Gebruiker:PAvdK/Kladblok/Japanse lantaarns en pagodes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gtk-paste.svg
Dit is het persoonlijke kladblok van PAvdK/Kladblok.
Een kladblok is een subpagina van iemands gebruikerspagina. Het dient als testruimte voor de gebruiker en is geen artikel in de encyclopedie. Wel is het, net als de artikelen in de encyclopedie, voor iedereen zichtbaar en dient het geen onoorbare dingen te bevatten.
Het is, ook in een kladblok, uitdrukkelijk niet toegestaan om zonder toestemming auteursrechtelijk beschermd materiaal van derden te publiceren.
Enkele handige links: Spiekbriefje | Snelcursus
Andere testplaatsen: De algemene zandbak | De probeerpagina van de snelcursus | De sjabloonzandbak
P.A. van der Knaap (overleg) (Navigatie)
Barn star free zone.png

Het is dinsdag 24 mei 2022, 22:01

Lantaarns[bewerken | brontekst bewerken]

tabel met lantaarntypen[bewerken | brontekst bewerken]

Aangemaakte pagina's lantaarns
onderwerp artikel sectie Japans
Andon (lantaarn) Andon (lantaarn) 行灯
Bonbori Bonbori ぼんぼり・雪洞
Chōchin Chōchin 提灯
Dai-dōrō Dai-dōrō 台灯篭、台灯籠
Dai tōrō
Ikekomi-dōrō Ikekomigata tōrō いけこみ形灯籠、生け込み形灯籠
Ikekomigata tōrō
Kirishitan-dōrō Ikekomigata tōrō Kirishitan-dōrō キリシタン灯籠
Maria-dōrō Maria-dōrō マリア灯籠
Michishirubegata tōrō Michishirubegata tōrō 道識形燈籠
Mizubotaru-dōrō Mizubotaru-dōrō 水蛍燈籠
Oribe-dōrō Oribe-dōrō 織部燈籠
Shukōgata tōrō Shukōgata tōrō 珠光形燈籠、四光形燈籠
Ishi-dōrō Ishi-dōrō 石灯籠
Ishidōrō
Dō tōrō (銅灯籠) Kinzoku tōrō 金属灯籠、金属灯篭、금속 등롱
Dōzō tōrō
Kana dōrō
Kana-dōrō
Kinzoku tōrō
Kondō-dōrō
Metalen platformlantaarns
Seidō tōrō
Houten lantaarns Mokusei tōrō 木製灯篭
Japanse houten lantaarn
Mokusei tōrō
Tasoyagata tōrō Mokusei tōrō Tasoyagata tōrō 誰屋形燈籠
Tomayagata tōrō Tomayagata tōrō 苫屋形燈籠
Nozura-dōrō Nozura-dōrō 野面灯籠、野面灯篭
Oki-dōrō Okigata tōrō 置燈籠
Okigata tōrō
Misaki tōrō Okigata tōrō Misaki tōrō 岬燈籠
Sankō-dōrō Sankō-dōrō 三光灯籠
Temari-dōrō Temari-dōrō 手鞠燈籠
Tachi-dōrō Tachigata tōrō 立ち灯籠
Tachigata tōrō
Enshūgata tōrō Tachigata tōrō Enshūgata tōrō 遠州形灯籠
Kasuga-dōrō Kasuga-dōrō 春日燈籠
Miyatachigata tōrō Miyatachigata tōrō 宮立形燈籠
Okunoingata tōrō Okunoingata tōrō 奥の院形燈籠
Sangatsudōgata tōrō Sangatsudōgata tōrō 三月堂形燈籠
Shinzengata tōrō Shinzengata tōrō 神前形灯籠
Shiratayūgata tōrō Shiratayūgata tōrō 白太夫形燈籠
Uzumasagata tōrō Uzumasagata tōrō 太秦形燈籠
Yose-dōrō Yose-dōrō 寄燈籠
Yūnoki-dōrō Yūnoki-dōrō
Zendōjigata tōrō Zendōjigata tōrō 善導寺形灯籠
Tō-dōrō Tōgata tōrō 塔形灯籠
Tōgata tōrō
Dōrō Tōrō 灯籠、燈篭
Toro (lantaarn)
Tōrō
Jiki no tōrō Tōrō Jiki no tōrō 磁器の灯籠
Japanse lantaarn Traditionele verlichting in Japan
Traditionele verlichting in Japan
Kaitomoshi-dōrō Tsurigata tōrō 掻灯・吊り灯籠
Tsuri-dōrō 釣灯籠
Tsurigata tōrō
Kanshūjigata tōrō Yukimigata tōrō 雪見灯籠、雪見燈籠
Yukimi-dōrō
Yukimigata tōrō
Kotoji-dōrō Yukimigata tōrō Kotojigata tōrō 琴柱形灯籠
Kotojigata tōrō
Mitsuashigata tōrō Mitsuashigata tōrō 三本足雪見灯籠
Rankeigata tōrō Rankeigata tōrō 蘭渓形燈籠
Sankaku tōrō Sankaku tōrō 三角灯篭
Yotsuashigata tōrō Yotsuashigata tōrō 四脚形燈籠

Opbouw van lantaarns[bewerken | brontekst bewerken]

Onderdelen van staande Japanse lantaarns
    • sōrin(相輪), kūrin(空輪), hōrin(宝輪), hōju (s.l.)(宝珠)
      • 1, A. hōju (s.s.), 'heilig juweel', tama (玉、たま, bol)
        • (Kaen(火焔), vlammen-decoratie)
        • kakikubi(欠首) (nek)
      • B ukebana(受花)('ontvangende bloem')
        • fukubachi(伏鉢、覆鉢)
           fusebachi, fukuhatsu(ふくはつ)
    • 2, C. kasa(笠)(dak, paraplu)
      • kudarimune(降棟)(nok, dakrib)
      • warabite(蕨手)(uitstekende hoekpunt)
        • (fūtaku(風鐸、ふうたく), klokje, windgong)
    • 3, D. hibukuro(火袋)(lampenkamer)
      • kamiku(上区)(bovenste deel)
      • nakaku(中区)(centrale deel)
        • ensō(円窓)(venster)
        • higuchi(灯口、火口)
      • shimoku(下区)(onderste deel)
    • 4, E. chūdai of nakadai(中台)(middenplatform),
       ukehachi(受鉢)
      • renben(蓮弁)(lotusbloem)
    • 5, F sao(竿), hashira(柱)of chirin(地、ち)
       (schacht, zuil, kolom of paal)
      • fushi(節)(een band van decoraties)
      • ukeza(受座)(inkeping, scheiding met kiso)
    • 6 kiso(基礎), dai(だい)(sokkel, benedenplatform)
      • kaeribana(反花)(omgekeerde lotus)
    • kidan(基壇)(ondergrond, podium)
  • Kasuga-dōrō
    Kasuga-dōrō parts.jpg


    Yukimigata tōrō

    Diagram of a Japanese three-legged garden lamp.jpg

    Een lantaarn heeft tenminste een vuurplaats of lampenkamer (hibukuro), zodat de eenvoudigste lantaarns alleen bestaan uit de vuurkamer met een dak. De meer ingewikkelde lantaarns hebben vijf of meer op elkaar gestapelde elementen.

    De traditionele verlichtingsapparatuur van Japan omvat de andon (voor gebruik binnenshuis), de bonbori (een kleine andon), de chōchin (opvouwbare en draagbare lantaarn) en de tōrō (voor het gebruik buitenshuis). De eenvoudigste lantaarns alleen bestaan uit de vuurkamer met een dak; de meer ingewikkelde lantaarns (zoals de tachigata tōrō) hebben vijf of meer op elkaar gestapelde elementen, die daarmee verwijzen naar de samenstelling van Japanse pagoden. De belangrijkste onderdelen zijn van boven naar beneden: hōju ('heilig juweel') en ukebana (lotusbloem), kasa (dak), hibukuro (vuurkamer), chūdai (middenplatform), sao (zuil) en kiso (sokkel). De meeste onderdelen kunnen gestileerd of juist weer versierd zijn, vooral bij de gegoten metalen lantaarns.

    Hōju[bewerken | brontekst bewerken]

    Hōju, hōshu (宝珠)[1][2], soms ook sōrin(相輪), kūrin (空輪) of hōrin (宝輪) genoemd, is het 'heilige juweel' Hōju is een voor het boeddhisme 'heilig juweel', dat de macht zou hebben om het kwaad te verdrijven, corruptie te reinigen en wensen te vervullen. Hōju komt overeen met het vijfde en hoogste Boeddhistische kosmologische element: Ether of Geest.

    Hōju en ukebana vormen structureel min of meer een geheel en worden met hun bijbehorende onderdelen hier dan ook gezamenlijk besproken. De hōju is een met een piron vergelijkbaar top-ornament in de vorm van een bol, een ui of een druppel, vaak ook inclusief de onderliggende delen (zoals ukebana, kakikubi, fukubachi en roban). Het staat in het midden van het dak (kasa), die vaak als afsluiting op de top van het dak een doosvormig 'dauwbekken' roban heeft.

    Hōju, 'heilige juweel'
    Hōju (宝珠) (in engere zin) is een bol (tama, 玉、たま) of heeft een druppel- of ui-vorm, de vorm van de knop van een lotusbloem. Bij gebruik als decoratie voor een lantaarn kan de punt van de bol spits zijn of enigszins afgerond, afhankelijk van de periode, van de stijl en van herkomst van de lantaarn. Hōju komt ook voor als decoratie op daken van pagodes en boeddhistische hallen, ook als onderdeel van een sōrin. De hōju staat op een nek (kakikubi), die zelf weer op een omgekeerde bolle schotel (fukubachi) staat.
    GojoOhashi 2105 S6 1.jpg

    De term giboshi (擬宝珠)[3] verwijst naar de hōju-vorm, vaak ook inclusief roban, fukubachi en/of kakikubi. Een giboshi is van brons, hout, messing, ijzer of steen en dient als een architecturale decoratie op verschillende plaatsen, zoals op leuningen, op daken, op grafmonumenten en op pagodes.

