Gebruiker:LukVL/Byzantijnse Rijk Beknopt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Βασιλεία Ρωμαίων
Basileía Romaíon
Imperium Romanum
 Romeinse Rijk 330[1] – 1204
1261 — 1453
Latijnse Keizerrijk 
Despotaat Epirus 
Keizerrijk Trebizonde 
Keizerrijk Nicea 
Ottomaanse Rijk 
Flag of PalaeologusEmperor.svg
(Vlag van het late Rijk)
Palaiologos-Dynasty-Eagle.svg
(Details) (Details)
Kaart
Het Oost-Romeinse Rijk tussen 527 en 565. De oranje gebieden zijn tijdens de heerschappij van Justinianus I heroverd, voornamelijk door zijn generaal Belisarius.
Het Oost-Romeinse Rijk tussen 527 en 565. De oranje gebieden zijn tijdens de heerschappij van Justinianus I heroverd, voornamelijk door zijn generaal Belisarius.
Algemene gegevens
Hoofdstad Constantinopel
Oppervlakte 4.500.000 km²
Bevolking ca. 34.000.000[2]
(4e eeuw)
ca. 7.000.000 [3]
(8e eeuw)
ca. 18.000.000[2]
(11e eeuw)
ca. 12.000.000[2]
(12e eeuw)
ca. 3.000.000[3]
(13e eeuw)
Talen Grieks en in de beginjaren ook Latijn
Religie(s) Christendom (tot 1054), Orthodoxe Kerk (na 1054)
Munteenheid Solidus, Hyperpyron
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Dynastie Verscheidene
Staatshoofd Keizer
Geschiedenis
- 1453

Exerpt uit "Byzantijnse Rijk" om in een boek op te nemen.

Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk[1] (Grieks: Βασιλεία Ρωμαίων, Basileía tôn Rhōmaíōn) of Romania (Ῥωμανία, Rhōmanía) is het rijk dat in de late oudheid en de daaropvolgende Middeleeuwen een groot deel van het oostelijke Middellandse Zeegebied besloeg, met als hoofdstad Constantinopel. Wat nu het Oost-Romeinse Rijk wordt genoemd was de overgebleven oostelijke helft van het Romeinse Rijk nadat het westelijke deel (zie West-Romeinse Rijk) uiteindelijk ten onder ging door o.a. de Grote Volksverhuizing en interne instabiliteit tijdens de 5de eeuw. Hoewel de cultuur, de religie en de taal van het rijk overwegend Grieks waren, beschouwden de Byzantijnen zichzelf als inwoners van het Romeinse Rijk en zagen hun heersers zich niet alleen als de opvolgers van de Romeinse keizers maar zelfs als een ononderbroken continuering hiervan. Het rijk vormde lange tijd een buffer tussen West-Europa en het Arabische Rijk en Centraal-Aziatische rijken als de Seltsjoeken en Mongolen.

Het Byzantijnse Rijk had een grote invloed op de cultuur en kennis in West-Europa. Zo werd via de Byzantijnen de kennis uit de Oudheid, voor zover bewaard gebleven, en van de Arabieren ge(her)ïntroduceerd in Europa. In de laatste eeuwen van zijn bestaan was het rijk geslonken tot een gebied in West-Anatolië en Griekenland, vooral door verliezen aan de Arabieren, Perzische Sassaniden en Ottomanen. Vanaf 1204, het jaar dat de kruisvaarders Constantinopel plunderden en het rijk definitief op zijn retour raakte, kwam er een grote uittocht op gang van Byzantijnse intellectuelen en kunstenaars naar het steeds welvarender Europa en met name Italië, die hiermee een belangrijke stimulans voor de Renaissance zouden worden. In 1453 kwam er een definitief einde aan het Byzantijnse Rijk, toen Constantinopel door de Ottomaanse sultan Mehmet II werd veroverd.

Geschiedenis[bewerken]

Het ontstaan[bewerken]

De Tetrarchie[bewerken]

Kaart van het Romeinse Rijk omstreeks 395. Getoond worden de verdelingen van het Rijk in: Gallië, Italië, Illyricum en Oriens, grofweg de vier zones die door Diocletianus werden ingesteld.

De derde eeuw stond in het teken van drie crises: aanvallen van buitenaf, burgeroorlogen en een zwakke economie.[4] Langzamerhand werd Rome steeds minder belangrijk als centrum van het eens zo machtige Romeinse Rijk. De crisis van de derde eeuw maakte de tekorten zichtbaar van het regeringsstelsel dat Augustus had ingesteld om het immense Rijk te kunnen besturen. Zijn opvolgers hadden weliswaar enige aanpassingen doorgevoerd, maar de gebeurtenissen van die tijd maakten duidelijk dat een nieuw, meer gecentraliseerd en uniform systeem nodig was.[5]

Diocletianus was verantwoordelijk voor een nieuw bestuurssysteem, de tetrarchie.[5] Hij stelde een medekeizer of Augustus aan. Elke Augustus moest dan een jongere collega aannemen, de Caesar, die in het bestuur deelde en uiteindelijk zijn oudere partner zou opvolgen. Echter, nadat Diocletianus en Maximianus afstand van de troon hadden gedaan, zakte de tetrarchie in elkaar en Constantijn de Grote verving deze door een systeem van dynastieke, d.w.z. erfelijke troonopvolging.[6]

Constantijn de Grote en zijn opvolgers[bewerken]

