Genderongelijkheid in de wetenschap
Genderongelijkheid in de wetenschap is de achterstand van vrouwen in de wetenschap. Deze achterstand blijkt in het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw uit inkomensongelijkheid ten opzichte van mannen, uit een kleiner aantal vrouwen dat werkt in het wetenschappelijke veld, en aan een kleiner aantal vrouwen in de hogere functies.
Deze ongelijkheid in de wetenschap, komt met name vaak voor in de disciplines die met het Engelse acroniem 'STEM' wordt aangeduid, te weten: Science, Technology, Engineering and Mathematics; Dus in de exacte wetenschappen, technologie, engineering en wiskunde.[1]
Ongelijkheid van vrouwen ten opzichte van mannen uitgesplitst
[bewerken | brontekst bewerken]Inkomensongelijkheid
[bewerken | brontekst bewerken]Vrouwen ontvangen - over het algemeen - minder salaris dan mannen terwijl ze even productief zijn. Een meta-analyse van wereldwijde cijfers hierover vanaf de jaren '70 concludeerde dat wanneer deze zogeheten loonkloof werd verminderd, dit vooral kwam door verbetering van de arbeidsmarktvoorwaarden.[2] Claudia Goldin van de Harvard-universiteit concludeerde (in 2014) in haar boek A Grand Gender Convergence: Its Last Chapter dat de genderongelijkheid in salaris sterk gereduceerd zou worden als bedrijven gestimuleerd zouden worden om op te houden met het bovenmatig belonen van werknemers die vooral lange dagen maken of die op bijzondere momenten werken.[3]
In het maatschappelijk debat over de algemene loonkloof tussen vrouwen en mannen, wezen onder andere Sander Schimmelpenninck (in 2019) en Neelie Kroes (in 2017) erop dat veel vrouwen ervoor kiezen om niet fulltime te werken. Schimmelpenninck zag veel uren werken als voorwaarde om carrière te kunnen maken. Kroes was voorstander van een quotum om voldoende vrouwen op topposities te krijgen.[4][5]
Uit een onderzoek uit 2016 bleek dat ook in Nederland salarisverschillen optraden bij wetenschappers, die gerelateerd konden worden aan gender. Vrouwelijke wetenschappers verdienden gemiddeld 13,7 procent minder dan mannelijke. Dit verschil werd deels verklaard door een verschil in gemiddelde leeftijd; de vrouwelijke wetenschappers waren gemiddeld 4,5 jaar jonger dan mannelijke. Na correctie voor het leeftijdsverschil bedroeg de loonkloof 6,8 procent. Daarnaast bleek dat de salarissen van mannen sneller stegen met hun leeftijd dan bij vrouwen het geval was.[6] Bovendien werden vrouwen in lagere functieniveaus ingeschaald dan mannen.