    Nara, Koufuku-ji Nanendo Gihouju.JPG
    Kaen, vlamdecoratie
    Kaen (火焔) is een aureool, stralenkrans of nimbus in de vorm van vlamdecoraties op een bolle of uivormige hōju van metalen lantaarns. Ook de hōju op pagodes en boeddhistische hallen is meestal gemaakt van metaal en vaak versierd met vlamdecoraties. De hōju die is voorzien van een decoratie van opstijgende vlammotieven wordt kaen hōju genoemd.
    Kakikubi, nek
    Kakikubi (欠首)[4] is een verbindingsstuk in de vorm van een hals of nek. Een kakikubi komt voor onder de hōju en staat in de ukebana; daarnaast op de fukubachi waarop de ukebana staat.
    Kakikubi is ook een nekachtig gedeelte onder een paal met bolvormige bovenkant (giboshi). Een kakikubi werd vanaf het begin van de middeleeuwen gebruikt. Deze vorm wordt ook gebruikt op de torenspits van een pagode (sōrin).
    Ukebana, 'ontvangende bloem'
    Ukebana of ukehana (受花, geschreven als 請花, 受華, 請華 of 請華請華)[5][6] of 'ontvangende bloem' symboliseert de heilige lotus en bestaat uit een krans van meestal met 8 goed herkenbare bloemblaadjes van de heilige lotus. Hieruit ontspringt de hōju (in engere zin).
    Ukebana is een veelvoorkomende decoratie. Op pagodes bestaat de ukebana uit een enkele krans bloembladen, of uit een dubbele krans van bloembladen met de bovenste rij naar boven en de onderste rij naar beneden gericht. De ukebana kan ook worden gevonden onder de ringen bij een kurin (ringen) van een spits van een pagode (sōrin), onder heilige juweel (hōju), op de top van een stenen lantaarn (ishidōrō), of op het voetstuk (daiza) van een boeddhistisch standbeeld. De ukebana wordt ook gevonden onder de hōju op de tahōtō (een zes- of achthoekige, twee verdiepingen tellende pagode).
    Op een boeddhistische voetstuk heeft de ukebana de vorm van een ronde en relatief platte open lotusbloem met zes of acht omgekeerde bloemblaadjes. De kaeribana is een vergelijkbare vorm waarvan de bloemblaadjes naar beneden gericht zijn, in tegenstelling tot die van de ukebana.
    Fukubachi
    Fukubachi (伏鉢, 覆鉢), ook fukuhatsu (ふくはつ) genoemd,[7] is de omgekeerde kom, omgekeerd koepelvormige basis voor een kakikubi (nek) en de lotusversiering (ukebana), met daarboven de rest van het 'juweel' (hōju). Het kleine, omgekeerd komvormige armatuur is geplaatst op een doosvormige deksel (roban), boven de top van een puntdak of zes- of achtkantige daken, en zeshoekige of achthoekige hallen die meestal te vinden zijn bij boeddhistische tempels.
    5 Boeddhistische kosmologische elementen
    • Zon-elementen
      • V. Ether, geest, leegte, , sora
        • sōrin (相輪), kūrin (空輪), hōrin (宝輪), hōju (宝珠)
      • IV. Lucht, wind, , kaze
        • kasa (笠)
      • III. Vuur, ka, hi
        • hibukuro (火袋)
    • Maan-elementen
      • II. Water, sui, mizu
        • chūdai of nakadai (中台), ukehachi (受鉢)
      • I. Aarde, chi
        • sao (竿), hashira (柱) of chirin (地,ち)
      • kiso (基礎), dai (だい)
      • kidan (基壇)
  • Kasa[bewerken | brontekst bewerken]

    Kasa (, かさ)[8][9] is het dak, kap of 'paraplu' van de lampenkamer. Het dak is een zeshoekige, vierkante of ronde, conische, piramidale of paddenstoelvormige paraplu die de vuurkast van boven afdekt en beschermt. Kasa komt overeen met het vierde Boeddhistische kosmologische element: Wind of Lucht.

    De kasa is het deel van een lantaarn dat fungeert als een paraplu boven de lampenkamer (hibukuro). Het dak is een zeshoekige, vierkante of ronde, conische, piramidale of paddenstoelvormige paraplu die de vuurkast van boven afdekt en beschermt. Kasa (笠), letterlijk: paraplu, is een dakje. Gewoonlijk is de kasa vierkant of zeshoekig, slechts zelden achthoekig, en af en toe zijn ze rond. De daklijn is van boven naar de rand meestal in een hol-bol patroon geconstrueerd, maar het kan gewelfd zijn of een golvende omtrek hebben. Aan de kasa zijn vaak nog onderscheidbaar: de kudarimune, de ribben, en de warabite waaraan eventueel nog windklokken (fūrin) hangen.

    Roban
    Roban (露盤), afkorting van shōroban (承露盤, letterlijk: 'dauwbekken'), ook masugata (枡形) genoemd, is de doosachtige structuur die over een top van een dak is geplaatst. Roban dient als een standaard en is gemaakt van brons, steen of tegels.[10] Oorspronkelijk slaat de naam op een hele torenspits of pinakel (sōrin), of op het druppel- of uivormige kroonornament (piron) hōju. Roban verwijst nu naar de doosvormige structuur die over een puntdak is geplaatst.
    Roban komt bij vooral voor bij daken: bij vierhoekige daken (hōgyō yane), zeshoekige daken (rokuchū yane of rokkaku yane) of achthoekig daken (hatchū yane of hakkaku yane) hebben een top van het dak waar de nokken samenkomen (sumikudarimune). Om lekken te voorkomen was een afdekking noodzakelijk. Het aantal zijden van een roban hangt af van het aantal secties die het dak vormen. De meeste waren vierkant, maar zeshoekige of achthoekige waren nodig wanneer het dak zes of acht secties heeft.
    De roban vormt de basis voor een complete met een pinakel of torenspits of met een kruisbloem vergelijkbare sōrin, die meestal bestaat uit zeven afzonderlijke delen die bovenop dit basisgedeelte werden geplaatst. Het levert ook een basis voor verschillende druppel- of ui-vormige hōju-vormen. Roban waren in de vroege eeuwen vrij laag in vergelijking met de hoogte van de later omgekeerd komvormige fukubachi, geplaatst op de roban . De proporties van de roban veranderden in latere periodes. Het was hoger en was vaak versierd met een meerlagige kōzama.
    Kudarimune
    Kudarimune (降棟) of hirakudarimune (平降棟)[11] zijn de ribben als hoekkepers van het dak (kasa), de aflopende nokken of verhoogde stroken die vanaf de top van een dak naar de rand lopen. Deze nokken kunnen ontbreken, bijvoorbeeld als er een gladder, meer paddenstoelvormig dak is.
    Warabite
    Detail of a Lantern, as found in Nikko, Japan 20130812 4.jpg
    Warabite of warabide (蕨手)[12] ('varenspruiten') zijn de omhoog krullende hoekenpunten van de ribben (kudarimune) van de kasa. De warabite is een ornament met een gebogen vorm als gekrulde varen-scheuten. Het is te vinden als onderdeel van het dak of 'paraplu' (kasa) van een lantaarn, maar ook op de onderste rand van versieringen van windveren (gegyo), op de lateien (kasagi) en nokken van leuningen (kōran).

     

    Fūtaku (風鐸, ふうたく)
    柏山东岳庙行宫大殿檐角风铃.JPG
    Fūtaku (風鐸, ふうたく), verwant met fūrin (風鈴), zijn kleine decoraties in de vorm van een windklokjes of belletjes, die bij metalen lantaarns worden toegepast aan de warabite.

    Hibukuro[bewerken | brontekst bewerken]

    Hibukuro (火袋)[13][14] is de vuurkamer, lampenkamer of 'vuurzak', het hoofdgedeelte van de lantaarn, en de plaats waar het vuur wordt aangestoken. Hibukuro komt overeen met het derde boeddhistische kosmologische element: Vuur.

    Hibukuro bestaat uit drie delen: kamiku, de bovenzijde; nakaku, het middenstuk; en shimoku, een met een rozet versierd onderste gedeelte van de lampkamer. In het middenstuk is er een venster naar de vuurkamer, ensō, en de zijvlakken met de lichtopeningen: higuchi. De hibukuro is cilindrisch, vierkant, zeshoekig of achthoekig. De vuurplaats bevindt zich onder het dak of 'paraplu' (kasa) van de lantaarn. Het vuur zelf wordt meestal geproduceerd door een oliekous aan te steken. De lichtopeningen zijn vaak geometrische basispatronen, maar kunnen kwart of halve manen en andere fantasierijke openingen omvatten. Heel vaak bedekt papier dat op een houten frame is geplakt de openingen om een zachte, aangename gloed te geven.

    Kamiku
    Kamiku (上区) is het bovenste onderdeel van de vuurkamer van de Japanse lantaarn.
    Nakaku
    Nakaku is het middenstuk van de hibukuro met de vuurkamer met:
    • Ensō (円窓) is een venster, gebruikt als een aansteekopening in de zijvlakken van de vuurkamer van een Japanse lantaarn
    • Higuchi (灯口, 火口)[15] is een wandpaneel (met openingen voor het licht of gesloten met decoraties) van de zijvlakken (nakaku) van de vuurkamer, maar ook kan de vuurkamer als geheel wordt wel aangeduid met higuchi.
    Shimoku
    Shimoku (下区) is een soms met een rozet van bloemblad-motieven versierd, onderste gedeelte van de lampenkamer van een lantaarn (tōrō)

    Chūdai[bewerken | brontekst bewerken]

    Chūdai of nakadai (中台), uke , ukedai 受台, ukebachi, ukehachi 受鉢, ukebana 受花 of shumiza 須弥座[16][17] is het centrale of middelste platform onder de vuurkamer of vlamhouder (hibukuro) van een lantaarn. De chūdai is rond, vierkant, zeskantig of achtkantig. Hierop staat het volgende element, de vuurkamer. De chūdai komt overeen met het tweede Boeddhistische kosmologische element: Water.

    Renben
    Renben (蓮弁)[18], letterlijk: bloemblad van de heilige lotus, is het geheel van decoratieve bloembladen van de lotusbloem aan de onderzijde van de chūdai. Soms is een renben aanwezig onder de vuurkamer in de vorm van een krans decoratieve bladen van de lotusbloem.

    Sao[bewerken | brontekst bewerken]

    Sao (竿, )[19][20] is een rechtopstaande schacht, pilaar, kolom, zuil of paal, rond, vierkant of zeskant in dwarsdoorsnede, soms met karakters of dierreliëfs versierd. Sao komt overeen met het eerste Boeddhistische kosmologische element: Aarde.