Constantijn verplaatste in 330 de hoofdstad van het Rijk van Rome naar Byzantium, dat werd omgedoopt tot Nova Roma (Nieuw Rome), maar al snel Constantinopel (stad van Constantijn) werd genoemd. Constantinopel lag zeer gunstig ten opzichte van de handelsroutes tussen Oost en West, was een ideale uitvalsbasis om de Donaugrens te kunnen bewaken en lag dichterbij het oostelijk front waar een bittere strijd werd geleverd tegen de Sassaniden. Ook introduceerde hij belangrijke veranderingen in de burgerlijke en religieuze grondwet.[7] Constantijn begon daarnaast aan de bouw van grote verdedigingsmuren om de stad, die door de eeuwen heen uitgebreid en herbouwd zouden worden. Volgens de Ierse historicus John Bury leidde de stichting van Constantinopel tot een permanente scheiding tussen de Oostelijke (Griekse) en Westelijke (Latijnse) helft van het Rijk en was daarmee beslissend voor het verloop van de geschiedenis van Europa.[5]

Constantijn breidde de administratieve hervormingen van Diocletianus verder uit.[8] Hij stabiliseerde de munteenheid (de gouden solidus die hij introduceerde werd een munt van hoge waarde en stabiliteit[9]) en voerde veranderingen door in het leger. Constantijn deelde de administratieve verantwoordelijkheden op door de praefectus praetorio, die zowel militaire als civiele functies bekleedde, te vervangen door regionale praefecti die alleen nog civiele autoriteit hadden. In de loop van de vierde eeuw ontstonden hieruit vier grote secties, en de scheiding van civiele en militaire zaken zou tot in de zevende eeuw blijven bestaan.[10]

Het christendom werd onder de heerschappij van Constantijn niet de officiële staatsreligie, maar had wel de keizerlijke voorkeur, aangezien de keizer het christendom steunde met privileges: zo hoefden geestelijken geen belasting te betalen, werden christenen bevoordeeld bij regeringsposten en kregen bisschoppen juridische macht.[11] Constantijn stelde het principe in dat de keizer zelf geen kerkelijke conflicten moest beslechten, maar in plaats daarvan een concilie bijeen zou moeten roepen. Zowel het Eerste Concilie van Arles als het Eerste Concilie van Nicea werd door Constantijn zelf bijeengeroepen.

De daden van Constantijn leidden in 395 uiteindelijk tot de definitieve splitsing van het Romeinse Rijk. De erfelijke troonopvolging was inmiddels zo stevig doorgedrongen dat toen Theodosius I stierf, hij het keizerschap aan allebei zijn zoons doorgaf: Arcadius in het Oosten en Honorius in het Westen. Theodosius was de laatste keizer die over beide helften van het Rijk zou heersen.[12]

Vroege geschiedenis[bewerken]

Leo I van Byzantium; (401–474, keizer van 457 tot 474).

In de derde en vierde eeuw werd het Oost-Romeinse Rijk veelal de moeilijkheden die het westelijke deel van het Rijk troffen bespaard, vooral vanwege de diep gewortelde stedelijke cultuur en betere financiële middelen. Hierdoor kon men invallers vaak afkopen met schattingen en barbaarse huursoldaten aannemen. Gedurende de vijfde eeuw werd het Westen overlopen door vijandelijke legers terwijl het Oosten gespaard bleef. Theodosius II versterkte de muren van Constantinopel verder waardoor het zo goed als onmogelijk werd de stad in te nemen; het zou tot 1204 duren totdat de muren voor het eerst door vijandelijke troepen zouden worden ingenomen. Theodosius betaalde de Hunnen van Attila 300 kilo goud om hem met rust te laten.[13] Hij gaf handelaren in Constantinopel die met barbaren handelden zelfs voordelen.

Zijn opvolger, Marcianus, weigerde nog langer de Hunnen te betalen. Maar Attila had zijn zinnen al op het Westen gezet.[14] Na zijn dood in 453 viel zijn rijk uit elkaar en Constantinopel begon goede relaties met de overblijvende Hunnen op te bouwen. Uiteindelijk zouden zij als huursoldaten voor de Byzantijnen vechten.[15]

Na de val van Attila was de werkelijke macht in het Rijk in handen van de Alaanse generaal Aspar. Leo I wist de invloed van Aspar in te perken door de barbaren in Isaurië, het zuiden van Anatolië, meer macht te geven. Aspar en zijn zoon Ardabur werden daar tijdens een opstand in 471 vermoord en zo werd Constantinopel bevrijd van de invloed van barbaarse leiders.[16]

Leo was ook de eerste keizer die zijn kroon niet van een militaire leider ontving, zoals de Romeinse traditie was, maar van de patriarch van Constantinopel. Deze verandering werd blijvend en in de Middeleeuwen verdrong de religieus getinte kroning de oude militaire vorm volledig. In 468 had Leo geprobeerd om Noord-Afrika te heroveren op de Vandalen, maar hij faalde.[17] Tegen die tijd was het West-Romeinse Rijk geslonken tot Italië en de landen ten zuiden van de Donau tot de Balkan (de Angelen en Saksen waren Britannia binnengevallen in 410; Spanje werd vanaf 417 langzaam door de Visigoten en de Sueben ingenomen; de Vandalen hadden Africa in handen en de Franken, Bourgondiërs, Bretonen, Visigoten en enkele Romeinse achterblijvers streden om Gallië en Theodorik de Grote zou Italië tot 526 leiden[12]).

