George Gershwin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
George Gershwin
George Gershwin
Algemene informatie
Volledige naam Jacob Bruskin Gershowitz
Geboren Brooklyn, New York, 26 sep 1898
Overleden Hollywood, 11 jul 1937
Land Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Werk
Jaren actief 1914
Genre(s) opera, jazz, klassieke muziek
Beroep componist, pianist, liedschrijver, jazzmuzikant, filmcomponist, kunstschilder, dirigent
Instrument(en) piano
Officiële website
RKD-profiel
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

George Gershwin, geboren als Jacob Gershowitz (Brooklyn, New York, 26 september 1898Hollywood, 11 juli 1937) was een Amerikaans componist, pianist en dirigent. Hij wordt algemeen als een van de allergrootste componisten van Amerikaanse bodem beschouwd.

Belang[bewerken | brontekst bewerken]

Gershwin is de componist die er beter dan wie ook in slaagde een synthese tot stand te brengen van de toenmalige (lees: vroeg 20ste eeuwse) kunstmuziek, een van de belangwekkendste vormen van Amerikaanse volksmuziek: zwarte muziek (blues, spiritual, jazz) en van de (toenmalige) amusementsmuziek. Dit in tegenstelling tot anderen zoals bijvoorbeeld George Antheil (Jazz Symphony), Darius Milhaud (La Création du Monde), Rolf Liebermann (Concerto for Jazzband and Orchestra) en Aaron Copland (Concerto For Piano and Orchestra) die weliswaar interessante muziek schreven, maar geen synthese konden bereiken.[1]

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

De vader van Gershwin, Morris, heette eigenlijk Gershovitz en was een Russische immigrant uit St.-Petersburg die in 1890 naar New York emigreerde om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Toen vader Gershwin -rond 1894 veranderde hij zijn achternaam in Gershvin en George op zijn beurt in 1920 in Gershwin- een piano aanschafte voor Ira, was het George die niet achter het instrument weg was te slaan.

Afgezien van de piano was het enige contact dat Gershwin met muziek had de liedjes op straat en de platte theaterdeuntjes. Contact met een ‘ander’ soort muziek, de Humoreske van Antonín Dvořák, kreeg hij van zijn vriendje Max Rosenzweig (Max Rosen). Op 12-jarige leeftijd kreeg Gershwin pianoles van de operette componist Charles Hambitzer. Tussen 1919 en 1921 gevolgd door harmonie- en compositielessen van de Hongaarse violist en dirigent Edward Kilenyi. Op de piano maakte Gershwin heel snel enorme vorderingen.

Tin Pan Alley

Door zijn vorderingen op pizno kon hij op 16-jarige leeftijd al een betrekking aannnemen als ‘song plugger’ bij uitgeverij Remick & Co in New York, gespecialiseerd in amusementsmuziek. Tot zijn taak behoorde: het selecteren van binnenkomende ‘muzikale post’ zoals aanvragen van componisten en/of tekstdichters om muziek uit te geven en het op piano begeleiden –uiteraard à vue- van zangers en zangeressen die dergelijke nieuwe composities wilden doornemen of voorzingen. In deze functie ontwikkelde Gershwin zijn vaardigheid om te improviseren. Remick en nog andere muziekuitgeverijen waren gevestigd in de 28e straat, die –door al die herrie van verschillende songs- wel eens gekscherend Tin Pan Alley werd geneoemd. Het was het hoofdkwartier van de Amerikaanse muziekindustrie en in deze buurt leerde Gershwin het vak ‘amusementscomponist’ grondig kennen. In 1916 –op 17-jarige leeftijd- gaf hij zijn eerste song uit, When You Want ‘Em, You Can’t Get ‘Em, When You Got ‘Em, You Don’t Want ‘Em op tekst van Murray Roth. In Tin Pan Alley maakt Gershwin kennis met ‘collegae’ componisten als Irving Berlin, Jerome Kern en Sigmund Romberg. In 1918 schreef Gershwin zijn eerste ‘klapper’: Swanee, wat een hit werd door ‘blackface’ artiest Al Jolson.

