Gehandhaafde wetten van de Duitse bezetter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de Duitse bezetter in Nederland verschillende wetten geïntroduceerd. De meeste zijn direct na de Tweede Wereldoorlog afgeschaft. Hieronder volgt een opsomming van alle gehandhaafde wetten van de Duitse bezetter.

Midden-Europese Tijd[bewerken]

Geïntroduceerd 16 mei 1940

Voor het instellen van de Midden-Europese Tijd had Nederland een eigen tijdzone die 20 minuten verschilde van Greenwich Mean Time (GMT) en dus 40 minuten van de tijd in Duitsland. Deze Amsterdamse Tijd was als eerste ingevoerd door de Nederlandse Spoorwegen en later geleidelijk door de rest van het land overgenomen ten koste van de lokale (op de zon gebaseerde) tijd voor iedere stad. Tegelijkertijd met de invoering van de Midden-Europese Tijd ging ook de zomertijd in, zodat de klokken 1 uur en 40 minuten verzet moesten worden. Nederland kende sinds 1916 al zomertijd, maar deze is na de oorlog in 1945 weer afgeschaft, om in 1977 weer ingevoerd te worden. De Midden-Europese Tijd is gebleven.

Kinderbijslag voor alle loontrekkenden[bewerken]

Geïntroduceerd 1 januari 1941

Voor 1941 waren er alleen voor bepaalde beroepsgroepen kinderbijslagregelingen. Met het in werking treden van de kinderbijslagwet, kregen alle loontrekkenden kinderbijslag vanaf het derde kind onder de 15 jaar. Deze wet was overigens al in voorbereiding voor de Duitse bezetting.

Verplichte ziekenfondsverzekering[bewerken]

Geïntroduceerd 1 november 1941 (Ziekenfondsenbesluit, Verordeningenblad 160/1941).

Afgeschaft: 1 januari 2006.

De ziekenfondsverzekering en particuliere verzekering worden vervangen door een centrale basisverzekering.

Fietsers van rechts geen voorrang[bewerken]

Geïntroduceerd 9 december 1941 (Wegenverkeersregeling, Verordeningenblad 193/1941)

Afgeschaft 1 mei 2001

Tot 2001 hadden fietsers van rechts geen voorrang op motorvoertuigen. Deze maatregel werd door de Duitsers uitgevaardigd mogelijk omdat het het gemotoriseerde bezettingsleger te veel ophield. Door het verbod op benzineverbruik moesten Nederlanders massaal gebruikmaken van de fiets. De bezetter zelf liet weten dat de maatregel paste in het moderner wordende verkeer.

Invoering van een vennootschapsbelasting[bewerken]

Geïntroduceerd 30 april 1942 (Besluit op de Vennootschapsbelasting 1942, Verordeningenblad 51/1942)

Afgeschaft 8 oktober 1969

Het Besluit was al in de maak vanaf eind jaren 30, en werd voltooid tijdens de bezetting. In 1942 werd hiermee de vennootschapsbelasting onder Duitse supervisie geïntroduceerd. De altijd om geld verlegen bezetter kwam een extra belasting goed uit, en bovendien was al het voorbereidend werk reeds verricht door Nederlandse ambtenaren. Om deze reden besloot de Nederlandse regering het Besluit na 1945 te handhaven, tot in 1969 een nieuwe wet werd geïntroduceerd: de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het Besluit heeft echter de fundamenten gelegd voor deze wet, die weer op zijn beurt de basis is voor de nieuwe Wet op de Vennootschapsbelasting, die in 2007 is ingevoerd.

Vlieland en Terschelling bij Friesland gevoegd[bewerken]

Geïntroduceerd 1 september 1942 (Verordeningenblad 73/1942)

De Waddeneilanden Vlieland en Terschelling waren tot 1942 onderdeel van de provincie Noord-Holland. De Duitse bezetter vond het bestuurlijk eenvoudiger deze eilanden bij de provincie Friesland in te delen.

Invoering Zwemdiploma's[bewerken]

Geïntroduceerd bij beschikking van het departement van Opvoeding, Weten­schap en Kultuurbescherming, 28-9-1942 no. 1672. Ingangsdatum 15 oktober 1943

Een raamwerk van 10 zwemdiploma's (Groep 1 = Schoolzwemdiploma's, Groep 2 = Zwemvaardigheidsdiploma's en Groep 3 = Diploma's Reddend Zwemmen) werd door de Duitse bezetter geïntroduceerd. Hierbij werd voor de eerste twee groepen een onderscheid gemaakt tussen diploma's voor scholieren en diploma's voor niet-scholieren. De Nederlandse Zwem Bond (NZB) werd het uitvoerend orgaan voor de niet-scholieren. De scholieren kregen het diploma van het departement van O, W en K. De diploma's voor Zwemmend Redden werden beheerd door de gedwongen met de NZB samenwerkende Nederlandse Zwem- en Reddingsbond (NZR)

De minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen nam de regeling middels een besluit d.d. 5 mei 1946 ongewijzigd over. Zij het wel dat de twee uitvoerende bonden weer onafhankelijk van elkaar opereerden waarbij de de NZB weer KNZB was en de NZR de oorspronkelijke naam Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen weer ging voeren. In 1984 is het beheer van de zwemdiploma's overgedragen aan de Nationale Raad Zwemdiploma's.

Zie ook[bewerken]