In 466 huwelijkte Leo zijn dochter Ariadne uit aan de Isauriër Tarasicodissa, als een van de voorwaarden van de alliantie met de Isauriërs. Tarasicodissa nam de naam Zeno aan en toen Leo in 474 stierf volgde Zeno en Ariadnes zoon, Leo II hem op, waarbij Zeno als regent optrad. Toen Leo II in datzelfde jaar stierf werd Zeno keizer. Al vroeg in Zeno’s regeerperiode, in 476, kwam het Westelijk Rijk ten einde, toen Odoaker Romulus Augustulus afzette als keizer en weigerde hem te vervangen door een nieuwe keizer.

Om Italië terug te krijgen kon Zeno alleen maar onderhandelen met de Ostrogoten van Theodorik, die zich hadden gevestigd in Moesië. Hij stuurde Theodorik naar Italië als magister militum per Italiam (meester van het leger voor Italië). Na de val van Odoaker in 493 bestuurde Theodorik Italië zelf en was slechts formeel gezien onder het gezag van Zeno. Theodorik was de machtigste Germaanse koning van zijn tijd, maar zijn opvolgers misten zijn kwaliteiten en hun Italiaanse koninkrijk raakte rond 530 in verval.

Zeno werd in 475 afgezet door Basiliscus, de generaal die de invasie van Noord-Afrika onder Leo I had geleid, maar twintig maanden later had hij de troon alweer heroverd. Een andere Isauriër, Leontios I, zorgde echter voor nieuwe problemen, toen hij als tegenkeizer werd gekozen. De macht van de Isauriërs eindigde echter toen Anastasios I aan de macht kwam in 491 en hen na een lange oorlog versloeg in 498. Anastiasios ontpopte zich als een energieke hervormer en kundig bestuurder. Hij perfectioneerde Constantijns muntstelsel door een definitief gewicht vast te stellen voor de koperen follis, de munt die het meest gebruikt werd voor alledaagse transacties. Het belastingstelsel werd ook omgegooid en hij schafte de zo gehate chrysargyron-belasting af. De schatkist bevatte aan het einde van zijn regeerperiode de enorme hoeveelheid van 320.000 pond goud.

Justinianus I en zijn opvolgers[bewerken]

Het Byzantijnse Rijk in haar grootste omvang, rond 565.

Justinianus I besteeg de Byzantijnse troon in 527 en dit luidde een periode in van Byzantijnse gebiedsuitbreiding in voormalig Romeins territorium. Hij was de zoon van een Illyrische boer, maar had waarschijnlijk tijdens de ambtsperiode van zijn oom, Justinus I, ook al enige macht. [18] Door historici wordt hij vaak de laatste “Romeinse” keizer genoemd aangezien zijn moedertaal het Latijn was en vanwege zijn pogingen om het Westen en Oosten te herenigen.[19]

De heerschappij van Justinianus begon met oorlog voeren. Van Lazica tot de Arabische Woestijn waren er verschillende campagnes aan het Perzische front. In 532 sloot Justinianus een vredesverdrag met Khusro I, waarmee hij instemde met het betalen van een jaarlijkse schatting aan de Sassaniden. In datzelfde jaar overleefde hij een opstand in Constantinopel (bekend als het Nika-oproer), die eindigde in de dood van dertigduizend opstandelingen. Deze overwinning verstevigde de macht van Justinianus.[20] De veroveringen in het westen begonnen in 533, toen Justinianus zijn generaal Belisarius met een klein leger van ongeveer 15.000 man uitzond om de voormalige provincie Africa te heroveren op de Vandalen. De Vandaalse oorlog werd verrassend gemakkelijk gewonnen, maar het duurde nog tot 548 voordat de plaatselijke stammen volledig waren onderworpen.[20] In Ostrogotisch Italië kwam na het overlijden van Theodorik de Grote, diens neef en erfgenaam Athalarik op de troon, die uiteindelijk werd opgevolgd door Theodoriks dochter, Amalasuntha. Ze liet haar neef Theodahad naast haar regeren, een fout die ze uiteindelijk met de dood moest bekopen. Een kleine Byzantijnse expeditie werd in 535 naar Sicilië gestuurd. Paus Agapetus I werd hierop door Theodahad naar Constantinopel gezonden maar hij faalde in zijn missie om vrede te sluiten. Hij slaagde er echter wel in om de monofysitische patriarch Anthimus I af te zetten, hoewel deze gesteund werd door keizerin Theodora I. De Gotische oorlog verliep aanvankelijk ook voorspoedig, maar de Goten hergroepeerden zich en de uiteindelijke overwinning werd pas in 540 behaald toen Belisarius Ravenna innam na succesvolle belegeringen van zowel Napels als Rome.[21]

Desalniettemin werden de Ostrogoten snel herenigd onder Totila en ze heroverden Rome op 17 december 546; Belisarius werd uiteindelijk door Justinianus in 549 teruggeroepen.[22] Door de komst van een nieuw leger, bestaande uit 35.000 man en onder leiding van de Armeense eunuch Narses in 551 keerden de kansen van de Goten. Totila werd verslagen en gedood in de Slag bij Taginae en zijn opvolger Teia werd eveneens verslagen in de Slag van Mons Lactarius (oktober 552). Ondanks het hardnekkige verzet van de Goten en invasies van de Franken en Allemannen kwam de oorlog op het Italische schiereiland tot een einde.[23] In 551 zocht Athanagild, een Visigotische edelman, hulp bij Justinianus om tegen de koning in opstand te komen. De keizer zond een leger uit onder leiding van Liberius die zich ondanks zijn hoge leeftijd bewees als een waardig legeraanvoerder. Het Byzantijnse Rijk zou in het bezit blijven van een kleine strook van de Spaanse kust tot de heerschappij van Herakleios.[24]