    De sao ondersteunt alle er boven liggende delen van de lantaarn vanaf het middenplatform (chūdai), inclusief de vuurkist (hibukuro). In dwarse doorsnede is deze cirkelvormig, vierkant of zeskant. De sao is soms versierd, bijvoorbeeld met karakters of dierenmotieven, of er kan een decoratie van een of drie banden zijn (fushi, knopen) nabij het midden van de pilaar zijn, of is de pilaar daar op halve hoogte juist op zijn dunst.

    Bij bepaalde typen lantaarns, die met hun schacht direct in de bodem zijn ingegraven, ontbreekt de sokkel of basale platform (kiso). Ook bij lantaarns van het type yukimi-dōrō ontbreekt de kiso en staat de lantaarn op één of meer poten. Er zijn ook typen lantaarns die staan op één enkele, scheefstaande (bij rankeigata tōrō), op twee (kotoji-dōrō), of op tot wel zes poten, of 'sneeuwkijkende' lantaarns (yukimi-dōrō). De hoofdtypen lantaarns worden grotendeels onderscheiden op grond van de aanwezigheid en de aard van hun sokkel of schacht (sao) en platform (kiso): platform-lantaarns, ingegraven lantaarns, zittende lantaarns en "sneeuwtonende lantaarns".

    Bij tachigata tōrō of platform-lantaarns staat de schacht op een basisplatform en een sokkel.

    Bij ikekomigata tōrō of ingegraven lantaarns of sokkellantaarns is de schacht direct in de grond geplaatst.

    Bij okigata tōrō of zittende lantaarns ontbreekt de sokkel of de schacht, en wordt de chūdai van de lantaarn direct op de grond gezet.

    Bij yukimigata tōrō of "sneeuwtonende lantaarns" is de schacht afwijkend gevormd en is het dak (kasa) gewoonlijk groot. Er zijn er weer veel subtypen lantaarns. De rankeigata tōrō staan op één enkele, scheefstaande poot of voet, kotoji-dōrō staan op twee poten, en er zijn andere typen op nog meer poten, drie tot zes stuks.

    Kiso[bewerken | brontekst bewerken]

    Kiso, jirin of dai (基礎)[21][22] is het 'fundament', de sokkel, basis of het basale platform van de zuil. In het algemeen is kiso bij bouwwerken een onderliggende structuur die een daarboven gelegen structuur draagt. De kiso kan bij grotere lantaarns een tot zes treden hebben, vergelijkbaar met die van een kleine Japanse pagode of gorintō. Het basale platform of sokkel is gewoonlijk zeshoekig of rond. Er kan een decoratie aanwezig zijn, zoals de kaeribana, die bestaat uit een omgekeerd lotusmotief boven op de basis.

    Kaeribana
    Kaeribana (反花), afkorting van kaeribanaza (反花座), ook soribana (反り花)[23][24], is bij lantaarns een omgekeerd lotusmotief, zoals dat onder andere te vinden is op de sokkel (kiso) van een Japanse lantaarns (tōrō). Er zijn eenvoudige eenlagige ontwerpen (isshu) en meer complexe meerlagige ontwerpen (hasshu). Het midden van elk bloemblad van het enkellaags type is in tweeën gedeeld; twee enkele bloembladen gelaagd op elkaar worden hasshu genoemd. De ruimtes tussen de bloembladen worden ingevuld met eenvoudige vormen die kobana worden genoemd.
    Ukeza
    Ukeza (受座)[25] is de vernauwing of inkeping tussen de sokkel (kiso) en de stam of schacht (sao) van een Japanse lantaarn (tōrō).

    Kidan[bewerken | brontekst bewerken]

    Kidan (基壇)[26] (of dai, ) is bij lantaarns een onderste fundament of ondergrond, waarop de kiso staat. Een apart gevormde kidan is bij niet altijd aanwezig of te onderscheiden.

    Kidan is tevens een speciaal type platform of podium, geassocieerd met boeddhistische tempelgebouwen uit de 7e tot de 12e eeuw. Stenen podia werden tot het einde van de 12e eeuw voornamelijk voor tempelgebouwen gemaakt. Een nieuw type podium, gemaakt van een met gips bedekte heuvel (kamebara) onder een gebouw dat was omgeven door een veranda, verving geleidelijk aan de stenen podia voor tempelgebouwen uit de vroege Heianperiode.



    Info[bewerken | brontekst bewerken]



    Pagodes[bewerken | brontekst bewerken]

    tabel samenvoegen[bewerken | brontekst bewerken]

    Aangemaakte pagina's pagodes
    onderwerp artikel sectie Japans Nl Koreaans Chinees
    Gorin sekitō Gorintō 五輪塔
    Gorinto, Gorintō 고린토 Golinto 戈林托 Gē lín tuō
    Hokyointo, Hōkyōintō Hōkyōintō 宝筺印塔 보청인탑 Bocheong-intab 寶塔, 宝塔 Bǎotǎ
    Hoto, Hōtō Hōtō 宝塔
    Kunisakitō Hōtō Hōtō#Kunisakitō 国東塔
    Yugitō Hōtō#Yugitō 瑜祇塔
    Hyakumanto, Hyakumantō Hyakumantō 百万塔, 百万塔陀羅尼
    Aoishitōba Itabi (pagode) 板碑
    Itabi (pagode)
    Itahi
    Itaishi sotōba
    Itaishitōba
    Itasekitōba (板石塔婆)
    Bantōba, Pantōba Itabō 板塔婆
    Bantapo, Pantapo, Pantapō
    Hiratōba (平塔婆)
    Itabo, Itabō
    Itagōba
    Itatoba, Itatōba
    Kasa sotōba (笠卒都婆) Kasatōba 笠塔婆
    Kasatoba, Kasatōba 가사 타파 Gasa tapa 加里阿姨 Jiālǐ āy
    Kaisantō Muhōtō 無縫塔, 無方塔 무봉탑 Mubongtab 五峰塔 Wǔfēng tǎ
    Muhōtō 무봉탑 Mubongtab 五峰塔 Wǔfēng tǎ
    Rantō (卵塔, 蘭塔) 무봉탑 Mubongtab 五峰塔 Wǔfēng tǎ
    Ishitō, ishi-dō Sekitō 石塔
    石幢(せきどう)
    Sekitō, seki-dō
    Sōrintō Sōrintō 相輪橖 상륜탑 Sanglyuntab 索林托 Suǒ lín tuō
    相輪塔
    Sōtō (pagode) Sōtō (pagode) 層塔
    Gojū-no-tō Sōtō (pagode) Sōtō (pagode)#Gojū-no-tō 五重塔 오층탑 Ocheungtab 五層塔 Wǔ céng tǎ
    Sanjū-no-tō Sōtō (pagode)#Sanjū-no-tō 三重塔 삼중탑 Samjungtab 三重塔 Sānchóng tǎ
    Nanajū-no-tō Sōtō (pagode) 七重塔 칠층석탑 Chilcheungseogtab 七层石塔 Qī céng shítǎ
    Sotoba, Sotōba Sotōba 卒塔婆, 仏塔
    Tajūtō (多重塔) Tasōtō 多層塔
    Tasōtō 다층탑 Dacheungtab 多层塔 Duō céng tǎ
    Buttō 仏塔, ぶっとう 불교 탑 bulgyo tab
    Japanse pagode
    Tou, (塔) tab 佛塔 fó tǎ
    Tōba (塔婆)
    Daitō (pagode) Tō#Daitō 大塔
    Mokutō Tō#Mokutō - houten pagodes 木塔
    Tahōtō Tō#Tahōtō 多宝塔
    Buttō, Butsusharitō Tō#Buttō 仏舎利塔 불사리 타워 Bulsali tawo 佛塔 Fó tǎ

    Stamboom[bewerken | brontekst bewerken]

    Typen Japanse pagodes

    afbeeldingen[bewerken | brontekst bewerken]


    Sjabloon[bewerken | brontekst bewerken]

    sjabloon: code: geeft:
    Sjabloon:Navigatie pagodes in Japan
    {{Navigatie pagodes in Japan}}

    Diverse pagina's in WP[bewerken | brontekst bewerken]

    nl en de fr it ja ko
    Japanse Boeddhistische architectuur en:Japanese Buddhist architecture de:Japanische Tempelarchitektur fr:Architecture bouddhiste japonaise it:Architettura buddhista giapponese
    Sōrin en:Sōrin fr:Sōrin ja:相輪
    Boeddhistische tempel en:Buddhist temple de:Buddhistischer Tempel fr:Temple bouddhiste it:Tempio buddhista ja:寺院 ko:사찰
    Jinja (heiligdom) en:Shinto shrine de:Shintō-Schrein fr:Sanctuaire shinto it:Jinja ja:神社 ko:신사 (신토)
    Pagode en:Pagoda de:Pagode fr:Pagode it:Pagoda ja:パゴダ ko:탑파
    Stoepa en:Stupa de:Stupa fr:Stūpa it:Stupa ja:仏塔 ko:솔도파
    en:Japanese pagoda de:Tō fr:Tō it:Pagoda giapponese

    Notities[bewerken | brontekst bewerken]

    Itabi (pagode)
    板碑(いたび) itabi (plaat- of bordmonument)
    板石塔婆 itabi-pagode
    青石塔婆  aoishi-pagode, blauwe stoepa (een itabi-type)
    仏塔 pagode
    宝篋印塔 Hōkyōintō, drie-elementen-pagode
    宝塔 Hōtō, schatpagode
    五輪塔 Gorintō, vijf-ringen-pagode
    Japans Koreaans
    板碑、塔婆、卒塔婆、仏塔: Itabi, tōba, sotoba, buttō 솔도파, 塔婆, 솔도파, 불탑: soldopa, tabpa, bultab
    スンタプ(僧塔): Suntapu (sō-tō) 승탑 (僧塔): seungtab
    Enkele onderdelen van Japanse pagodes
    Materiaal Naam, transliteratie Japans Afbeelding Opmerkingen
    Intō[27] 印塔 textiel, papier Een op textiel of op papier gedrukte pagode. Verschillende typen kunnen zijn afgebeeld.
    [28] - Een 'ring', etage, sectie of niveau van een gebouw, vooral gebruikt als verwijzing naar een pagode. Elke sectie wordt genummerd. De eerste, tweede, derde, vierde en vijfde secties zijn resp. ichijū 一重, nijū 二重, sanjū 三重, yonjū 四重 en gojū 五重.
    Kuyō-tō[29] 供養塔 Herdenkingspagode of monument, van willekeurige vorm en grootte. Offergaven of pagodes voor notabelen en ter nagedachtenis aan personen of gebeurtenissen
    Nōsashō-tō[30] 能作生塔 Een miniatuur-pagode van verguld brons (kondō, 金銅) in een kom of ronde flesvorm, waarin 32 rijstkorrels zijn opgeborgen.
    Rokkaku sanjū-no-tō[31] 六角三重塔 Een bepaald type van zeshoekige pagode met drie secties (sanjū-no-tō, 三重塔) in reliëf gemaakt op een koperen plaat.
    [32] - Een laag of sectie van een pagode. Jūsō (重層) heeft meer secties, tansō (単層) heeft een enkele, gojū-no-tō (五重の塔) is een pagode met 5 secties.
    Tatekake-tō[33] ja:建掛塔
    Tatekakenotou.jpg
    Onder constructie, alleen een eerste verdieping
    Tō-tō[34] 東塔
    Yakushiji toutou 1.jpg
    oost-pagode

    Japanse Boeddhistische tempels[bewerken | brontekst bewerken]

    Alfabetisch overzicht van pagodes[bewerken | brontekst bewerken]

    B[bewerken | brontekst bewerken]

    Bussharitō[bewerken | brontekst bewerken]

    Bussharitō met links en rechts een stenen lantaarn (ishi-dōrō).

