Genderneutrale voornaamwoorden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Genderneutrale voornaamwoorden zijn persoonlijk voornaamwoorden in de derde persoon enkelvoud om iemand mee aan te duiden van wie het gender niet bekend is bij de spreker of schrijver, of iemand die zich identificeert als non-binair of genderqueer. Het is een genderneutraal alternatief voor 'zij' of 'hij'. Het correcte gebruik van voornaamwoorden kan van groot belang zijn voor non-binaire en genderqueer personen.[1]

Aanpak in verschillende talen[bewerken | brontekst bewerken]

Verschillende talen bedienen zich van verschillende middelen om genderneutraal taalgebruik te bereiken. Er zijn in dit verband drie soorten talen te onderscheiden:[2]

  • Talen waarin de naamwoorden een grammaticaal geslacht hebben. Dit zijn onder andere het Duits, de Romaanse talen,[3] de Slavische talen,[3] het Hindi en het Hebreeuws.
  • Talen waarin de persoonlijke voornaamwoorden wel, maar de zelfstandige naamwoorden niet een grammaticaal geslacht hebben. Voorbeelden hiervan zijn het Engels, Zweeds en Deens.
  • Talen zonder grammaticaal geslacht. Voorbeelden zijn het Ests, Fins, Hongaars,[3] Turks, Chinees en Swahili.

Het Nederlands behoort tot de eerste categorie, al is het grammaticale woordgeslacht hier grotendeels verdwenen, met name in de spreektaal.

Weglaatbaarheid[bewerken | brontekst bewerken]

In sommige talen kan het persoonlijk voornaamwoord in de functie van onderwerp worden weggelaten, omdat de werkwoordsvorm al voldoende informatie geeft. Deze talen worden pro-droptalen genoemd, van het Engelse pronoun (voornaamwoord) dropping (laten vallen, weglaten) language (taal).

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In de Latijnse zin Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben, een citaat van René Descartes) ontbreken persoonlijke voornaamwoorden.
  • In het Spaans zegt men bailo ("ik dans") en niet yo bailo. Zegt men yo bailo, dan valt de klemtoon op de persoon (ik).

Nederlands[bewerken | brontekst bewerken]

In het Nederlands is er in 2021 nog geen ingeburgerd alternatief voor het mannelijk en het vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud ('hij' of 'zij'). Bij een keuze voor genderneutraal taalgebruik stelt dit de spreker of schrijver voor problemen.[3]

Het Transgender Netwerk Nederland organiseerde in 2016 een online verkiezing voor het non-binaire voornaamwoord.[4] Bij die verkiezing werden 'hen' (persoonlijk voornaamwoord) en 'hun' (bezittelijk voornaamwoord) verkozen tot winnende voornaamwoorden, in navolging van Engels they (afgeleid: them, their).[5][6][7] 'Hen' werd in 2020 opgenomen in de online-editie van Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal (de 'Dikke van Dale') als derde persoon enkelvoud, zij het met als label "niet algemeen".[8][9][10]

Historisch gezien is 'hen' nooit gebruikt voor de verwijzing naar individuele personen, in tegenstelling tot het Engelse they. Hoewel de introductie van nieuwe zelfstandige en bijvoeglijke voornaamwoorden (als inhoudswoorden) voor de beschrijving van nieuwe concepten en voorwerpen in een taal probleemloos verloopt, zijn voornaamwoorden functiewoorden, die grammaticale relaties in een taal uitdrukken, "sterk verankerd .... Ze vormen een systeem, een conservatieve kracht. Daar doe je weinig aan.", aldus de Nederlandse taalkundige Marc van Oostendorp (Radboud Universiteit, Nijmegen).[11] Ook het scheppen van nieuwe (persoonlijke) voornaamwoorden zou het dan niet redden.

Een alternatief, namelijk het invoeren van het aanwijzend voornaamwoord 'die' (en de mannelijke genitief 'diens') als genderneutraal persoonlijk voornaamwoord zou volgens Van Oostendorp wel kans van slagen hebben om geaccepteerd te worden, aangezien 'die' in de spreektaal al veelvuldig als ongespecificeerd persoonlijk voornaamwoord fungeert. Bijvoorbeeld: "Waar is Marie? Die is al naar huis." In hetzelfde artikel geeft zijn collega Ingrid van Alphen (Vrije Universiteit Amsterdam) eerder de voorkeur aan 'diegene' ("verwijst altijd naar mensen") en eventueel, onzijdig persoonlijk voornaamwoord 'het' (dat favoriet is bij een enkele non-binaire persoon), terwijl 'die' "te aanwijzend" zou zijn.

Het is daarnaast ook mogelijk om het gebruik van voornaamwoorden te vermijden en als alternatief de voornaam te gebruiken.[1] In het voorbeeld: "Waar is Marie? Marie is al naar huis".

Weglaatbaarheid in het Nederlands[bewerken | brontekst bewerken]

In het Nederlands taalgebruik is het mogelijk om de voornaamwoorden 'hij' en 'zij' in een tekst te vermijden. Dat heeft ook voordelen als een tekst alle mensen moet aanspreken, dus vrouwen, mannen en non-binaire personen. Een tekst in een algemene brochure als "De werkgever moet zijn personeel de kans geven zich te laten bijscholen" kan geformuleerd worden als:[3]

Principe Voorbeeld
weglating van het voornaamwoord De werkgever moet personeel de kans geven zich te laten bijscholen
gebruik van tweede persoon enkelvoud Als werkgever moet je je personeel de kans geven zich bij te scholen
gebruik van de meervoudsvorm Werkgevers moeten hun personeel de kans geven zich bij te scholen
gebruik van de passieve vorm Personeel moet door de werkgever de kans gegeven worden zich bij te scholen

Engels[bewerken | brontekst bewerken]

Non-binary pronouns with flag 01.png

Er zijn verschillende genderneutrale persoonlijk voornaamwoorden (pronouns) in de derde persoon enkelvoud, zoals het singular they[12][13] en het Spivak pronoun 'e', genoemd naar Michael Spivak.[14] Een voorbeeld van een tekst waarin gebruik wordt gemaakt van het singular they: "The patient should be told at the outset how much they will be required to pay."

Esperanto[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Ri (voornaamwoord) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1979 werd het genderneutrale voornaamwoord ri voor het eerst voorgesteld[15] als extra optie naast de traditionele voornaamwoorden li (hij), ŝi (zij) en ĝi (het). In 1993 verscheen het in een Esperanto-leermethode.[16] Tot ongeveer 2010 bleef het een zelden gebruikt experimenteel woord, maar na 2010 is het gebruik ervan aanzienlijk toegenomen, vooral onder jeugd en jongvolwassenen in westerse landen. Een gezaghebbende handleiding voor Esperantogrammatica, de Plena Manlibro de Esperanta Gramatiko, raadde voorheen het voornaamwoord ri af, maar vanaf april 2019 niet meer. Het legt nu zonder vooroordelen de verschillende manieren uit waarop het voornaamwoord daadwerkelijk wordt gebruikt.[17]

Zweeds[bewerken | brontekst bewerken]

In Zweden werd in 2015 het genderneutrale voornaamwoord hen opgenomen in de Svenska Akademiens ordlista, de officiële lijst van Zweedse woorden van de Zweedse Academie. Het kan als genderneutraal alternatief voor han (hij) en hon (zij) worden gebruikt.[18][19][20]