In 1919 schreef Gershwin –als opdracht van Kilenyi- een strijkkwartet. Het was zijn eerste stap op het serieuze vlak. Hij was inmiddels in dienst van uitgeverij Harms als bezoldigd componist en de eerste operette waar hij enkele songs voor schreef was La, La, Lucille (1919). Vanaf toen tot en met Let ‘Em Eat Cake uit 1933 was er in de Amerikaanse theaters altijd minstens één revue, show of musical van Gershwin in productie.

Van 1921 tot en met 1924 schreef Gershwin de muziek voor de beroemde jaarlijkse revue “Scandals”, die in New York door George White werden gemonteerd. Een hoogtepunt daarin is de 'Scandals 1922' waarin de eenakter Blue Monday zat, een opera in een bedrijf van Gershwin, gezongen door louter zwarte artiesten. Een voorbode van Porgy and Bess.

Tin Pan Alley in de tijd dat Gershwin werkte bij Remick and Co

Op 1 november 1923 voerde de Frans-Canadese concertzangeres Eva Gauthier enkele songs uit van Gershwin op een liederen recital in de Aeolian Hall te New York. Zijn eenvoudig klinkende, maar boeiende liedjes hielden stand naast klassieke aria’s van Bartók, Hindemith, Milhaud en Schönberg.[2]

De weg naar serieuze muziek

De bekende Amerikaanse bandleider Paul Whiteman, die 'Scandals 1922' had gedirigeerd zocht naar een manier om de opkomende (nieuwe) muziek, jazz, in de concertzaal te introduceren. Hij wordt door zijn pogingen de vader van de zogenaamde Symfonische Jazz genoemd. Een naam die in feite nergens op slaat want jazz is geïmproviseerde muziek en in symfonische muziek is alles vastgelegd, daar is geen ruimte voor improvisatie.

Whiteman inspireerde in ieder geval Gershwin in 1923 tot het schrijven van de fameuze Rhapsody In Blue, een symfonisch werk voor piano en symfonische big-band. Het werk moest door Ferde Grofé worden georkestreerd omdat hij de vaste arrangeur was van het Whiteman Orkest en daardoor precies wist wat de individuele capaciteiten van de orkestleden waren. Elk orkest had in die tijd zijn eigen vaste arrangeur. Later heeft Grofé ook een orkestratie voor symfonieorkest geschreven, en het is die versie die enorm populair geworden is in de concertzaal. Het werk opende voor Gershwin de deuren van de serieuze concertzalen en het maakte hem wereldberoemd.

Reeds een jaar later nodigde Walter Damrosch Gershwin uit voor het schrijven van een pianoconcert. Dit werk, het beroemde Concerto in F, werd in 1925 in de Carnegie Hall ten doop gehouden. Solist in de uitermate virtuoze solopartij was Gershwin zelf.[3]

Omdat Gershwin zo veel verplichtingen op Broadway had, verhinderde dat hem zich intensief bezig te houden met het schrijven van serieuze composities. Hij kon zich pas volledig concentreren op zijn opera Porgy and Bess nadat hij allerlei andere activiteiten had afgezegd.

Van de Rhapsody in Blue zijn wereldwijd zo’n duizend verschillende uitvoeringen en vertolkingen te koop, een enorm aantal voor een stuk uit de 20ste eeuw.

7 maart 1928: achter de piano Maurice Ravel, naast hem zit Eva Gauthier en helemaal rechts Gershwin