    De boeddhistische pagode is een pagode volgens de traditie de overblijfselen van Shaka (Boeddha) in een boeddhistische heiligdom huisvest. Een boeddhistische pagode werd gebouwd door de stijl van de Indiase stoepa na te bootsen, het prototype van de boeddhistische pagode.

    China

    In China wordt de Boeddha-pagode de overdekte potpagode (mortier type) genoemd. Het is een Tibetaans boeddhistische pagode. De constructie van de met potten bedekte pagode is in wezen hetzelfde als die van stoepa, en de vorm van de met potten bedekte pagode is al te zien in de Kumooka-grot tijdens de Noordelijke en Zuidelijke Dynastieën. Het werd vroeg in Tibet geïntroduceerd en verspreidde zich vanuit Tibet naar verschillende gebieden.

    De stoepa veranderde uiteindelijk in een schatpagode in China, maar het Tibetaans boeddhisme werd populair in het oorspronkelijke tijdperk en de Indiase stoepa kwam China weer binnen. En het werd gebouwd in het gebied waar de Han-bevolking woonde.

    De gepotte pagode wordt gebruikt voor aanbidding. Het wordt ook gebruikt als graf voor hogepriesters. Er is geen holte in de gepotte pagode; ze zijn massief. De afmetingen variëren van groot tot klein. De grootste overgebleven potvormige pagode in China is de witte pagode van de Myo-ji-tempel (Shirato-ji-tempel) in Peking, die werd gebouwd in het oorspronkelijke tijdperk. Daarnaast is er de Eianji White Pagoda in Hokkai Park.

    Japan

    De Bussharitō (仏舎利塔)[noot 1][1] of sharitō[2] is de Japanse Boeddhistische pagode.

    Boeddhistische pagodes hebben een fasering (sōrin) op een koepelvormige structuur. Velen ervan in Japan zijn gebouwd in de moderne tijd. Er is ook een boeddhistische heiligdom pagode die niet alleen het oorspronkelijke heiligdom verankert, maar ook de oorlogsdoden die stierven in de Pacific War.

    Japan

    Japanse boeddhistische heiligdommen werden vroeger vaak gebouwd als houten pagode van vijf secties of pagode van drie secties, zoals Hokkoji, Horyu-ji en Shitenno-ji in het Asuka-tijdperk, maar in moderne tijden Kumamoto met het doel naoorlogse vrede te wensen. Boeddhistische heiligdommen werden gebouwd op de berg Hanaoka in de stad, de berg Nihonzan Myohoji in Kushiro, Hokkaido, het Peace Park in Gotenba, Shizuoka en de berg Hatsubushi in Takaoka, Toyama. In de boeddhistische tempels van Japan zijn in het hele land slechts drie boeddhistische tempels opgeslagen. Anderen zijn meestal gevuld met geschriften en juwelen.

    Byōtō[bewerken | brontekst bewerken]

    Byōtō

    Byōtō[1] 廟塔, Mausoleum-pagode

    Letterlijk: mausoleum-pagode. De naam kan betrekking hebben op:

    1. een pagode om een afbeelding van Boeddha te bergen.
    2. een stenen gorintō.

    D[bewerken | brontekst bewerken]

    Daimokutō[bewerken | brontekst bewerken]

    Daimokutō[noot 1],(だいもくとう)

    De titelpagode (Daimokutō) is een herdenkingspagode ten behoeve van requiem, gegraveerd met de Nanmu Myoho Renkakyo.

    De meeste zijn gemaakt van Mikage-steen, en sommige herdenkingspagodes zijn groot en meer dan 4 meter hoog. Velen zijn gebouwd op snelwegen, tempels en landelijke gevangenisruïnes. Onder hen is die van Hoetsu Taniguchi, een fervent Hōka-gelovige die meer dan 100 titelpagodes heeft gebouwd, beroemd.

    Deitō[bewerken | brontekst bewerken]

    Deitō (泥塔) zijn gewone, kleine terracotta of van klei gemaakte pagodes ter nagedachtenis aan de gestorvenen, met symbolen van hoop op herstel voor de zieken.

    Dotō[bewerken | brontekst bewerken]

    Dotō, tsuchi-tō (土塔)[1], letterlijk: aarden pagode, wordt ook tsuchi-no-tō (土の塔, aarden pagode) of dantō (段塔, trappagode) genoemd.

    Dantō betekent getrapte pagode.

    H[bewerken | brontekst bewerken]

    Hakkaku-sanjyū-no-tō[bewerken | brontekst bewerken]

    Hakkaku-tō

    Hakkaku-tō[1] 八角塔, Hakkaku-sanjyū-no-tō Achthoekige drievoudige pagode / Hakkaku-sanjyū-no-tō.

    Het is gebouwd op de heuvel aan de achterkant van het terrein. Kreeg op 29 maart 1952 de eerste nationale schataanduiding als een gebouw in de prefectuur Nagano met het kasteel van Matsumoto.

    Het is de enige premoderne achthoekige pagode die nog in Japan bestaat. (De achthoekige pagode bestond in de Hoshoji-tempel in Kyoto, de Nara Saidaiji-tempel, enz., Maar ging verloren door de oorlog.)

    Totale hoogte (van bovenkant tot bovenkant funderingssteen) 18,75 meter. De structurele vorm is een achthoekige pagode van drie secties, met een eersteklas vloer en een mosdak. (Hoewel het eruitziet als een viervoudige pagode, is het onderste dak de mokoshi, wat overeenkomt met de dakrand.) Deze pagode is de enige achthoekige pagode die nog bestaat in Japan, en het geheel is gebouwd volgens het zenboeddhisme. Het is een zeldzaam bestaan ​​als boeddhistische pagode. Het punt waar de vlecht (het constructiemateriaal dat de dakrand ondersteunt) dicht is gerangschikt, niet alleen op de pilaren, maar ook tussen de pilaren (pakking), en de punten waar de spanten aan de achterkant van de dakrand radiaal zijn gerangschikt in plaats van in parallelle lijnen (waaierhangers) ), Het punt waar de fundering aan de basis van de pilaar wordt geplaatst, en het punt waar de neus (snijwerk) wordt aangebracht op het uiteinde van de hoofdpiercing (het horizontale materiaal dat door het stempel wordt verbonden), enz. Er is. Ook de vorm van het plafond binnenin en het achthoekige boeddhistische altaar zijn uniek. Binnenin is een standbeeld van Dainichi Nyorai verankerd, wat zeldzaam is in zenboeddhistische tempels.

    De leeftijd van deze pagode werd traditioneel vaag verondersteld te zijn van het einde van het Kamakura-tijdperk tot het begin van het Muromachi-tijdperk. Het bleek dat het hout dat in 1289 (2e jaar Masao) was gekapt, werd gebruikt voor de Ebisu-balk in het eerste gewicht. Hieruit wordt aangenomen dat deze pagode werd gebouwd in de jaren 1290 aan het einde van de 13e eeuw, en het is zeer goed mogelijk dat het de oudste zenboeddhistische architectuur in Japan is, die de Kozanji-boeddhistische tempel uit 1320 overtreft.

    In november 2011 werd voor het eerst in 60 jaar een grootschalige restauratie uitgevoerd om het dak opnieuw te daken en voor het eerst in 100 jaar voor de reparatie van de metalen kroonbeslag.

    I[bewerken | brontekst bewerken]

    Itabi (pagode)[bewerken | brontekst bewerken]

    Itabi, Tabata, Kita (Tokio).
    • 石塔婆 - sekitōba
    • 板石塔婆 - bansekitōba
    De 14e Kencho Itaishi-pagode.[1]

    Ishitoba[bewerken | brontekst bewerken]

    Ishitoba

    Ishitoba[noot 1] ほそんじせきとう - いしとうば Hosoji sekitō, Ishitōba

    Paraplutempelsteen 幢 en stenen pagode (Hosooji / Hosojisekitō en Ishitōba) zijn stenen bouwwerken uit de Kamakura-periode in het Kamiyuhan Oishi-district van Yukancho, Takaryo-stad, Okayama-prefectuur. Ishibashi ligt op de berghelling aan de kant van de stadsweg in hetzelfde gebied, en de stenen pagode staat ongeveer 150 meter verderop aan de kant van de weg. De steen 幢 is een soort stenen constructie gemaakt voor herdenkingsdienst, en er wordt gezegd dat de oorsprong de vorm is van de 幢 die voor plechtigheid aan het binnenkamp van de tempel wordt gehangen [door wie?]. Het werd op 23 maart 1961 aangewezen als een belangrijk nationaal cultureel bezit. Er wordt gezegd dat het de oudste steen in Japan is met een duidelijke ouderdom.

