Geelvinck (familie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nasiterna geelvinkiana = Micropsitta geelvinkiana

Geelvinck was een Nederlandse familie, die zich een plaats wist te verwerven tussen de regentenfamilies met het leveren van burgemeesters van Amsterdam, bewindhebbers van de VOC en WIC, en directeuren van de Sociëteit van Suriname. De laatste leden van de familie hadden zich bovendien een positie weten te bemachtigen in Den Haag.

Niet alleen het Geelvinck-Hinlopen Huis, de Geelvinkbaai met een unieke flora en fauna, het Geelvinckgebouw met parkeergarage, niet ver van de Geelvincksteeg, en een Geelvinckstraat in Castricum herinnert nog aan hun bestaan.

Geschiedenis[bewerken]

Lieve Geelvinck
Herengracht 520 rond 1770 in het Grachtenboek van Caspar Philips
Nicolaes Geelvincks buitenplaats Akerendam, een prent uit 1756 door Cornelis Pronk

De stamvader van deze Amsterdamse familie was Cornelis Jansz. Geelvinck (1544-1624), aanvankelijk schipper, die zich na de Alteratie in Amsterdam vestigde. Hij was een handelaar in graan, erwten en bonen en voer in een vroeg stadium (1592) op de Levant, in samenwerking met Cornelis Pietersz. Hooft, zijn buurman. De familie Geelvinck woonde in het pand De Gulden Kruiwagen op de Nieuwendijk, schuin tegenover de Haringpakkerssteeg. Geelvinck leverde victualiën (= proviand) aan de VOC en nam deel aan de handel op Guinee. De familie Geelvinck verhuisde van de Nieuwendijk via Singel 118 naar de Herengracht. Zijn zoon was

  • Jan Cornelisz. Geelvinck. Hij trouwde in 1601 met Griete Govertsdr. Wuytiers die nog geen maand na hun huwelijk overleed.[1] Hij hertrouwde met Aecht de Vlaming van Oudtshoorn. Ze kregen minstens vijf kinderen: Margaretha Geelvinck trouwde met Joan Munter; Agatha trouwde met Frederik Alewijn en Eva trouwde met Hendrick Bicker; Maria trouwde met Willem van Loon; zijn zoon

Er zijn weinig portretten bewaard gebleven, een enkel portret in een particuliere collectie, het Rijksmuseum of het Amsterdam Museum, een gebrandschilderd glas in het Kasteel Keukenhof en een familiewapen op het orgel in Beverwijk en in het Museum Van Loon daargelaten.