Tijdens een verblijf in Europa in 1927 en 1928 waar hij verschillende Europese steden als Londen, Parijs en Wenen aan deed maakte hij de eerste schetsen voor zijn orkestwerk An American In Paris. Hij maakte tijdens die trip kennis met Maurice Ravel, Igor Stravinsky, Darius Milhaud, Francis Poulenc en Serge Prokofiev, die allen geporteerd waren van zijn composities. Gershwin, van nature erg leergierig, vroeg aan verschillende collegae componisten of hij les van hen kon krijgen. De antwoorden waren altijd afwijzend, maar wel respectvol. Het antwoord van Ravel was: “Waarom zou u een tweederangs Ravel worden, terwij u reeds een eersteklas Gershwin bent?”. Dezelfde vraag stelde Gershwin ook later aan Stravinsky, waarop Stravinsky aan hem vroeg hoeveel hij verdiende. Gershwin noemde een bedrag van zes cijfers waarop Stravinsky toen zei: “ Dan kan ik beter bij jou studeren”.[4] Niet iedereen was zo respectvol naar Gershwin: toen Gershwin een jeugdconcert verzorgde met het New York Philharmonic in de serie Young People’s Concert –de serie die beroemd is geworden door Leonard Bernstein- en daarin zijn Rhapsody in Blue uitvoerde onder leiding van organisator componist dirigent Ernest Schelling op 14 december 1929 in Carnegie Hall was de Russische componist Alexander Glazounov aanwezig met zijn vriend, de pianist Vladimir Drozdoff. Glazounov vond de Rhapsody verschrikkelijk lelijk en Drozdoff nam hem na afloop mee naar de kleedkamer van Gershwin, die zeer vereerd was met het hoge bezoek. Gershwin vroeg –via Drozdoff- of hij instrumentatieles kon krijgen van Glazounov want dat was zijn diepste wens. Glazounov keek met een minderwaardige blik naar Gershwin en zei tegen Drozdiff: “Hij wil instrumentatieles van mij krijgen, terwijl hij weet niet eens wat contrapunt is”? Drozdoff heeft het niet lettelijk vertaald maar schijnt het iets positiever gebracht te hebben. Het incident zegt meer over de bescheidenheid van Gershwin dan over zijn technische tekortkomingen.[5]

In augustus 1929 werd in het Lewisohn Stadium te New York het eerste Gershwin-festival georganiseerd, een concert met louter muziek van Gershwin.

In 1932 schreef Gershwin in opdracht van Serge Koussevitzky een werk voor piano en orkest, de Second Rhapsody. Koussevitzky voerde het werk in Boston uit met Gershwin aan de piano. Het werk werd niet zo positief ontvangen als de Rhapsody in Blue en het Concerto in F. Men vergeleek het met de Rhapsody in Blue, maar het is een compleet ander werk, technisch veel beter en met een heel fantasievolle instrumentatie van Gershwin zelf.[6] Het stuk wordt tegenwoordig niet vaak meer uitgevoerd, zeker niet in Europa.

Na een korte vakantie op Cuba in 1932 schreef Gershwin het orkestwerk Rhumba, later Cuban Overture genoemd. Het is een stuk met veel Zuid-Amerikaanse ritmes en Cubaanse slaginstrumenten dat geregeld op de Europese podia te horen is.

Porgy and Bess

Nadat Gershwin in 1933 niet zo veel verplichtingen meer had op Broadway en veel concerten overliet aan zijn vriend pianist Oscar Levant, begon hij met het componeren aan zijn opera Porgy and Bess. Het was geen opdracht. Gershwin liep al lange tijd met dat idee rond sinds hij in 1926 het boek Porgy van DuBose Heyward had gelezen. De Metropolitan Opera te New York was wel geïnteresseerd in Porgy en bood Gershwin zelfs een voorschot van 5000 dollar, maar Gershwin ging er niet op in. Er werd uiteindelijk een contract getekend met het Theatre Guild, dat ook het toneelstuk op de planken had gebracht. Het contract werd getekend op 26 oktober 1933.[7]

De opera voltooide Gershwin op 2 september 1935. Elf maanden nam het componeren in beslag en negen maanden het instrumenteren. Gershwin liet niets aan het toeval over, hij beschouwde het werk als zijn beste werk tot dan toe. Tot grote teleurstelling van Gershwin werd het echter niet zo’n geweldig succes. De mensen die gekomen waren voor de zoveelste ‘Gershwin musical’ kregen een te ambitieuze productie voorgeschoteld en de mensen die een serieus traditionele opera hadden verwacht, werden geconfronteerd met een Broadway-achtig spektakelstuk. Gebleken is echter dat Porgy and Bess de sterkste opera van de jaren 30 is en een van de belangrijkste opera’s van de 20ste eeuw is. Al zijn ontmoetingen met collegae componisten gedurende de diverse reizen die Gershwin ondernam in de jaren 20 en 30 hebben bijgedragen aan het hoge muzikale niveau van Porgy and Bess.[8]