De Romeins-Perzische oorlogen in het oosten werden in 561 beëindigd toen Justinianus en Khusro een vijftigjarige vrede overeenkwamen. Rond 560 had Justinianus op vrijwel alle fronten overwinningen behaald, behalve op de Balkan, dat geplaagd werd door invallen van de Slaven. In 559 werd het Rijk binnengevallen door Kutriguren en Slaven. Justinianus riep Belisarius wederom naar het front, maar zodra het grootste gevaar was geweken nam hij zelf weer de leiding. Het nieuws dat Justinianus zijn Donauvloot aan het versterken was, maakte de Kutriguren zenuwachtig en ze stemden dan ook in met een verdrag dat hen een veilige doortocht terug over de rivier verzekerde.[20]

Mozaïekafbeelding van Justinianus in de Basiliek van San Vitale, Ravenna.

Justinianus zou algemeen bekend worden door zijn baanbrekende wetgeving.[25] In 529 herzag een commissie onder leiding van Johannes de Cappadociër het antieke Romeins recht, en creëerde de Corpus Iuris Civilis, een verzameling van wetten die bekend kwam te staan als de Codex Justinianus (Justiniaanse Codex). In de Digesten (Pandectae), voltooid onder leiding van Tribonianus in 533, werd orde en systeem gebracht in de tegenstrijdige regels van de grote Romeinse juristen, en in een handboek, de Institutiones, waren instructies voor wetsscholen te vinden. Het vierde boek, de Novellae, bestond uit een verzameling van keizerlijke bevelschriften afgekondigd tussen 534 en 565.

Door zijn kerkelijke beleid kwam Justinianus in aanvaring met de joden, heidenen en verscheidene christelijke sektes. Hiertoe behoorde onder andere de manicheeërs, nestorianen, monofysieten en arianen. Om het heidendom zoveel mogelijk uit te bannen, besloot Justinianus om de beroemde filosofenschool van Athene in 529 te sluiten.[26]

Gedurende de zesde eeuw was de traditionele Grieks-Romeinse cultuur nog steeds volop aanwezig in het Oostelijke Rijk. De christelijke cultuur was echter bezig om de oude cultuur te overheersen. Er werden veel hymnes geschreven, onder andere door Romanos Melodos. In de tussentijd waren architecten bezig om de nieuwe Kerk van de Heilige Wijsheid te voltooien, de Hagia Sophia, die een oude kerk verving die in het Nika-oproer verloren was gegaan.

Justinus II volgde Justinianus in 565 op en weigerde nog langer schattingen aan de Perzen te betalen. Intussen waren de Langobarden Italië binnengevallen en aan het eind van de eeuw hadden de Byzantijnen nog maar een derde van Italië in handen. Tiberios I Constantijn kwam aan de macht nadat Justinus krankzinnig was geworden. Tiberios besloot om schattingen aan de Avaren te betalen terwijl hij militair ingreep tegen de Perzen. En hoewel zijn generaal, Maurikios, succesvol was op het oostelijk front, vielen de Avaren ondanks de schatting toch aan. Ze namen Sirmium in 582 in, terwijl de Turken aan de oevers van de Donau verschenen. Maurikios, die inmiddels keizer was geworden, sloot vrede met de Perzische Sjah Khusro II, waarmee hij toegang tot Armenië verkreeg en was er tegen 602 erin geslaagd de Avaren en Slaven over de Donau te drijven.[12]

Religie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Oosters-orthodoxe Kerk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Als een symbool voor de macht van het Patriarchaat van Constantinopel liet Justinianus de Hagia Sophia bouwen die in de zeer korte periode van vier en een half jaar (532-537) werd voltooid.

Volgens Joseph Raya zijn de Byzantijnse cultuur en de Orthodoxe precies dezelfde. [27] Het overleven van het Rijk in het oosten zorgde ervoor dat de Keizer een belangrijke rol speelde in de Kerk. De Byzantijnse staat had vanuit vroeger de administratieve en financiële macht over religieuze bezigheden meegekregen en behield deze ook bij de Christelijke Kerk.

