Gebruiker:Ciell/Bejaardenzorg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bejaardenzorg of ouderenzorg is de hulp en ondersteuning die wordt geboden aan oudere mensen, en de voorzieningen die daarvoor beschikbaar zijn.

In Nederland betreft het anno 2020 meestal Extramurale ouderenzorg op basis van indicatie, gecombineerd met mantelzorg. In 2013 werd een grootschalige sluiting van de tot dan toe gebruikelijke verzorgingshuizen in het regeerakkoord aangekondigd, omdat men voorspelde dat het verplaatsen van de lichtere ondersteuning richting zorg aan huis (de extramurale zorg), gecombineerd met mantelzorg grote financiële voordelen zou opleveren.[1] Men zal langer thuis kunnen blijven wonen, en daar de lichtere ondersteuning ontvangen. De ernstigere gevallen kunnen in de verpleeghuizen terecht.

Huisvesting[bewerken | brontekst bewerken]

Het 'oudemannenhuis' in Haarlem uit 1609.

Al vanuit de dertiende eeuw zijn de zogenaamde hofjes bekend. De de rijkere regenten, en soms de kloosters in de stad, werden groepjes huizen beschikbaar gesteld waar vrouwen hun oude dagen konden doorbrengen. Vanaf de zestiene eeuw ontstonden er "oudemannenhuizen" en "oudevrouwenhuizen" waar aan mannen en vrouwen onderdak en een vorm van zorg geboden werd. In de praktijk betekende dit dat men een bed en dak boven het hoofd kreeg.[2]

Hoewel het in deze tehuizen steeds drukker werd, werd in 1912 de Armenwet nog aangenomen. Deze wet stelde dat het de volledige verantwoordelijkheid was van de familie om voor hun ouders te zorgen: zij hadden een onderhoudsplicht.

Na de Eerste Wereldoorlog, de grote depressie, en de Tweede Wereldoorlog, kwam in 1947 Willem Drees met de Noodvoorziening voor ouden van dagen, welke in 1957 werd omgezet in de Algemene Ouderdomswet. Rond deze tijd kwamen ook de bejaardenhuizen of rusthuizen opzetten: een groot tehuis met gescheiden slaapzalen voor mannen en vrouwen (vaak met 40 tot 60 personen per zaal): in deze zaal was voor iedereen een eigen bed en een kast. Dit sloot aan bij de vergrijzende bevolking, en de druk die er op de ouderen ontstond vanwege de woningnood na de oorlog. Deze bejaardenhuizen bleven bestaan tot begin jaren 70 van de twintigste eeuw.
In 1955 schreef Dr. Jo Schreuder een proefschrift waarin hij aandacht vraagt voor de leefomstandigheden van ouderen in deze tehuizen. Zijn proefschrift is de aanleiding tot de specialisatie geriatrie, die langzaam verder opkomt in de tweede helft van de twintigste eeuw.

In 1965 wordt de Algemene bijstandswet ingesteld, en wordt de Noodwet Ouderdomsvoorziening (latere AOW) aan aan dit sociale minimum gelijkgesteld. Hierdoor hebben ouderen meer te besteden dan voorheen en worden de wachtlijsten voor de tehuizen langer. Dit leidt tot de creatie van bejaardenoorden, deze zijn ook voor "gezonde ouderen", waar ze een kamertje van enkele vierkante meter voor zichzelf kunnen krijgen. Deze woonvorm is wederom zeer in trek, men wil vooral "de kinderen niet tot last zijn".[3]

