Georgië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Voor de Amerikaanse staat zie Georgia (staat)
საქართველო
Sakartvelo
Kaart
Basisgegevens
Officiële landstaal Georgisch
Hoofdstad Tbilisi
Regeringsvorm Parlementaire republiek
Staatshoofd President Salome Zoerabisjvili
Regeringsleider Premier Irakli Garibasjvili
Religie Christelijk orthodox 83,4%
Islam 10,7%[1]
Oppervlakte 69.700 km² [2]
Inwoners 3.688.647 (2022)[3]
3.713.804 (2014 census)[1]
Bijv. naamwoord Georgisch
Inwoneraanduiding Georgiër (m./v.)
Georgische (v.)
Overige
Volkslied Tavisoepleba
Munteenheid Lari (GEL)
UTC +4
Nationale feestdag 26 mei
Web | Code | Tel. .ge | GEO | 995
Voorgaande staten
Georgische SSR Georgische SSR
Democratische Republiek Georgië Democratische Republiek Georgië
1921-1991
1918-1921
Detailkaart
Kaart van Georgië
Portaal  Portaalpictogram  Landen & Volken

Georgië (uitspraak: [ɣeˈjɔrɣijə]; Georgisch: საქართველო, Sakartvelo) is een land in de Zuidelijke Kaukasus met een oppervlakte van 69.700 km² en 3,7 miljoen inwoners, gelegen op het grensvlak van Oost-Europa en West-Azië.[4][5][6] Het land grenst aan Rusland, Turkije, Armenië, Azerbeidzjan, en de Zwarte Zee. De hoofdstad is Tbilisi. De Georgische bevolking is in meerderheid christelijk en behoort hoofdzakelijk tot de Georgisch-Orthodoxe Kerk (83%).

Georgië is lid van de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, Eurocontrol, de Organisatie voor Economische Samenwerking in het Zwarte Zeegebied, en de GUAM. Sinds 2008 is Georgië een officieel aspirant-lid van de NAVO.[7] De relaties met de Europese Unie zijn via het Oostelijk Partnerschap versterkt en hebben geleid tot een Associatie- en vrijhandelsverdrag met de EU (2014), visumvrij reizen met de Schengen zone (2017) en samenwerkingsovereenskomsten met de EU agentschappen Europol (2015) en Eurojust (2019). Op 3 maart 2022 vroeg het land vrijwel tegelijkertijd met Oekraïne en Moldavië het lidmaatschap voor de Europese Unie aan.[8]

De status van de regio's Abchazië en Zuid-Ossetië vormt sinds de hernieuwde onafhankelijkheid van Georgië in 1991 een bron van gewapende afscheidingsconflicten waarbij buurland Rusland regelmatig een grote rol speelde. De Georgische overheid heeft in de praktijk geen gezag meer over deze gebieden die sinds de jaren 1990 de facto onafhankelijk zijn en sinds de oorlog in 2008 feitelijk door Rusland gecontroleerd worden. De relatie met Rusland is voornamelijk om die reden slecht.

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

Georgiërs noemen zichzelf Kartvelebi (ქართველები), hun land Sak’art’velo (საქართველო), en hun taal Kartuli (ქართული). De naam is afgeleid van Kartlos, kleinzoon van de Bijbelse Jafet, die beschouwd wordt als de vader van alle Georgiërs.

De naam Sakartvelo (საქართველო) bestaat uit twee stukken, waarbij de stam kartveli-i (ქართველ-ი) de beschrijving is van de bewoners in het centraal gelegen KartliIberië in de klassieke oudheid. De oude Grieken (Strabo, Herodotus, Plutarchus, enz.) en de Romeinen (Titus Livius, Publius Cornelius Tacitus, enz.) noemden het jonge oostelijke deel van Georgië Iberië en het westen Colchis.

De internationaal gebruikte naam Georgië is afgeleid van de hellenistische term (Oudgrieks: Γεωργία), afgeleid van Georgios (Grieks: Γεώργιος), een Griekse naam die boer betekent. Georgië betekent hierin boerenland. Het Perzische Virshan betekent land van de wolf, verwijzend naar de grijze wolf die er vandaag de dag nog steeds leeft.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Geschiedenis van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vroege geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Koningin Tamar van Georgië (1160-1213)

De geschiedenis van Georgië gaat terug tot het neolithicum. Archeologen hebben oude nederzettingen teruggevonden uit het 5e millennium v.Chr. in de regio Imiris-gora in Oost-Georgië.

Koning Vachtang VI van Oost-Georgië, de belangrijkste Georgische staatsman in het begin van de 18e eeuw.

Westelijk Georgië was in de 7e eeuw v.Chr. bekend als het koninkrijk Colchis (onder meer in het verhaal van de Argonauten) en later stond de westelijke kuststreek bekend als Egrisi. De oostelijke bergstreek, namelijk het koninkrijk Iberië, heeft sinds de 4e eeuw v.Chr. als een zelfstandige staat bestaan. Daar lagen de oude culturele hoofdstad Mtscheta en de latere hoofdstad Tbilisi. Beide koninkrijken zijn enkele malen geannexeerd door Perzische dynastieën, namelijk door de Achaemeniden en de Sassaniden. In 65 v.Chr. werd het gebied veroverd door de Romeinse veldheer Pompeius, en beide koninkrijken werden vazalstaten van het Romeinse Rijk.

In 337 werd het christendom de officiële godsdienst van het land. Vanaf het midden van de 7e eeuw tot de 9e eeuw was Georgië een Arabische vazalstaat. In 813 kwam de macht in de handen van de Bagratidendynastie, die ook in Armenië heerste. In 888 werd in Iberië (oostelijk Georgië) het koningschap hersteld. Daarna behielden de Georgiërs gedurende ongeveer 1000 jaar min of meer hun onafhankelijkheid onder dezelfde dynastie. In 978 werden de westelijke en oostelijke delen van Georgië verenigd onder Bagrat III en in 1008 was het een eenheid als het koninkrijk Georgië (tot 1466). Alleen de hoofdstad Tbilisi bleef nog een eeuw in de handen van de moslims.

In de 7e eeuw ontstond een eigen christelijke literatuur. De Georgische cultuur bereikte aan het einde van de 10e eeuw een lange periode van bloei, die duurde tot het midden van de 13e eeuw. Enkele van de beroemdste heersers waren koning David de Bouwer en koningin Tamar, die beiden heilig verklaard werden door de Georgisch-Orthodoxe Kerk. Het koninkrijk Georgië omvatte op zijn hoogtepunt (rond 1200) ook het huidige Azerbeidzjan, Armenië en gebieden in de Noordelijke Kaukasus. Het keizerrijk Trebizonde werd opgezet door koningin Tamar als satellietstaat.

Tot 1804[bewerken | brontekst bewerken]

Catharina Dadiani, de laatste vorstin van Mingrelië (West-Georgië)

Door de invallen van de Mongolen, vanaf 1220, kwam aan deze bloeiperiode op wrede wijze een einde. Na Alexander I (1412–1443), de laatste koning van geheel Georgië, werd het gebied verdeeld in een aantal kleine vorstendommen. In 1762 ontstond uit de twee Georgische vorstendommen Kartli en Kachetië het koninkrijk Kartli-Kachetië.