De Byzantijnse gedachte dat de Keizer een boodschapper van Jezus was, werd bedacht door Eusebius van Caesarea. De rol van de Keizer was vooral het overbrengen van het Christendom op heidenen en het zorgen voor de administratie en financiën van de religie. De keizerlijke rol werd echter nooit via wetten vastgelegd.[28]

Met de neergang van Rome en de verdeeldheid in de andere oostelijke patriarchaten, werd de Kerk van Constantinopel, van de zesde tot en met de elfde eeuw, het aller rijkste en had het de meeste invloed van allemaal.[29] Zelfs wanneer het Rijk bijna was verwoest had de Kerk nog nooit zoveel invloed gehad zowel binnen als buiten de keizerlijke grenzen. Zoals Georg Ostrogorsky verwoorde:

Het patriarchaat van Constantinopel bleef het middelpunt van de Orthodoxe wereld, met ondergeschikte Stoelen en aartsbisschoppen in Anatolië, de Balkan, nu verloren Byzantijnse gebieden, de Kaukasus, Rusland en Litouwen. De Kerk bleef het meest stabiele element in het Byzantijnse Rijk.[30]

Kunst en literatuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Byzantijnse kunst voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Byzantijnse kunst is vrijwel volkomen gericht op religie. Byzantijnse kunst werd via handel en veroveringen naar Italië en Sicilië gebracht, waar het in licht gewijzigde vorm tot de twaalfde eeuw standhield en het een belangrijke bijdrage leverde aan de Italiaanse Renaissancekunst. Via de uitbreiding van de Orthodoxe kerk beïnvloedden de Byzantijnen ook de Oost-Europese kunst, met name die van Rusland.[31] Invloeden van de Byzantijnse architectuur, vooral in religieuze gebouwen, zijn terug te vinden van Egypte en Arabië tot Rusland en Roemenië.

De Byzantijnse literatuur kan verdeeld worden in vier verschillende culturele elementen: de Griekse, de Christelijke, de Romeinse en de Oosterse. Het wordt vaak in vijf verschillende groepen verdeeld: historische en analytische werken, encyclopedieën en essays, en seculiere poëzie. De overige twee groepen zijn de ecclesiastische en theologische stukken en volkspoëzie. Van de twee- a drieduizend Byzantijnse boeken die bewaard zijn gebleven gaan slechts 330 over seculaire poëzie, geschiedenis, wetenschap en pseudowetenschap.[32] Hoewel de bloeiperiode van de seculiere literatuur rond de negende tot de twaalfde eeuw ligt, werd de religieuze literatuur veel eerder ontwikkeld.[33]

Regering en het bestuursapparaat[bewerken]

De themata rond 650.
De themata rond 650.
De themata rond 950.
De themata rond 950.

De Byzantijnse keizer was een absolute vorst en hij werd beschouwd als iemand die was aangewezen door God.[34] Tegen het einde van de achtste eeuw werd het bestuursapparaat aan het hof grondig hervormd waarvan het themata systeem het belangrijkste was. Een thema was een gebied waarin één persoon, de strategos, de macht had over militaire en civiele zaken.[34]

Hoewel het woord Byzantijns vaak in negatieve zin werd gebruikt, was het Byzantijnse bestuursapparaat instaat om zichzelf te hervormen wanneer de situatie in het Rijk daarom vroeg. Het Byzantijnse systeem maakte gebruik van titels en predicaten waarmee de rang werd aangegeven en waardoor het keizerlijke bestuursapparaat zeer geordend overkomt op hedendaagse onderzoekers. Ambtenaren waren strikt geordend om de keizer heen en alleen de keizer kon hen promoveren. Hoewel er administratieve banen waren, lag de uiteindelijke macht toch bij individuen in plaats van departementen.[35] In de achtste en negende eeuw was de makkelijkste weg naar een aristocratenstatus via het bestuursapparaat, maar vanaf de negende eeuw kwam de civiele aristocratie in conflict met de adellijke aristocraten. Volgens sommige studies naar de Byzantijnse overheid werd de politiek van de elfde eeuw gedomineerd door de rivaliteit tussen de civiele en militaire aristocratie. Gedurende deze periode zorgde Alexios I Komnenos voor enkele hervormingen, onder andere het opzetten van nieuwe predicaten en departementen.[36]

Diplomatie[bewerken]

Olga van Kiev, heerser van het Kievse Rijk, samen met haar escort in Constantinopel. (Madrid Skylitzes, Biblioteca Nacional de España, Madrid)

Na de val van Rome was het belangrijk dat het Byzantijnse Rijk relaties onderhield met zijn velen buren. Wanneer deze landen een formeel politiek instituut wilden opzetten waren ze afhankelijk van Constantinopel. De Byzantijnse diplomatie wist de omringende landen in een netwerk te krijgen van internationale relaties.[37] Dit netwerk draaide om het sluiten van verdragen, het verwelkomen van de nieuwe heerser in de familie der koningen en het overnemen van de Byzantijnse cultuur, waarden en instituten.[38] De Byzantijnen zagen diplomatie als een vorm van oorlog voeren, maar dan met andere middelen. Het Skrinion Barbaron (Bureau der Barbaren) was de eerste inlichtingendienst ter wereld, en verzamelde informatie over de vijanden van het rijk van elk denkbare bron.[39]

De Byzantijnen maakten gebruiken van een aantal diplomatieke vaardigheden. Zo bleven ambassades een aantal jaren in de hoofdstad of werd een lid van een andere Koninklijke Huis uitgenodigd om een tijd in Constantinopel door te brengen, niet alleen als een mogelijke gijzelaar, maar ook om hem te kunnen gebruiken wanneer de politieke omstandigheden van zijn plaats van herkomst veranderden. Een andere tactiek die vaak werd gebruikt was om de bezoekers te overweldigen met luxe.[37] Volgens Dimitri Obolensky was het behoud van beschaving in Oost-Europa grotendeels te danken aan de deskundigheid en vindingrijkheid van de Byzantijnse diplomaten, die een blijvende bijdrage hebben geleverd aan de geschiedenis van Europa.[40]

Taal[bewerken]

Aangezien het Rijk een voortzetting was van het Romeinse Rijk was Latijn de officiële taal van het ambtelijke apparaat en het keizerlijke hof tot de zesde eeuw toen dit werd veranderd in Grieks (volgens sommige historici was dit het echte begin van het Byzantijnse Rijk). Zodoende werd het Grieks steeds meer gebruikt in alle lagen van de bevolking. Maar zelfs daarna werd het Latijn nog regelmatig bij ceremoniële gebeurtenissen gebruikt, zo werden de laatste munten met een Latijnse inscriptie in de elfde eeuw geslagen, en Vulgair Latijn werd door minderheden in het hele Rijk nog steeds gesproken (wellicht de voorloper van het Vlach en de Balkanromaanse talen).