De première was in het Colonial Theatre te Boston, daarna vertrok de hele cast naar het Alvin Theatre in New York en volgden steden als Detroit, Pittsburgh en Chicago. De voorstellingen in Washington veroorzaakten een complete sociale ‘revolutie’ in de Amerikaanse theater geschiedenis; voor het eerst werden er zwarte mensen toegelaten tot de voorstellingen in het National Theatre. De rassenvooroordelen werden (even) overboord gegooid. Zwarte en witte mensen zaten naast elkaar te kijken en te luisteren naar hetzelfde stuk. Pas na de dood van Gershwin werd Porgy and Bess een groot succes. Veel liederen uit de opera zijn evergreens geworden, er zijn verschillende cd uitgaves verschenen waaronder een heel interessante van Nicolaus Harnoncourt, de pionier van de “authentieke uitvoeringspraktijk” van oude muziek, en een verfilming uit 1959 van producent Samuel Goldwyn met o.a. Sidney Poitier en Sammy Davis Jr. in de hoofdrollen. In 1972 toen de rechten van Samuel Goldwyn verlopen waren, plaatste Ira en zijn vrouw Leonore de film op de index. Ze vonden het een slechte ‘hollywoodversie’ van het stuk. De film mag niet meer vertoond worden en elke kopie die nog gevonden wordt, moet direct vernietigd worden.[9] Feit is dat Goldwyn van de opera een musical heeft gemaakt; alle dialogen worden gesproken, alleen de liederen worden gezongen.

In 1936 verhuisde Gershwin, samen met Ira, naar Beverly Hills omdat hij van RKO opdracht kreeg een paar filmmusicals te maken: Shall We Dance en A Damsel in Distress. Hij werd in Beverly Hills buurman van Arnold Schönberg met wie hij een heel vriendschappelijke band onderhield. Ze kwamen bij elkaar over de vloer, tennisten vaak en kletsten met wederzijds respect over muziek.

Gershwin heeft zich echter nooit thuis gevoeld in Hollywood. Vanaf de eerste dag dat hij er woonde, verlangde hij weer terug naar New York, hij was een geboren en getogen Brooklynner.[10]

Het laatste orkestwerk, de ouvertures en instrumentale entre’acts van de filmmusicals niet meegeteld, dat Gershwin schreef was de Suite Porgy and Bess, in 1958 door Ira omgedoopt tot Catfish Row en als zodanig bekend gebleven.

De dag voor zijn dood werd Gershwin benoemd tot lid van de Academia Sancta Caecilia te Rome.

Betekenis[bewerken | brontekst bewerken]

Gershwin kan in veel opzichten vegeleken worden met componisten als Jacques Offenbach, Johann Strauss Jr. en Georges Bizet. Ze componeerden allen hoogstaande amusementsmuziek, kenmerkend voor hun tijd, en speelden hun hoogste troef uit op het gebied van de opera. Wat Les Contes d’ Hoffmann voor Offenbach is geworden, Die Fledermaus voor Strauss en Carmen voor Bizet, is Porgy and Bess geworden voor Gershwin.[11] Met dien verstande echter dat Carmen Bizets 24e (avondvullende) opera is, en Porgy and Bess Gershwins 1e (avondvullende) opera. Gershwin heeft echter nog meer gedaan dan dat. Hij is door zijn onmiskenbare stijl een bron van inspiratie geweest voor componisten als Stravinsky, Ravel en Honegger en een hele generatie van jonge Amerikaanse componisten met als meest getalenteerde Leonard Bernstein, net als Gershwin pianist, componist en dirigent. Gershwin was melodisch en ritmisch uiterst begaafd en was een formidabel pianist, maar leerde pas laat instrumenteren en de fijne kneepjes van het vak, zoals bijvoorbeeld moduleren, door de Amerikaans-Russische componist en muzietheoreticus Joseph Schillinger (1895-1943) die sinds 1929 in de VS woonde. Gershwins meesterschap was op het eind van zijn –korte- leven echer volkomen.[12] In An American in Paris toont hij zich al een meester instrumentator. Het stuk werd wel eens voor de grap aangeduid met “L’après midi d’un faune américain”. Zijn Concerto in F wordt door velen beschouwd als de meest geslaagde en meest natuurlijke synthese van jazzelementen en symfonische elementen.