In 1783 tekende dit koninkrijk, na zware verwoestingen door Turkse en Perzische invasies, met het Russische Rijk het Verdrag van Georgiejevsk, waardoor het een protectoraat werd van dit rijk. Op 22 december 1800 tekende tsaar Paul I, naar verluidt op verzoek van koning Giorgi XII, voor een unie tussen zijn rijk en Kartli-Kachetië. De proclamatie trad in werking op 18 januari 1801. Daarop werd de monarchie van Kartli-Kachetië afgeschaft en werd Giorgi XII in ballingschap gestuurd.[9]

1804: onderdeel van Russische Rijk[bewerken | brontekst bewerken]

Verklaring van onafhankelijkheid 1918

In 1804 werd Georgië een integraal onderdeel van het Russische Rijk. Het koninkrijk Imereti (West-Georgië) volgde in 1810, nadat de opstand onder leiding van Salomo II was neergeslagen.[10] Tussen 1803 en 1878 werden enkele overige gedeelten van het huidige Georgië (Batoemi, Achaltsiche, Poti en Abchazië alsook het later weer Turkse Artvin) veroverd tijdens een aantal Russisch-Turkse oorlogen. Voor de Georgisch-Orthodoxe Kerk betekende de Russische inlijving dat het eigen patriarchaat werd opgeheven en de Georgische christenen deel gingen uitmaken van de Russisch-Orthodoxe Kerk.

Georgië was vlak na de Russische Revolutie tussen 1918 en 1921 drie jaar onafhankelijk als de mensjewistische Democratische Republiek Georgië, waarna het Rode Leger het heroverde en daarop de Sovjet-Unie Georgië, eerst samen met Armenië en Azerbeidzjan, tot de Transkaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek vormde om in 1936 te worden afgesplitst als de Georgische SSR, in het Nederlands meestal ‘Groezië’ genoemd naar de Russische naam Groezische SSR voor het gebied.

1991: Republiek Georgië[bewerken | brontekst bewerken]

De huidige republiek Georgië is ontstaan toen het de onafhankelijkheid uitriep op 9 april 1991 tijdens het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De eerste president was Zviad Gamsachoerdia, die begin 1992 door een staatsgreep werd afgezet. Het presidentschap werd tijdelijk ‘afgeschaft’ en tegenstander Edoeard Sjevardnadze werd benoemd tot voorzitter van de Georgische Staatsraad en kreeg daarmee de macht in handen. In november 1995 werd Edoeard Sjevardnadze gekozen tot de tweede president van de Georgische Republiek.

Abchazië en Zuid-Ossetië maken juridisch gezien deel uit van Georgië maar zijn feitelijk afgescheiden staatjes onder controle van Rusland (daarom ook wel vazalstaten genoemd) met een eigen regering. De bevolking bestaat maar voor een klein deel uit etnische Russen. Wel heeft Rusland sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gul Russische paspoorten verstrekt aan bewoners van Abchazië en Zuid-Ossetië. De inwoners van deze gebieden kunnen aanspraak maken op een Georgisch paspoort, daar beide gebieden volgens het internationale recht tot Georgië behoren, maar in dat geval is het niet mogelijk een lokaal paspoort te verkrijgen. Tevens zouden zij dan erkennen tot Georgië te behoren. Zo claimt Rusland dat een groot deel van de bevolking van Zuid-Ossetië en Abchazië Russisch staatsburger is. Rusland heeft met name sinds 2008 duizenden soldaten gestationeerd in zowel Abchazië als Zuid-Ossetië. Georgië werd net zoals andere voormalige Sovjetrepublieken lid van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). Door het conflict met Rusland over Zuid-Ossetië besliste Georgië op 12 augustus 2008 uit het GOS te stappen, wat een jaar later een feit werd.[11]

2003: Rozenrevolutie[bewerken | brontekst bewerken]

Rozenrevolutie, november 2003

In november 2003 waren er parlementsverkiezingen waarbij de partij van zittend president Edoeard Sjevardnadze volgens de officiële uitslag de meeste stemmen kreeg. De toezichthoudende OVSE constateerde echter onregelmatigheden. Op 22 november werd Sjevardnadze door een volksopstand onder leiding van oppositieleider Micheil Saakasjvili verdreven. Op 23 november nam Sjevardnadze ontslag. Deze door Saakasjvili geleide revolutie wordt in Georgië de Rozenrevolutie genoemd. In afwachting van nieuwe verkiezingen werd parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze tot interim-president benoemd, waarna Saakasjvili op 4 januari 2004 werd gekozen tot president. Hij wist dat voorjaar het gezag over Adzjarië te herstellen, door de lokale leider Aslan Abasjidze tot ontslag te dwingen. Deze vluchtte vervolgens naar Moskou. Saakasjvili was onder meer gekozen met de belofte het centrale gezag over het hele land te herstellen. Na de geweldloze operatie jegens Adzjarië, ging hij in de zomer van 2004 de mist in met Zuid-Ossetië waar hij hetzelfde probeerde. Dit zette sindsdien de relaties met Rusland op scherp dat al met Adzjarië had gezien dat het Saakasjvili ernst was. Saakasjvili deed bij zijn aantreden beloften op zowel democratisch als economisch vlak. De hervormingen gingen snel en soms met harde hand, onder andere tegen oppositiegeluid en media, waardoor Saakasjvili's populariteit daalde. Grote demonstraties in november 2007 noopten Saakasjvili ertoe voortijdige presidentsverkiezingen uit te schrijven voor een nieuw mandaat. Parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze werd voor de tweede keer tot interim-president benoemd en Saakasjvili won de verkiezingen in januari 2008, zij het minder overtuigend dan in 2004.

2008: Oorlog in Zuid-Ossetië[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Russische invasie van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Naar aanleiding van de oorlog is de EUMM waarnemersmissie sinds 2008 actief

Na de mislukte Georgische poging in 2004 het gezag over Zuid-Ossetië te herstellen verslechterden de relaties met Rusland zienderogen. Dit leidde vanaf 2006 tot onder meer een Russisch afgekondigde luchtvaartboycot, een handelsboycot van diverse populaire Georgische exportproducten zoals wijn en mineraalwater, de sluiting van de enige directe grensovergang bij Stepantsminda, en deportatie van duizenden Georgiërs uit Rusland. Toen westerse landen in winter 2008 de onafhankelijkheid van Kosovo erkenden en kort daarop Georgië en Oekraïne een zogeheten open-deur uitnodiging kregen van de NAVO om op termijn lid te worden, liepen de spanningen rond Zuid-Ossetië snel op. Dit culmineerde in augustus 2008 in een Russisch-Georgische oorlog om het gebied. Enkele uren nadat de Georgische krijgsmacht in de nacht van 7 op 8 augustus 2008 een operatie was gestart om de "constitutionele orde te herstellen" over Zuid-Ossetië, zond Rusland troepen over de Russisch-Georgische grens, die richting Tschinvali trokken.

De Russische premier Vladimir Poetin verklaarde dat Rusland zijn eigen staatsburgers (in Zuid-Ossetië) moest beschermen, zowel de eigen gestationeerde vredeshandhavers als de Osseten met een Russisch paspoort, en dat Georgië zich schuldig maakte aan 'etnische reiniging' en genocide. Rusland beperkte de invasie niet tot het conflictgebied, maar viel ook strategische doelen aan in heel Georgië, eerst uit de lucht, maar later over land. De Russische luchtmacht bombardeerde tevens de Kodori-vallei, het enige deel van Abchazië dat onder Georgisch gezag stond en als zetel diende van de Georgisch erkende autonome regering van Abchazië. Na vijf dagen werd op 12 augustus een staakt-het-vuren bereikt door bemiddeling van de Franse president Nicolas Sarkozy namens de Europese Unie. In het Georgische Gori, de geboorteplaats van Jozef Stalin, kwamen kort voordat het staakt-het-vuren op 12 augustus 2008 zou ingaan nog meerdere inwoners en de Nederlandse RTL 4-cameraman Stan Storimans om het leven door een Russische ballistische raket.

Vanaf oktober 2008 ging een Europese waarnemersmissie (EUMM) van start die moest toezien op het akkoord. De missie kreeg echter geen toegang tot de twee afscheidingsgebieden. Twee weken na het akkoord erkende Rusland de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië, en stationeerde het tegen het akkoord in duizenden militairen in beide gebieden. Sindsdien beschouwt Georgië beide gebieden onder Russische bezetting. Een lijvig rapport van de Europese Unie concludeerde in 2009 dat de Osseten zich tijdens en na de oorlog schuldig hadden gemaakt aan grootschalige etnische zuiveringen, het sprak Rusland hierop aan, en sprak de Georgiërs van deze beschuldigingen vrij.

