Naar inhoud springen

Gemma Frisius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Gemma Frisius
Gemma Frisius
Persoonlijke gegevens
Titelatuur/graad doctor in de geneeskundeBewerken op Wikidata
Geboortedatum 8 december 1508 (Juliaans)Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats DokkumBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 25 mei 1555 (Juliaans)Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats LeuvenBewerken op Wikidata
Beroep wiskundige,[1][2] arts,[2] cartograaf,[2] academisch docent, instrumentmaker,[2] astronoom,[2][3] globemaker,[2][3] graveur,[3] uitgever[3]Bewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Oude Universiteit Leuven (1526 (Juliaans) – 1536 (Juliaans))[4][5][6]Bewerken op Wikidata
Floruit 1526[3]Bewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Werklocatie Leuven (1525 (Juliaans) – 1555 (Juliaans))[2]Bewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Ambt hoogleraar (1536 (Juliaans)–1555 (Juliaans))[2]Bewerken op Wikidata
Werken in collectie Rijksmuseum Boerhaave, Fries Museum, Geschiedenismuseum van GenèveBewerken op Wikidata
Links
Dbnl-profiel
Aardglobe (1536) in het Globenmuseum, Wenen
Portretgravure door Jan van Stalburch (1555)
Frisius illustreerde zijn methode met dit driehoeksnet van de steden Brussel, Antwerpen, Gent, Middelburg, Bergen op Zoom, Lier, Mechelen en Leuven

Gemma Frisius of Phrysius, gelatiniseerde naam van Jemme Reinerszoon (Dokkum, 8 december 1508Leuven, 25 mei 1555) was een Nederlandse geograaf, wiskundige, instrumentenmaker en arts. Hij beschreef als eerste hoe men de lengtegraad op zee kon bepalen door het meten van tijdsverschillen, en hoe men locaties kon bepalen door driehoeksmeting vanuit bekende punten. Behalve boeken publiceerde hij globes en een wereldkaart. Hij onderrichtte Gerard Mercator en was hoogleraar aan de Universiteit van Leuven.

Gemma Frisius werd geboren in Friesland in een welstellend gezin.[7] Hij verloor zijn ouders op jonge leeftijd. Vanwege verdraaide voeten liep hij mank en leed hij soms aan verlammingsverschijnselen.[8] Toen hij zes jaar was, bracht zijn stiefmoeder hem naar het reliek van Sint-Bonifatius in Dokkum, waarna hij zo volledig genas dat zijn krukken aan de kant mochten. Wel bleef hij klein en fragiel.

Zijn scholing genoot Frisius bij de Broeders van het Gemene Leven in Groningen. Dankzij een beurs kon hij zich in 1525 inschrijven aan de Universiteit van Leuven. Hij studeerde er artes aan Pedagogie De Lelie en volgde lessen aan het Collegium Trilingue.[9] Na het behalen van de graad van magister artium in 1528 vatte hij studies geneeskunde aan. Als gevorderde student gaf hij privélessen wiskunde en astronomie, onder meer aan Gerard Mercator. Omstreeks 1537-1538 stelde de geneeskundefaculteit hem aan tot hoogleraar,[10] hoewel hij pas in 1541 promoveerde.[11] In Leuven had Frisius een artsenpraktijk. Keizer Karel V consulteerde hem af en toe aangaande medische en astronomische zaken.

Ondertussen was Frisius in 1534 in het huwelijk getreden en had hij in 1535 een zoon Cornelius gekregen. Na zijn artesgraad was hij beginnen te publiceren. In 1529 verzorgde hij de tweede uitgave van het Cosmographicus liber van Petrus Apianus, een handboek dat veel van zijn interesses samenbracht: astronomie, astrologie, geografie, cartografie, navigatie, landmeting, instrumentenbouw... In deze editie was zijn eigen inbreng nog minimaal, maar in latere edities integreerde hij meer aanvullingen en correcties.[12] In 1530 bracht hij een eigen handboek kosmografie uit, dat zijn eerste globe begeleidde.[12] Hiervoor had hij samengewerkt met de graveur Gaspard van der Heyden en de drukker Roeland Bollaert.

Originele ideeën publiceerde Frisius soms als bijlage aan een groter werk, zoals zijn appendix over driehoeksmeting (1533). Naast schrijven legde hij zich toe op het vervaardigen van wetenschappelijke instrumenten, globes en kaarten. Bijgestaan door zijn leerling Gerard Mercator en opnieuw door Gaspard van der Heyden, publiceerde hij in 1536 een aardglobe, opgedragen aan Maximilianus Transylvanus, en in 1537 een hemelglobe.[13] Een wereldkaart volgde in 1540. Ze was opgedragen aan keizer Karel, blijkbaar nadat die een fout had opgemerkt. Dat jaar verscheen ook een rekenkundig handboekje dat een grote verspreiding kende.

Voor het bouwen van instrumenten ging Frisius samenwerken met de familie Arsenius en meer bepaald met Walter Arsenius. Zijn geavanceerde instrumenten waren voor de Engelse student John Dee een belangrijke reden om in 1547-1550 in Leuven te verblijven en bij hem in de leer te gaan. Hij wijdde boeken aan de jacobsstaf (1545) en aan het astrolabium (1556).