Voor alle beroepen, ook buiten de wetenschap, geldt dat vrouwen in de Europese Unie in 2020 nog steeds gemiddeld gemiddeld 12 procent minder verdienden dan mannen.[7] In Nederland ontvangen vrouwen 36 procent minder salaris dan mannen, en ligt het bruto uurloon voor vrouwen gemiddeld 13 procent lager dan voor mannen.[8]
Wereldwijd
[bewerken | brontekst bewerken]Van de economieën met hoge inkomens heeft in 2025 inmiddels 99 procent de opleidingskloof tussen mannen en vrouwen, die hier onder meer de oorzaak van was, gedicht. Echter, geen enkele van deze landen, inclusief Nederland en België, heeft deze inkomenskloof voor meer dan 85 procent gedicht. Dit fenomeen (in het Engels 'drop-to-the-top' genoemd), wordt veroorzaakt door hardnekkige barrières die vrouwen verhinderen om leidinggevende rollen in alle sectoren, en in alle economische sectoren, te vervullen. Vooral in de exacte wetenschappen, maar ook in de technologie, engineering en in de wiskunde is deze inkomensachterstelling extra opvallend.[1]
Ongelijkheid in aantallen
[bewerken | brontekst bewerken]Wereldwijd was in 2024 slechts 1 op de 3 onderzoekers van het vrouwelijk geslacht, en maar 35 % van de wetenschappers in de STEM-sectoren waren vrouwen. In de G20 landen ging maar 22 procent van de banen in deze sectoren naar vrouwen. Vrouwen hadden maar een op de tien van de leidinggevende functies in STEM.[9]
Nederland
[bewerken | brontekst bewerken]In Nederland komt al langer de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen tot uiting in het aantal hoogleraren dat wordt benoemd. Uit cijfers van de vereniging van Nederlandse universiteiten (VSNU) van eind 2009 bleek dat 12,4 procent van de Nederlandse hoogleraren vrouw was. Er was wel een toename te zien, want dit was ca. 3 procent meer dan in het jaar 2004. In 2015 bedroeg het percentage 17,1 procent.[10]
De groei van het aantal vrouwen aan universiteiten steeg in deze periode op alle functieniveaus, maar bij iedere stap in de carrière vielen er onevenredig veel vrouwen af. In 2009 was namelijk bijna de helft van alle promovendi vrouw (43,6 procent).[11] Nederland was in 2016, wat betreft het aantal vrouwelijke hoogleraren een van de slechtst presterende Europese landen.[11]
Begin 2017 bedroeg het aantal vrouwelijke hoogleraren 18 procent en is het percentage promovendi iets gedaald tov. 2009 en bedraagt ca. 43 procent.[12] In april 2025 bleek dat nog steeds slechts een van de drie hoogleraren een vrouw is.[13] Het aantal vrouwelijk promovendi is sinds 1991 staag gegroeid, in de periode 2021-2024 promoveerden er meer vrouwen dan mannen.[14]
België
[bewerken | brontekst bewerken]Uit de cijfers voor Vlaanderen blijkt al langer, dat ondanks de voorsprong van vrouwen bij behaalde masters (53-47 procent, 2011-2015), en zelfs nog sterker bij master na master (60-40 procent), hun aantal met een academische graad van doctor terugviel tot 49-51 procent in het voordeel van mannen.[15] In het academiejaar 2016-2017 was de genderverhouding bij het aantal hoogleraren in alle Vlaamse universiteiten, uitgedrukt in fulltime-equivalent (fte), 27-73 procent in het voordeel van hun mannelijke collega's.[16]
In 2018 waren van alle hoogleraren in België, er 20,3 procent een vrouw. Net als Nederland behoorde België daarmee tot de zes slechts scorende EU landen, zo bleek uit cijfers die in 2021 beschikbaar kwamen.[17]
Mogelijke oorzaken van ongelijkheid
[bewerken | brontekst bewerken]Glazen plafond en de lekkende pijpleiding
[bewerken | brontekst bewerken]Naar aanleiding van de cijfers in 2015, toen 17,1 procent van de hoogleraren een vrouw was en de verwachting dat gelijkheid pas halverwege de eeuw zou worden bereikt, sprak onderzoekster op dit gebied, Marise Born, van seksisme. Volgens haar zou dit een cruciale rol spelen bij benoemingen en selecties van - bijvoorbeeld - hoogleraren. Sollicitatiecommissies kozen vaker voor een man dan een vrouw als hoogleraar.[18]
Dit glazen plafond kan dus een oorzaak zijn, doordat er bij elke tussenstap structurele barrières zijn, die vrouwen belemmeren om door te stromen naar een hogere functie. Vrouwen zijn aan de ene kant wel oververtegenwoordigd als student (53,4 procent van de afgestudeerden is vrouw), maar bij elke volgende stap neemt het aantal vrouwen af. Onder de gepromoveerden was in 2015 nog maar 43,5 procent vrouw, en dat loopt via universitair docenten (37 procent), universitair hoofddocenten (25,6 procent) terug tot de eerder genoemde 17,1% onder hoogleraren.[10]
Het niet doorstromen van vrouwelijk talent, wordt ook wel de "lekkende pijpleiding" genoemd. Mogelijke oorzaken hiervan zijn, dat vrouwen minder erkenning krijgen dan mannen voor dezelfde prestaties. Daarnaast zou het nog steeds voor vrouwen, meer dan voor mannen, lastiger zijn een goede werk-privébalans te vinden, wanneer er kinderen in het spel komen. Naast een pauze in de carrière door zwangerschaps- en bevallingsverlof, wordt het opvoeden van kinderen ook maatschappelijk nog steeds als overwegend een taak voor vrouwen gezien.[19]
Andere verklaringen
[bewerken | brontekst bewerken]Vanuit de statistiek werd er op gewezen, dat twee afzonderlijke fenomenen bij dit soort veranderingen ook een rol kunnen spelen. Enerzijds duurt het enige tijd, voor de aantallen meer gelijk zijn, omdat de vrouwen die in bijvoorbeeld 2014 afstudeerden, niet per direct hoogleraar konden worden. Tegelijkertijd was de bestaande populatie (hoogleraren) overwegend man, die soms al decennia eerder waren benoemd, en het kost enige tijd voor deze met pensioen gaan zodat hun functie vacant wordt. Dit is een zogenaamd cohort-effect, waarbij er op gewezen werd dat ook als de nieuwe benoemingen per direct voor de helft uit vrouwen bestond, het altijd nog decennia kan duren voor een evenwichtige verdeling is bereikt.
Daarnaast speelt mogelijk ook de simpsons paradox een rol. In dit geval, het effect dat vrouwen vaker dan mannen, kiezen voor wetenschappelijke disciplines, waar minder hoogleraren zijn en dus ook de mogelijkheden om door te stromen minder aanwezig is.
Het leek er echter op, dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen onder jonge hoogleraren lastig uit te leggen was, op basis van zowel het aanbod, of op grond van de gebieden die zij kiezen. Dit geeft dus een sterke aanwijzingen dat er inderdaad, structurele barrières zijn, die het vrouwen bemoeilijken om - bijvoorbeeld - hoogleraar te worden.[10]
De rol van de media
[bewerken | brontekst bewerken]In 2013 viel het de journalist Christie Aschwanden op dat als media berichtten over vrouwelijke wetenschappers, deze vooral de sekse van de wetenschapper benadrukken. Zij stelde een checklist voor om dit benadrukken van de sekse te voorkomen, de Finkbeinertest.[20][21] De test werd onder andere geciteerd door critici van het in memoriam van de in 2013 overleden raketwetenschapper Yvonne Brill.
The New York Times begon het artikel over haar namelijk met de woorden: "She made a mean beef stroganoff" (Zij maakte een heerlijke bœuf stroganoff).[22]
In 2025 noemt Women Inc de volgende aspecten voor wetenschappers in de media:[23]
- Slechts 31% van experts op televisie is vrouwen
- 55% van de vrouwelijke experts op televisie spreekt over onderwijs
Inspanningen om vertegenwoordiging van vrouwen te vergroten
[bewerken | brontekst bewerken]Nederland
[bewerken | brontekst bewerken]In Nederland bestaan diverse organisaties die zich bezighouden met een betere vertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschap en techniek. Zo is de Vereniging van vrouwen met hogere opleiding VVAO een netwerk van hoger opgeleide vrouwen, dat zich inzet voor positieverbetering.[24] In 2001 is het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren opgericht, die zich richt op gendergelijkheid binnen academische functies van de universiteiten. Ook algemene beroepsverenigingen en organisaties zoals Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)[25] zetten zich in voor een betere genderbalans in de wetenschap.
De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) stelde een prijs in voor vrouwen in de wetenschap, de Merianprijs. De eerste daarvan werd in 2009 toegekend aan Naomi Ellemers, hoogleraar Sociale Psychologie.[26] Deze prijs hield echter in 2014 op te bestaan, omdat de financier, het SNS REAAL Fonds, ermee ophield.
In 2015 berichtte de Volkskrant dat een studie in het tijdschrift PNAS aantoonde dat NWO vrouwelijke wetenschappers discrimineert.[27] Het NWO zegde toe de procedures voor kwaliteitsbeoordeling aan te passen.
Op 11 januari 2017 maakte minister Bussemaker bekend dat zij 100 extra hoogleraren wilde laten aanstellen in 2017, bovenop de 200 die al gepland waren tot 2020.[28] De TU Eindhoven startte in 2019 met een voorkeursbeleid voor vrouwen. Gedurende de eerste zes maanden van de werving voor een vacature konden alleen vrouwen solliciteren.[29] In vijf jaar daarop werden 74 vrouwen aangesteld. Daarmee groeide het percentage vrouwen in de staf (hoogleraren, universitaire hoofddocenten en universitaire docenten) van 22 naar 29 procent.
België
[bewerken | brontekst bewerken]In België bestaan verschillende organisaties die de genderongelijkheid in de wetenschap willen herstellen. Naast het officiële, federale Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) werken Vlaamse organisaties als RoSa[30] en het BeWISe.[31]
Internationaal
[bewerken | brontekst bewerken]Op 20 december 2013 stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie over wetenschap, technologie en innovatie voor ontwikkeling, waarin werd erkend dat volledige en gelijke toegang tot en deelname aan wetenschap, technologie en innovatie voor vrouwen en meisjes van alle leeftijden absoluut noodzakelijk is voor het bereiken van gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen en meisjes. Op 22 december 2015 werd op basis hiervan 11 februari uitgeroepen tot “Internationale dag van vrouwen en meisjes in de wetenschap”. De beslissing steunde vooral op voorbereidend werk van UNESCO en UN-Women, de VN-taakgroep voor gendergelijkheid.[32]
De UNESCO lanceerde in februari 2024 een actieplan om de gender-ongelijkheid in de wetenschappen te verminderen.[9]
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- Lijst van vrouwelijke Nobelprijswinnaars
- Genderongelijkheid
- Genderongelijkheid begin 21e eeuw
- Matilda-effect
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) afgesplitst vanaf een ander artikel op de Nederlandstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.
- ↑ a b (en) Global Gender Gap Report 2025 p. 19. World Economic Forum (juni 2025). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ (en) Weichselbaumer, Doris, A Meta-Analysis of the International Gender Wage Gap. Journal of Economic Surveys (Februari 2005). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ Goldin, Claudia (2014). A Grand Gender Convergence: Its Last Chapter. American Economic Review: 1091–1119. DOI: 10.1257/aer.104.4.1091.
- ↑ Sander Schimmelpenninck: 'Probleem is dat zoveel vrouwen parttime werken'. Spraakmakers - NPO Radio 1. KRO-NCRV (19 november 2019). Gearchiveerd op 17 september 2021. Geraadpleegd op 29 oktober 2025.
- ↑ ‘Onbegrijpelijk dat jonge vrouwen al parttime werken’. De Ochtendend. NPO Radio 1 (17 februari 2017). Gearchiveerd op 17 juli 2024. Geraadpleegd op 29 oktober 2025.
- ↑ dr. Marije de Goede, dr. Ruth van Veelen en prof. dr. Belle Derks, Universiteit Utrecht, Financiële Beloning van Mannen en Vrouwen in de Wetenschap (pdf). Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (26 augustus 2016). Gearchiveerd op 19 november 2016. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ De loonkloof tussen mannen en vrouwen: definities, feiten en oorzaken. Europees Parlement (13 januari 2020). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ Hoe gender(on)gelijk is Nederland? De hardnekkige loonkloof. College voor de Rechten van de Mens (8 september 2023). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ a b (en) UNESCO Call to Action to Close the Gender Gap in Science. UNESCO (februari 2024). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ a b c Bol, Thijs, Een glazen plafond voor vrouwen in de wetenschap? Verkenning van twee alternatieve verklaringen. stukroodvlees.nl (24 november 2015). Gearchiveerd op 8 oktober 2025. Geraadpleegd op 28 oktober 2025.