Met uitzondering van het keizerlijke hof was Grieks echter al ver voor de val van Rome eeuwenlang de voornaamste taal in de oostelijke Romeinse provincies (Oost-Romeinse Rijk) geweest.[41] Dit was de erfenis van het hellenisme toen na de verovering van het Perzische Rijk door Alexander de Grote Grieks de algemene taal van handel en cultuur werd in het oostelijke middellandse zeegebied en zelfs ver daarbuiten. Het Grieks was zelfs al vroeg in het Romeinse Rijk de taal van de Kerk, de wetenschap en de kunsten geweest, het Grieks was ook nog steeds de lingua franca voor de handel tussen de provincies en met andere landen.[42] Een tijd lang was er sprake van tweetaligheid binnen het Grieks waarbij het Koinè de alledaagse taal was en een variant op het Attisch werd gebruikt in de literatuur.[43] Het Koinè veranderde langzaam maar zeker in het Byzantijns Grieks, het standaard dialect van het Rijk.

Er bestonden echt veel meer talen in het multi-etnische Rijk en sommige hiervan kregen een beperkte officiële status in hun provincies. In het begin van de Middeleeuwen werden het Syrisch en Aramees het meeste gebruikt door de welgeschoolde klassen in de meest oostelijke provincies.[44] Koptisch, Armeens en Georgisch werden belangrijk bij de welgeschoolde in respectievelijk Egypte, Armenië en Georgië. Door contacten met de Slaven, Vlachen en de Arabieren werden het Slavisch, Vlachs en Arabisch belangrijke talen in het Rijk in zijn invloedssfeer.

Buiten deze talen die in grote gebieden werden gesproken waren er nog de handelssteden, zoals Constantinopel, waar bijna elke taal uit de Middeleeuwen op een bepaald punt in de geschiedenis werd gesproken, zelfs Chinees door Chinese reizigers die de stad via onder andere de zijderoute bereikten.[45] Zodra de neergang van het Rijk begon en steeds minder bezocht werd door buitenlanders werden de bewoners steeds meer cultureel verbonden en werd het Grieks een synoniem voor hun identiteit en religie.

Byzantijns erfgoed[bewerken]

Byzantium beschermde als enige stabiele en langdurige staat in Europa gedurende de Middeleeuwen West-Europa voor de verwoestingen die door de strijdmachten uit het oosten werden aangericht. Het Byzantijnse Rijk schermde de rest van Europa af terwijl het zelf constant werd aangevallen door Perzen, Arabieren, Seltsjoeken en de Ottomanen. De Byzantijns-Arabische oorlogen worden bijvoorbeeld door sommige historici gezien als een belangrijke factor voor de opkomst van Karel de Grote[46] en een grote stimulans voor het feodalisme en de economie van West-Europa. Ook bewaarde de Byzantijnen de kennis uit de oudheid waardoor deze doorgegeven kon worden, waarmee het Byzantijnse Rijk een belangrijke pijler was voor de Renaissance. Maar de invloed was niet alleen groot op Europa, maar ook op het Midden-Oosten. Zo namen de Arabieren het gebruik van koepels over en gebruikten ze in hun moskeeën. De Ottomanen namen zelfs vrijwel de gehele staatsorganisatie over. Tevens waren veel architecten, kunstenaars, artsen en geleerden aan Islamitische hoven van Byzantijnse afkomst.

Eeuwenlang werd de term Byzantijns door Westerse historici gebruikt als een voorbeeld van decadente politiek en ingewikkelde bureaucratie en werd de Byzantijnse beschaving en haar erfgoed in Zuidoost Europa als negatief ervaren.[47] De Byzantijnse cultuur, religie, politiek en filosofisch werden als tegenpool van het Westen beschouwd.[48] Evenzo werd tot de twintigste eeuw de term Oosters, in de context van Oosterse en Westerse cultuur, gebruikt voor culturen die sterk waren beïnvloed door het Byzantijnse Rijk (de Arabieren en Ottomanen werden hier ook enigszins mee bedoeld). Het slechte imago van de term in West-Europa was een van de redenen voor de Grieken om de nieuwe Griekse staat Griekenland te noemen en niet Byzantium. Hiermee grepen ze terug op het hellenisme en konden ze rekenen op steun van onder meer Groot-Brittannië en Frankrijk. Vanaf de 20e, 21e eeuw wordt er echter zonder vooringenomen te zijn naar het Rijk gekeken waardoor het meer tot zijn recht komt en de invloeden op het Westen worden erkend. Als gevolg hiervan heeft het complexe karakter van de Byzantijnse cultuur steeds meer aandacht gekregen en wordt het objectiever behandeld dan voorheen.[48]

Trivia[bewerken]

