Genot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Socrates trekt Alcibiades uit de omhelzing van sensueel genot op een schilderij van Jean-Baptiste Regnault

Genot is een gemoedstoestand of emotie die een positieve ervaring vormt, en kan bijvoorbeeld bestaan uit blijdschap, vermaak, plezier, extase of euforie. Genot refereert aan het plezier dat beleefd wordt aan bepaalde lichamelijke, sensuele, emotionele of geestelijke ervaring. Het is echter moeilijk te definiëren, omdat de ervaring van genot kan verschillen van persoon tot persoon.

Mensen ervaren genot gewoonlijk bij het eten, seks, muziek, drugsgebruik, trots, erkenning, of door elke activiteit die men zich kan voorstellen, zelfs het ontvangen en toedienen van pijn.

Genot kan in sommige contexten ook gedefinieerd worden als de vermindering of afwezigheid van pijn. Epicurus en zijn volgelingen definiëerden het grootste genot als de afwezigheid van pijn. Voor Cicero - middels zijn personage Torquatus - was genot het grootste goed, en pijn het grootste kwaad. Arthur Schopenhauer vond plezier een negatieve sensatie, omdat het de gebruikelijke existentiële conditie van lijden tenietdoet.

Utilitarisme en hedonisme zijn filosofieën die het maximaliseren van genot en het minimaliseren van lijden beogen.

Neurologie[bewerken]

Het genotscentrum is een verzameling hersenstructuren die verantwoordelijk is voor het vermogen tot het ervaren van genot in de mens. Het elektrisch stimuleren van de nucleus accumbens kan volgens bepaalde theorieën een gevoel van genot veroorzaken. Anderen denken dat het genotscentrum zetelt in het septum pellucidium. Bepaalde chemicaliën kunnen de genotscentra stimuleren, waaronder dopamine en diverse endorfines.