Gedachte-experiment

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een gedachte-experiment is een experiment dat niet uitgevoerd wordt in de realiteit, maar in iemands gedachten. Iemand gebruikt een gedachte-experiment veelal om zijn theorie beter uiteen te kunnen zetten, en om die theorie kracht bij te zetten. De term Gedankenexperiment werd voor het eerst gebruikt door Hans Christian Ørsted, maar de techniek is al veel ouder.

Een gedachte-experiment heeft niet dezelfde dwingendheid als een werkelijk experiment. Het heeft immers geen uitkomst met een feitelijke conclusie. Wel biedt het procedé de mogelijkheid tot creatief, origineel denkwerk. Het kan heel wat verduidelijken. Met een gedachte-experiment kan men bepaalde gevolgen van een hypothese inzichtelijk maken.

Gedachte-experimenten zijn van waarde, los van de mogelijkheid het experiment daadwerkelijk uit te voeren. Soms wordt het door de voortgang der techniek mogelijk om een experiment uit te voeren dat aanvankelijk een gedachte-experiment was.

Wetenschap[bewerken]

In de wetenschap kan men door een gedachte-experiment theorieën ontwikkelen en onderbouwen:

  • zolang de technologie het nog niet toelaat om deze experimenten in de realiteit te doen, of zelfs
  • als duidelijk is dat een dergelijk experiment onuitvoerbaar is.

Voor de zeggingskracht van het experiment is de praktische uitvoerbaarheid echter ondergeschikt.

Voorbeelden:

Filosofie[bewerken]

Gedachte-experimenten hebben hier vaak het kenmerk dat ze een onwerkelijk uitgangspunt hebben: er wordt een vooronderstelling gedaan die niet waar is. In zo'n gedachte-experiment wordt gevraagd wat het gevolg zou zijn als ... De mate van onwerkelijkheid kan verschillen, maar de grondslag is telkens een hypothetisch uitgangspunt. Doel van het gedachte-experiment is hier niet het bestuderen van aspecten van de werkelijkheid, maar het bestuderen van ons denkproces over de werkelijkheid.

Voorbeelden: