Georgic (schip, 1932)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Britse koopvaardijvlag
Georgic
De Georgic eind jaren 30
De Georgic eind jaren 30
Geschiedenis
Werf Harland and Wolff
Bouwnummer 896
Tewaterlating 12 november 1931[1]
Datum oplevering 10 juni 1932
In de vaart genomen 25 juni 1932
In dienst 1932-1941, 1945-1956
Uit dienst 1956
Status Gesloopt
Thuishaven Liverpool
Eigenaren
Eigenaar 1932-1934: White Star Line
1934-1944: Cunard-White Star Line
1944-1946: Ministry of War Transport
1946-1956: Department for Transport
Tonnenmaat 27.759
Passagiers 1.542
Portaal  Portaalicoon   Maritiem
De Georgic op een briefkaart uit begin jaren dertig

De Georgic was een motorschip en een oceaanlijner in dienst bij onder meer de White Star Line. Het schip werd gebouwd bij de Britse scheepsbouwer Harland and Wolff en in 1931 tewatergelaten. Ze was een zusterschip van de Britannic en ze was het laatste schip dat de White Star Line liet bouwen vóór de fusie met de Cunard Line.

Van 1932 tot 1940 deed het schip dienst als lijnschip op de verbinding Liverpool - New York. In 1940 werd ze in het kader van de Tweede Wereldoorlog in dienst gesteld als troepentransportschip voor het Britse Ministerie van Oorlogstransport. In 1941 werd de Georgic in een Egyptische haven bij het Suezkanaal door Duitse gevechtsvliegtuigen tot zinken gebracht. Het schip werd tussen 1941 en 1944 gelicht en gerepareerd, waarna ze opnieuw dienst deed als troepenschip en na de oorlog als passagiersschip. In 1955 werd ze uit dienst genomen en het volgende jaar voor de sloop afgevoerd.

Achtergrond[bewerken]

Eind jaren twintig had de White Star Line het plan opgevat om hun iets verouderde vloot aan te vullen met twee motorschepen in plaats van de stoomboten die voordien gebruikelijk waren. Het plan voorzag in de Oceanic, een superschip van 300m en in een meer economische variant, de Britannic. De Oceanic werd uiteindelijk niet afgebouwd en reeds gebouwde delen werden verwerkt in de Georgic.

Ontwerp en bouw[bewerken]

Volgens het ontwerp moest de Georgic in wezen een iets grotere versie van haar eerdere zusterschip Britannic worden, met een bruto tonnage van 27.759, in vergelijking met Britannic die 26.943 ton mat. De Georgic verschilde qua uiterlijk van Britannic in die zin dat het voorste deel van haar bovenbouw en brug afgerond waren in plaats van recht. Ook was in tegenstelling tot de Britannic het voorste deel van haar promenadedek overdekt. Net als Britannic had Georgic twee korte stompe schoorstenen, waarvan de voorste niet als schoorsteen diens deed. Deze huisvestte de radiokamer en de rookruimte van de machinisten.[1]

De aandrijving was identiek aan die van haar zusterschip, bestaande uit twee 10 cylinder viertakt Burmeister & Wain dieselmotoren. Destijds waren dit de grootste en krachtigste motoren in hun soort en ze hadden samen een vermogen van 20.000 pk. De machines waren verbonden met twee propellers die het schip konden voortstuwen met een beoogde snelheid van 18 knopen. Eenmaal in dienst bleek ze de 18,5 knopen ook vaak te halen.

De interieurs van de Georgic waren uitgevoerd in art deco-stijl. Ze moest plaats bieden aan 1.542 passagiers: 479 in de eerste, 557 in de tweede en 406 in de derde klas.

De bouw van de Georgic begon in juli 1929 en ze werd op 12 november 1931 tewatergelaten. Na de afwerking begon ze op 4 juni 1932 met proefvaarten en eind juni werd ze opgeleverd.

In dienst[bewerken]

Georgic op een oude ansichtkaart.

De Georgic maakte haar eerste reis op 25 juni 1932.[1] Ze werd gebouwd voor de route Liverpool - New York en deed deze samen met Britannic . Begin 1933 verving ze korte tijd de verouderde Olympic op de route Southampton - New York, terwijl dat schip werd gereviseerd.

Hoewel ze niet de grootste of snelste lijnschepen van hun tijd waren, bleken Georgic en Britannic populair. In de jaren 30 waren zij de meest winstgevende schepen in dienst van de White Star Line en zij hielpen de rederij te overleven tijdens de Grote Depressie.

Op 10 mei 1934 fuseerde White Star Line met zijn oude rivaal de Cunard Line en het schip werd onderdeel van de vloot van de samengevoegde Cunard-White Star Line. Beide schepen behielden echter hun White Star-livrei en huisvlag, maar met de toevoeging van de Cunard huisvlag. Het volgende jaar werden Georgic en Brittannic ingezet op de route Londen-Le Havre-Southampton-New York en de Georgic begon deze dienst op 3 mei 1935. Daarmee werd ze het grootste schip dat de rivier de Theems bevoer, van en naar de haven van Londen. Bij het uitbreken van de oorlog werd de Georgic niet onmiddellijk gevorderd, maar maakte ze nog enkele reizen op de route van Liverpool naar New York. Op 11 maart 1940 werd het schip alsnog overgedragen voor de oorlogsinspanning.