2012: Machtswisseling[bewerken | brontekst bewerken]

Georgië gold als kroonjuweel van het EU Oostelijk Partnerschap maar is sinds 2020 van haar voetstuk gevallen.

De regering van Saakasjvili stond ondanks grote successen met de jaren steeds meer onder druk. Hem werd verweten dat de wijze waarop hij de situatie rond Zuid-Ossetië liet escaleren bij had gedragen aan het verlies van controle over delen van het land en de Russische bezetting. Belangrijker nog waren de toenemende autoritaire trekken van zijn regering dat zich tegen hem keerde. Rond 2012 kende het land naar rato een van de grootste gevangenispopulaties in de wereld.[12] Niettemin kreeg Georgië binnen het Oostelijk Partnerschap van de EU perspectief op een associatie- en vrijhandelsverdrag, een erkenning van de grote stap voorwaarts die het land had gemaakt sinds de Rozenrevolutie. Voor de EU was een ordentelijk verloop van de verkiezingen voor het parlement in 2012 een voorwaarde voor een succesvolle afronding van het verdrag.[13] Het land had nog niet eerder een vreedzame en democratisch afgedwongen machtswisseling meegemaakt sinds de onafhankelijkheid.

Middenin de verkiezingscampagne van 2012 werden video's van mishandeling in het gevangeniswezen gelekt, wat de doorslag gaf in de stembusgang. De oppositiecoalitie rond de Georgische Droom-partij onder leiding van multimiljardair Bidzina Ivanisjvili won de verkiezingen van de Verenigde Nationale Beweging van Saakasjvili en vormde een nieuwe regering. Deze machtswisseling was een primeur voor het land, en werd gecompleteerd met de presidentsverkiezing van 2013 waarmee ook de transitie naar een parlementaire republiek werd volmaakt. In juni 2014 tekende Georgië tegelijkertijd met Oekraïne en Moldavië het associatie- en vrijhandelsverdrag met de EU, en volgde in 2017 visumvrij reizen met de Europese Schengenzone. In deze periode werd Georgië gezien als koploper in het Oostelijk Partnerschap.[14] De regerende Georgische Droom partij won de verkiezingen van 2016 en 2020.

Er kwamen echter steeds meer signalen van 'state capture' door de Georgische Droom, geregisseerd door oprichter Ivanisjvili die geen officiële politieke functie vervult maar wel macht en invloed uitoefent over alle lagen van de staat. Tevens lieten partijleiders van de Georgische Droom zich steeds meer van een illiberale en soms expliciet anti-westerse kant zien in publieke uitingen.[15] Niettemin vroeg de Georgische regering onder publieke druk in maart 2022 het lidmaatschap aan voor de EU. De EU gaf de Georgische regering huiswerk mee voordat het een kandidaat-status zou kunnen krijgen, waaronder het aanpakken van de invloed van Ivanisjvili. De teleurstelling onder de bevolking was groot, en het Europese oordeel tot de wachtkamer leidde tot een grote pro-Europese volksmanifestatie in Tbilisi, een van de grootste demonstraties in vele jaren. 85% van de Georgische bevolking wil dat het land lid wordt van de EU.[16]

Geografie[bewerken | brontekst bewerken]

Hoge bergen, diepe dalen en...
...weidse riviervalleien in Georgië
Zie Geografie van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Fysieke kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

Het land wordt in het noorden begrensd door de Grote Kaukasus en in het zuiden door de Kleine Kaukasus. Zuid-Georgië bestaat verder onder andere uit de lavaplateaus van de Kleine Kaukasus met oude vulkaankegels. Georgië is erg geaccidenteerd. Het Lichigebergte verdeelt het land in oost en west en vormt een geografische verbinding tussen de Grote en Kleine Kaukasus. De hoogste berg is de Sjchara (5193 meter), andere kenmerkende hoge bergen zijn de Janga (5051 meter), de Kazbek (van vulkanische oorsprong, 5047 m), de Sjota Roestaveli (4970 m), de Tetnoeldi (4858 m) en de Oesjba (4710 m).

Zowel de Grote- als de Kleine Kaukasus bestaan uit diverse subgebergtes, met hun eigen karakteristieken. Onderdeel van de Grote Kaukasus zijn onder andere de Egrisi-, Svaneti-, Sjoda-Kedela-, Letsjchoemi-, Ratsja en Goedamakarigebergtes, terwijl de Trialeti-, Mescheti- en Samsarigebergtes onderdeel zijn van de Kleine Kaukasus.

Het westen van Georgië, met name ten westen van Samtredia, is laagland met moerassen in het kustgebied bij Poti. Hier ligt het Nationaal park Kolcheti. Het zuidoostelijk grensgebied met Azerbeidzjan kenmerkt zich door een aride semi-woestijn landschap, zoals in het Nationaal park Vasjlovani. De belangrijkste rivieren zijn de Rioni, die in de Zwarte Zee uitmondt en de Koera en Alazani die in de Kaspische Zee uitmonden. De Alazani is met 391 km de langste rivier in Georgië, en de 333 km lange Rioni de langste rivier die geheel in Georgië ligt.

Klimaat[bewerken | brontekst bewerken]

Door grote hoogteverschillen die variërend zijn van het zeeniveau tot bergpieken, heeft Georgië een klimatologische variatie.[17] Het land heeft algemeen gezien een subtropisch klimaat, de hellingen en hoogtes van de Kaukasus zijn droger en hebben een steppeklimaat. De kuststreek van de autonome republiek Adzjarië,[18] in het zuidwesten van het land, wordt gekenmerkt door een zeer vochtig klimaat. Zo heeft de regionale hoofdstad Batoemi, gelegen aan de Zwarte Zee, een gemiddelde neerslag van ongeveer 2700 mm per jaar (dat is meer dan drie keer zoveel als de gemiddelde neerslag in Nederland en België).

Bevolking[bewerken | brontekst bewerken]

Demografie[bewerken | brontekst bewerken]

Bevolkingsontwikkeling Georgië vanaf 1950
   Oorspronkelijk vastgestelde/geschatte inwoners vanaf 1950[20][22][24]
   Correctie door middel van retro-projectie (1994-2017) door VN & Geostat[26][27]
Noot: 1993-1994 daling komt voornamelijk door weglaten Abchazië en Zuid-Ossetië uit statistiek.[28]

Georgië telt 3,7 miljoen inwoners (2022), exclusief de afscheidingsgebieden.[29] Sinds de onafhankelijkheid in 1991 is de bevolking in hoog tempo van bijna 5,5 miljoen in 1992 met circa 1,8 miljoen gekrompen. Vanaf 2013 stabiliseerde het bevolkingsaantal rond de 3,72 miljoen. [3] Aan de grote langjarige daling liggen een aantal oorzaken ten grondslag: grootschalige migratie, een meerjarig negatieve natuurlijke bevolkingsaanwas, en het verlies van de controle over Abchazië en Zuid-Ossetië, waardoor deze vanaf 1994 niet meer mee worden geteld in de statistieken. Deze twee gebieden hebben bij elkaar ongeveer 300.000 inwoners. In 2021 zakte het aantal inwoners onverwachts met 40.000 onder de 3,7 miljoen (3.688.647), het laagste aantal sinds de onafhankelijkheid, wat de voorzichtige groei sinds 2013 in één klap teniet deed.[3]

