George H.W. Bush

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
George H.W. Bush
George Herbert Walker Bush
George Herbert Walker Bush
Geboren 12 juni 1924
Milton (Massachusetts)
Politieke partij Republikeinse Partij
Partner Barbara Bush
Beroep Politicus
Diplomaat
Ondernemer
Religie Episcopaals
Handtekening Handtekening
41e president van de Verenigde Staten
Aangetreden 20 januari 1989
Einde termijn 20 januari 1993
Vicepresident(en) Dan Quayle
Voorganger Ronald Reagan
Opvolger Bill Clinton
43e vicepresident van de Verenigde Staten
Aangetreden 20 januari 1981
Einde termijn 20 januari 1989
President Ronald Reagan
Voorganger Walter Mondale
Opvolger Dan Quayle
11e directeur van de Central Intelligence Agency
Aangetreden 30 januari 1976
Einde termijn 20 januari 1977
President Gerald Ford
Voorganger William Colby
Opvolger Stansfield Turner
Ambassadeur naar China
Aangetreden 26 september 1974
Einde termijn 7 december 1975
President Gerald Ford
Voorganger David Bruce
Opvolger Thomas Gates
Voorzitter van het Republican National Committee
Aangetreden 19 januari 1973
Einde termijn 16 september 1974
Voorganger Bob Dole
Opvolger Mary Louise Smith
Ambassadeur naar de Verenigde Naties
Aangetreden 1 maart 1971
Einde termijn 18 januari 1973
President Richard Nixon
Voorganger Charles Yost
Opvolger John Scali
Lid van het Huis van Afgevaardigden
voor het 7e congresdistrict van Texas
Aangetreden 3 januari 1967
Einde termijn 3 januari 1971
Voorganger John Dowdy
Opvolger Bill Archer
Portaal  Portaalicoon   Politiek

George Herbert Walker Bush (Milton (Massachusetts), 12 juni 1924) is een Amerikaans oud-politicus van de Republikeinse Partij. Van 1989 tot 1993 was hij de 41e president van de Verenigde Staten.

Na zijn presidentschap trok Bush zich grotendeels terug uit het openbare leven. Zijn oudste zoon, George W. Bush, was president van 2001 tot 2009. Zoon Jeb Bush stelde zich kandidaat voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Bush is sinds het overlijden van Gerald Ford in 2006 de oudste nog levende voormalige president van de Verenigde Staten.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Bush is geboren in een politieke familie. Zijn vader Prescott Bush was bankier en senator van Connecticut van 1952 tot 1963. Zijn moeder, Dorothy Walker Bush, was de dochter van de rijke zakenman en bankier George Herbert Walker.

Bush ging naar de middelbare school genaamd Phillips Academy in Andover, Massachusetts, waar hij al vroeg aanvoerder werd van het plaatselijke honkbalteam.

In 1942 kwam hij bij de marine, waar hij piloot werd op een vliegdekschip. Hij werd de, op dat moment, jongste piloot ooit.[1] Hij onderscheidde zich in zijn functie verschillende malen. Bush werd neergehaald door de Japanners, maar gered door de Amerikaanse onderzeeër USS Finback.

Na de Tweede Wereldoorlog ging hij handelswetenschappen studeren aan Yale, waar hij lid werd van de studentenvereniging Delta Kappa Epsilon (en van het geheime genootschap Skull and Bones). Op 6 januari 1945 trouwde hij met Barbara Pierce. Samen kregen ze zes kinderen, waaronder George W. en John (Jeb) Bush.

Bush raakte in de loop van de jaren vijftig van de twintigste eeuw betrokken bij de olie-industrie en legde belangrijke contacten met de koninklijke familie van Saoedi-Arabië en de familie Bin Laden.

Zijn zonen zetten de traditie voort: George W. Bush was de 46e gouverneur van Texas van 1995 tot 2000 toen hij werd gekozen als de 43e president van de Verenigde Staten van 2001 tot 2009. Jeb Bush was de 43e gouverneur van Florida van 1999 tot 2007.