    J[bewerken | brontekst bewerken]

    Jijin-tō[bewerken | brontekst bewerken]

    Jijin-tō

    Jijinto,[noot 1] Jigami-tō, Xavi-tō, Sha-nichi-tō is een stenen pagode gebouwd door Jijin-ko of Sha-ni-ko gebaseerd op het geloof in Ji-jin, en wordt ook wel Sha-nichi-to genoemd. Het wordt wijd verspreid in de prefecturen Kanagawa in het oosten van Japan en in de prefecturen Okayama en Kagawa in het westen van Japan. Hoewel het in andere prefecturen en Hokkaido bestaat, is de verspreiding van Jishinto beperkt, terwijl de dagelijkse lezingen van Jishinko en bedrijven wijdverspreid zijn. Er zijn karakterpagodes gegraveerd met "aardgoden" en "robuuste aardgoden", en gegraveerde beeldpagodes met aardgoden of hemelse beelden. De bouw begon in het Genroku-tijdperk, verspreidde zich tijdens het culturele en culturele tijdperk (1804-1830) en werd vele malen gebouwd tot het Meiji-tijdperk, maar nam af na het Taisho-tijdperk [2].

    Op de vijfhoekige pilaren en zeshoekige pilaren staat een pagode die de vijf goden van "Kuyasu Himemei Kurana Tamashii Omi Takamitsu Tensho Ogami Kohiko Meimei" [2], Gojin Meiji-heiligdom [3], Gokaku-pilaar graveert Het wordt het monument van de aardgod [4] genoemd, vijfhoekige pilaar = type vijf goden [5], enz. De "Tokojin" van het Yin-Yodo-systeem en de pagodes gegraveerd met "Tenshajin" en "Hodojin" gevonden in Kanagawa Prefecture zijn ook opgenomen in de Jishinto. [2]

    In de prefectuur Saga zijn er centrale pagodes (centrale herdenkingspagodes) met vierkante pilaren en natuurstenen gegraveerd met "Chuo", "Chuosha" en "Chuoson". Het wordt gewoonlijk "Chuo-sama" of "Chuousan" genoemd en wordt beschouwd als een soort aardgodpagode.

    Het simpele geloof in de aardgod als de god van de aarde bestaat al sinds de oudheid en men denkt dat het in de loop van de tijd is veranderd als gevolg van de invloed van het taoïsme en het boeddhisme. [8]

    In het westen van Japan hebben de goden genaamd Jinokami (de god van de aarde) en Jinushisama (de landheer), en Jigami (de god van de aarde) van de Chubu-regio tot de Kanto-regio een spiritueel karakter en een landgod-karakter, en zijn woonland als een herenhuisgod. Binnenin verankerd [9].

    De aardgod die in de Kanto-lezing over de aardgod is vastgelegd, heeft het karakter van een god van de teelt (landbouwgod), en werd vastgelegd op de bedrijfsdagen in de lente en de herfst. [9] De bedrijfsdag is de dag van Tsuchinoe, die het dichtst bij de lente en de herfst ligt, die bidt voor een overvloed van vijf granen in de lente en bedankt voor de oogst in de herfst [10]. Het is ook een traditie dat Sakujin naar de lentedag komt en weer terugkeert naar de lentedag. Het idee afgeleid van het oude China werd overgebracht naar Japan, en het werd getraind met de landbouwgod en verder met het geloof in de aardegod. [11]

    In het boeddhisme is de aardegod de aardse hemel en staat in contrast met de hemel als een van de twaalf hemelen. Het wordt gelijkgesteld met een solide aardegod, en zijn beeld is een tweezijdig beeld dat een bloeiend vat vasthoudt. Uitzonderlijk zijn er ook vierpotige standbeelden [8][12].

    In de Tokushima-clan verspreidde het geloof in het aanbidden van de beroemde heiligdommen van de vijf goden zich op initiatief van de clan. [5] Er wordt gezegd dat Koho Sayaun, een heiligdomofficier van Tomita Hachimangu Shrine onder Tokushima Castle, een suggestie deed aan de feodale heer Hachisuka Haruaki in 1789 (het eerste jaar van Kansei). Hij werd priester en bad in de lente en de herfst twee keer om een ​​goede oogst. [13] Aangenomen wordt dat de constructie en het ritueel van de pagode werden uitgevoerd in overeenstemming met Tadashi Oe's "Shunshusha Niseki" [5].

    Saga Chuo-zoon aanbidding, die de Chuo-tou (Chuo-zoon herdenkingspagode) verankert, werd verspreid door de blinde priesters van de Genseiho-stijl van de Tendai-sekte. Er wordt gezegd dat het gebaseerd is op het idee dat de ruwe god in het midden van de aarde de aarde vier seizoenen lang bestuurt, gebaseerd op de prins van de aardegod. De centrale pagode was oorspronkelijk vastgelegd als een herenhuisgod in de noordoostelijke (艮) hoek of noordwestelijke (droge) hoek [6][2][7], en er werd gezegd dat het een merkteken was dat de plaats aanduidde waar het aardgodfeest wordt gehouden. Het wordt beschouwd als [7].


    Stenen pagode

    Jūsanjū sekitō[bewerken | brontekst bewerken]

    Jūsanjū sekitō

    Jūsanjū sekitō[noot 1][1] De Jusanju sekito, die in dit gedeelte wordt uitgelegd, bevindt zich in Ujitogawa, Uji City, Prefectuur Kioto (Prefectuur Kyoto Uji Park Tower Island [1][2]) en bevindt zich op "Ukishima" en "Ukifunenoshima".

    Het is een stenen pagode op "Tower Island", een van de kunstmatige eilanden die [* 1] wordt genoemd.

    13 secties tellende stenen pagode betekent stenen pagode van 13 secties of stenen pagode van 13 secties.

    Er zijn veel vergelijkbare pagodes in verschillende delen van Azië [3], en er zijn er nogal wat in Japan alleen [4][5], dus we onderscheiden ze van andere stenen pagodes van hetzelfde type.

    Ook bekend als hoest.

    Pagodehoogte [* 2] Een stenen pagode (stenen gedenkpagode) met een stenen pagode met 13 secties [6] van ongeveer 15,2 meter.

    Op 31 maart 1953 (Showa 28) werd het aangewezen als een belangrijk nationaal cultureel bezit (aangewezen naam: Ukishima 13 secties tellende pagode) [6].

    Op 14 maart 2003 werden de voorwerpen die in de pagode waren geplaatst een tastbaar cultureel bezit dat werd aangewezen door de prefectuur Kyoto (aangewezen naam: Ukishima Jumie Tower-voorwerpen) [7][8].


    De 13 secties tellende stenen pagode beschreven in dit gedeelte is een stenen pagode gelegen op het "eiland van de pagode" dat is een van de kunstmatige eilanden die is genoemd "Uukishima" en "Ukifune-no-shima" in Uji Togawa, Uji City, Kyoto Prefectuur (het eiland Uji Park Tower, Kyoto prefectuur [1][2]).

    De betekenis van 13 secties tellende stenen pagode betekent een laag pagode van 13 dubbele structuur in steen of een pagode van 13 lagen structuur in steen.

    Er zijn vele gelijkaardige pagodes in diverse delen van Azië [3], omdat er heel wat in Japan alleen zijn [4][5], onderscheiden van andere gelijkaardige steenpagodes,' ook bedoeld als "Ushima Jujusekito (Ushima jussaju sekito).

    Het is een stenen pagode met een hoogte van ongeveer 15,2 meter en een pagode van 13 secties[6].

    Op 31 maart 1953 werd het aangewezen als een belangrijk cultureel eigendom van het land (aangewezen naam: Ushima 13-secties pagode).

    Op 14 maart 2003 werd de herberg van de pagode een prefectuur van Kyoto aangewezen die tastbaar cultureel bezit (aangewezen naam: Pagode van 13 secties Ushima) [7][8] werd aangewezen.


    Jūsanjū-no-tō

    Jūsanjū-no-tō (十三重の塔) en jūsanjū sekitō (十三重石塔)[1][2] is een pagode met dertien secties. De basis is een stenen podium (kidan) met twee treden.

    De enige nog bestaande houten pagode (jūsanjū-no-tō) met dertien secties bevindt zich in Danzan Jinja (談山神社, 1532) in prefectuur Nara. Vroeger was het een tempel genaamd Myōrakuji (妙楽寺).

    Jūsanjū-no-tō verschilt in veel opzichten van de gewone pagodes met drie secties (sanjū-no-tō) of vijf secties (gojū-no-tō)

    Jūsanjū-no-tō

    Jūjūtō[bewerken | brontekst bewerken]

    Jūjūtō[1]

    Jūjūtō is een unieke pagode met tien secties op een rond voetstuk, gedecoreerd met veertien boeddhistische afbeeldingen.

    K[bewerken | brontekst bewerken]

    Kaisantō[bewerken | brontekst bewerken]

    Kaisantō

    Kaisantō of kaizan-dō[noot 1][1] 開山塔 (Kāishān tǎ, Kaishan-pagode) Kaisandō is een tempel die het standbeeld van Kaisando in een boeddhistische tempel verankert. De "kaisan" van een tempel verwijst gewoonlijk naar de monnik die voor het eerst in de tempel woonde, en onderscheidt zich van de "kaiki" die de oprichting van de tempel heeft aangevraagd en de financiële basis heeft verstrekt.

    Afhankelijk van de tempel worden de tempels waar de beelden van Kaisan en de voorouders zijn vastgelegd Soshido, Mieido, ook wel Goeidō en Eido genoemd.

    Afhankelijk van de sekte of tempel kan de schaal belangrijker zijn dan de grote zaal waar de Soushido en Mikagedo de belangrijkste godheid verankeren.


    Kaisandō is een zeldzaam type houten pagode (hōtō) die dateert uit 1556 en is gebouwd in Jikouji, een Tendai sektetempel in de prefectuur Saitama. De pagode is het enige overgebleven exemplaar van een houtou uit het midden van de 16e eeuw .

    Kōraitō[bewerken | brontekst bewerken]

    Kōraitō[1] ja:高麗塔

    Kōraitō is een ornamentele pagode van 3 of 5 secties op vier poten, zoals bij yukimi-dōrō.

    Kōshintō[bewerken | brontekst bewerken]

    Kōshintō, kōshinzuka of gaengshen-pagode (庚申塔(こうしんとう)、庚申塚(こうしんづか))[noot 1] is een stenen pagode die werd gebouwd op basis van het taoïsme afgeleide Kōshin-geloof. Het wordt ook de Kōshin-herdenkingspagode genoemd omdat het ter gelegenheid van een herdenkingsdienst is gebouwd.

    Kōshintō

    Kujū-no-tō[bewerken | brontekst bewerken]

    Kujū-sekitō, 九重石塔. Stenen pagode.