Migratie - Met de val van de Sovjet Unie in 1991 ontstond er een ongekend grote migratie dynamiek. Georgië werd in een rapport van de Wereldbank uit 2007 genoemd als een van de landen met de meeste emigratie ter wereld, in verhouding tot de bevolkingsomvang.[30] Dit gebeurde als gevolg van twee migratiebewegingen: Georgiërs die in andere Sovjetrepublieken woonden en werkten, keerden (initieel) terug naar hun moederland, terwijl andere nationaliteiten juist Georgië verlieten.[31] Zo registreerde de volkstelling van 1989 341.000 etnische Russen in Georgië (6,3% van de bevolking)[32] wat in 2002 was gedaald tot 67.648 en in 2014 tot 26.453 (0,7%).[33] Het aandeel etnische Georgiërs is tussen 1989 en 2002 met 10% gestegen, van 73,7% tot 83,7% van de bevolking.[35]

Als gevolg van burgeroorlogen en crises van de jaren negentig en de daaropvolgende slechte economische vooruitzichten, emigreerden ook steeds meer etnische Georgiërs.[31] Vooral inwoners met een hogere opleiding die werk konden vinden in een van de staten van het GOS (met name Rusland) en later ook in West-Europa en de VS, verlieten het land. Rusland ontving verreweg de meeste migranten uit Georgië, zowel Georgiërs als andere etniciteiten. Volgens gegevens van de Verenigde Naties in 2000 in totaal 625 duizend, wat in 2019 was gedaald tot 450 duizend. De Russische volkstelling van 2010 registreerde ongeveer 158.000 etnische Georgiërs in Rusland.[36] De grootste Georgische gemeenschap bevindt zich in de Russische hoofdstad Moskou, waar volgens Russische gegevens anno 2014 ongeveer 40.000 Georgiërs wonen.[37] In 2006, op het hoogtepunt van de Georgisch-Russische spionagecontroverse, werden enkele duizenden Georgiërs uit Moskou gedeporteerd naar Georgië. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft Rusland hiervoor veroordeeld.[38]

Census 2014 - In 2014 is een volkstelling uitgevoerd in samenwerking met het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA). De telling constateerde een gat van circa 700.000 inwoners ten opzichte van de lopende gegevens van het Nationaal Statistisch Bureau, Geostat, die cumulatief waren gebaseerd op de volkstelling van 2002. Na onderzoek bleek dat de volkstelling van 2002 8 à 9 procent te hoog was uitgevallen,[39] wat door heeft gewerkt in daaropvolgende jaren. Een door UNFPA gestelde verklaring is dat families van emigranten hen als inwoners bleven opgeven uit angst rechten of privileges te verliezen. Andere factoren waren onder meer een gebrek aan kwaliteit in het registratiesysteem van migratie, geboorte, sterfte en huwelijken. Pas rond 2010 werden delen van het systeem weer betrouwbaar. Met ondersteuning van het UNFPA is er retroprojectie gedaan op de demografische data van 1994-2014. De resultaten van het project zijn in 2018 gepresenteerd en gepubliceerd.[40][25] Aan de hand van deze terugmodellering heeft Geostat de gegevens voor deze jaren gecorrigeerd, zowel in de jaarlijkse publicaties vanaf 2018, als in de publiek toegankelijke database.[23] In juni 2022 werd de volkstelling voor 2024 aangekondigd.[41]

Abchazië en Zuid-Ossetië - De burgeroorlogen in de jaren 1990 in Abchazië en Zuid-Ossetië leidden ertoe dat meer dan 300.000 mensen hun huizen ontvluchtten en werden verjaagd, vooral Georgiërs die naar andere delen van het land zijn gevlucht en sindsdien maar beperkt hebben kunnen terugkeren. Als gevolg van de oorlog in 2008 rond Zuid-Ossetië raakten nog eens ruim 100.000 mensen ontheemd, waarvan slechts een deel, met name Osseten, is teruggekeerd. Circa 26.000 Georgiërs kunnen permanent niet terug naar Zuid-Ossetië en wonen in speciale dorpen.[42] In totaal telt Georgië in 2021 ongeveer 290.000 geregistreerde interne vluchtelingen (inclusief geboortes sinds de vlucht).[43] Een deel van de oorspronkelijke vluchtelingen is opgegaan in de Georgische maatschappij en maakt geen deel uit van deze statistiek. De bevolking in Abchazië is sinds 1989 met ruim 300.000 gekrompen naar 214.000 in 2003.[44] Terwijl in Zuid-Ossetië de bevolking ongeveer is gehalveerd tot ruim 50.000.[45] In beide regio's groeit het aantal weer in lichte mate.

Urbanisatie - Tot de Tweede Wereldoorlog was Georgië een typische landbouwstaat. Politicoloog Karl Kautsky noemde Georgië in 1921 een sociaaldemocratische boerenrepubliek. Met de door Stalin bevolen industrialisatie trokken steeds meer mensen naar de grote steden. Anno 2021 leeft ongeveer 59% van de inwoners in een van de stedelijke gebieden en de overige 41% in dorpen en op het platteland. Ongeveer 30% van de bevolking woont in hoofdstad Tbilisi.

Grote steden[bewerken | brontekst bewerken]

Hoofdstad Tbilisi
Tweede stad Batoemi
Zie Lijst van grootste plaatsen in Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De tien grootste steden van Georgië. Voor het eerst sinds de volkstelling van 2014 daalde het aantal inwoners in 2021 in vrijwel alle grote steden. De langjarige snelle krimp van Koetaisi zette onverminderd door: de stad was in 2021 de grootste krimpstad van Georgië. Data van afscheidingsregio's Abchazië en Zuid-Ossetië worden na 1994 door Georgië betwist en niet erkend.

Plaats Georgisch 1989 2002 2014 2021 2022 Regio
Tbilisi თბილისი 1.246.900 1.073.345 Gedaald 1.078.297 Gestegen 1.172.010 Gestegen 1.171.227 Gedaald Tbilisi
Batoemi ბათუმი 136.900 121.806 Gedaald 152.839 Gestegen 172.063 Gestegen 173.745 Gestegen Adzjarië
Koetaisi ქუთაისი 232.500 185.965 Gedaald 147.635 Gedaald 134.378 Gedaald 129.305 Gedaald Imereti
Roestavi რუსთავი 159.000 116.384 Gedaald 125.103 Gestegen 130.072 Gestegen 128.788 Gedaald Kvemo Kartli
Sochoemi სოხუმი 119.200 a 43.716 Gedaald a 64.025 Gestegen b 65.331 Gestegen Abchazië
Gori გორი 67.800 49.516 Gedaald 48.143 Gedaald 45.390 Gedaald 44.524 Gedaald Sjida Kartli
Poti ფოთი 50.600 47.149 Gedaald 41.465 Gedaald 41.536 Gestegen 41.100 Gedaald Samegrelo-Zemo Svaneti
Zoegdidi ზუგდიდი 49.600 68.894 Gestegen 42.998 Gedaald 41.456 Gedaald 40.688 Gedaald Samegrelo-Zemo Svaneti
Tschinvali ცხინვალი 42.300 c 30.000 Gedaald d 30.432 Gestegen d 32.906 Gestegen d 33.054 Gestegen Zuid-Ossetië
Khashuri ხაშური 31.700 28.600 Gedaald 26.135 Gedaald 24.935 Gedaald 24.601 Gedaald Sjida Kartli
Verantwoording data: Sovjetvolkstelling 1989,[46] volkstelling 2002,[46] volkstelling 2014[47] en bevolkingsoverzicht 1-1-2021[48]

a Abchazische volkstelling 2003 en data 2014 in jaaroverzicht 2015.[44]
b Statistiek Abchazië 2021.[49]
c Schatting. Bron 2002 onbekend.
d Volkstelling oktober 2015[45] en jaardata 1 januari 2021[50] en 2022[51] volgens het Zuid-Ossetische statistisch bureau.