Politieke carrière[bewerken]

Bush en president Ronald Reagan in 1981

Als eerste politieke stap van Bush kan zijn werk als CIA-agent worden genoemd, waar hij in 1959 aan begon. Ook was hij betrokken bij de invasie in de Varkensbaai bij Cuba in 1961.

In 1964 daagde hij de democratische senator Ralph Yarborough uit en richtte hij zijn campagne op diens steun aan de Civil Rights Act, die elke discriminatie tegen moest gaan. Deze wet was namelijk helemaal niet populair bij de Democraten, vooral niet in het zuiden van de VS, dat voornamelijk Democratisch stemde. Yarborough was daar een van de weinige voorstanders van de wet. Bush speelde hier op in, maar toch verloor hij.

In 1966 en 1968 had hij meer geluk en werd hij verkozen als volksvertegenwoordiger in het Huis van Afgevaardigden. In de Senaat ging het hem minder goed af, want in 1970 verloor hij weer, tegen Lloyd Bentsen.

Bush was ondertussen actief geworden in vele commissies en werd ambassadeur naar de Verenigde Naties en directeur van de CIA. Volgens een memo van J. Edgar Hoover werkte hij al in 1963 voor de CIA.[2][3]

Hij was afgevaardigde voor het 7e kiesdistrict van Texas van 1967 tot 1971 toen hij zijn herverkiezing verloor. In datzelfde jaar werd hij door president Richard Nixon benoemd tot ambassadeur bij de Verenigde Naties. Hij hield deze functie tot 1973. Ten tijde van het Watergateschandaal werd Bush door Nixon gevraagd als de voorzitter van het Republican National Committee (partijbestuur). Na het aftreden van Nixon als president, werd Bush door zijn opvolger Gerald Ford benoemd tot de ambassadeur in China, een functie die hij bekleedde van 1974 tot 1975 toen hij door president Ford werd voorgedragen als de nieuwe directeur van de Central Intelligence Agency. Bush bekleedde deze functie van 1976 tot het presidentschap van Jimmy Carter in 1977.

In 1980 deed Bush voor het eerst een gooi naar het presidentschap tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1980. Hij verloor de Republikeinse voorverkiezingen aan Ronald Reagan en werd diens running mate. Reagan koos hiervoor George Bush boven Gerald Ford. Bush werd aldus vicepresident van de Verenigde Staten. Samen met Reagan versloeg hij zittend president Carter en vicepresident Walter Mondale, om vier jaar later tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1984 - toen Reagan herkozen werd - een tweede termijn als vicepresident te winnen.

Na acht jaar als vicepresident deed Bush opnieuw een gooi naar het presidentschap. Met de steun van Reagan won Bush de Republikeinse voorverkiezingen met een ruime meerderheid, zette dat succes voort tegen de Democratische kandidaat Michael Dukakis en won samen met running mate Dan Quayle de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1988.

Presidentschap[bewerken]

Bush in Irak in 1990

Na de twee ambtstermijnen van Reagan schoven de Republikeinen George Bush naar voren als hun nieuwe kandidaat. Samen met zijn running mate Dan Quayle werd hij gekozen.

Tijdens zijn ambtstermijn voerde Amerika de Golfoorlog tegen Saddam Hoessein. In augustus 1990 veroverde en bezette Irak het buurland Koeweit. Bush organiseerde daarop een internationale coalitie die het land begin 1991 weer bevrijdde.

Door het winnen van deze oorlog leek zijn herverkiezing een feit, maar door de slechte economie en belastingverhoging verloor hij toch de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1992 aan de Democratische uitdager Bill Clinton. De in de Golfoorlog opgebouwde populariteit van George H.W. Bush verminderde als gevolg van de economische crisis. Ondanks de belofte om geen nieuwe belastingen in te voeren ("Read my lips: no new taxes"), werden er toch nieuwe belastingen geheven. Mede daarom kwam hij niet tot een tweede ambtstermijn.

George Bush stelde zich kandidaat voor een tweede ambtstermijn. Hij nam het daarbij op tegen Bill Clinton en diens running mate Al Gore. Circa een jaar voor de verkiezingen leek Bush' succes in de Golfoorlog ervoor te zorgen dat hij de verkiezingen gemakkelijk zou winnen, maar de economische problemen deden hem de das om en hij verloor de verkiezingen van 1992 met een duidelijk verschil van 168 tegen 370 kiesmannen.

