Georges-Eugène Haussmann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Georges-Eugène Baron Haussmann
Rue de Paris, temps de pluie (1877) van Gustave Caillebotte
Avenue de la Grande Armée, een van Haussmanns twaalf grote lanen die een ster vormen met als middelpunt de Arc de Triomphe. Aan de horizon is de zakenwijk La Défense met de Grande Arche (de holle witte kubus) zichtbaar
Kanaal Saint-Martin - tunnel
Kanaal Saint-Martin - sluis

Georges-Eugène baron Haussmann (Parijs, 27 maart 1809 – aldaar, 11 januari 1891) was een Frans stedenbouwkundige wiens naam verbonden is met de verbouwing van Parijs in de negentiende eeuw.

Leven en werk[bewerken]

Haussmann werd geboren in een protestantse familie van Duitse origine. Hij bracht zijn middelbareschooltijd door aan het College Henri IV, en studeerde vervolgens tegelijkertijd rechten aan de universiteit en muziek aan het Parijse Conservatorium.

In 1830 werd hij sous-préfet van Nérac. Hierna maakte hij snelle promoties in overheidsdienst. In 1849 werd hij prefect van het departement Var. In 1853 koos Jean Gilbert Victor Fialin, duc de Persigny Haussmann als prefect van het departement van de Seine. Hij werd de opvolger van Jean Jacques Berger, die zich verzette tegen de hoge uitgaves voor de keizerlijke plannen voor de verfraaiing van Parijs. Haussmann bleef tot 1870 op deze post. In 1857 werd Haussmann bovendien senator. Voor bewezen diensten verkreeg hij in 1862 het Grootkruis in het Franse Legioen van Eer.

Verbouwing van Parijs[bewerken]

Napoleon III gaf Haussmann de opdracht om plannen te maken voor de grootscheepse verbouwing van Parijs. Aanleiding voor de ingreep was het Juni-oproer van 1848; doel was onder andere een dergelijke opstand voortaan makkelijker neer te kunnen slaan. Door het aanleggen van brede boulevards op de plaats van voorheen smalle, kronkelige straatjes werd het onmogelijk voor rebellen tegen het napoleontische regime om barricades op te werpen. Bovendien kon op deze brede straten goed gebruikgemaakt worden van zwaar geschut en werden snelle troepenverplaatsingen in de stad mogelijk gemaakt.

De twaalf boulevards die Haussmann als een ster liet aanleggen met de Arc de Triomphe op de Place de l'Etoile als middelpunt, zijn met de klok mee vanaf het noorden:

Een minder geprononceerde stervorm bestaat op de Place de la Bastille en de Place de la Nation.

Complete huizenblokken werden afgebroken om dit alles mogelijk te maken: de Boulevard de Sébastopol bijvoorbeeld, waarvan de zuidelijke helft nu de Boulevard Saint-Michel is, werd dwars door een volkswijk aangelegd. Doordat de nieuwbouw langs de boulevards weinig ruimte liet voor de goedkope huisvesting die zich eerder op deze plek bevond, werd de arbeidersbevolking voortaan uit het centrum geweerd en begon uiteindelijk een trek van de armere stadsbevolking naar de banlieues, de buitenwijken/voorsteden van Parijs.

Verder liet Haussmann het Bois de Boulogne aanleggen, en liet hij verbeteringen aanbrengen in de bestaande kleinere parken. De tuinen van het Palais du Luxembourg (Jardin du Luxembourg) werden verkleind om ruimte te scheppen voor nieuwe straten. Ook liet hij het park des Buttes Chaumont aanleggen in het noordoosten. Daar zijn rotsen en watervallen nagemaakt.

Kritiek[bewerken]

Een nieuwe watervoorziening, een gigantisch rioleringssysteem, nieuwe bruggen, een ondergronds kanaal van de Avenue de la République naar de Boulevard Bourdon, het operagebouw en allerlei andere openbare gebouwen horen bij de resultaten van de nieuwe prefect Haussmann. Hiervoor moest hij "creatief" omgaan met de publieke middelen. Hiertegen richtte zich dan ook de aanklacht van Jules Ferry: Les Comptes fantastiques de Haussmann, in 1867 ("De fantastische rekeningen van Haussmann", een subtiele verwijzing naar de opera Les contes d'Hoffmann ("De verhalen van Hoffmann") van Jacques Offenbach).

In 1858 werd de Boulevard Richard-Lenoir geschapen en in 1862 werd de Boulevard Voltaire geopend, (voorheen Boulevard du Pince-Eugène). Het Canal Saint-Martin verdween hierdoor over een lengte van 2 km onder de grond, vanaf de draaibrug bij de Rue Dieu, om pas voorbij de Place de la Bastille weer bovengronds te komen bij de haven van het Arsenal. In 1906 werd een stuk aan de noordzijde van het ondergrondse gedeelte eveneens overkluisd, om er de Boulevard Jules Ferry aan te kunnen leggen, ironisch genoeg vernoemd naar Haussmanns criticus. Een van de belangrijkste redenen voor de overkluizing was dat het kanaal het leger niet zou hinderen bij het onderdrukken van opstanden.

In 1865 werd een lening van 250 miljoen franc voor de stad Parijs goedgekeurd, en in 1869 nog een van 260 miljoen. Deze bedragen waren slechts een deel van zijn financiële plannen. Bovendien werden veel huizen onteigend om ze te kunnen slopen. De gebouwen die ervoor in de plaats kwamen, waren veel voornamer en dus niet te betalen voor de vroegere bewoners. Ook gingen veel ondernemingen failliet door alle bouwactiviteiten. Dit leidde tot grote ontevredenheid onder de Parijse bevolking. Om zijn eigen populariteit wat op te krikken, liet Napoleon III de regering van Émile Ollivier Haussmann ontslaan.

Laatste jaren van zijn leven[bewerken]

Na de val van het Tweede Franse Keizerrijk bracht Haussmann een jaar in het buitenland door. In 1877 keerde hij terug in de openbaarheid toen hij een Bonapartistische afgevaardigde werd voor Ajaccio. In 1867 werd hij lid van de Académie des Beaux Arts (Academie van Schone Kunsten). Zijn laatste jaren besteedde hij zijn tijd aan zijn Mémoires (3 delen, uitgegeven 1890-1893).

Baron Haussmann ligt begraven op de begraafplaats Père Lachaise. Haussmanns werk heeft het merendeel van het middeleeuwse Parijs verwoest. Geschat wordt dat hij 60% van de bebouwing in Parijs veranderd heeft. Zijn naam blijft bewaard in de Boulevard Haussmann.