- ↑ a b Nederlandse vrouwen in de wetenschap - interview met Agnes Andeweg. Oerdigitaalvrouwenblad. Gearchiveerd op 19 september 2016. Geraadpleegd op 11 september 2016.
- ↑ Vrouwen in de wetenschap. Universiteit Utrecht (30 november 2016). Gearchiveerd op 6 juni 2021. Geraadpleegd op 18 januari 2017.
- ↑ Minder dan 1 op 3 hoogleraren in Nederland is vrouw - Vier vrouwelijke wetenschappers gelauwerd met prestigieuze For Women in Science Awards 2025. Radboud Universitair Medisch Centrum (17 april 2025). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ Logo Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Aantallen gepromoveerden in Nederland - Kerncijfers en indicatoren Wetenschap - OCW in cijfers. www.ocwincijfers.nl (23 juli 2021). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ Genderstatistieken voor onderwijs in Vlaanderen. RoSa (2016). Gearchiveerd op 18 maart 2017. Geraadpleegd op 9 maart 2018.
- ↑ Voorpublicatie Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs 2016-2017. onderwijs.vlaanderen.be. Gearchiveerd op 10 maart 2018. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ Monitor vrouwelijke hoogleraren 2021. Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH (2021). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ Calmthout, Martijn van, Nog weinig vrouwelijke hoogleraren in Nederland. de Volkskrant (19 november 2015). Gearchiveerd op 20 november 2015. Geraadpleegd op 28 oktober 2025.
- ↑ Blanken, Sara Lynn, De lekkende pijpleiding van de wetenschap - Vrouwen beginnen vaker aan een wetenschappelijke carrière, maar winnen zelden een Nobelprijs. Hoe zit dat?. NEMO Kennislink. NEMO Science Museum (20 november 2024). Geraadpleegd op 28 oktober 2025.
- ↑ (en) Aschwanden, Christie, The Finkbeiner Test: What matters in stories about women scientists?. Double X Science (5 maart 2013). Gearchiveerd op 12 maart 2017. Geraadpleegd op 31 maart 2013.
- ↑ (en) Brainard, Curtis, 'The Finkbeiner Test' - Seven rules to avoid gratuitous gender profiles of female scientists. Columbia Journalism Review (22 maart 2013). Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ (en) Gonzalez, Robert T., The New York Times fails miserably in its obituary for rocket scientist Yvonne Brill. Gizmodo (31 maart 2013). Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ Beeldvorming. WOMEN Inc.. Geraadpleegd op 28 oktober 2025.
- ↑ VVAO. Vereniging van vrouwen met hogere opleiding VVAO. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ Diversiteit en inclusie - Genderdiversiteit. Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Gearchiveerd op 11 september 2016. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ Eerste KNAW Merianprijs naar psychologe Naomi Ellemers. Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) (10 oktober 2011). Gearchiveerd op 13 september 2016. Geraadpleegd op 12 september 2016.
- ↑ Martijn van Calmthout, NWO discrimineert vrouwelijke wetenschappers
. de Volkskrant (21 september 2015). Gearchiveerd op 26 oktober 2025. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ Jet Bussemaker, Beleid voor wetenschappelijk talent - Vaste commissie voor onderwijs, cultuur en wetenschap - Brief regering Nummer:31288-569. Tweede Kamer (11 januari 2017). Gearchiveerd op 14 juli 2023. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ TU Eindhoven haalt veel meer vrouwen binnen. www.onderwijsland.com. Geraadpleegd op 28 oktober 2025.
- ↑ Genderongelijkheid in de wetenschap en academische wereld. RoSa (22 februari 2019). Gearchiveerd op 9 september 2025. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ (en) Overview. BeWISe. Gearchiveerd op 11 maart 2018. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.
- ↑ (en) International Day of Women and Girls in Science – 11 February. Verenigde Naties. Geraadpleegd op 26 oktober 2025.