    Kujū-no-tō (九重塔), (soms uitgesproken als kyūjū-no-tō, alternatieve naam: kokonoe-tō), is een pagode van 9 verdiepingen. Kudaradaiji (6e-7e eeuw) in Nara en Houshouji (Heian-periode) in Kyoto, hadden beiden houten kujū-no-tō, maar deze bestaan ​​niet meer. De enige nog bestaande pagode van 9 verdiepingen is van steen, en bevindt zich in de prefectuur Hyōgo.

    Kujū-no-tō of kyūjū-no-tō[noot 1][1] ja:九重塔 verwijst door.

    Kuju Pagoda - Hosho-ji Achthoekige Kuju-pagode (niet-bestaand), Meidoji Kuju Stone Pagoda (voormalige Jyosenji Kuju Stone Pagoda, gelegen in Yumae Town, Kumamoto Prefecture), voormalige Jodoji Kuju Pagoda (gelegen in Sakai City), enz.

    Kunisakitō[bewerken | brontekst bewerken]

    Kunisakitō

    Kunisakitō of Kokuto-pagode[noot 1][1] Kunisaki tō is een soort schatpagode (hōtō) die verspreid is over het schiereiland Kunito in de prefectuur Oita. Hoewel gewone schatpagodes geen voetstuk hebben, heeft de Kokutō-pagode een antifloof of lotusvoetstuk tussen de fundering en het pagodelichaam, en in sommige gevallen heeft het een voetstuk dat uit beide bestaat.

    Het totale aantal Kokutō-pagodes is naar verluidt ongeveer 500, en de verspreiding strekt zich uit van het noordelijke deel tot het westelijke deel van de prefectuur Oita, maar ongeveer 90% is geconcentreerd op het schiereiland Kokuto. Het doel van de bouw van de Kokuto-pagode is naar verluidt het betalen van de rekening, het bidden voor de welvaart van het gezin, grafstenen en rehabilitatie (bidden voor zielen na de dood en boeddhistische zaken doen voor het leven).

    De Kokuto-pagode van de Iwatoji-tempel, die de inscriptie draagt ​​van Koan 6 (1283) in de tweede helft van het Kamakura-tijdperk, is de oudste inscriptie en sindsdien verschillende dingen uit de Noordelijke en Zuidelijke dynastieën, het Muromachi-tijdperk tot het Edo-tijdperk. De Kokuto-pagode uit een ander tijdperk is bevestigd.

    Toen Shunichi Amanuma van de Kyoto Imperial University in 1912 het schiereiland Kokuto bezocht om de Fukiji Odo te repareren (Meiji 45), ontdekte hij dat er in het gebied een eigenaardig soort schatpagode werd verspreid. Vernoemd naar de plaatsnaam.


    Een ronde pagode van het type hōtō met één sectie met een piramidaal dak. De kunisakitō is wijdverspreid in delen van Japan (in de prefectuur Oita)

    Kusaki kuyō-tō[bewerken | brontekst bewerken]

    Kusaki kuyō-tō (草木供養塔)[1]Yonezawa Planten-herdenkingspagode, Planten-en-bomen-offerpagode, Vegetatie-herdenkingspagode is een zeldzaam stenen monument, Somokuto, dat in veel gebieden in de Oki-regio wordt aangetroffen en waarvan wordt aangenomen dat het zijn oorsprong heeft in het Tazawa-gebied van Yonezawa. Ongeveer 60 stenen monumenten gegraveerd met Kusagi pagode of Kusagi herdenkingspagode zijn gevestigd in de Oki-regio, maar behalve Oki, 8 in de prefectuur Yamagata, 1 in de prefectuur Fukushima en de laatste in Tokio. Het is een zeldzaam stenen monument in Japan, met slechts 4 van hen. Er wordt aangenomen dat de zielen van elke plant ook arriveerden, en de geest van dankbaarheid voor de voordelen van de plant en de ziel van de gekapte plant maakte het mogelijk om de plantenpagode te bouwen.

    De oudste van de vegetatiepagodes is een stenen monument gebouwd op de Shiojidaira, Oaza, Yonezawa City, die werd gebouwd op 19 juli 1780, in de tijd van Takayama Uesugi. "Plantherdenkingspagode" is gegraveerd op een natuursteen van 90 cm hoog, 52 cm breed en 24 cm dik.

    In het 9e jaar van Kansei (1797) is de vegetatiepagode van het grote karakter Iritazawa-personage Shirabudaira gegraveerd met "Kusagi-herdenkingspagode" onder het zwaard (oud Indiaas personage) dat Shaka Nyorai voorstelt, en "Kusagi-herdenkingspagode" is aan de linker- en rechterkant gegraveerd. De passage van de sutra is gegraveerd met "Ichibutsu Narudo Kanmi Hokai" en "Kokudo Kokudo Shikaijobutsu". De invloed van boeddhistische leerstellingen zoals "alles kan een boeddha zijn, niet alleen planten maar ook aarde" wordt gezien, en er is ook een plantenpagode gebouwd op hetzelfde moment als het Yudenyama-monument en het Iitoyoyama-monument, en de invloed van bergaanbidding en training.

    Ook werd in het eerste jaar van Yasunaga (1772) het Edo-herenhuis van de Yonezawa-clan afgebrand en werden de bossen van de zoute horizon gekapt als hout voor de wederopbouw. Er wordt ook aangenomen dat het kappen van hout de katalysator was voor de constructie van de vegetatiepagode. Dergelijke vegetatiepagodes werden voornamelijk gebouwd in gebieden waar de bosbouw zelfs na de Edo-periode bloeide, en het is ook kenmerkend dat er veel plaatsen zijn zoals Tazawa, Yasuzawa, Tsunagi en Azusayama waar "houten stroming" werd uitgevoerd. Azusayama Satans vegetatiepagode is het grootste stenen monument met een hoogte van 214 cm en een breedte van 115 cm. Yonezawa is de geboorteplaats van de vegetatiepagode en het hart dat de vegetatie al jaren dankbaar is, is trots op de wereld.

    M[bewerken | brontekst bewerken]

    Momitō[bewerken | brontekst bewerken]

    Momitō[1] 籾塔

    Momitō - (ongepelde) rijst-pagode, is een kleine houten met een mes gesneden votiefpagode. Het is verwant aan de hyakumantō. De naam van de pagode is afgeleid van het feit dat een enkele korrel rijst, gewikkeld in de Houkyō-in Darani-schat litanie en in de sutra gestoken een gat in de bodem van de momitō . Een ongepelde rijstkorrel moest de hele leer van de Boeddha belichamen.

    In 1953 werden 10.000 momitō ontdekt, verpakt in vier strozakken onder het altaar in de Mirokudō in Muroji. Sommige waren gemaakt van onbewerkt hout, terwijl andere groen of rood gekleurd waren. Momitō bij Oomiwadera Oomiwadera in Miwa Jingūji zijn iets groter dan die gevonden bij Murōji en zijn wit geverfd. De meeste momitō zijn min of meer vierkant, terwijl sommige meervoudig en zeer zelden enigszins afgerond zijn.

    Momitō

    Momitō (籾塔)[2] (letterlijk: ongepelde rijstpagode) is een kleine, met een mes uitgesneden houten votiefpagode van 6 tot 9 cm hoog. Het is verwant aan hyakumantō (kleine houten cirkelvormige pagodes, gevormd op een draaibank, waarin soetra's worden ingebracht). De naam van de pagode is afgeleid van het feit dat een korrel rijst werd gewikkeld in de Hōkyō-in Darani sutra en werd gestoken in een gat dat in de bodem van de momitō was uitgeboord. De meeste momitō zijn enigszins vierzijdig, terwijl sommige meerzijdig zijn of zeer zelden afgerond.

    Men meende dat een ongepelde rijstkorrel de volledige leer van de Boeddha Shaka belichaamde.

    In 1953 zijn, verpakt in vier strozakken onder het altaar in de Mirokudō in Murōji, ongeveer 10.000 momitō ontdekt, waarvan een deel was gemaakt van blank hout, terwijl andere groen of rood gekleurd waren. De iets grotere, bij Oomiwaderain Miwa Jingūji gevonden momitō zijn wit geverfd.



    Mokutō[bewerken | brontekst bewerken]

    Mokutō, houten pagodes.


    Van de vele vormen van de Japanse pagode zijn sommige gebouwd in hout en staan ze gezamenlijk bekend als mokutō (letterlijk: houten pagoda), maar de meeste zijn de uit steen gehouwen sekitō (石塔, letterlijk: stenen pagode). Sommige typen Japanse pagodes zijn er zowel van steen als van hout.

    Mokutō (木塔) is de algemene naam voor houten pagodes. Hiertoe behoren onder andere pagodes van het type sotōba, 'tahōtō, sōtō, sanjū-no-tō, gojū-no-tō. Houten pagodes hebben een toegankelijk interieur en zijn grote gebouwen met twee etages, zoals de tahōtō (letterlijk: Tahō-pagode) of een oneven aantal etages. Bestaande houten pagoden met meer dan twee etages hebben bijna altijd drie etages en worden daarom sanjū-no-tō (letterlijk: drie etages tellende pagode) genoemd, of ze hebben vijf etages en worden gojū-no-tō genoemd (letterlijk: vijf etages tellende pagode).


  • Mokutō - houten pagode

    N[bewerken | brontekst bewerken]

    Nanajū-no-tō[bewerken | brontekst bewerken]

    Nanajū-no-tō

    Nanajū-no-tō ja:七重塔 (zeven secties tellende pagode).

    De zeven secties tellende pagode (nanajū-no-tō) is een van de vormen van de boeddhistische pagode. Het verwijst naar een boeddhistische pagode in pagodestijl, een gelaagde pagode genaamd, met een dak van zeven secties. In Japan is er geen bestaande grote houten pagode van zeven secties gebouwd door de moderne tijd.

    Voor de betekenis en positie van de boeddhistische pagode, zie het gedeelte over de vijf secties tellende pagode.

    In Japan, toen Kokubunji op verschillende plaatsen werd opgericht in opdracht van keizer Seibu, werd samen met de tempel de bouw van een zeven secties tellende pagode gepromoot.

    Om deze reden omvatten enkele van de overblijfselen van Kokubunji, zoals Musashi Kokubunji, Awa Kokubunji en Sanuki Kokubunji, de basis van de zeven secties tellende pagode.

    Bij de Todaiji-tempel werden twee pagodes van zeven secties gebouwd, een oostelijke pagode en een westelijke pagode.