Persoonlijk leven[bewerken | brontekst bewerken]

Gershwins graftombe op Westchester Hills Cemetery, New York

Gershwin was een ongelooflijk harde werker.[13] Naast zijn concertante werken, pianistische- en directie activiteiten, schreef hij in 25 jaar tijd meer dan 500 songs (zie de oeuvre lijst)

Gershwin is nooit getrouwd geweest en heeft ook nooit een vaste relatie gehad. Hij had wel een hele schare van vrienden en vriendinnen om zich heen. Als hij op vakantie ging, reisde er altijd een hele club vrienden mee. Als hij uitgenodigd werd voor een concert of voorstelling ging hij altijd met een vriend of vriendin. Ondanks zijn vele vrienden en zijn druk society leven voelde Gershwin zich in Beverly Hills enorm eenzaam. Voor het eerst bevredigde roem en succes hem niet meer. Hij sprak constant met een soort van wanhopige manier over trouwen, terwijl hij met niemand een vaste relatie had. Op een keer schreef hij brieven aan enkele van zijn vroegere vriendinnen, waarin hij hen uitnodigde naar Californië te komen. Toen er niemand kwam opdagen, voelde hij zich nog eenzamer.

Op gegeven ogenblik had hij het gevoel verliefd te zijn op Paulette Goddard, die toen met Charles Chaplin getrouwd was. Hij voelde zich sterk tot haar aangetrokken toen hij haar tegenkwam op een galaparty in Hollywood en hij was er direct van overtuigd dat zij z’n toekomstige vrouw moest worden, ook al was ze met een ander getrouwd. Iedereen probeerde het uit zijn hoofd te praten, maar dat haalde niets uit. Toen zij, na een gesprek, hem duidelijk maakte dat ze geenszins van plan was Chaplin te verlaten, schokte hem dat heel erg. Zijn onrust en eenzaamheid werden steeds erger. Toen ook nog het bericht kwam dat zijn beste vriend, Bill Daly (aan wie hij zijn Preludes for piano had opgedragen), plotseling op 49-jarige leeftijd was overleden in december 1936, raakte hij helemaal in de put. Hij begon zich te ergeren aan zijn kaalheid en schafte allerlei dubieuze apparaten aan om dat te verhelpen. Wat allemaal niks uit haalde. Welke werking deze apparaten op zijn latente hersentumor heeft gehad, is moeilijk te zeggen, maar goed kan het in ieder geval niet zijn geweest. Zijn vroegere geest- en werkdrift verdwenen langzaam. Op gegeven ogenblik vroeg hij aan zijn vriend Alexander Steinert: “Ik ben achtendertig, rijk, beroemd, maar diep ongelukkig. Waarom?”. Zijn artsen wisten niet wat het was en beweerden dat het een zenuwinzinking was van voorbijgaande aard.[14]

Maar hij was in feite ernstig ziek. Een eerste symptoom openbaarde zich in februari 1937 tijdens een repetitie met de Los Angelos Philharmonic. Terwijl hij fragmenten uit de Porgy and Bess dirigeerde, wankelde hij opeens op zijn benen. Zijn assistent, Paul Mueller, dacht dat hij ging vallen en stoof het podium op. Maar het was al weer over en Gershwin verzekerde hem dat er niets aan de hand was. De repetitie ging door en het voorval werd vergeten. Maar die avond, tijdens een uitvoering van het Concerto in F, had hij een black-out en haperde zijn spel; later zei hij dat hij dacht dat hij brandend rubber had geroken. De artsen konden niets vinden en Gershwin nam zich voor er niet meer aan te denken. Toch herhaalde zich dit een paar keer en omstreeks juni begon hij over hevige hoofdpijn te klagen, hij werd prikkelbaar en erg nerveus. Eind juni, toen de hoofdpijnen erger werden en aanbleven, werd Gershwin opgenomen in het Cedars of Lebanon Hospital in Los Angelos. Zijn coördinatie verminderde, hij kon geen glas meer recht houden. Pianospelen ging niet meer. Uiteindelijk functioneerde niets meer. Tien juli werd George Gershwin naar de operatiekamer gebracht. Vier artsen verwijderden een grote tumor bij hem. De ingreep duurde bijna vier uur. Gershwin is niet meer bij kennis gekomen en stierf een paar uur later, op 11 juli 1937, om 10:35 uur in de ochtend op 38-jarige leeftijd.[15]

Werken[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Oeuvre van George Gershwin voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een aantal van Gershwins bekendste werken zijn:

Radio 2 Top 2000[bewerken | brontekst bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000[noot 1]
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '20
Rhapsody in Blue 599 1042 1667 - - 1997 1868 - - - - - - - - - - - - - - -
  1. Een getal geeft de plaats aan; een '*' dat het nummer niet genoteerd kon zijn, omdat het nog niet was uitgekomen, een '-' dat het nummer niet genoteerd was en een '?' betekent dat de notering nog niet verwerkt is. Een vetgedrukt getal geeft aan dat dit de hoogste notering betreft.