Oorlogstijd[bewerken]

In april 1940 werd de Georgic haastig omgebouwd tot troepenschip met een capaciteit van 3000 man. In mei van dat jaar assisteerde ze bij de evacuatie van Britse manschappen uit de haven van Narvik na de mislukte Noorse campagne. Een maand later was ze van dienst bij het evacueren van Britse militairen uit de Franse havens van Brest en Saint-Nazaire.[1] Tussen juli en september 1940 voer de Georgic naar IJsland en vervolgens naar Halifax, Nova Scotia om Canadese soldaten te vervoeren. Vervolgens maakte ze verschillende reizen van Liverpool en Glasgow via Kaap de Goede Hoop naar het Midden-Oosten en reizen tussen Liverpool, New York en Canada. Tussen mei 1940 en juli 1941 vervoerde de Georgic ongeveer 25.000 militairen.

Tot zinken gebracht[bewerken]

De Georgic in brand en aan de grond in Port Tewfik, Egypte

Op 22 mei 1941 verliet de Georgic onder het commando van Captain A.G. Greig Glasgow, met aan boord de 50e (Northumbrian) Infanteriedivisie. Het schip zou deze manschappen om Afrika heen naar Egypte vervoeren. Ze maakte deel uit van een konvooi dat bijna onbeschermd moest blijven omdat de Royal Navy haar schepen nodig had bij de jacht op het Duitse slagschip Bismarck. Op 7 juli 1941 arriveerde de Georgic veilig op haar reisdoel en de militairen werden aan land gebracht. Op 14 juli 1941, terwijl ze voor anker lag in Port Tewfik, wachtend op zo'n 800 Italiaanse krijgsgevangenen, werd de Georgic aangevallen door Duitse gevechtsvliegtuigen. Diverse bommen misten hun doel, maar uiteindelijk werd het schip door twee projectielen geraakt. Het eerste gleed langs de romp het water in ontplofte daar, hetgeen grote schade toebracht onder de waterlijn, waarna ze snel water maakte. De tweede bom raakte het botendek, doorboorde vijf dekken en kwam in een liftschacht tot ontploffing. Deze explosie veroorzaakte een brand in de stookolietanks, die vervolgens een opgeslagen munitievoorraad tot ontploffing bracht, waarna bijna het gehele achterstuk van de Georgic in lichterlaaie stond. Ondanks deze zware averij was de bemanning nog in staat de motoren te starten en het schip buiten de haven en buiten de doorvaartroute te laten stranden. Nadien kon de gehele bemanning zich in veiligheid brengen. Het schip brandde volledig uit.

Berging en herbouw[bewerken]

Op 14 september werd de schade aan Georgic opgenomen en men stelde vast dat het schip behouden kon worden, daar de romp en de machines nog goeddeels intact waren. Er werd vervolgens een bergings- en renovatieoperatie op touw gezet die in totaal drie jaar zou duren. In oktober werden de gaten in de romp provisorisch gedicht, waarna het schip door twee Britse vrachtvaarders naar Port Sudan werd gesleept. Daar onderging ze enkele noodreparaties die nodig waren voor een verdere reis. Op 5 maart 1942 verliet de Georgic Port Sudan, waarna ze door vier andere schepen naar Karachi werd gesleept. Daar ging men over tot diverse reparaties waarbij een droogdok niet nodig was. Het kostte de werf, met beperkte middelen, acht maanden om het schip min of meer zeewaardig te krijgen. Daarna kon ze op eigen kracht naar Bombay varen, waar een droogdok beschikbaar was om de schade aan de romp definitief te herstellen. Op 20 januari 1943 verliet de Georgic Bombay en ze arriveerde in Liverpool op 1 maart.

Daar werd een onderzoek naar de staat van het schip uitgevoerd door de Admiraliteit en het Ministry of War Transport (MoWT). Men besloot het schip terug te sturen naar de werf waar het gebouwd was, Harland en Wolff, om volledig te worden herbouwd. Na de herbouw werd Georgic een schip van de overheid, in eigendom overgedragen aan het Ministerie van Oorlogstransport. De Cunard-White Star beheerde het schip namens hen.

Laatste jaren[bewerken]

De Georgic na haar herbouw

Op 17 december 1944 hervatte de Georgic haar dienst als troepentransportschip met zeereizen tussen Italië, het Midden-Oosten en India. Nadat de oorlog in 1945 was geëindigd, bracht ze drie jaar door met het repatriëren van militairen, burgers en krijgsgevangenen. In 1948 stelde men vast dat er minder behoefte was aan militair transport, maar wel een tekort aan schepen om emigranten naar Australië en Nieuw-Zeeland te vervoeren. In september van dat jaar werd de Georgic naar de Palmers-werf op de Tyne gestuurd om te worden heringericht als een emigrantenschip, met accommodatie in één klasse voor maximaal 1.962 personen. De Georgic liet haar White Star-kleuren restaureren, maar ze was nu in sterke mate een utilitair schip geworden omdat haar interieurs niet werden hersteld in hun vooroorlogse toestand, met name op het bied van luxe. Bovendien was bedongen dat ze in geval van nood beschikbaar moest zijn als militair transportschip.

Dat laatste gebeurde ook daadwerkelijk, van november 1953 tot april 1955, in het kader van de Koreaanse Oorlog. In januari 1955 kondigde de eigenaar van het schip, de Britse overheid, aan het schip uit de vaart te zullen nemen. Ze werd echter van de verkoop gered toen ze door de Australische regering werd gecharterd om nog een seizoen emigranten te vervoeren. De Georgic maakte haar laatste reis naar Australië in augustus van dat jaar. In november 1955 maakte ze nog een reis van Hongkong naar Liverpool, waarna ze op 19 november buiten dienst werd gesteld.