    In het Heian-tijdperk werd een zeven secties tellende pagode gebouwd in de Yugi-ji-tempel (Yao City, Osaka prefectuur) door een wegspiegel [1], in het Kamakura-tijdperk werd de oostelijke pagode van de Todaiji-tempel herbouwd, en in het Muromachi-tijdperk bouwde Yoshimitsu Ashikaga een achthoekige zeven secties tellende pagode in de Sokokuji-tempel (Kyoto-stad).

    De pagode (hoogte 360 ​​meter (ongeveer 109 m)) was [2], en de Kitayama Oto werd gebouwd nabij Kinkakuji [3], maar beide werden platgebrand door bliksem en vuur (Kinkakuji's Kitayama Oto is Yoshimitsu).

    De zeven belangrijke pagodes van Sogokuji, die in opdracht van Sogokuji werden afgebrand, werden verplaatst en herbouwd.

    Toen de Grote pagode van Kitayama van Kinkakuji werd afgebrand na de dood van Yoshimitsu, werden de zeven belangrijke pagodes herbouwd op de oorspronkelijke locatie van Sogokuji met de bedoeling van Yoshimochi Ashikaga.

    Het kan worden gezegd dat beide dezelfde pagode zijn vanwege de geschiedenis van deze [4][5]).

    S[bewerken | brontekst bewerken]

    Sanjū-no-tō[bewerken | brontekst bewerken]

    Sanjū-no-tō

    Sanjū-no-tō[1] - ja:三重塔 Drievoudige pagode, "Mie Tower" De pagode met drie secties (sanjū-no-tō) is een soort pagode die de overblijfselen van Shaka, de voorouder van het boeddhisme, bevat. Er is een pagode van vijf secties in dezelfde soort.

    De boeddhistische pagode vindt zijn oorsprong in Stupa, die rond de 3e eeuw voor Christus werd gebouwd om boeddhistische heiligdommen (de overblijfselen van Shaka) in het oude India te aanbidden. In de oudheid had Stupa in India een bolvormige (halfronde) vorm, maar toen deze vorm in China werd geïntroduceerd, begon het de vorm van pagodearchitectuur aan te nemen en groter te worden. Deze pagodevormige pagodes werden via het Koreaanse schiereiland in Japan geïntroduceerd. Veel houten pagodes blijven in Japan, en er zijn maar weinig voorbeelden in China en het Koreaanse schiereiland.

    In Japan zijn er drie secties en vijf secties tellende houten pagode in boeddhistische tempels en heiligdommen op verschillende plaatsen, en veel daarvan zijn herkenningspunten van de wijk. Naast houten pagodes zijn er ook stenen, tegels en ijzeren pagodes, en sinds de moderne tijd zijn er ook pagodes van gewapend beton. Andere pagodes met meerdere secties zijn een pagode van zeven secties (nanajū-no-tō), een pagode van negen secties en een pagode van dertien secties (het aantal lagen is bijna beperkt tot een oneven aantal), maar er zijn geen bestaande houten pagode van zeven secties of een pagode van negen secties. Er is een houten pagode van 13 secties bij Danzan Shrine in de prefectuur Nara, maar dit is geen pagodevormige pagode, en de daken van dubbele tot 13 secties overlappen elkaar en er is bijna geen ruimte tussen de daken. Er is geen ruimte.

    Hoewel veel Chinese pagodes naar de bovenste sectie kunnen worden beklommen, zijn Japanse houten drievoudige pagodes niet in de moderne zin van drie secties, maar het interieur is ingewikkeld geconstrueerd om de dakrand en de bovenste secties te ondersteunen. Het is meestal niet mogelijk om te klimmen.

    Koreaanse variant: samcheungseogtab (삼층석탑(三層石塔))

    Sasatōba[bewerken | brontekst bewerken]

    Sasatōba[1]

    Een zeer kleine herdenkings-stoepa (pagode) gemaakt van bamboe-gras (sasa, 笹). In gebruikt in veel delen van Japan. Verwant aan de stoepa momitōba, die gemaakt wordt van kaf van rijst.

    Sharitō[bewerken | brontekst bewerken]

    Sharitō (舎利塔) [1]

    Sotōba[bewerken | brontekst bewerken]

    T[bewerken | brontekst bewerken]

    Tahōtō[bewerken | brontekst bewerken]

    Tahōtō

    Tahōtō[1] - ja:多宝塔 (schat pagode), ja:多宝塔, en:Tahōtō, fr:Tahōtō zie: ja:仏塔#層塔 Tahōtō is een van de vormen van boeddhistische pagode in tempelarchitectuur.
    Als moderne tempelarchitectuurterm / culturele eigendomsterm wordt meestal een pagode van twee secties met een schatvormig (vierkant kegelvormig) dak gebruikt, waarbij een bovenlaag met een cirkelvormig vlak op de eerste laag met een vierkant (vierkant) vlak is gelaagd. Genaamd "Tahoto".

    [Hōtō] Er is ook de naam van een schatpagode, en in termen van moderne tempelarchitectuur en cultureel eigendom wordt een pagode met een schatvormig (vierkant piramide) dak op een cilindrisch pagodelichaam een ​​"schatpagode" genoemd om het te onderscheiden van een tahoto.
    De "schatpagode" was oorspronkelijk echter een algemene bijnaam voor de pagode, en het onderscheid tussen deze namen is handig.
    Een ander kenmerk van de Tahoto is dat hij voornamelijk wordt aangetroffen in tempels van de Shingon-sekte.


    Tahōtō (多宝塔、たほうとう)[2][noot 1][noot 2] of 'schat'-pagode (dat wil zeggen: het torenlichaam is cilindrisch en het dak heeft een vierkante piramidevorm), is een meestal stenen (zelden een houten) pagode met 2 etages.

    Tahōtō is ontstaan uit de ronde, overdekte pagode genaamd hōtō (宝塔). De tahōtō is uniek door een even aantal etages (twee), de eerste is vierkant met een afgeronde kern, de tweede is rond. Deze stijl van is gemaakt rond de cilindrische basis van een hōtō met een vierkante, overdekte gang genaamd mokoshi. In de meeste tahōtō zijn er twee of vier cirkelvormige pijlers die het heiligdom markeren. Het is een vorm van Japanse pagode die voornamelijk voorkomt in de esoterische Shingon- en Tendai-school van boeddhistische tempels . De ronde kern van de pagode heeft slechts één etage met zijn plafond onder de cirkelvormige tweede etage, die niet begaanbaar is. Net als de tasōtō en de rōmon, biedt het ondanks zijn uiterlijk daarom alleen bruikbare ruimte op de begane grond.

    Omdat zijn soort noch in Korea, noch in China voorkomt, wordt aangenomen dat het in Japan is ontstaan tijdens de Heian-periode (794 - 1185). De tahōtō was belangrijk genoeg om te worden beschouwd als een van de zeven onmisbare gebouwen (de zogenaamde shichidō garan) van een Shingon-tempel. Kūkai is zelf verantwoordelijk voor de bouw van de tahōtō op de berg Kōya's Kongōbu-ji.

    Tahōtō

    Tahōtō
    Zie artikel: Tahōtō.

    MOET NOG!

    Tahōtō (多宝塔、たほうとう)[1][noot 1][noot 2] of 'schatpagode', is een meestal stenen, maar ook zelden een houten pagode met 2 secties/etages. Een schatpagode heeft een cilindrisch torenlichaam en het dak heeft een vierkante piramidevorm.

    Tahōtō is ontstaan uit de ronde, overdekte pagode genaamd hōtō. De tahōtō is uniek door een even aantal etages (twee), de eerste is vierkant met een afgeronde kern, de tweede is rond.

    Deze stijl van is gemaakt rond de cilindrische basis van een hōtō met een vierkante, overdekte gang genaamd mokoshi. In de meeste tahōtō zijn er twee of vier cirkelvormige pijlers die het heiligdom markeren.

    Het is een vorm van Japanse pagode die voornamelijk voorkomt in de esoterische Shingon- en Tendai-school van boeddhistische tempels.

    De ronde kern van de pagode heeft slechts één etage met zijn plafond onder de cirkelvormige tweede etage, die niet begaanbaar is.

    Net als de tasōtō en de rōmon, biedt het ondanks zijn uiterlijk daarom alleen bruikbare ruimte op de begane grond.

    Omdat zijn soort noch in Korea, noch in China voorkomt, wordt aangenomen dat het in Japan is ontstaan tijdens de Heian-periode (794 - 1185). De tahōtō was belangrijk genoeg om te worden beschouwd als een van de zeven onmisbare gebouwen (de zogenaamde shichidō garan) van een Shingon-tempel. Kūkai, de stichter van de Shingon-school, zelf was verantwoordelijk voor de bouw van de tahōtō op de berg Kōya's Kongōbu-ji.

    Tahōtō
    Honpo-ji

    Tahōtō (多宝塔、たほうとう)[2] of 'schatpagode' is een Japanse pagode (tō) met een cilindrisch pagodelichaam en een dak met een vierkante piramidevorm. Het is een meestal een stenen (zelden een houten) Japanse pagode met 2 secties. Omdat dit type pagode noch in Korea, noch in China voorkomt, wordt aangenomen dat het in Japan is ontstaan tijdens de Heian-periode (794 - 1185). Tahōtō is ontstaan ​​uit de ronde, overdekte pagode genaamd hōtō (宝塔). De tahōtō was belangrijk genoeg om te worden beschouwd als een van de zeven onmisbare gebouwen (de zogenaamde shichidō garan) van een Shingon-tempel.

    De tahōtō is uniek door een even aantal secties (twee), de eerste is vierkant met een afgeronde kern, de tweede is rond.

    Deze stijl van is gemaakt rond de cilindrische basis van een hōtō met een vierkante, overdekte gang genaamd mokoshi.

    In de meeste tahōtō zijn er twee of vier cirkelvormige pijlers die het heiligdom markeren.

    Het is een vorm van Japanse pagode die voornamelijk voorkomt in de esoterische Shingon- en Tendai-school van boeddhistische tempels .

    Net als de tasōtō en de rōmon, biedt het ondanks zijn uiterlijk daarom alleen begaanbare ruimte op de begane grond.

    De ronde kern van de pagode heeft slechts één sectie met zijn plafond onder de cirkelvormige tweede sectie, die niet begaanbaar is.