Naamgeving[bewerken]

Het begrip Byzantijnse Rijk is de benaming voor het oostelijk deel van het Romeinse Rijk die door moderne historici is bedacht om het Klassieke Romeinse Rijk van het Middeleeuwse te kunnen onderscheiden. De term Byzantijns komt van de oude benaming voor Constantinopel, Byzantium. Byzantium was een voormalige Griekse kolonie en nadat het de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk werd onder Constantijn, werd het omgedoopt tot Constantinopel. Vanaf die tijd werd nog zelden gesproken over Byzantium, met uitzondering van historische en poëtische geschriften. De term werd voor het eerst in 1557 door Hieronymus Wolf gebruikt in zijn werk Corpus Historiæ By­zantinæ. Lange tijd was de term vooral populair onder Franse auteurs.[49] Vanaf de geboorte van de huidige Griekse staat werd de term Byzantijns door de gehele Westerse wereld overgenomen.

De inwoners van dit rijk zagen zichzelf echter als Romeinen en dus niet als Byzantijnen. Gedurende het ruim duizend jarige bestaan stond het rijk eenvoudigweg bekend als Het Romeinse Rijk. Ook omringende landen en rijken (zoals de Perzen, Arabieren, Europeanen en Russen) noemden het Romeins, en het werd als een grote belediging beschouwd om het rijk Grieks te noemen, omdat dat stond voor heidens. De taal en cultuur (behalve de christelijke godsdienst) was echter in feite toch Grieks en overgenomen van de hellenistische koninkrijken die heersten rond de oostelijke Middellandse Zee en Zuid-Italië vóór de Romeinse verovering van deze gebieden. Latijn bleef echter de ambtelijke taal tot 610 toen het Grieks de officiële taal van het hof werd.

Begin en einde van het Rijk[bewerken]

Naast de sinds de 19e eeuw gemeengoed geworden benaming Byzantijnse Rijk, staat het Rijk ook bekend als het Oost-Romeinse Rijk. Hoewel deze naam meestal alleen gebruikt wordt wanneer er wordt gesproken over het Rijk voor de val van het West-Romeinse Rijk in 476. Voor de mensen van de tijd was het Rijk gewoon een Griekse voortzetter van het Romeinse Rijk. De verschuiving van de macht naar het oosten maakte dat het Latijn ondergeschikt raakte aan het Grieks. De inwoners van het Byzantijnse Rijk zagen zichzelf ook als Romeinen en de keizers waren ook een continue opvolging van de Romeinse keizers. Het is daarom moeilijk te zeggen wanneer het Byzantijnse Rijk precies begon. Tegenwoordig wordt de Romeinse Keizer Constantijn I (306-337) als eerste Byzantijnse Keizer beschouwd. Hij stichtte Constantinopel als “Nieuw Rome” in 330 en verplaatste de Romeinse hoofdstad van Rome naar Constantinopel.

Andere menen dat het Rijk begon met Theodosius I (379-395) toen het Christendom de overhand kreeg ten koste van de Romeinse religie. Ook het jaar 395 wordt als beginjaar naar voren geschoven omdat na de dood van Theodosius I de scheiding tussen oost en west permanent werd. Andere menen dat het pas in 476 was dat het Byzantijnse Rijk ontstond, in dat jaar werd de laatste West-Romeinse keizer afgezet, waardoor alleen het Oost-Romeinse Rijk nog over was. Hoe dan ook, het was een geleidelijk proces dat al voor 330 in gang was gezet. Al voor die tijd werd de Griekse cultuur steeds belangrijker, met name door de rijkdommen die zich in het oosten bevonden. Ook het Christendom was al lange tijd aan populariteit aan het winnen.

Dan bestaat er ook nog een groep die van mening is dat de veronderstelde verschillen tussen het Romeinse en Byzantijnse Rijk kunstmatig zijn. Het Romeinse Rijk evolueerde namelijk tot het Byzantijnse Rijk, zonder dat je kunt zeggen dat op het ene moment het Romeinse tijdperk ophield en het Byzantijnse begon. Zo ook in vergelijking met de verschillen tussen het Romeins Koninkrijk, de Romeinse Republiek en het Romeinse Keizerrijk. Deze groep zegt dan ook dat het Romeinse Rijk van 753 v. Chr. tot 1453 heeft geduurd.

Over het einde van het Rijk is minder discussie, algemeen wordt de val van Constantinopel in 1453 als het einde gezien. Hoewel de Grieken nog wel enkele kleine gebieden in handen hadden totdat Mystras in 1460 in Ottomaanse handen viel en Trebizond in 1461.

Opvolgers van het Byzantijnse Rijk[bewerken]

Zowel Rusland als Griekenland claimt opvolger van het Byzantijnse Rijk te zijn. De Russische tsaren en de Ottomaanse sultans zagen zich als opvolgers van de Byzantijnse en Romeinse keizers.

Rusland als opvolger[bewerken]

Na de val van Constantinopel in 1453 beschouwden de Russische Tsaren zich als de wettelijke opvolgers van het Oost-Romeinse/Byzantijnse Rijk, onder meer wegens de dynastieke banden met de Byzantijnse aristocratie, en als beschermers van de Orthodoxe Kerk. Ze beschouwden Moskou als het Derde Rome.