Bevolkingsgroepen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Azerbeidzjanen in Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De meerderheid van de bevolking bestaat volgens de volkstelling van 2014 uit Georgiërs (86,8%), onder wie de Adzjaren, Mingreliërs en Svaneten. Belangrijke etnische minderheden zijn de Azerbeidzjanen (6,3%), Armeniërs (4,5%), Russen (0,7%), Osseten (0,4%), Jezidi's (0,3%), Oekraïners (0,2%), Kisten (0,2%) en Assyriërs (0,1%). De overige 0,5% omvat talloze kleinere bevolkingsgroepen zoals Abchaziërs, Batsen, Chinezen, Georgische Joden, Pontische Grieken, Kabardijnen, Koerden, Tataren en Turken. De Georgische volkstelling van 2014 is niet gehouden in de afscheidingsregio's Abchazië en Zuid-Ossetië. Met inbegrip van deze gebieden zou het aandeel Abchazen en Osseten respectievelijk 3,1% en 1,6% zijn op basis van data voor 2015 van deze regio's.[52][45]

De Azerbeidzjanen zijn in de regio Kvemo Kartli qua aantal ongeveer even groot als de Georgische bevolking. De Armeniërs wonen vooral in het zuiden en vormen in de regio Samtsche-Dzjavacheti zelfs een meerderheid. Hier waren in oktober 2005 protesten voor gelijke economische behandeling en autonomie, die echter met geweld werden neergeslagen door de politie. De autonomie vraag wordt af en toe door Rusland opgeworpen, maar leeft verder weinig onder de lokale bevolking.[53][54]

Sinds de val van de Sovjet-Unie is een groot deel van de Georgische joden naar Israël en Amerika geëmigreerd. De Georgische joden stammen af van de Perzische joden en behoren daarmee tot de Mizrachi-Joden. Deze joden vestigden zich in Georgië vanaf 600 voor Christus, ze hadden er de status van lijfeigene. Dit lijfeigenschap werd in 1864 afgeschaft, joodse ex-lijfeigenen werden pachters. Vanaf 1870, met de opkomst van het zionisme emigreerden velen naar Israël. Deze emigratie lag stil tijdens het Sovjetbewind en kwam weer op gang na de perestrojka. In de Sovjetperiode leefden er ook ongeveer 25.000 Kaukasusduitsers en een groot aantal Mescheten, die met andere volken in de jaren veertig door Stalin werden gedeporteerd naar Centraal-Azië en Siberië. Na 1955, toen ze dit gebied weer mochten verlaten, keerden slechts weinigen van hen terug naar Georgië.

Sinds de jaren 1990 emigreerde een groot deel van de Pontische Grieken naar Griekenland, en vertrokken ook veel Russen vanaf 1989 naar Rusland. Het Russisch aandeel in de totale bevolking daalde van 6,3% in 1989 naar 0,7% in 2014, waarbij het merendeel in de jaren 1990 vertrok (census 2002: 1,5%).

Taal[bewerken | brontekst bewerken]

De Georgiërs spreken in meerderheid Georgisch, een Zuid-Kaukasische taal. Naast het Georgisch, dat in het hele land geldt als officiële taal, is het Abchazisch een officiële taal in Abchazië, wat is vastgelegd in artikel 2 van de Georgische grondwet.[55] In het westen van het land wordt het aan Georgisch verwante (maar niet officieel erkende) Mingreels gesproken en in de Kaukasusbergen het eveneens verwante Svanetisch en Lazisch. Daarnaast spreken niet-Georgische groepen in het land naast het Georgisch veelal een eigen taal, zoals het bijna uitgestorven Batsbi in en rond Toesjeti en de Pankisivallei en die verwant is aan het Tsjetsjeens en Ingoesjetisch.

Ongeveer 87,6% van de bevolking heeft een van de Georgische talen als moedertaal, 6,2% Azerbeidzjaans, 3,9% Armeens en 1,2% Russisch in het door Tbilisi gecontroleerde deel van Georgië. Het Ossetisch wordt door ruim 5.000 mensen als moedertaal gesproken, vooral in dorpen langs de conflictlijn. Het Abchazisch speelt geen enkele rol buiten Abchazië.[56]

Religie[bewerken | brontekst bewerken]

De Georgiërs zijn in grote meerderheid christelijk. De bekering van het koninkrijk Iberië, het huidige Georgië, tot het christendom begon in de vroege vierde eeuw toen (de latere beschermheilige) Nino rond het jaar 320 naar het land vluchtte en inwoners evangeliseerde. Koning Mirian III liet zich in 334 bekeren op de plek van het 6e-eeuwse Dzjvariklooster, dat bovenop een heuvel staat aan de overkant van de Aragvi rivier bij de hoofdstad van Iberië Mtscheta, en verklaarde in 337 het christendom als staatsgodsdienst. In Mtscheta bij de samenvloeiing van de Mtkvari en Aragvi rivieren, op de plek waar tegenwoordig de 11e-eeuwse Svetitschoveli-kathedraal staat, werd op Nino's aanwijzen de eerste Georgische kerk gebouwd. Nino trok zich aan het eind van haar leven terug in Bodbe in Kacheti waar ze overleed en begraven is. Deze plekken zijn nog steeds belangrijk voor de Georgische nationale en christelijke identiteit.

Volgens de volkstelling van 2014[1] behoort 83% tot de oosters-orthodoxe kerken, hoofdzakelijk de Georgisch-Orthodoxe Kerk, maar ook een klein deel de Russisch-Orthodoxe Kerk, vooral de Osseten. Bijna 11% van de bevolking is islamitisch. Dit betreft de Azerbeidzjaanse (sjiitisch) minderheid in het zuidoosten en de Adzjaren (soennitisch) in het zuidwesten. 3% behoort tot de Armeense Apostolische Orthodoxe Kerk.

Verder is een 0,5% katholiek, waaronder katholieken die de Latijnse ritus volgen, Georgisch-Byzantijns-katholieken en Armeens katholieken. De Abchaziërs zijn voornamelijk Russisch-orthodoxe christenen, maar ook deels soennitische moslims. Er zijn ook kleine joodse gemeenschappen. De Heilige Nino en Joris (Georgius) zijn de beschermheiligen van Georgië.

Een bijzondere religieuze minderheid vormen de Jezidi's, Koerden wier godsdienst een mengeling is van islam, christendom en andere religies. Volgens de volkstelling van 2014 betreft het ruim 12.000 inwoners (0,3%). Veel Jezidi's zijn na de onafhankelijkheid uit Georgië geëmigreerd vanwege onder meer discriminatie. In 1989 was het aantal nog circa 33.000.[57]

Bestuur en politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Parlement aan de Roestavelilaan in Tbilisi

Georgië is een representatieve democratie en sinds 2013 een parlementaire republiek, met een president als grotendeels ceremonieel staatshoofd. De uitvoerende macht ligt bij het kabinet, samengesteld uit ministers onder leiding van de premier, dat wordt benoemd door het parlement van Georgië dat in hoofdstad Tbilisi zetelt. Salome Zoerabisjvili is sinds december 2018 de president van Georgië welke termijn in 2024 afloopt. Irakli Garibasjvili is sinds februari 2021 premier van Georgië.

Grondwet[bewerken | brontekst bewerken]

De huidige grondwet werd op 24 augustus 1995 door parlementsvoorzitter en staatshoofd Edoeard Sjevardnadze bekrachtigd na een proces van twee jaar en was een van zijn belangrijkste opdrachten toen hij in 1992 naar Georgië terugkeerde.[58] De grondwet is sindsdien meermaals aangepast.[55] In 1993 besloot Sjevardnadze een constitutionele commissie in te stellen met als doel een herziene versie van de grondwet uit 1921 te formuleren. Deze had de Democratische Republiek Georgië op de valreep van de Sovjet-invasie aangenomen en werd in de vroege jaren 1990 als basis van het onafhankelijke Georgië gezien, maar uiteindelijk kwam er een geheel nieuwe grondwet.