Tot het netwerk van Frisius behoorde ook Andreas Vesalius. Die beschreef hoe Frisius hem had geholpen het tentoongestelde kadaver van een terechtgestelde van de galg te halen – vermoedelijk op Gasthuisberg – en de stad binnen te smokkelen.[14][15][16] In 1542 stond Frisius met zijn vriend Jeremius de Drijvere op de stadsmuren om de dreiging van Maarten van Rossum te weerstaan.[9] Hij stierf op 46-jarige leeftijd aan nierstenen en werd begraven in de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Predikherenkerk.[9]

Postuum verzorgde zijn zoon Cornelius de uitgave van De astrolabium catholicum.[17] Van Frisius' medische geschriften is niets bewaard, behalve een passage over arthritis in een brief aan Bruhesius.[18]

Lengtegraadbepaling

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1530 publiceerde Frisius zijn werk De principiis astronomiae et cosmographiae over de grondbeginselen van de astronomie en de kosmografie. In het negentiende hoofdstuk opperde hij voor het eerst het gebruik van een draagbaar uurwerk voor de bepaling van de lengtegraad op zee.[19][20][21] Pas met John Harrison zou dit idee praktisch toepasbaar worden.

Driehoeksmeting

[bewerken | brontekst bewerken]

Frisius was in 1533 de eerste die de driehoeksmeting beschreef, gebaseerd op de eigenschap dat de driehoek volledig is bepaald door een zijde en de aanliggende hoeken. Zijn Latijnse tekst hierover verscheen ook in het Nederlands en in het Frans.[22] Zelf lijkt hij zijn methode niet te hebben toegepast, allicht omdat hij fysiek geen grote afstanden kon stappen. De gewestkaarten van Jacob van Deventer worden beschouwd als de eerste cartografische vruchten van de driehoeksmeting.[23] De oudste is de wandkaart van Brabant, die gereedkwam in 1536. Af en toe wordt gespeculeerd dat Van Deventer de eigenlijke uitvinder zou zijn geweest van de driehoeksmeting,[24] maar daarvoor is er geen bewijs. Eerder valt aan te nemen dat hij Frisius heeft gekend – ze studeerden min of meer gelijktijdig geneeskunde in Leuven, al was Van Deventer wat ouder – en dat hij diens theorie heeft getoetst op een manier die voor beiden gunstig was. Voor triangulatie was een grote toekomst weggelegd in de cartografie en de landmeetkunde.

Camera obscura

[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn ideeën schreef hij in boeken met vele illustraties. Mede op basis van deze ideeën zijn later vele ontdekkingen gedaan, zoals ook de ontdekking van de camera obscura. Frisius was in 1544 een van de eersten die de werking van zo'n camera op papier heeft gezet. De afbeelding op pagina 31v van zijn De radio astronomico is wereldwijd de vroegst bekende afbeelding van het camera-obscuraprincipe.[25] In zijn werk gaf hij ook aanwijzingen hoe de lezer zelf astronomische instrumenten kon bouwen.

Opvattingen over Copernicus

[bewerken | brontekst bewerken]

Dankzij de Poolse ambassadeur Johannes Dantiscus was Frisius al in 1531-1532 bekend met de heliocentrische ideeën van Nicolaas Copernicus.[11] Na het verschijnen van De revolutionibus orbium coelestium – waarvan een door hemzelf geannoteerd exemplaar is bewaard – was hij de eerste astronoom om dit werk te becommentariëren. In 1545 publiceerde hij De radio astronomico, waarin hij Copernicus' tafels als de meest betrouwbare beschreef. In zijn postume Astrolabium koos hij opnieuw voor de interpretatie van Copernicus, zonder zich tot het heliocentrisme te bekennen.[26]

Onder Frisius' leerlingen bevonden zich Gerard Mercator, Johannes Stadius, Juan de Rojas, Antonius Gogava, Rembert Dodoens, John Dee en zijn eigen zoon Cornelius Gemma.[27] Als lijfarts van keizer Karel V heeft hij ook wiskundeonderwijs verstrekt.

Op de maan is een krater naar Frisius genoemd en ook een planetoïde draagt zijn naam: (11433) Gemmafrisius.[28] Op het eiland Nelson van de Zuidelijke Shetlandeilanden bestaat een kaap Frisius Point. De Katholieke Universiteit Leuven heeft een risicokapitaalfonds naar de wetenschapper vernoemd.

  • Cosmographicus Liber Petri Apiani Mathematici, studiose correctus, ac erroribus vindicatus (1529, heruitgeven 1533)
  • De principiis astronomiae & cosmographiae, deque usu globi (1530, heruitgegeven 1544, 1548 en 1553)
  • Libellus de locorum describendorum ratione (1533), bijlage aan zijn tweede editie van Cosmographicus liber
  • Usus annuli astronomici (1534)
  • Arithmeticae practicae methodus facilis (1540, herdrukt 1547 en 1552)
  • Charta sive mappa mundi (1540)
  • De radio astronomico & geometrico liber (1545)
  • De astrolabo catholico liber (1556)