    De onderdelen van tahōtō van boven naar beneden: XXXXXXX
    1. sōrin 相輪   een piron, bestaande uit:
        hōju   宝珠   bovenop staat een bolvormige sierornament
    kurin 九輪 negen metalen ringen
    ukebana 受花 een sokkel of basis
    fukubachi 伏鉢 een schacht, het pagodelichaam
    roban 露盤 een piramidaal deksteen of dakje
    2. vierkante piramidaal dak
    3. tweede sectie
    4. mokoshi lessenaarsdak
    5. (hōtō) 宝塔 cilindrisch pagodelichaam
    6. vierkante ombouw, 3 traveeën

    Een sōrin (相輪) (een soort piron of kruisbloemig) bekroont de top van het piramidale dak in alle tahōtō. Het is samengesteld uit het vierkante deksel (roban, 露盤) op het dak, daarop de omgekeerde kom (fukubachi 伏鉢), een of meer kransen van lotusbloemblaadjes (ukebana, 受花), negen metalen ringen (kurin, 九輪), bevestigd aan de metalen mantel rond de houten kern van de torenspits en het druppelvormige juweel (hōju, 宝珠), bovenaan.

    De sōrin van tahōtō heeft gen drakenvoertuig (ryūsha, 竜車), of vuur- en watersymbolen (suien, 水煙), zoals deze te vinden zijn als een integraal onderdeel van sōrin (相輪) op gewone pagodes met 3 of 5 secties.


    Omdat de tahōtō noch in Korea noch in China voorkomt, wordt aangenomen dat het tijdens de Heian-periode in Japan is uitgevonden (794 - 1185). De tahōtō was belangrijk genoeg om te worden beschouwd als een van de zeven onmisbare gebouwen (de zogenaamde shichidō garan) van een Shingon-tempel.

    Tahōtō

    Daitō - grote pagode[bewerken | brontekst bewerken]

    Gewoonlijk is de basis van een tahōtō 3- ken breed met vier hoofdondersteunende pilaren genaamd shitenbashira (四 天柱) op de hoeken (zie tekening). De kamer die de shitenbashira- vorm herbergt, herbergt een heiligdom waar de belangrijkste objecten van aanbidding (de gohonzon) zijn vastgelegd.

    Groter, 5x5 ken tahōtō bestaan echter en worden daitō (大塔, letterlijk: grote pagode) genoemd vanwege hun afmetingen. Dit is het enige type tahōtō dat de oorspronkelijke structuur heeft behouden met een muur die de gang (mokoshi) van de kern van de structuur scheidt. Dit type pagode was gebruikelijk, maar van alle ooit gebouwde daitō zijn er nog maar drie over. Een daarvan is in de Negoro-ji van Wakayama, een andere in Kongōbu-ji, opnieuw in Wakayama, en de laatste in Kirihata-dera, de prefectuur Tokushima. DeDaito bij Kongōbu-ji werd opgericht door Shingon sekte 's Kūkai. Het exemplaar gevonden bij Negoro-ji (zie foto hierboven) is 30,85 meter hoog en een nationale schat.

    Daitō - grote paghode

    Daitō of daidō (大塔)[3], letterlijk: "grote pagode" is een grote houten pagode van het type tahōtō met twee secties, met een vierkant beneden-sectie met een 'manchet'-dak (mokoshi, 裳階), een rond bovenste gedeelte en een piramidaal dak. Daitō onderscheidt zich van gewone tahōtō door een grondplan met 5×5 traveeën in plaats van de gebruikelijke 3×3 traveeën.

    Daitō[4], Letterlijk: "grote pagode", van het type tahōtō met twee secties, maar heeft een grootte van 5×5 traveeën (ken).

    Daitō
    Literatuur

    Tatekaketō[bewerken | brontekst bewerken]

    Tatekaketō[noot 1][1] 建掛塔

    Op het eerste gezicht lijkt de Tatekaketo-pagode in het district op een gewone boeddhistische tempel, maar het is een onafgewerkt gebouw met alleen de eerste laag van de drievoudige pagode. Volgens de overlevering heeft Masanari Kusunoki een aanvraag ingediend voor de bouw van een pagode van drie verdiepingen in gebed voor het succes van de nieuwe regering van Kenbu, maar de bouw werd onderbroken omdat hij stierf in de slag om Minatogawa in het midden van de constructie, en het blijft zoals het is. Het hoofd van Masanari die stierf, werd overgeleverd aan de tempel en verankerd in het heiligdom.


    Tatekaketō is een pagode in wording te Osaka, letterlijk: pagode in aanbouw. De pagode heeft slechts een verdieping (sectie), doordat Kusunoki Masashige (楠木正成 1298-1336), die begonnen was met de bouw ter ere van keizer Godaigo (後醍醐, regeerperiode: 1318-39), voortijdig overleed.

    Tatekaketō

    Tsukimachi-tō[bewerken | brontekst bewerken]

    Tsukimachi-tō[noot 1] - Maandpagode / Maan wacht(ende) pagode, een pagode die een rol speelt bij het volksgeloog, bij nachtwaken na bepaalde vaste perioden.

    Tsukimachito is een Japans volksgeloof. Het is een pagode die is gebouwd als een gedenkteken voor de herdenkingsdienst tijdens de lezing die in de nacht van een bepaalde leeftijd bijeenkwam en een maandelijks wachtevenement hield. Ook bekend als de Tsukimachi Geloof Pagode.

    Parallelle pagode 併刻塔, Hei koku tō
    Karakter-/Inscriptie-pagode 文字塔 Moji tō
    Standbeeldpagode 刻像塔 Koku zo-tō

    Y[bewerken | brontekst bewerken]

    Yakimono-no-tō[bewerken | brontekst bewerken]

    Yakimono-no-tō 焼物の塔[1]

    Yakimono-no-tō 焼物の塔 is een (kleine) votief-pagode van terracotta (biscuit, ongeglazuurd aardewerk).

    Yugitō[bewerken | brontekst bewerken]

    Yugitō

    Yugitō[1]_Gohō hatchū

    Yugitō 瑜祇塔

    Letterlijk juweel-, gebed-pagode, ook wel gohō hatchū genoemd, letterlijk vijf pieken, acht pilaren. Een ronde pagode met een piramidevormig dak (hōgyō-zukuri). Het lijkt erg op een gewone pagode genaamd hōtō, maar het aantal eindstukken sōrin verschilt. De yugitō heeft er een op elke hoek van het dak naast die aan de top van het dak. De oorsprong van dit type pagode wordt verondersteld te zijn afgeleid van de Yugi sutra, YUGIKYŌ, die verwijst naar een persoon die yoga beoefent. Volgens de overlevering bracht Kūkai (774-835) van de Shingon-sekte deze pagode vanuit China naar Japan. Pas in 870 werd zo'n pagode, gebaseerd op een tekening van Kūkai, gebouwd op het terrein van een tempel genaamd Ryūkōin. Het werd keer op keer verwoest door vuur, maar één yugitō blijft op Mt. Kōya in de prefectuur Wakayama. Het heeft zijn ronde vorm verloren door de bouw van een extra gangpad in 1931 op de bovenste verdieping, waardoor het het uiterlijk krijgt van een tahōtō. De enige uitzonderingen zijn de sōrin op elke hoek en de top van het dak. De sōrin wordt in dit geval op de top van het dak en op de hoeken geplaatst. De sōrin op de top van het dak heeft een ring van lotusbloemblaadjes toegevoegd tussen de vijf ringen met beker en bal helemaal bovenaan. Een andere yugitō in miniatuur wordt vastgehouden in de hand van Tamonten (Sk; Vaisravana), een van de vier boeddhistische beschermerbeelden in Hōryūji Kondō (herbouwd 693), Nara. Sommige geleerden geloven dat dit de oorspronkelijke vorm van yugitō is.

    Japanse pagodes en onderdelen[bewerken | brontekst bewerken]

    Mokoshi[bewerken | brontekst bewerken]

    Mokoshi is een manchet-dak in de vorm van een lessenaarsdak ja:裳階, (en) pent roof: en:Mokoshi

    Mokoshi

    mokoshi 裳階. Also written 裳層

    Sōrin[bewerken | brontekst bewerken]

    Verklaring onderdelen van een sōrin

    Sōrin (相輪)[1][noot 1] is een piek of piron, die als een verticale as met decoratie uit de top van een pagode-dak omhoog steekt. De sōrin is gemaakt van metaal en geplaatst boven een houten pagode of is gesneden in een stenen pagode (sekitō).

    De sōrin bestaat meestal uit verschillende delen:

    1. (roban), het dauwbekken aan de basis (op het bovenste dak van de pagode)
    2. (fukubachi), een omgekeerde kom-vorm
    3. (ukebana), de 'ontvangende lotus' als decoratie
    4. (sakkan met kurin), de schacht met de negen ringen, die de vijf Dhyani-boeddha's en vier bodhisattva's vertegenwoordigen
      • (futaku), belletjes die eventueel hangen aan de ringen
    5. (suien) de watervlam; het laat zien dat Boeddha is gecremeerd.
    6. (ryūsha) het 'drakenwiel', 'voertuigen' van edelen van de Nara-periode tot de Heian-periode (8e tot en met 12e eeuw); deze wordt niet gevonden op stenen pagodes (sekitō)
    7. (hōju) het 'heilige juweel' bekroont het geheel, en symboliseert Shakyamuni's gebeente

    Tempels & heiligdommen[bewerken | brontekst bewerken]

    Plattegronden van tempels en heiligdommen
    Eihei-ji 永平寺 Zuiryū-ji 瑞龍寺 Nishi Hongan-ji 西本願寺
     
    Plan of Eiheiji Temple.jpg
    Plan of Zuiryuji.jpg
    Plan of NishiHonganji Temple.jpg
    13e eeuw
    Sanmon (grote poort); B Nakajakumon; C Buttō  (pagode); D Hodo; E Klooster; F Okoin; G Toshi; H Yokushitsu; I Shōrō (klokkenstoel); J Tsuzo
    1603
    Somon (voorpoort); B Sanmon (grote poort); C Kairō (gang); D Butsuden (Boeddha-hal); E Hodō (studiezaal); F Zendo (meditatiehal); G Shōrō (klokkenstoel); H Oko (woon- en bedrijfshal)
    17e eeuw
    Somon (voorpoort); B Mikagedō-poort; C Amidadomon; D Mikagedō; E Amidadō; F Shōin; G Shōrō (klokkenstoel); H Tsuzōra; I Hyakukaen; J Shizuien; K Taikō-pagode; L Hiunkaku

    Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

    Categorie:Architectuur in Japan Categorie:Graf