Bestuurlijke indeling[bewerken | brontekst bewerken]

Regio's en gemeenten van Georgië.
Zie Bestuurlijke indeling van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het land is sinds 1995 bestuurlijk onderverdeeld in negen regio's, twee autonome republieken en een hoofdstedelijke regio. De regio's en autonome republieken zijn onderverdeeld in gemeenten. De regio's hebben een staatscommissaris als hoofd, ook wel informeel een gouverneur genoemd, die benoemd wordt door de centrale regering en hebben geen eigen bestuurslaag. De 64 gemeenten waarover Georgië gezag uitoefent kennen een gemeenteraad (sakreboelo) die elke vier jaar via een stembusgang gekozen wordt, tegelijkertijd met een gekozen burgemeester.

De autonome republiek Adzjarië heeft een eigen vierjaarlijks verkozen parlement met een regering, de ministerraad. Het hoofd van deze ministerraad wordt door de president van Georgië benoemd. De door Tbilisi erkende autonome regering van Abchazië zetelt sinds 2008 in ballingschap in Tbilisi,[59] en kent feitelijk geen door Georgië erkend verkozen parlement voor zolang het gezag niet is hersteld over de republiek. Het parlement en de regering van de separatistische autoriteiten wordt niet erkend door de Georgische regering.

In 1991 werd het gebied van de voormalige autonome regio Zuid-Ossetië bestuurlijk herverdeeld over Georgische districten en in 1995 ingedeeld bij de nieuwe regio's, met name Sjida Kartli. De centrale autoriteiten erkennen de separatistische autoriteiten niet. Om toch aan lokale bestuurlijke noden tegemoet te komen in het gebied dat de Georgische autoriteiten nog controleerden, werd door de Georgische regering in 2007 een tijdelijke bestuurlijke eenheid opgericht, de Provisionele Territoriale Eenheid Zuid-Ossetië. De Zuid-Osseetse Administratie werd het door Georgië erkende bestuurlijke gezag over deze 'tijdelijke territoriale eenheid', en zetelde in Koerta, maar zit sinds 2008 in ballingschap in Tbilisi.[60]

Parlement[bewerken | brontekst bewerken]

Plenaire zaal van parlement
Zie Parlement van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Georgische wetgevende macht berust bij het parlement van Georgië op basis van een eenkamerstelsel met 150 leden dat zetelt in hoofdstad Tbilisi. Tussen 2012 en 2018 was het in Koetaisi gevestigd, een initiatief van toenmalig president Micheil Saakasjvili die daartoe een hypermodern gebouw liet bouwen. Zijn reden was om hiermee machtscentra te spreiden. Onder de Georgische Droom regering verhuisde het parlement weer terug naar Tbilisi.

De parlementsleden worden gekozen voor een termijn van vier jaar. Een deel wordt door middel van een proportionele lijststem gekozen en een deel door middel van een districtenstelsel op basis van een tweerondensysteem. Voor de parlementsverkiezingen van 2020 was de verdeling van de zetels eenmalig 30 districtszetels en 120 lijstzetels met een kiesdrempel van 1%. Voorheen was dit 73 om 77 met een kiesdrempel van 5%. Vanaf 2024 zal een geheel proportioneel stelsel gelden met een kiesdrempel van 5%.

De Georgische Droom is in de parlementaire periode 2020-2024 de grootste fractie in het parlement, in 2020 verkozen met 90 zetels maar anno 2022 door afsplitsingen geslonken naar 75 zetels. De Verenigde Nationale Beweging is met 23 zetels de grootste oppositiepartij.

President en premier[bewerken | brontekst bewerken]

President Salome Zoerabisjvili met EU ambassadeur Cal Hartzell (2022)
Zie ook: President van Georgië, Lijst van staatshoofden van Georgië en Lijst van premiers van Georgië

Georgië transformeerde in 2013 met ingang van de presidentsverkiezingen van een presidentiële- naar een parlementaire republiek. Het presidentschap werd hiermee grotendeels ceremonieel. De president is het staatshoofd van Georgië en vertegenwoordigt het land in buitenlandse betrekkingen. Daarnaast staat de president volgens de grondwettelijke taken garant voor de eenheid en onafhankelijkheid van het land en is de opperbevelhebber van de nationale strijdkrachten. Tevens mag de president met instemming van de regering onderhandelen met andere staten en internationale organisaties en internationale verdragen afsluiten, en schrijft verkiezingen uit.[61]

Tot 2018 werd de president via een tweerondensysteem per stembus gekozen, maar vanaf 2024 zal de president gekozen worden door een kiescollege bestaande uit 300 personen. Hierin zullen parlementsleden, vertegenwoordigers van het bestuur in de autonome republieken, en vertegenwoordigers van de lokale bestuursniveaus zitting nemen op basis van door de centrale kiescommissie te bepalen verhoudingen.[62] De president wordt voor een termijn van vijf jaar gekozen en mag maximaal twee termijnen dienen. De kandidaat moet minstens 40 jaar oud zijn en minimaal 15 jaar in Georgië gewoond hebben. President Salome Zoerabisjvili werd in 2018 vanwege een overgangsregeling eenmalig voor een periode van zes jaar gekozen. Zij was de eerste vrouwelijke president van het land die in het ambt gekozen werd en is formeel partijloos, maar werd in haar kandidatuur gesteund door de regerende Georgische Droom.

De premier van Georgië is het hoofd van de regering en vertegenwoordigt net als de president het land in buitenlandse relaties, en mag internationale verdragen sluiten. De premier kan leden van het kabinet ontslaan en benoemen en wordt zelf door het parlement benoemd.[63] Sinds februari 2021 is Irakli Garibasjvili premier, die deze functie eerder al bekleedde in de periode 2013-2015.

Politieke tijdlijn[bewerken | brontekst bewerken]

De politieke tijdlijn van Georgië vanaf de onafhankelijkheid in 1991 met de presidenten en de regerende politieke partij. Edoeard Sjevardnadze was in de periode 1992-1995 formeel geen president, maar wel (waarnemend) staatshoofd. Nino Boerdzjanadze was tweemaal enkele maanden waarnemend president, na de val Sjevardnadze in november 2003 en na het vroegtijdige ontslag van Micheil Saakasjvili eind 2007 tot zijn herverkiezing begin 2008. In de periode 1992-1995 bestond het parlement uit kleine fracties.

Politieke partijen[bewerken | brontekst bewerken]

Georgië kent een pluriform landschap aan politieke partijen, maar weinig partijen krijgen voldoende kiezersaantallen om te worden verkozen in het parlement of de gemeenteraden, onder andere door kiesdrempels. De oudste actieve partij van het land is de Republikeinse Partij van Georgië die in 1978 opgericht werd als een sociaalliberale dissidentenbeweging. De Georgische politiek is sinds de jaren 1990 gedomineerd door drie achtereenvolgende grote partijen.

De belangrijkste politieke partijen in de jaren 2020 zijn:

In het verleden waren de volgende partijen belangrijk:

De Georgische Communistische Partij, die in het Sovjettijdperk tot 1990 de enige partij was, werd in 1991 verboden. Kort daarna kwamen er enkele partijen op die de opvolger claimden te zijn, waaronder de Verenigde Communistische Partij van Georgië, maar geen van allen behaalden success en raakten snel gemarginaliseerd.

Relatie met de Europese Unie[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Georgië en de Europese Unie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De internationale betrekkingen tussen de Europese Unie en Georgië zijn tot stand gekomen nadat Georgië zijn onafhankelijkheid herwon in 1991. De betrekkingen zijn sterker geworden na de Rozenrevolutie van 2003 en de ambitieuze politieke en economische hervormingen onder president Micheil Saakasjvili. Sinds 2014 heeft Georgië een Associatie- en vrijhandelsverdrag met de EU en sinds 2017 is er visumvrij reizen met de Schengen zone. In maart 2022 diende de regering een verzoek in om lid te mogen worden van de EU,[8] een actie die het oorspronkelijk had gepland voor 2024. Onder publieke druk na de aanvraag van Oekraïne tijdens de Russisch-Oekraïense Oorlog besloot de regering dit te vervroegen.