Griekenland als opvolger[bewerken]

Het huidige Griekenland (Ελλάδα) is volgens sommigen de enige rechtstreekse erfgenaam van het Byzantijnse Rijk. Na de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Turken vanaf 1821 verkozen de Grieken volgens hen echter om hun land niet Byzantijns of Romeins te noemen, en wel om twee redenen:[50]

  • Ten eerste bleef de vroegere Byzantijnse hoofdstad Constantinopel onder Turkse heerschappij.
  • Ten tweede kozen ze voor de naam Ελλάδα (Hellas) uit strategische redenen, om op steun te kunnen rekenen van het Westen. In de 19e eeuw was er in het Westen immers een grote belangstelling voor de Griekse wereld van de Klassieke Oudheid, terwijl het 'middeleeuwse' Byzantijnse Rijk eerder onbekend en dus onbemind was.

Ottomaanse Rijk als opvolger[bewerken]

Hoewel hij geen christen was, zag de Ottomaanse sultan Mehmet II zich ook als nieuwe Romeinse keizer. In zijn ogen was de islam niet tegenstrijdig met het christendom, maar een vervolmaking ervan. Mehmet II liet zich "Romeins keizer" noemen en probeerde Romeins gebied zoals Italië te veroveren (Otranto kwam onder Ottomaans bewind in 1480) om zodoende het Romeinse Rijk weer te herenigen. Hoewel hij in het begin successen boekte, liep de tocht uiteindelijk uit op een mislukking. Daarna waren de Ottomaanse sultans een stuk spaarzamer met het gebruik van de Romeinse keizerstitel.

  1. a b De scheiding tussen Romeins en Byzantijns is niet duidelijk, zie Begin en einde van het Rijk voor een uitleg.
  2. a b c Zie deze tabel met populatie cijfers van de Geschiedenis Afdeling van de Tulane University. De getallen zijn gebaseerd op schattingen van J.C. Russel in "Late Ancient and Medieval Population," gepubliceerd in de Transactions of the American Philosophical Society (1958), ASIN B000IU7OZQ.
  3. a b Zie Professor Howard Wisemans website over het Romeinse Rijk.
  4. Bury (1923), 1
    * Fenner, Economic Factors
  5. a b c Bury (1923), 1
  6. "Byzantine Empire" Encyclopaedia Britannica
    * Gibbon (1906), II, 200
  7. Gibbon (1906), III, 168
  8. Bury (1923), 1
    * Esler (2000), 1081
  9. Esler (2000), 1081
  10. Bury (1923), 25–26
  11. Esler (2000), 1081
    * Mousourakis (2003), 327–328
  12. a b c "Byzantine Empire" Encyclopaedia Britannica
  13. Nathan, Theodosius II (408-450 A.D.)
  14. Treadgold (1995), 193
  15. Alemany (2000), 207
    * Treadgold (1997), 184
  16. Treadgold (1997), 152-155
  17. Cameron (2000), 553
  18. ”Byzantine Empire” ‘’Encyclopaedia Britannica’’
    * Evans, Justinian (AD 527–565)
  19. Baker, George Philip: Justinian: The Last Roman Emperor, Cooper Square Press, 2002, ISBN 0-8154-1217-7
  20. a b c Evans, Justinian (AD 527–565)
  21. Bury (1923), 180–216
  22. Bury (1923), 236–258
  23. Bury (1923), 259–281
  24. Bury (1923), 286–288
  25. Vasiliev, The Legislative Work of Justinian and Tribonian
  26. Vasiliev, The Ecclesiastical Policy of Justinian
  27. Raya, The Byzantine Church and Culture
  28. Meyendorff (1982), 13
  29. Meyendorff (1982), 19
  30. Meyendorff (1982), 130
  31. ”Byzantine Art”, “Encyclopaedia Britannica”
  32. Mango (1980), 233–4
  33. ”Byzantine Literature”, “Catholic Encyclopedia”[1]
  34. a b ”Hellas, Byzantium”, “Encyclopaedia The Helios”
  35. Neville (2004), 34
  36. Neville (2004), 13
  37. a b Neumann (2006), 869–871
  38. Chrysos (1992), 35
  39. Antonucci (1993), 11–13
  40. Obolensky (1994), 3
  41. Fergus Millar, A Greek Roman Empire: Power and Belief under Theodosius II (408-450). Sather Classical Lectures, Vol. 64. Berkeley: University of California Press, 2006. Pp. 279. ISBN 0-520-24703-5
  42. McDonnell/MacDonnell, Roman Manliness: Virtus and the Roman Republic
  43. Greek Language, Encyclopedia Britannica[2]
  44. Versteegh, Cornelis H. M., Greek Elements in Arabic Linguistic Thinking, E. J. Brill, 1977, Chapter 1.
  45. Chinese Accounts of Rome, Byzantium and the Middle East, c. 91 B.C.E. - 1643 C.E., East Asian History Sourcebook, Internet History Sourcebooks Project, Paul Halsall editor, Fordham University, geraadpleegd op 20 februari 2008
  46. Pirenne, Henri
    • Mediaeval Cities: Their Origins and the Rivival of Trade (Princeton, NJ, 1925). ISBN 0-691-00760-8
    • See also Mohammed and Charlemagne (London 1939) Dover Publications (2001). ISBN 0-486-42011-6.
  47. Angelov (2001), 1
  48. a b Angelov (2001), 7-8
  49. Fox, What, If Anything, Is a Byzantine?
  50. Fox, What, If Anything, Is a Byzantine?