Al deze wachtlijsten echter openen de weg voor de opkomst van commerciële (particuliere) bejaardenhuizen. Op 24 augustus 1970 wordt er echter door het programma De Ombudsman van de VARA, de misstanden in deze commerciële tehuizen aan de kaak gesteld. Een eerste uitzending, en een tweede twee dagen later, doet verslag van ouderen die vertellen over verwaarlozing en mishandeling. Dit leidt tot Kamervragen door de PvdA, in de persoon van mevrouw Heroma-Meilink die bij het maatschappelijk debat erg betrokken was onder andere bij de invoering van de Algemene Bijstandswet. Deze Kamervragen tot verder onderzoek. Al eerder diende Hannie van Leeuwen van de ARP eind 1969 een motie in en deze motie leidt in 1970 tot de Nota Bejaardenbeleid en wordt in 1975 opgevolgd door de Tweede Nota bejaardenbeleid. Met deze nota wordt de bouw van serviceflats gestimuleerd, wordt de opname in verzorgingstehuizen aan regels onderhevig en voor het eerst worden de Mantelzorg en extramurale zorg worden steeds belangrijker zodat mensen langer thuis kunnen blijven wonen. Naast de verzorgingstehuizen komen ook aanleunwoningen voor mensen die geen dagelijkse zorg nodig hadden, maar de nabijheid van het verzorgingstehuis wel op prijs stelden.

In 1968 vervangt de AWBZ de Wet op de Bejaardenoorden.

Invoering WMO en WLZ 2015[bewerken | brontekst bewerken]

In 2013 werd een grootschalige herziening van de financiering van de zorg aangekondigd. Door de aanhoudende vergrijzing, en ook de steeds hogere leeftijd die mensen bereiken, wordt de zorg voor ouderen steeds duurder. Men wilde dit opvangen door in stappen de opvang in tehuizen af te bouwen, meer vaker zorg aan huis te bieden[4].

In 2015 wordt de AWBZ vervangen door de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), waarbij de gemeentes verantwoordelijk werden voor de ondersteuning, begeleiding en een deel van de verzorging, en de Wet langdurige zorg (WLZ). Deze is voor mensen die langdurige en continue zorg nodig hebben. Deze categorie ouderen komt vaak terecht in de intramurale zorg, zoals specifieke afdelingen voor de begeleiding van ouderen met een psychogeriatrische problematiek als dementie.
De term 'zorgzwaartepakket' werd vervangen door zorgprofielen. De indiceringen worden afgegeven door het Centraal Indicatieorgaan Zorg (CIZ), en voor beide vormen van zorg geldt een financiële eigen bijdrage.

In 2018 rapporteerde men dat er in het voorgaande jaar duidelijk minder gebruik was gemaakt van de WLZ, dan in 2015, met daarbij als kanttekening dat de lichtere thuiszorg in 2017 werd vergoed vanuit de zorgverzekeringswet.[5]

Hugo Borst[bewerken | brontekst bewerken]

Schrijver Hugo Borst schreef in 2015 het boek Ma over zijn dementerende moeder. Toen in 2016 de wachtlijsten voor deze tehuizen opliepen[6] en de verpleegkundigen in de thuiszorg en de verpleegtehuizen aangaven dat de werkdruk voor hun enkel verder opliep[7] wat hij zelf in het tehuis bij zijn moeder ook zag gebeuren, schreef hij een samen met Carin Gaemers een brief naar staatssecretaris Martin van Rijn over de ondermaatse ouderenzorg in Nederland. Deze brief werd in oktober 2016 gevolgd door een manifest Scherp op ouderenzorg met tien punten om de ouderenzorg te verbeteren.[8]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]


Bronnen en referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. (nl) Sluiting verzorgingshuizen dreigt. nos.nl. Geraadpleegd op 29 maart 2020.
  2. (nl) De geschiedenis van de ouderenzorg in Nederland. IsGeschiedenis (17 juni 2014). Geraadpleegd op 17 mei 2020.
  3. (nl) NTR, Een huis voor bejaarden. Andere Tijden. Geraadpleegd op 17 mei 2020.
  4. (nl) Help! Het verzorgingshuis verdwijnt. PlusOnline. Geraadpleegd op 17 mei 2020.
  5. (nl) Minder mensen gebruiken langdurige zorg. PlusOnline. Geraadpleegd op 17 mei 2020.
  6. (nl) Wachtlijsten verpleeghuizen langer. PlusOnline. Geraadpleegd op 17 mei 2020.
  7. (nl) We willen meer handen aan het bed. PlusOnline. Geraadpleegd op 17 mei 2020.
  8. http://www.ad.nl/gezond/manifest-hugo-borst~a66fbacd/