zoals hartcellen of levercellen. Dit is van grote betekenis voor de regeneratieve geneeskunde en weefseltechnologie, omdat uit deze stamcellen een compleet weefsel kan worden geproduceerd voor medische doeleinden.[3]

IPSC's kunnen in vitro uitrijpen tot alle drie de kiemlagen, en gedragen zich dus als embryonale stamcellen. Het isoleren van stamcellen uit menselijke embryo's ligt ethisch zeer gevoelig. Bij geïnduceerde pluripotente stamcellen spelen deze ethische gevoeligheden niet. Met behulp van de iPSC-technologie kunnen weefsels of orgaandelen worden gemaakt die zonder afstotingsgevaar in een patiënt kunnen worden getransplanteerd, aangezien de cellen oorspronkelijk uit de patiënt zelf afkomstig zijn.[4] Ondanks het grote potentieel van geïnduceerde pluripotente stamcellen, zijn er nog geen klinisch toepasbare producten gerealiseerd.[1]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]