Gebed van Azarja

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gebed van Azarja of Gebed van Azarja en het gezang der drie mannen in het vuur is een toevoeging aan Daniël in de Hebreeuwse Bijbel.

In de Hebreeuwse/Aramese versie van het boek Daniël staat een verhaal over Sadrach, Mesach en Abednego, drie vrienden van Daniël. Abednego heette in het Hebreeuws oorspronkelijk Azarja. Deze drie vrienden werden in een vurige oven gegooid, omdat zij weigerden te buigen voor een godenbeeld dat koning Nebukadnezar had laten maken. Een engel kwam de vrienden te hulp en zo overleefden zij hun straf op wonderbaarlijke wijze. Het gebed van Azarja is een toevoeging aan dit verhaal die we alleen vinden in de Griekse versie van dit verhaal, in de Septuagint. Het is het gebed dat Azarja gebeden zou hebben terwijl hij met de twee andere veroordeelden in de vlammen liep. Het gebed wordt gevolgd door een loflied aan God, dat de drie mannen samen zongen. Het gebed en het lied getuigen van godsvertrouwen en van volledige toewijding aan de God van de Israëlieten. Het gebed van Azarja en het lied van de drie vrienden zijn ook opgenomen in het boek Oden.

Originele werken van of over dit onderwerp zijn te vinden op de pagina Het gebed van Azarja en het gezang der drie mannen in het vuur op Wikisource.