Economie[bewerken | brontekst bewerken]

Net als andere landen in de regio had het land het economisch moeilijk in de eerste jaren na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. In de communistische tijd was Georgië een aantrekkelijk vakantieland en het toerisme maakte het land relatief welvarend. Het werd zwaar getroffen door de burgeroorlog (1991-1992): het toerisme en de teelt van thee, tabak en citrusvruchten stortte in. De inflatie steeg tot meer dan 15.000 procent in 1993[64] en er was sprake van forse economische krimp. Tussen 1989 en 1994 daalde het bruto binnenlands product (BBP) in totaal met bijna 80%, waarbij 1992 met -44,9% de kroon spande. Pas in 1995 werd voor het eerst een bescheiden reële economische groei van 2,6% gerealiseerd.[65]

Met het aantreden van Edoeard Sjevardnadze in 1995 als president trad er enige verbetering op. Hij kwam met hervormingsvoorstellen, introduceerde een nieuwe nationale munt en het land trad in 2000 toe tot de Wereldhandelsorganisatie. In de jaren negentig kreeg het land financiële steun van onder andere de Wereldbank en het IMF. Het herstel werd gefrustreerd door corruptie en een zwakke overheid. Dit zorgde voor een grote buitenlandse schuld, veel armoede, en achterstallige betalingen van lonen en pensioenen. Inmiddels is volgens Transparency International de corruptie in belangrijke mate afgenomen, mede dankzij het hervormingsbeleid van de derde president Micheil Saakasjvili. Het land stond in 2003 nog op plaats 124 (van 133) in de Corruption Perception Index,[66] in 2012 stond het land op nummer 52 (van 176). Sindsdien schommelt Georgië rond plek 45 (op 180 landen) en is er sprake van stagnatie van de score. Ter vergelijking: hiermee staat Georgië tussen verschillende Centraal-Europese EU lidstaten. De export blijft sterk achter bij de import met een groot tekort op de lopende rekening tot gevolg.[67] Belangrijke handelspartners zijn China, Rusland, Turkije en Azerbeidzjan.

Bruto Binnenlands Product Georgië vanaf 1990. Bron: Wereldbank,[68] Geostat.[69]
Jaar[70] BBP
(in miljarden US$)
BBP per hoofd
(in US$)
Reële groei
(% mut JoJ)
Inflatie
(% mut JoJ)
Saldo overheid-begroting
(in % BBP)
Staatsschuld
(in % BBP)[71]
Saldo lopende rekening
(in % BBP)
1995 2,7 578 2,6% 162,7% -5% - -18,2%
2000 3,1 750 1,8% 4,1% -3,2% 67,7% -5,8%
2005 6,4 1643 9,6% 8,2% -0,1% 34,1% -10,8%
2010 12,2 3233 6,2% 7,1% -4,4% 42,5% -9,8%
2015 14,9 4014 3,0% 4,0% -1,1% 41,3% -11,8%
2020 15,8 4279 -6,8% 5,2% -9,3% 62,4% -12,4%
2021 18,6 5023 10,5% 9,6% -6,0% 57,0% -9,8%

Een belangrijke economische stap was de opening in 1999 van de 833 kilometer lange Bakoe (Azerbeidzjan) - Soepsa oliepijpleiding, met een dagelijkse doorvoer van 120.000 vaten. Deze pijpleiding is de opvolger van de Bakoe-Batoemi oliepijpleiding die in 1907 opende[72] en in 1942 deels werd ontmanteld. Voor de Soepsa oliepijpleiding zijn aan de Zwarte Zee opslagtanks gebouwd, de Soepsa Terminal, en is op zee een ankerpunt voor olietankers om olie in te nemen.[73]

Toeristisch zijn vooral de wintersportgebieden, de kust van de Zwarte Zee en de kuuroorden in trek. Ook de oude stadscentra, waaronder de vroegere hoofdstad Mtscheta, zijn toeristisch van belang.

Natuurlijke rijkdommen[bewerken | brontekst bewerken]

Traditionele kvevri wijnkelder

Op de berghellingen langs de Zwarte Zee worden onder meer citrusvruchten, thee, tabak en druiven geteeld. De akkerbouw, die graan, voedergewassen en etherische oliën produceert, is intensief en sterk gemechaniseerd. De veehouderij omvat runderen (vooral in het westen), schapen en geiten (oosten) en varkens.

Zie Wijnbouw in Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Mede door de vruchtbare valleien en het klimaat is Georgië het oudste wijnproducerende land van Europa, en waarschijnlijk ook van de wereld.[74] Er zijn veel verschillende wijnsoorten te vinden: meer dan 540 druivensoorten zijn in de loop der eeuwen in Georgië gecultiveerd, meer dan in welk land ter wereld ook. Traditioneel wordt wijn gemaakt in kvevri (ქვევრი), ondergrondse vaten van klei waarin de druiven met de voeten worden uitgeperst. In de 21e eeuw worden de meeste Georgische wijnen met moderne methoden gemaakt, maar een belangrijk deel van de productie vindt nog steeds op traditionele wijze plaats. Een recordaantal van 107 miljoen flessen wijn werd in 2021 naar 62 landen geëxporteerd, met een totale waarde van 250 miljoen dollar.[75] Sinds het opheffen van een Russisch handelsembargo in 2012 is Rusland veruit de belangrijkste afzetmarkt met een aandeel in de export dat schommelt tussen de 55% en 60%.[76] Andere belangrijke markten zijn volgens cijfers van 2021 de Europese Unie, Oekraïne (12%), de Volksrepubliek China (5,6%), Belarus (4,6%) en Kazachstan (3,9%). Binnen de EU is Polen veruit de grootste afzetmarkt met een aandeel van 6,5% in de export.[77] Door de Russische invasie van Oekraïne in 2022 is de wijnexport in problemen gekomen. Niet alleen naar Oekraïne is de export ingestort, maar ook naar Rusland en Belarus is de export grotendeels stilgelegd door ongunstige wisselkoersen, bancaire problemen en solidariteit van ondernemers die weigeren naar Rusland te exporteren.[78]

In het land wordt mangaan en steenkool gewonnen. Deze ertsen worden deels uitgevoerd, deels gebruikt of verwerkt in grote fabrieken in Zestafoni en Roestavi.

Energie[bewerken | brontekst bewerken]

Engoeridam
Gardabani energiecentrales

Elektriciteit wordt opgewekt in steenkool-, aardgas- en waterkrachtcentrales. Vrijwel alle thermische elektriciteitsproductie in Georgië vindt plaats in Gardabani. Sinds 2012 worden in Gardabani stapsgewijs vier nieuwe gecombineerde stoom- en gascentrales gebouwd om de toenemende elektriciteitsvraag het hoofd te bieden en seizoensinvloeden van de waterkrachtcentrales op te vangen.[79] De bijna 100 grote en kleine waterkrachtcentrales in het land produceren 75-80% van de elektriciteit, dat in de zomermaanden oploopt tot bijna 100%.[80] De in 1978 geopende Engoeri-waterkrachtcentrale op de grens met Abchazië bij Dzjvari levert met 30% van de totale productiecapaciteit veruit de meeste elektriciteit. De stuwdam voor het reservoir in de Engoeririvier werd in twee fasen gecompleteerd, en bereikte in 1987 een finale hoogte van 272 meter, waarmee het de zevende hoogste dam in de wereld is.