Latere leven[bewerken]

George H. W. Bush (uiterst links), Barack Obama, George W. Bush, Bill Clinton en Jimmy Carter in het Oval Office

Bush verliet het openbare leven, maar bleef toch actief als ex-president. Zo was hij de enige ex-president die gebruik maakte van zijn recht om CIA-rapporten te ontvangen na afloop van zijn presidentschap.

In april 1993 werd door de Koeweitse autoriteiten een Iraakse poging om Bush te vermoorden middels een aantal autobommen verijdeld. Bij de aanval zou de Iraakse Veiligheidsdienst (Jihaz Al-Mukhabarat Al-A'ma) betrokken zijn geweest. De aanslag, waarvoor 17 mensen werden opgepakt, werd twee maanden later door president Clinton beantwoord door het afvuren van 23 kruisraketten op het hoofdkwartier van de Mukhabarat. Zoon George W. Bush noemde - in de aanloop naar de Irakoorlog - dit voorval in een campagnetoespraak in september 2002 als een persoonlijke motivatie waarom de Verenigde Staten Saddam Hoessein zouden moeten afzetten met de woorden "After all, this is the guy who tried to kill my dad".[4]

Op 15 februari 2011 kreeg George H.W. Bush van president Barack Obama de Presidential Medal of Freedom uitgereikt.[5]

Hij vierde zijn 90e verjaardag met een parachutesprong. Eind 2014 werd hij opgenomen in een ziekenhuis van Houston in verband met kortademigheid.[6] In juli 2015 brak de 91-jarige Bush een nekwervel bij een val.[7]

Kabinetsleden onder G.H.W. Bush[bewerken]

Kabinetsleden Ministerie Periode Bijzonderheden
James Baker Buitenlandse Zaken 1988 - 1992 Minister van Financiën onder Reagan
Manuel Lujan Binnenlandse Zaken 1989 - 1993
Dick Cheney Defensie 1989 - 1993 Vicepresident onder G.W. Bush
Robert Mosbacher Economische Zaken 1989 - 1992
Nicholas Brady Financiën 1989 - 1993 Idem onder Ronald Reagan
Louis Wade Sullivan Gezondheidszorg + Sociale Zaken 1989 - 1993
Jack Kemp Huisvesting + Stedelijke Ontwikkeling 1989 - 1993
Richard Thornburgh Justitie 1989 - 1991 Idem onder Ronald Reagan
Clayton Yeutter Landbouw 1989 - 1991
Lauro Cavazos Onderwijs 1989 - 1990 Idem onder Ronald Reagan
Elizabeth Dole Arbeid 1989 - 1990 Minister van Transport onder Ronald Reagan
Samuel Skinner Transport 1989 - 1992
James Watkins Energie 1989 - 1993
Edward Derwinski Veteranenzaken 1989 - 1993
Laimar Alexander Onderwijs 1990 - 1993
Lynn Martin Arbeid 1990 - 1993
William Barr Justitie 1991 - 1993
Edward Madigan Landbouw 1991 - 1993
Lawrence Eagleburger Buitenlandse Zaken 1992 - 1993
Barbara Franklin Economische Zaken 1992 - 1993
Andrew Card Transport 1992 - 1993

Referenties[bewerken]

  1. (en) Lieutenant Junior Grade George Bush, USNR Naval History & Heritage Command
  2. (en) Online Journal over de memo van J. Edgar Hoover
  3. De Groene Amsterdammer over de memo van J. Edgar Hoover
  4. (en) Bush calls Saddam 'the guy who tried to kill my dad'. CNN (27 september 2002)
  5. (en) President Obama Honors Presidential Medal of Freedom Recipients, officiële website van het Witte Huis
  6. Oud-president Bush opgenomen in ziekenhuis De Telegraaf, 24 december 2014
  7. Oud-president George Bush breekt nekwervel bij val Algemeen Dagblad, 16 juli 2015
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan George H.W. Bush.