Gekield druifkruid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Gekield druifkruid
Gekield druifkruid
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade:Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde:Caryophyllales
Familie:Amaranthaceae (Amarantenfamilie)
Onderfamilie:Chenopodioideae
Geslacht:Dysphania (Klierganzenvoet)
Soort
Dysphania schraderiana
(Schult.) Mosyakin & Clemants (2002)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gekield druifkruid op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Gekield druifkruid (Dysphania schraderiana, syn.:Chenopodium schraderianum) is een eenjarige plant uit de ganzevoetfamilie. Het aantal chromosomen is 2n = 18[1].

De plant wordt 30-100 cm hoog en is bedekt met korte haren en zittende, licht kleverige klierharen, waardoor het een aromatische citroengeur heeft. De opstaande stengel is op een hoogte van 5 tot 100 cm weinig vertakt met kortere zijtakken. De afwisselend groene tot geelgroene bladeren zijn 2-8,5 cm lang en 1,5-3,5 cm breed. Het elliptisch-eironde blad is veerspletig met drie tot vijf brede slippen met aan de randen enkele tandjes. De bladsteel is 2-10 mm lang.

Gekield druifkruid bloeit vanaf juli tot in oktober met geelgroene, soms roodachtige bloemen. De vijf, elliptische tot ovale bloemdekbladen zijn 1 mm lang en 0,5 mm breed en hebben onregelmatige ronde bultjes of haakvormige tanden op de rugzijde.

De vliezige vruchtwand van het eenzadig nootje is niet versmolten met het zaad. Het eivormige zaad is 0,6-0,8 mm dik. De zwarte zaadhuid heeft een oneffen oppervlak met kleine ondiepe putjes.

Gekield druifkruid staat op zonnige, vochtige, stikstofrijke zand-, leem- en kleibodems en vermijdt beschaduwing. De plant groeit in het herkomstgebied in bosranden, in hoge en laag gelegen graslanden en langs rivieroevers. Ze stamt oorspronkelijk van Oost-Afrika en is als cultuurvolger ingeburgerd op het Arabisch schiereiland, in Pakistan en Oostelijk- en Centraal-Europa. De soort is in Nederland slechts van een enkele plaats bekend, veelal bij bewoning en op verstoorde plaatsen. De soort is onder andere goed herkenbaar aan de overal aanwezige gele klieren met een sterke, aromatische citroengeur, de 3-5-slippige bladeren en de lange, bijna bladloze, cilindrische, oksel- en eindstandige bloeiwijzen. Verder zijn er 1 tot 2 meeldraden aanwezig en zijn de bloemdekbladen gekield en dragen opvallende aanhangsels. De bladeren kunnen als spinazie gegeten worden, de zaden kunnen vermalen worden tot meel en ze werd medisch aangewend bij migraine.[2]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Dysphania schraderiana van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Wikispecies heeft een pagina over Dysphania schraderiana.