Er zijn in Georgië diverse olie- en gasvelden die geëxploreerd worden door internationale bedrijven via overeenkomsten voor productiedeling met de Georgische overheid.[81] Het land is ingedeeld in een twaalftal exploratie blokken waar deze contracten op van toepassing zijn.[82] Georgië is voor de gasbehoefte voor 99,5% afhankelijk van import, voornamelijk uit Azerbeidzjan. Sinds 2019 is het aandeel Russisch gas na een jarenlang afhoudend beleid snel opgelopen van 7,5% naar 17%, wat vooral komt door extra import van Russisch gas ten koste van Azerbeidzjaans gas.[83]

Het Amerikaanse Frontera Resources, dat sinds 1997 in Georgië actief is, exploreert sinds 2011 het grote en veelbelovende Mtsare Chevi gas- en olieveld dat het zuidoosten van de regio Kacheti en een deel van Azerbeidzjan beslaat. In de gemeente Dedoplistskaro wordt op meerdere plekken door Frontera olie uit het Mtsare Chevi-veld gewonnen, en sinds 2014 wint het gas bij Moeghanlo (gemeente Sagaredzjo).[84][85] Het heeft de geschatte gasvoorraden sindsdien regelmatig fors omhoog bijgesteld.[86] Het bedrijf kreeg vanaf 2018 te maken met conflicten met de Georgische overheid die een arbitragezaak aanspande bij het Haagse Permanent Hof van Arbitrage vanwege contractbreuk. Het concessiecontract verliep in 2017 en Frontera weigerde de gronden die het in gebruik had terug te geven aan de staat.[87] Ook kon het bedrijf de gasvoorraden die het claimde niet hard maken. De arbitragezaak leidde tot boze reacties en dreigementen uit de Amerikaanse nationale politiek. Het bedrijf maakte zich in Georgië impopulair door lokale werknemers tot een jaar lang niet uit te betalen en ze vervolgens in 2019 te ontslaan zonder hun uitstaande salaris uit te betalen. Het Permanent Hof van Arbitrage stelde Georgië in 2020 in het gelijk, waarbij het een boete van 6 miljoen dollar oplegde aan Frontera en het verordonneerde de gebieden die het in het gebruik had te verlaten.[88] De zaak droeg bij aan zorgen over het investeringsklimaat in Georgië, mede naar aanleiding van een aantal andere disputen, waaronder de diepzeehaven Anaklia. De Georgische autoriteiten pareerden deze zorgen met een concessie aan Frontera door het in weerwil van de arbitrage uitspraak toestemming te verlenen om in 1% van de oorspronkelijke concessiegebieden actief te zijn.[89]

Armoede[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens de Wereldbank leeft in Georgië 21,3% onder de nationaal gedefinieerde armoedegrens (2020[90]). In 2007 was dat nog 38,8%. Het laagste punt werd in 2019 bereikt met 19,5%. De stijging heeft volgens de Wereldbank voornamelijk te maken met de corona-pandemie die Georgië door een initieel zero-covid beleid economisch hard heeft geraakt.[91]

Verkeer en vervoer[bewerken | brontekst bewerken]

Georgië heeft als centraal land in de Zuidelijke Kaukasus belangrijke internationale weg- en spoorverbindingen met de buurlanden, waardoor het een vervoerskruispunt is tussen noord-zuid en oost-west verbindingen. Het sterk bergachtige karakter van het land compliceert de ontwikkeling van een robuust binnenlands wegennet met verbindingen tussen de verschillende regio's die vaak door bergruggen van elkaar gescheiden zijn. Het land leunt op een centrale oost-west corridor, zowel qua weg als spoor, met daaromheen een netwerk aan hoofdwegen naar de buitengrenzen en ondersteunende regionale wegen. Er lopen zeven Europese E-routes door het land. Er is ongeveer 200 kilometer autosnelweg, wat zich voornamelijk in de S1 (E60) bevindt, onderdeel van de East-west Highway.

Zie Wegen in Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Spoorwegen - in 1872 werd de eerste spoorlijn in Georgië geopend tussen Tbilisi en de havenstad Poti, de eerste van Transkaukasië. Enkele jaren later volgde de verlenging naar zowel Bakoe als Batoemi, waarmee een spoorverbinding tussen de Kaspische Zee en Zwarte Zee ontstond ten behoeve van olietransporten uit de olievelden van Bakoe. De langste (spoor)tunnel in het Russische Rijk en later de Sovjet-Unie werd in 1890 geopend in de lijn Tbilisi - Poti door de Soeramipas. In 1899 opende de spoorlijn Tbilisi - Jerevan, en volgde later een spoorlijn via Abchazië naar Rusland. Deze is sinds begin jaren 90 buiten gebruik. Het spoorwegnet kreeg diverse aftakkingen de regio's in, soms met smalspoor. Sinds 2017 heeft Georgië een rechtstreekse verbinding met Turkije, vanaf Achalkalaki naar Kars, onderdeel van het Bakoe - Tbilisi - Kars traject waarover goederen uit en naar Azië worden vervoerd. Een passagiersdienst over deze route is lang aangekondigd, maar anno 2022 nog niet actief.[92]

Havens - een aantal Zwarte Zeehavens spelen een belangrijke rol in het ontsluiten van het land en de Zuid-Kaukasus regio via het water. Belangrijke havens zijn:

De ontwikkeling van een diepzeehaven in Anaklia is in 2019 voorlopig stilgelegd.[93]

Luchtvaart - de luchtvaart speelt naar internationale maatstaven een beperkte rol, maar is sinds de jaren 2010 een belangrijke factor in het toeristisch verkeer geworden met diverse 'low cost' luchtvaartmaatschappijen, zoals Wizz Air, die Georgië vanuit een scala aan Europese vliegvelden aandoen. Ook verschillende maatschappijen uit het Arabisch schiereiland en Kazachstan doen Georgië aan voor het toerisme.

Er zijn internationale vliegvelden in Tbilisi, Batoemi en Koetaisi. Daarnaast zijn er enkele kleine vliegvelden met binnenlandse lijndiensten, in Ambrolaoeri, Mestia en Natachtari.

Cultuur[bewerken | brontekst bewerken]

Gastronomie[bewerken | brontekst bewerken]

Kacheti, de belangrijkste wijnregio van het land

De Georgische keuken heeft enige faam. Het bekendste gerecht is chatsjapoeri, een plat brood, gevuld met kaas, waarvan vele (regionale) varianten bestaan. De chatsjapoeri kan in restaurants worden gegeten, maar ook als tussendoortje bij stalletjes op straat. Een ander veel voorkomend gerecht zijn chinkalis, deegknoedels gevuld met vlees. Veel gerechten worden bereid van lam, kip, rund of kalkoen.

Georgië is een wijnland bij uitstek. De belangrijkste wijnregio van het land is Kacheti. De belangrijkste biermerken zijn Natachtari en Kazbegi; de nationale sterke drank is tsjatsja. Ook produceert het land het koolzuurhoudende bronwater, onder andere het bekende Borjomi, destijds een favoriete drank van de leiders van de Sovjet-Unie.

Bezienswaardigheden[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook de Georgische monumenten op de Werelderfgoedlijst

Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, ligt in een bergdal dat door de rivier Mtkvari is uitgeslepen. In Tbilisi zijn nog veel sporen uit verschillende historische periodes: kerken, synagogen en moskeeën. Ook is er nog monumentale Sovjetarchitectuur. Er zijn statige oude houten huizen en eeuwenoude badhuizen, Georgië had een belangrijke 'badcultuur'. In Tbilisi staan de 13e-eeuwse Metechikerk, de Sioni-kathedraal uit de 5e eeuw en de Anchiskatikerk. Andere bezienswaardigheden zijn het Narichalafort aan de rand van de stad en het Nationale Art Museum. In de voormalige hoofdstad Mtscheta zijn nog kerken uit de begintijd van het christendom te zien. Bezienswaardigheden in Mtscheta zijn het oude centrum, het Jvariklooster en de Svetitskhovelikathedraal.

Sport[bewerken | brontekst bewerken]

Zie hiervoor Georgië op de Olympische Spelen

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Georgia van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.