Bibliografie en bronvermelding[bewerken | brontekst bewerken]

Goldberg, Isaac, George Gershwin, 1931

Howard, J.T., George Gershwin, 1942

Chalupt, R., George Gershwin, 1949

Armitage, Merle, George Gershwin, Man and Legend. Van Rees Press, New York, 1958. Library of Congress Catalogue Number 58-12265

Altman, F., George Gershwin, Master Composer, 1968

Schwartz, Charles, Gershwin, His Life and Music, Abelard-Schuman, London, 1974. ISBN 0 200 72129 1

Jablonski, E., Steward, Lawrence D., The Gershwin Years, Robson Books, London, 1974. ISBN 0 903895 19 6

Kimball, Robert en Simon, Alfred, The Gershwins, Jonathan Cape, London, 1974 ISBN 0 224 01014 X

Jablonski, Edward, Gershwin Remembered, (vert. Marie-Anne van der Marck), Uitgeverij J.H.Gottmer/H.J.W.Becht, Bloemendaal, 1993. ISBN 90 257 2489 2

Pollack, Howard, George Gershwin, His Life and Work, 2006. The Regents of the University of California, Los Angeles. ISBN 978-0-520-24864-9

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie George Gershwin van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
  1. Willemze, Theo, Componistenlexicon. (blz. 166-168) Het Spectrum, Utrecht, 1981. ISBN 90-274-8975-0
  2. Corbet, A., Algemene Muziek Encyclopedie, deel 3, Unieboek, Bussem, 1980. ISBN 90 228 49333
  3. Willemze, Theo, Componistenlexicon. (blz. 166-168) Het Spectrum, Utrecht, 1981. ISBN 90-274-8975-0
  4. Ewen, David, A journey to greatness, (vert. Norbert Loeser), Uitgeverij J.H.Gottmer, Bloemendaal. 1958
  5. Pollack, Howard, George Gershwin, His Life and Work, 2006. The Regents of the University of California, Los Angeles. ISBN 978-0-520-24864-9
  6. Pollack, Howard, George Gershwin, His Life and Work, 2006. The Regents of the University of California, Los Angeles. ISBN 978-0-520-24864-9
  7. Ewen, David, A journey to greatness, (vert. Norbert Loeser), Uitgeverij J.H.Gottmer, Bloemendaal. 1958
  8. Willemze, Theo, Componistenlexicon. (blz. 166-168) Het Spectrum, Utrecht, 1981. ISBN 90-274-8975-0
  9. Pollack, Howard, George Gershwin, His Life and Work, 2006. The Regents of the University of California, Los Angeles. ISBN 978-0-520-24864-9
  10. Ewen, David, A journey to greatness, (vert. Norbert Loeser), Uitgeverij J.H.Gottmer, Bloemendaal. 1958
  11. Corbet, A., Algemene Muziek Encyclopedie, deel 3, Unieboek, Bussem, 1980. ISBN 90 228 49333
  12. Corbet, A., Algemene Muziek Encyclopedie, deel 3, Unieboek, Bussem, 1980. ISBN 90 228 49333
  13. Willemze, Theo, Componistenlexicon. (blz. 166-168) Het Spectrum, Utrecht, 1981. ISBN 90-274-8975-0
  14. Ewen, David, A journey to greatness, (vert. Norbert Loeser), Uitgeverij J.H.Gottmer, Bloemendaal. 1958
  15. Jablonski, Edward, Gershwin Remembered,(blz.195), (vert. Marie-Anne van der Marck), Uitgeverij J.H.Gottmer/H.J.W.Becht, Bloemendaal, 1993. ISBN 90 257 2489 2